Lucas 10:36-37 – Jezus, je kunt niet om hem heen

Mark Veurink
Mark Veurink
22 februari 2015

Lucas 10:36-37 – Jezus, je kunt niet om hem heen

image_pdfimage_print

Op weg naar Jeruzalem vertelt Jezus een verhaal over een barmhartige Samaritaan. Maar wie is die Samaritaan eigenlijk? En wie is Jezus?
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: LvK Lied 178 : 1, 6, 7 en 9
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Psalm 91 : 1 en 2
Lezen wet
Zingen: GKB Gezang 157
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Lucas 10 : 25 – 37
Zingen: Psalm 111 : 2 en 3
Preek over Lucas 10 : 36 – 37
Zingen: Opwekking 575
Kinderen terug
Gebed
Collecte
Zingen: Psalm 145 : 2 en 3
Zegen

Jezus, je kunt niet om hem heen

Introductie voor bijbellezing
We gaan zo uit de bijbel lezen,
maar eerst wil ik iets vertellen over waar we de komende weken bij stilstaan.
Vandaag is de eerste zondag van de 40-dagentijd.
De komende weken bereiden we ons voor op Goede Vrijdag en Pasen.
In de kerkdiensten kijken we mee met Jezus die op reis is naar Jeruzalem.
Lucas schrijft daar uitgebreid over, het is bijna de helft van zijn boek.
In Lucas 9 staat dat de tijd naderde dat Jezus van de aarde zou worden weggenomen,
en dan begint de reis naar Jeruzalem.
Jezus loopt zijn dood en opstanding tegemoet.
Op weg naar Jeruzalem vertelt Jezus veel verhalen, gelijkenissen.
Het zijn ‘verhalen op weg naar Pasen’.
Bij vier van die verhalen uit Jezus’ laatste weken voor het kruis staan we deze weken stil.
Wat wil Jezus meegeven nu Pasen dichterbij komt?
Vandaag luisteren we naar het verhaal over de barmhartige Samaritaan.
We lezen Lucas 10 : 25 – 37.

Inleiding
dia 1 – zwart
Kinderen zijn gemeen…
Oké, volwassenen zijn nog veel gemener,
en laat ik het maar even tot mijzelf beperken: ik was een gemeen kind.
Ik vond het namelijk fijn om de baas te spelen.
Nog steeds trouwens…

dia 2 – achterbank
Ik ben de oudste van drie kinderen, ik heb twee zusjes onder mij.
Drie kinderen, dat betekent dat we precies in een gewone auto pasten.
In die auto hadden we allemaal een eigen plek.
Mijn vaste plek was achter de bestuurder,
mijn jongste zusje was veroordeeld tot de middelste zitplaats.
Dat ging lang goed…
Tot ze op een gegeven moment bedacht:
‘waarom mag jij altijd op de mooiste plek zitten en moet ik in het midden zitten?’
‘Nou, gewoon, omdat we dat altijd doen en omdat jij de jongste bent,
had je maar eerder geboren moeten worden!’
Tja, niet heel erg overtuigend, ik weet het.
Mijn ouders vonden het ook niet overtuigend,
en voortaan wisselden we regelmatig van zitplaats.
Blijkbaar was ik toch niet de baas over de achterbank…
Mijn zusje had gelijk: ‘waarom moet het altijd op jouw manier?’
Want mensen voor wie alles op hun manier moet,
die altijd de baas spelen,
daar kun je je verschrikkelijk aan ergeren.

dia 3 – veranderen
Bijvoorbeeld een nieuwkomer op je werk,
die nog niet begonnen is, of hij wil alles al veranderen.
Hij vindt het maar niets dat de middagpauze om 12:00 begint,
dus voortaan begint de pauze pas om 12:30.
Hij houdt niet van de muziek die altijd aanstaat,
dus voortaan staat de radio op zijn zender.
En over het werk heeft hij ook een mening:
volgens hem gaat dat veel beter als je het op een andere manier doet.
Terwijl jij het al jarenlang doet en precies weet wat werkt.
Wie denkt die nieuwe collega wel niet dat hij is?

dia 4 – Jezus, je kunt niet om hem heen
Over net zo’n ergernis gaat het vanochtend.
Waarom moet alles op Jezus’ manier?
Wie denkt die Jezus wel niet dat hij is?
Maar Jezus is écht veel meer dan de mensen om hem heen denken.
Jezus, je kunt niet om hem heen.

