Lucas 11:3 – Bidden om wat nodig is

Mark Veurink
Mark Veurink
11 maart 2015

Lucas 11:3 – Bidden om wat nodig is

image_pdfimage_print

Jezus leert te bidden voor ons dagelijks brood. Maar hoe kun je nu bidden voor wat je al hebt? Hoe kun je in grote welvaart ‘biddag voor gewas en arbeid’ houden?
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Stil gebed
Votum en vredegroet
Zingen: GKB Gezang 37 : 1 en 2
Voorbede – Gods naam en koninkrijk: wereldwijd – Sjoukje Marloes Kok
Zingen: Psalm 87 : 5
Voorbede – Gods naam en koninkrijk: Franeker – Henk Brander
Zingen: LvK Lied 481 : 1
Lezen: Lucas 11 : 1 – 13
Meditatie over Lucas 11 : 3
Zingen: GKB Gezang 38 : 1 en 2 (canon)
Voorbede – dagelijks brood: gewas – Jaap Bosgra
Zingen: GKB Gezang 37 : 5
Voorbede – dagelijks brood: arbeid – Ellis Oost
Zingen: LvK Lied 473 : 1 en 2
Voorbede – dagelijks brood: gemeente – Sietske Broersma
Zingen: Psalm 80 : 10
Voorbede – vergeving en bescherming – Bert Kloeze
Luisterlied: Sela – Gebed om vergeving
Afsluitend gebed – Mark Veurink
Collecte
Zingen: GKB Gezang 108
Zegen

Bidden om wat nodig is

dia 1 – broden
“Geef ons dagelijks het brood dat wij nodig hebben.”
Misschien heb je het al heel vaak gebeden, maar het blijft een vreemd gebed.
Hoe kun je nu bidden om wat je al hebt?
De tafel is al gedekt, er staat een grote pan met eten op tafel,
hoe kun je God dan nog bidden of hij eten wil geven?
Hoe kun je bidden voor het dagelijkse brood dat wij nodig hebben
als je in de diepvries voor een week brood op voorraad hebt?

Datzelfde gevoel bekruipt mij ook bij de biddag voor gewas en arbeid:
bidden om de opbrengst van het land en bidden voor het werk dat we doen.
In Nederland hoeft niemand van de honger om te komen.
De laatste keer dat er in Nederland een echte hongersnood was,
was de hongerwinter in de Tweede Wereldoorlog, nu precies 70 jaar geleden.
O, natuurlijk, de opbrengst van het land valt wel eens tegen,
en economisch gezien zit het ook niet altijd mee,
sommigen kunnen daar ook zwaar door getroffen worden,
maar de meeste Nederlanders leven in zeer grote welvaart.
Waarom zou je bidden voor wat je al hebt, voor iets wat zo vanzelfsprekend is?
Hoe kunnen we bidden voor gewas en arbeid, voor dagelijks brood?

dia 2 – in dienst van Gods grotere plan
Het gebed van Jezus begint niet met het dagelijks brood.
Het begint met Gods naam en met Gods koninkrijk.
Dát is waar het gebed om gaat:
dat Gods naam groot wordt gemaakt,
dat iedereen God erkent als de God van hemel en aarde,
dat iedereen Jezus erkent als Heer en voor hem buigt.
En dat Gods koninkrijk komt,
dat Gods nieuwe wereld zich over de aarde verspreid,
en in volle glorie doorbreekt als Jezus terugkomt.
God is bezig met de toekomst,
en we bidden dat die toekomst op aarde meer en meer doorbreekt.
We bidden dat ook wij God groot maken en dat hij koning is in ons leven.

Het gebed om brood, en daarna ook het gebed om vergeving en bescherming,
heeft alles te maken met dat grotere doel.
Het is niet zo dat het gebed met God begon, maar nu gelukkig met ons verder gaat.
Je leeft niet om te eten, je leeft voor Gods naam en koninkrijk.
En dagelijks brood is een van de dingen die we daarvoor nodig hebben.
Eten is lekker, en God ziet graag dat je daar van geniet,
maar laat eten nooit een doel op zich worden:
gebruik je eten om voor God te leven.
Op die manier mogen we ook bidden voor gewas en arbeid:
dat het mag bijdragen aan Gods grotere plan.

dia 3 – delen van wat over is
En dan kom ik weer met die volle diepvries:
in Nederland hoeft niemand van de honger om te komen.
Sterker nog: onze overvloed kan er voor zorgen dat we Gods plan vergeten.
Dat we wel bidden: ‘geef ons te eten zodat we u kunnen dienen’,
maar ondertussen zo veel te eten hebben dat we God niet nodig hebben.
Niet voor niets heeft Jezus het over het brood ‘dat we nodig hebben’.
Dat is niet te weinig, maar ook niet te veel!
‘Maak me niet arm, maar ook niet rijk,
voed me slechts met wat ik nodig heb.
Want als ik rijk zou zijn, zou ik u wellicht verloochenen,
zou ik kunnen zeggen: “wie is de Heer?”’
Dat is een gebed uit Spreuken 30.

Bidden voor gewas en arbeid is bidden om genoeg, niet om te veel.
In onze wereld is dat een spannend gebed!
Elk jaar moet het beter gaan dan het jaar ervoor,
want stilstand is achteruitgang.
Genoegen nemen met wat minder, wat is dat moeilijk!
Moeten we daar dan echt om bidden?
Als je overvloed in de weg staat om God te dienen, dan wel!
En anders: bedenk dat ook je overvloed er is voor Gods grote plan.
Gods naam wordt grootgemaakt en zijn koninkrijk wordt gebracht
als we van de overvloed delen met wie niet genoeg heeft.
Bidden voor het brood dat we nodig hebben
betekent ook delen van wat meer is dan nodig.

dia 4 – ontspannen voor de toekomst
Ja, elke dag is er genoeg te eten.
Dat is voor ons helemaal geen vraag.
Toch bidden we om het eten dat we elke dag nodig hebben.
Dat is ook een belijdenis: God zorgt voor mij met eten en drinken,
ook voor die hele gewone dingen ben ik van God afhankelijk.
Laat dat je ontspannen maken.
Wat kunnen we druk zijn met onze toekomst,
hoe je er over een jaar voor staat, of hoe je pensioen is.
Het is goed daar soms mee bezig te zijn, maar het is in Gods hand.
En God leert ons om dagelijks te ontvangen wat hij geeft.
Jezus leert ons niet te bidden:
‘geef ons genoeg brood voor de rest van ons leven,’
maar: ‘geef ons genoeg brood voor vandaag.’
Leef elke dag weer van wat je van God ontvangt.

En God zal het gebed verhoren.
Hij geeft alles wat nodig is.
In dat vertrouwen bidden we vanavond voor gewas en arbeid.
Het zijn geen verlanglijstjes voor grotere welvaart.
We belijden dat we van God afhankelijk zijn,
we bidden om wat we nodig hebben
zodat we ook met ons eten en met ons werk God groot kunnen maken.
‘Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht,
je kinderen al goede gaven schenken,
hoeveel te meer zal de Vader in de hemel
dan niet de heilige Geest geven aan wie hem erom vragen?’
Amen.