Lucas 10:33 | Voor Jezus ben je alles waard

Mark Veurink
Mark Veurink
19 maart 2017

Lucas 10:33 | Voor Jezus ben je alles waard

image_pdfimage_print

Jij bent veel waard! Maar waarom eigenlijk? Niet omdat jij zo goed bent, je lijkt op de gewonde reiziger in het verhaal van Jezus, maar omdat God je heeft gemaakt. Jezus lijkt op de Samaritaan: hij geeft zelfs zijn leven voor je, zó veel ben je waard!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.
Deze preek is gehouden in een K(erk)S(chool)G(ezins)-dienst met CBS de Korendrager.

Liturgie
Zingen: -‘Laat de kind’ren tot mij komen’
-‘Als je geen liefde hebt voor elkaar’
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: ‘Goedemorgen, welkom allemaal’
Gebed
Lezen: Lucas 10 : 25 – 37 (BGT)
Zingen: Psalm 103 : 3 en 5 (LvK=GKB)
Preek
Zingen: -‘Parel in Gods hand’
-‘Er is iets heel speciaals aan jou’
Uitleg over de doop
Toezingen door kleuters: ‘Kinderen van de Vader’
Doop
Zingen: ‘Wat de toekomst brengen moge’ (LvK Gezang 293 : 1 en 3)
Felicitaties
Gebed
Collecte
Zingen: ‘Samen in de naam van Jezus’ (GKB Gezang 167 : 1, 2 en 3)
Zegen

Voor Jezus ben je alles waard!

Interview
Interviewer (I) interviewt de beroofde reiziger (R).

dia 1 – zwart
I:Hé, jij hier! Leuk je weer eens te zien!
Maar wat zie je eruit! Wat is er met je gebeurd?

R: Tja, dat is een lang verhaal, heb je even?

I: Vertel, ik wil het weten!

R: Ik was onderweg van Jeruzalem naar Jericho.
Je weet wel, die weg door de bergen.
Ik liep door een bocht,
en opeens stonden er vijf schreeuwende mannen om me heen.
Ze riepen: ‘als je in leven wilt blijven, geef ons dan alles wat je hebt!
Je portemonnee, je pincode, je sieraden, je I-phone: alles!’
Daar had ik niet zo veel zin in, ik probeerde te ontsnappen.
Maar ze waren veel te sterk voor me.
Ze hebben me in elkaar geschopt en alles van me afgepakt.
Het is een wonder dat ik nog leef!

I: Maar was er dan niemand die je kon helpen?

R: Nee, ik was helemaal alleen,
en m’n telefoon had geen bereik in de bergen.

I: Sorry hoor, ik vind het echt heel rot voor je,
maar was dat ook niet gewoon een beetje dom?
Die weg is levensgevaarlijk!
Dat heeft nu al zo vaak in de krant gestaan!
Dat wist je toch wel?

R: Tja, je hebt gelijk hoor.
Het was gewoon stom van mij.
Ik had wel eens wat gelezen over rovers op die weg,
maar dacht dat mij zoiets nooit zou overkomen.
Zulke dingen overkomen alleen anderen, niet mij.
Dacht ik…

I: En toen lag je daar, wat ging er door je heen?

R: Eerst dacht ik dat ik dood was.
Toen bedacht ik dat ik nog kon nadenken, dus ik was niet dood.
Toen dacht ik dat ik dood zou gaan, want ik had heel veel pijn.
Maar ik wilde nog helemaal niet dood!
Dus toen er een priester langs kwam, riep ik zo hard ik kon om hulp.
Hij hoorde me wel, maar liep gewoon om me heen.
En even later een hulppriester ook.

I: Wat?! Dat meen je niet! Stelletje hypocrieten!
Je zult wel boos op ze zijn!

R: Valt wel mee.
Ik denk dat ik in hun situatie hetzelfde had gedaan.
Weet je, het was ook gewoon levensgevaarlijk om mij helpen!
Misschien waren die rovers nog wel in de buurt!
Nee, ik snap wel dat ze zo snel mogelijk doorliepen.

I: Maar je hebt het overleefd, hoe dan?

R: Er kwam nog iemand aan, en ik riep weer om hulp.
Maar toen zag ik dat het een Samaritaan was…

I: Nou en, wat bedoel je?

R: Wij, Joden, hebben altijd ruzie met Samaritanen.
Net zoals jullie, Nederlanders, ruzie met de Turken hebben.
Op verjaardagsfeestjes vertellen wij graag Samaritanen-grappen.

I: Samaritanen-grappen?

R: Ja, een soort Belgen-moppen, eigenlijk helemaal niet grappig.
Maar die Samaritaan dus, stapt van zijn ezel af en loopt naar me toe.

I: Wat dacht je toen?