1. Jezus roept ergernis op
dia 5 – strikvraag: Jezus betrappen op verkeerd antwoord
Er komt een wetgeleerde bij Jezus,
iemand met veel verstand van de bijbel.
Hij heeft een vraag: ‘wat moet ik doen om het eeuwige leven te krijgen?’
Maar het is geen nieuwsgierige vraag.
Deze man is een wetgeleerde,
als iemand het antwoord op die vraag weet, is hij het wel.
Hij stelt die vraag niet omdat hij denkt dat hij van Jezus nog wat kan leren.
Het is een strikvraag: de bedoeling is dat Jezus een verkeerd antwoord geeft,
zodat er een goede reden is om Jezus aan te pakken.

dia 6 – Jezus lijkt zich belangrijker te maken dan de wet
Die wetgeleerde is natuurlijk niet dom, hij stelt geen willekeurige vraag.
Hij stelt een vraag waarvan hij denkt
dat Jezus er niet het goede antwoord op gaat geven.
‘Wat moet ik doen om het eeuwige leven te krijgen?’
Elke Jood weet op die vraag het antwoord:
God liefhebben en je naaste liefhebben.
Maar die Jezus maakt er iets heel anders van,
en dat ergert de wetgeleerde.

In de eerste helft van Lucas 10 geeft Jezus zijn leerlingen namelijk de opdracht
om steden die niets van Jezus willen weten te vervloeken.
Waar haalt Jezus het recht vandaan?!
Jezus zegt: ‘wie mij afwijst, wijst hem af die mij gezonden heeft.’
Wie denkt die Jezus wel niet dat hij is?!
De wetgeleerde weet precies wat Jezus daarmee zegt:
als je eeuwig wilt leven moet je bij Jezus zijn.
Jezus maakt zichzelf belangrijker dan God en zijn wet!
Wat beeldt die Jezus zich wel niet in?
Het ergert de wetgeleerde mateloos.
En nu wil hij wel eens uit Jezus’ eigen mond horen
dat Jezus zichzelf belangrijker vindt dan God en de wet.

Maar het gaat anders.
Jezus heeft door waar de wetgeleerde naar toe wil,
en hij speelt de vraag terug: ‘kom op, dat weet je best!’
Inderdaad, de wetgeleerde weet het antwoord wel,
en hij dreunt het op alsof hij overhoord wordt.
Hij voelt zich afgaan voor de mensen die staan te kijken.
Hij probeert het nog één keer: ‘maar wie is dan mijn naaste?’
Dat vraagt hij niet omdat hij wil weten wie hij allemaal moet liefhebben:
ook op deze vraag verwacht hij van Jezus een verkeerd antwoord.
Volgens de wet moet je je naaste liefhebben,
maar Jezus zegt hele harde dingen over iedereen die hem afwijst.
Heeft Jezus zijn naaste eigenlijk wel lief?
De wetgeleerde heeft wel een antwoord:
Jezus zet zichzelf voorop, alsof hij meer is dan zijn naasten.

dia 7 – alleen door Jezus: onverdraagzaam?
Jezus roept ergernis op, bij die wetgeleerde, maar vandaag net zo goed.
Lijdt Jezus niet aan grootheidswanen?
Ja, natuurlijk, hij is een bijzonder mens,
met een inspirerend verhaal en een geweldige uitstraling.
Iemand die je in een rijtje met Nelson Mandela en de Dalai Lama zet.
Maar Jezus maakt zichzelf zo exclusief:
alsof hij de enige weg is naar God.
Als je gewoon goed leeft, je naaste liefhebt, een vriendelijk mens bent,
waarom heb je dan Jezus nog nodig?
En als ik met zulke nette en vriendelijke mensen praat,
dan voel ik er schroom bij: Jezus als enige weg, is dat niet onverdraagzaam?
Waarom moet het op zijn manier, wie is die Jezus toch?

