Lucas 10:25-37 – Mag Jezus jouw naaste zijn?

Mark Veurink
Mark Veurink
14 oktober 2013

Lucas 10:25-37 – Mag Jezus jouw naaste zijn?

image_pdfimage_print

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com.

Bij deze preek is geen powerpoint beschikbaar.
Deze preek is gehouden op een jeugdkamp.

Preek: Mag Jezus jouw naaste zijn?

I like you

Dit kamp heeft het thema ‘I like you’.

Het leuke is dat je zelf nog kunt bedenken

wie ‘I’ is en wie ‘you’.

Het kan erover gaan dat jij Jezus liked.

Of over dat jij anderen liked.

Maar ik wil het met jullie nog ergens anders over hebben:

namelijk dat Jezus jou liked.

Jezus zegt tegen jou: ‘I like you’.

In het bijbelverhaal van net ging het over het liefhebben van je naaste.

Maar dat is niet alles:

je kunt je naaste pas echt liefhebben

als je ontdekt hoe veel Jezus van jou houdt.

Je kunt pas echt liefde doen als je zelf ook liefde krijgt.

Liefde is natuurlijk veel meer dan liken op Facebook.

Maar je ziet daar wel in het klein wat met liefde in het groot ook gebeurt.

Stel je voor, je zit veel op Facebook,

volgens mij is dat niet zo moeilijk voor te stellen,

je zet elke dag wel een paar berichtjes op je profiel,

maar er is nooit iemand die erop reageert,

er is zelfs niemand die de moeite neemt om op ‘vind ik leuk’ te klikken.

Dat is dus niet leuk!

Niemand kan het ook maar iets interesseren waar jij mee bezig bent.

En als niemand jou liked, waarom zou jij dan nog anderen liken?

Ze zoeken het maar uit!

1.Ik kan toch niet iedereen liefhebben?

Laten we naar het bijbelverhaal kijken.

Er komt een wetgeleerde bij Jezus,

iemand die veel van de bijbel weet.

Deze man stelt Jezus een vraag:

‘wat moet ik doen om het eeuwige leven te krijgen?’

Helemaal eerlijk was deze vraag niet.

Die wetgeleerde is helemaal niet nieuwsgierig naar het antwoord,

hij wil vooral Jezus op een fout antwoord betrappen.

Want die Jezus, die is veel te makkelijk!

Jezus gaat om met slechte mensen, met zondaars,

en zegt tegen hen dat ze er helemaal bij horen.

Volgens die wetgeleerde vergeet Jezus iets belangrijks:

God heeft ook nog een wet gegeven.

Daar moet iedereen zich aan houden!

Jezus heeft de wetgeleerde heel goed door,

en laat hem zelf antwoord geven.

‘Kom op, beste man, jij bent hier de wetgeleerde,

ik hoef jou echt niet te vertellen wat de bijbel zegt,

dat weet je maar al te goed.’

En inderdaad, de wetgeleerde weet het best:

heb God lief en heb je naaste lief.

Jezus heeft er niets aan toe te voegen:

‘je hebt goed geantwoord, dus je weet wat je te doen staat.’

Zo had de wetgeleerde het zich niet helemaal voorgesteld.

Hij had zich voorbereid op een stevige discussie met Jezus.

In plaats daarvan maakt Jezus hem belachelijk,

door te doen alsof hij een domme vraag stelt.

Maar dat is niet zo!

Om dat te bewijzen stelt hij nog een vraag:

‘ja natuurlijk, God en je naaste liefhebben.

Maar, kom op Jezus, wie is die naaste dan?’

Dat lijkt mij helemaal niet zo’n vreemde vraag.

Ik kan toch niet iedereen liefhebben?

Dat zijn toch veel te veel mensen?

Bovendien: er zijn toch ook mensen waar je maar beter niet mee kunt omgaan?

Mensen die jouw liefde helemaal niet verdienen?

Die wetgeleerde kan daar in ieder geval makkelijk een rijtje van opnoemen:

hoeren, tollenaars, overspeligen, dieven, Samaritanen…

Dat zijn vijanden van God en van zijn volk,

mensen die elk gebod van God overtreden.