R: Ik dacht dat hij keihard ‘net goed!’ in mijn gezicht zou schreeuwen,
en mij daar zou laten liggen.
Maar ik had het fout:
het was de vriendelijkste man die ik ooit heb ontmoet.
Toen ik zijn ogen zag, wist ik het:
die stonden zo vol van liefde!
Hij heeft me gered!

I: Je begint er helemaal van te stralen, wat is er met jóu gebeurd?

R: Dat zeggen er wel meer: ik ben niet meer dezelfde.
Weet je, ik dacht altijd dat ik beter was dan iedereen.
Ik voelde me stoer, en keek op losers neer.
Maar toen was ik opeens zelf de loser.
De liefde van die Samaritaan had ik nergens aan verdiend!
Toch hielp hij mij.
Ik ben zo blij!

I: wauw, dat is nog eens een verhaal, dank je wel!

Voor Jezus ben je alles waard
dia 2 – voor Jezus ben je alles waard!
Ja, wat is het een mooi verhaal!
Het is een verhaal van Jezus.
Het is dus niet echt gebeurd, Jezus heeft het bedacht.
Hij wil met dit verhaal iets duidelijk maken.
Of eigenlijk wel meer dingen,
maar ik wil het vandaag bij één belangrijke les houden:
voor Jezus ben je alles waard!
Hij geeft zijn leven om jou te redden.

dia 3 – gewonde man
‘Jij bent veel waard’ – dat was het thema deze week op school.
Maar waarom ben jij zo veel waard?
Waarom houdt God zo veel van je?
Eigenlijk is het heel gek dat God van je houdt!

Het is leuk om te horen dat je bijzonder bent, dat je veel waard bent.
Daar kun je trots van worden.
Maar Jezus zegt iets anders.
Je lijkt op die gewonde man.
Die man die in de problemen zit door zijn eigen domme schuld.
Dáár lijk jij op! En ik ook!

Je bent niet overal goed in, dat kan niet.
Ik was altijd heel slecht in gym.
Ik kon geen bal vangen.
Elke gymles was ik bang voor wat we gingen doen.
Ben ik eigenlijk wel zoveel waard?
Of je durft niemand mee naar huis te nemen uit school:
wat zullen ze van je ouders denken?
Eigenlijk schaam je je een beetje,
en voel je je helemaal niet zo bijzonder.
O ja, en je doet natuurlijk ook wel eens gemeen.
Toch? Wie doet er wel eens gemeen?
Vingers graag!
Iedereen doet wel eens gemeen.
Waarschijnlijk zelfs vaker dan je denkt.
Misschien heb je er wel spijt van, en toch doe je het weer…
Het stomme is: het gaat ook niet over als je groter wordt!
Wat zijn we nu eigenlijk waard?
We maken een rommeltje van het leven!

dia 4 – Samaritaan
Tóch ben jij voor Jezus alles waard.
Dat is dus een groot wonder!
Jij lijkt dan misschien op die man die in elkaar is geschopt,
Jezus lijkt op de Samaritaan in het verhaal!
Die Samaritaan had geen enkele reden om die man te helpen.
Joden en Samaritanen hebben ruzie,
dat alleen al was genoeg reden om de man te laten liggen.
Het was bovendien ook nog zijn eigen schuld:
het is knap stom om in je eentje over die gevaarlijke weg te gaan.
En het is voor die Samaritaan ook nog eens levensgevaarlijk:
straks wordt hij ook nog in elkaar geschopt!

Het maakt de Samaritaan allemaal niet uit.
Aan de kant van de weg ligt een mens die hulp nodig heeft.
Voor de Samaritaan is ieder mens waardevol.
Daarom hoeft hij er niet over na te denken:
natuurlijk gaat hij helpen!

Voor Jezus ben jij alles waard.
Omdat je een mens bent.
God heeft je gemaakt, net als baby Marte.
God heeft je uniek gemaakt, van jou is er geen tweede.
Ook al maak je een rommeltje van het leven,
Jezus wil niets liever dan jou redden!
De Samaritaan wáágt zijn leven, Jezus gééft zijn leven.
Zo veel ben jij voor hem waard!

De les van de diamant
dia 5 – ruwe diamant
Wie weet wat dit is?
Het lijkt gewoon een steen.
Ik vind hem niet echt mooi of bijzonder.
Maar deze steen is heel veel waard!
Je kunt deze steen slijpen, en dan herken je hem vast.

dia 6 – diamant
Wie zie het nu?
Ja, het is een diamant.
Een ruwe diamant lijkt waardeloos,
maar als je hem slijpt zie je hoe bijzonder hij is.

Jij bent veel waard, net als die ruwe diamant.
Je lijkt misschien niet zo bijzonder, maar Jezus kijkt anders naar jou.
Niet naar wat er allemaal mis is,
maar naar hoe hij een schitterende diamant van je kan maken.
Een diamant die steeds meer op Jezus lijkt.
Amen.