2. Jezus, je kunt niet om hem heen
dia 8 – Jezus, je kunt niet om hem heen
Jezus reageert met een verhaal.
Het is een bekend verhaal, over de barmhartige Samaritaan.
Maar dat bekende verhaal zit misschien wel wat anders in elkaar dan je denkt.
Op het eerste gezicht is het een verhaal over goed zijn voor je medemens:
zelfs Joden en Samaritanen, gezworen vijanden, moeten goed zijn voor elkaar.
En dat is op zich ook waar, die Samaritaan is een geweldig voorbeeld,
maar bedenk nog even waarom Jezus dit verhaal vertelt:
omdat de wetgeleerde zich ergert aan dat Jezus zichzelf zo belangrijk vindt.
Dit verhaal is dáár een antwoord op.
Jezus wil meegeven dat je niet om hem heen kunt.

dia 9 – verhaal over een slachtoffer
Jezus begint te vertellen:
‘er was eens een man onderweg van Jeruzalem naar Jericho.’
Het is een voorbeeld dicht bij huis,
alsof Jezus vertelt over de weg van Franeker naar Harlingen.
De wetgeleerde kent die weg heel goed.
Jezus gaat verder: ‘langs de weg wacht een bende op een kans om iemand te beroven.
De arme man is alleen, en maakt geen schijn van kans tegen de bende.
Hij wordt in elkaar gemept en alles wordt hem afgepakt.’
Het komt de wetgeleerde bekend voor:
hij voelt zich ook nooit echt op zijn gemak op die weg.
Hij kan zich goed inleven in het slachtoffer,
wat precies de bedoeling is van Jezus.

Daar ligt hij dan, halfdood in de goot, te wachten op hulp.
Die hulp komt uit onverwachte hoek.
Niet van de priester en de leviet die langslopen.
Godsdienstige mensen die de wet goed kennen,
die alles weten over het liefhebben van je naaste.
De vertegenwoordigers van de wet vallen smerig tegen.
Nee, het is een Samaritaan die medelijden krijgt,
ook al heeft hij geen enkele reden om een Jood te helpen.

dia 10 – Jezus is de naaste die jou komt helpen
‘Wie van de drie is een naaste geworden?’ vraagt Jezus aan de wetgeleerde.
De vraag van de wetgeleerde was: ‘wie is mijn naaste, wie moet ik helpen?’
Maar Jezus maakt er iets heel anders van:
niet degene die jouw hulp nodig heeft, is je naaste,
maar degene die jou komt helpen!
Hij die medelijden met je heeft, die is je naaste,
en dat is dan ook het antwoord van de wetgeleerde.
De wetgeleerde kent de bijbel goed,
en weet dat er maar één is die medelijden heeft: God zelf.
Jezus zegt: ik ben die Samaritaan, ik ben je naaste, je hebt mijn hulp nodig.

Het punt dat Jezus maakt is dat je niet om hem heen kunt.
Zonder Samaritaan was die man in de goot gestorven.
Zonder Jezus zijn wij dood.
Voor het eeuwige leven, het echte leven,
het leven uit liefde voor God en de naaste,
moet je bij Jezus zijn!
Zonder Jezus’ dood en Jezus’ opstanding ben je nergens.
Op weg naar Jeruzalem, op weg naar Pasen,
maakt Jezus duidelijk dat hij niet de zoveelste wijze leraar is,
maar dat hij gekomen is om te redden.
Hij is de Samaritaan die je leven wil geven.
Daarom moet het op zijn manier.

3. Ik in de goot?
dia 11 – ik in de goot?
Maakt dit verhaal een einde aan de ergernis van de wetgeleerde?
Ik denk het niet…
Jezus maakt duidelijk dat je niet om hem heen kunt,
en dat is natuurlijk niet wat die wetgeleerde wilde horen.
Het is misschien ook wel niet wat je zelf wilt horen.
Hoezo ben ik zonder Jezus dood?
Hoe kan Jezus mij nu vergelijken met iemand in de goot?

dia 12 – liever held dan slachtoffer (ebola)
Om mee te komen in het verhaal van Jezus
moet je jezelf zien als iemand die hulp nodig heeft.
En daar zijn we dus niet zo goed in…
Helpen, iets voor een ander doen, dat is mooi.
Maar geholpen worden, nee hoor, ‘het lukt me zelf wel.’
In films of in boeken waarin een held ervoor zorgt dat alles weer goed komt,
identificeren we ons graag met die held,
niet met de mensen die door de held geholpen worden,
want we houden van het gevoel dat we iets betekenen.
Volgens mij kan ik dat wel zo algemeen zeggen.
Je ziet jezelf toch liever als gulle wereldverbeteraar
dan als een ebolapatiënt die is overgeleverd aan artsen in enge pakken?
Maar christen zijn is niet allereerst een kwestie van geven,
maar van ontvangen.
Niet van kracht, maar van zwakheid.

dia 13 – spiegel: wie ben ik?
Voor die wetgeleerde is dat moeilijk.
Hij heeft heel wat om trots op te zijn.
Hij kan goed rondkomen,
hij heeft aanzien onder de mensen
en hij is niet te beroerd om een ander te helpen.
Waarom zou hij hulp nodig hebben?
Mooi dat Jezus mensen helpt, maar dat doet hij zelf ook!
Hij ziet het verschil niet zo tussen Jezus en hem.
Alsof ze op gelijke hoogte staan.