Daar kun je maar beter niet mee omgaan!

Laten dat nu precies de mensen zijn die Jezus aantrekt…

En Jezus voelt er helemaal niets voor om met deze man in discussie te gaan.

Die wetgeleerde probeert er alleen maar onderuit te komen.

Hij blijft maar vragen stellen, zodat hij aan liefde niet toekomt.

En daar kunnen christenen ook heel goed in zijn:

lange discussies houden zodat je maar niet hoeft te doen wat God duidelijk zegt.

Ik kan toch niet alle mensen liefhebben?

Het wordt een excuus om alleen fijne mensen lief te hebben.

Jezus wil niet dat deze man er met praatjes onderuit komt.

Daarom antwoord hij met een verhaal.

2.Jezus is mijn naaste

Een man is onderweg van Jeruzalem naar Jericho

en wordt in elkaar getrimd door een stel rovers.

Hij ligt gewond langs de kant van de weg.

Dan hoort de gewonde man voetstappen.

Hij kijkt op en ziet een priester.

Hij roept om hulp, maar de priester negeert hem.

Gelukkig komt er snel weer iemand voorbij: een leviet.

Weer roept de man om hulp, maar de leviet is al net zoals die priester:

hij negeert hem.

Even later komt er weer iemand voorbij: een Samaritaan.

Daarvan heeft die gewonde Joodse man weinig hulp te verwachten:

Joden en Samaritanen waren gezworen vijanden.

Maar het onwaarschijnlijke gebeurt: juist die Samaritaan helpt hem.

Die Samaritaan, dat is nog eens iemand vol naastenliefde!

Het maakt hem niet uit wie er langs de kant van de weg ligt,

ook al is het zijn grootste vijand,

het komt niet bij hem op om door te lopen en die man dood te laten bloeden.

Daar kunnen we allemaal een voorbeeld aan nemen!

Zo wordt dit verhaal dan ook vaak uitgelegd.

Wij moeten net zoals die Samaritaan

iedereen helpen die we kunnen helpen.

Maar Jezus bedoelt met dit verhaal iets anders!

Die wetgeleerde die bij Jezus kwam,

vroeg wie hij wel en niet moest liefhebben.

Maar als je zo’n vraag stelt,

laat dat zien dat het jou niet om liefde gaat.

Deze man ziet het gewoon als een plicht om anderen te helpen.

Daarom doet hij ook liever niet te veel.

Jezus heeft medelijden met deze man.

Hij moet leren wat liefde is.

En wat zou het toch helpen

als die man zich eens niet ziet als iemand die liefde moet geven,

maar als iemand die liefde nodig heeft.

Daarom vertelt Jezus over een man die beroofd wordt.

Iemand die liefde nodig heeft.

Want dan leer je pas echt wat liefde is!

In het verhaal van Jezus moet je jezelf niet zien als die Samaritaan.

Jij bent het slachtoffer, iemand die liefde nodig heeft.

En Jezus geeft dat: hij is de Samaritaan uit het verhaal.

Jezus sluit zijn verhaal af met een vraag:

wie is de naaste geworden van die man aan de kant van de weg?

En het antwoord is natuurlijk: de Samaritaan, de enige die medelijden had.

Maar het gekke is dat het woordje ‘naaste’ opeens iets heel anders betekent!

Die wetgeleerde vroeg: wie is mijn naaste?

Hij bedoelde daarmee: wie moet ik helpen?

Maar opeens is die Samaritaan de naaste:

niet iemand die hulp nodig heeft, maar iemand die zelf helpt,

iemand die medelijden heeft.

Wie is mijn naaste, wie moet ik liefhebben?

Jezus zegt: degene die jou liefheeft, die is je naaste.

En hij heeft het over zichzelf.

Jezus wil graag jouw naaste zijn!

Hij wil je liefde geven,

ook al ben je de laatste die zijn liefde verdiend heeft.

Jezus is niet zo iemand die er probeert onderuit te komen,

zijn liefde heeft geen grenzen.

Zelfs niet voor jou, zelfs niet voor mij.