Met zijn verhaal houdt Jezus je een spiegel voor: wie ben ik eigenlijk?
Jezus daagt je uit om met andere ogen naar jezelf te kijken.
Om van je voetstuk af te komen dat de wereld maar boft met iemand als jij.
Maar kijk eens goed in die spiegel van Jezus, wat zie je dan?
Iemand die halfdood in de goot ligt.
Iemand die steeds weer kiest voor zichzelf
en helemaal opgaat in zijn eigen leventje.
Iemand die geleefd wordt door egoïsme, prestaties, waardering en geld,
en ondertussen denk dat hij vrij is.
Iemand die maar weinig terechtbrengt van het leven.
Dat ben ik.

Door zijn dood en opstanding maakt Jezus je vrij.
Haalt hij je uit de goot en geeft hij je het echte leven.
Jezus vraagt: mag ik jouw Samaritaan, jouw naaste zijn?
Ik wil je verzorgen, ik wil je genezen, ik wil je bevrijden.
Mag ik mijn leven voor jou geven?
Natuurlijk kan dat je ergeren, maar kijk dan eerlijk naar jezelf.

4. Leef door Jezus!
dia 14 – leef door Jezus
‘Hoe krijg ik het eeuwige, het echte leven?’
Dat was de strikvraag van de wetgeleerde.
Jezus heeft zijn antwoord gegeven: ‘laat mij je helpen.’
En hij voegt er nog aan toe: ‘doe voortaan net zo.’
Leef dus door Jezus!

dia 15 – laat Jezus je uit de goot halen
Het zou belachelijk zijn als die man aan de kant van de weg
de hulp van de Samaritaan weigert
omdat hij niet door Samaritanen geholpen wil worden.
In zo’n situatie heb je geen keuze
en ben je dankbaar met alle hulp die je kunt krijgen.
Zo is het net zo goed belachelijk om op Jezus’ hulp te reageren
met dat je niet door Jezus geholpen wilt worden
omdat je je ergert aan zijn arrogantie.
Hij is de enige die je kan helpen!
Hij heeft geen grootheidswanen, hij ís groot.
Jezus nodigt je uit: neem mijn hulp aan en leef door mij.
Hij wil je naaste zijn,
maar dat kan niet als je hem afwijst.
Laat Jezus je uit de goot halen!

dia 16 – breng het leven verder (Jojanneke)
En dan sluit Jezus af met de woorden ‘doe voortaan net zo.’
Als je door Jezus leeft, als je door hem vrij bent,
mag je dat leven ook verder brengen.
Kort geleden was op tv de serie ‘Jojanneke in de prostitutie’ te zien,
een documentaire over misstanden in de prostitutie in Nederland.
Daarin kwamen ook ex-prostituees aan het woord.
Zij waren nu eindelijk vrij.
En die vrijheid gunden ze ook
aan de meiden die elke dag weer hun lichaam te koop aanbieden.
Ze deden mee in programma’s om prostituees te laten uittreden
en om voorlichting te geven op scholen.
Omdat zij uit die goot gekomen waren,
willen ze nu ook helpen anderen uit die goot te halen.

dia 17 – breng het leven verder
Voor christenen geldt dat net zo goed:
als Jezus je vrij maakt en je het leven geeft,
dan kun je toch niet de rest van de wereld halfdood langs de weg laten liggen?
Dan wil je je vrijheid toch doorgeven?
In praktische zorg voor de naasten die op je pad komen,
en ook met die bevrijdende boodschap dat bij Jezus eeuwig leven is.
Christenen zijn ambassadeurs van het leven.

Is uiteindelijk dan toch niet de moraal van het verhaal: wees goed voor je naaste?
Nee, dit gaat veel verder.
Dit gaat niet om de plicht goed te zijn voor de mensen om je heen.
Het gaat om liefde voor mensen die net zo toegetakeld en kwetsbaar zijn als jij.
Het is niet de hulp die een professioneel hulpverlener aan een prostituee geeft,
maar de hulp die een ex-prostituee geeft.
Zo mag je leven en vrijheid brengen,
niet van jezelf, maar van de Barmhartige: Jezus.
Amen.