Hij lijkt echt op die Samaritaan,

die liefde geeft aan een vijand.

3.Wil ik Jezus als naaste?

Jezus is dus de Samaritaan, Jezus is je naaste.

Jij bent die man die gewond is,

daar aan de kant van de weg.

Die zachtjes roept om hulp,

maar van de Samaritaan eigenlijk geen hulp verwacht.

Kun je je een beetje vinden in die rol?

Zie je jezelf inderdaad als die man?

Ben jij iemand die gewond is en uit de goot gehaald moet worden?

Kom op zeg!

Hoe die wetgeleerde op het verhaal reageert,

daarover lees je niets terug.

Waarschijnlijk druipt hij teleurgesteld af.

Moet Jezus hem uit de goot redden?

Wat verbeeldt die Jezus zich niet?!

Hoe langer hij erover nadenkt,

hoe bozer hij wordt.

Alsof hij hulp nodig heeft!

Hij is nota bene een wetgeleerde,

iemand die elke dag in de bijbel studeert,

iemand met aanzien.

En hij zou Jezus’ liefde nodig hebben?

Nee, hij heeft geen behoefte aan medelijden.

Hij heeft alles prima voor elkaar.

Hij redt het zonder Jezus ook wel.

Of die wetgeleerde echt zo reageert,

dat weten we niet.

Het zou mij in ieder geval niet verbazen.

Hij had het hoog in de bol,

en was er de man niet naar om zich klein te maken voor Jezus.

Wil jij dat wel?

Mag Jezus jouw naaste zijn?

Zie jij jezelf als iemand die hulp nodig heeft?

Of heb je alles prima voor elkaar?

Omdat je genoeg vrienden hebt die je waarderen

en je veel ‘likes’ op facebook krijgt?

Mag Jezus jou liefhebben, zo veel dat het hem zijn leven kost?

Of word je daar alleen maar boos van?

Als Jezus jouw naaste mag zijn,

wordt je gedwongen ook naar jezelf te kijken.

Ik lig in de goot.

Ik ben gewond, door wat ik mijzelf heb aangedaan

en door wat anderen mij hebben aangedaan.

Ik doe andere mensen pijn.

En God ook.

4.Doe net als Jezus

Als je zo naar jezelf kijkt,

leer je pas echt wat liefde is!

Gelukkig is Jezus er niet mee bezig

wie nu wel en niet zijn naaste is.

Als hij de kans krijgt liefde te geven, dan doet hij dat!

Jezus wil je leren wat liefde is.

Dat naastenliefde geen verplicht nummertje is,

maar dat het echt om liefde gaat.

Liefde heeft geen grenzen.

Liefde heeft geen kantoortijden.

Liefde sluit ook geen mensen buiten.

En Jezus wil dat iets van die liefde

ook in jouw hart komt.

Dat jij iemand vol liefde bent.

Ik heb me lang afgevraagd wat de rol van de leviet in het verhaal is.

Eerst komt de priester langs, en het is duidelijk:

dit is een voorbeeld van iemand die geen liefde doet.

Bij de leviet is het precies hetzelfde verhaal.

Voegt helemaal niets toe, dus waarom zou je hem niet uit het verhaal halen?

Maar in het verhaal werkt Jezus met tweetallen.

De priester met een volgeling: de leviet.

De Samaritaan heeft ook een volgeling.

Of zou hem in ieder geval moeten hebben.

Kijk maar naar de laatste woorden van Jezus:

‘doet u dan voortaan net zo.’

Jezus is de Samaritaan, en wil jouw naaste zijn.

En als je zelf liefde van hem krijgt,

kun je ook liefde gaan geven.

Dan ga je op Jezus lijken.

Je gaat liefde voor anderen voelen,

omdat je weet hoe fijn liefde is.

Dan zie je die jongen staan,

die zichzelf in de pauzes in een hoekje verstopt.

Dan zie je dat meisje staan,

dat zichzelf maar lelijk en minderwaardig vindt.

Je ziet zelfs die etter staan met zijn grote bek,

die eigenlijk om hulp schreeuwt.

Kijk naar Jezus, ontvang zijn liefde,

en doe dan net zo!

Amen