Kolossenzen 4:7-18 | De groeten: kerk in een netwerk

Mark Veurink
Mark Veurink
1 mei 2016

Kolossenzen 4:7-18 | De groeten: kerk in een netwerk

image_pdfimage_print

De groeten: het is leuk als iemand met je meeleeft. Ook als kerken kunnen we met elkaar meeleven en voor elkaar bidden. Want de kerk is zoveel groter dan de plaatselijke gemeente!
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Psalm 96 : 1 en 2
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Gezang 119 : 1 en 2
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Kolossenzen 4 : 2 – 18
Zingen: Psalm 134 : 1, 2 en 3
Preek over Kolossenzen 4 : 7 – 18
Zingen: Opwekking 378
Kinderen terug
Leefregels
Zingen: Opwekking 689
Gebed
Collecte
Zingen: GKB Gezang 111
Zegen

De groeten: kerk in een netwerk

Inleiding
dia 1 – over bergen heen
Ik heb hier een boek uit onze boekenkast:
Over bergen heen door Charles Martin.
Voor de verandering zal ik nu eens niet verklappen waar het over gaat…
Als je dat wilt weten, moet je het zelf maar eens lezen.
Volgens Hanneke is het een van de mooiste boeken die ze ooit heeft gelezen,
dus dat hoeft in ieder geval geen straf te zijn.
En ook al ben ik zelf er niet zó enthousiast over als Hanneke,
het is een boek waar ik van heb genoten,
zo’n boek dat je in één ruk uitleest.

Dat is best een prestatie van de schrijver:
op een vrije avond neem ik me wel vaker voor om te lezen,
maar vaak lees ik dan een kwartier,
dan wordt ik weer afgeleid door m’n smartphone,
en een halfuur later lees ik weer een paar bladzijden…
Dat schiet natuurlijk niets op.
Maar dit boek is een echte pageturner,
volgens mij is daar geen goed Nederlands woord voor,
een boek dat je niet weg wilt leggen voor je het uit hebt.

Het is dan ook snel uit.
Dat vind ik altijd jammer.
Zit je helemaal in een boek, is het alweer afgelopen.
Ik wil dan graag nog even in de wereld van het boek opgaan.
Dus ik kijk of ik echt niets heb overgeslagen.
En jawel, op de laatste bladzijden: dankbetuigingen…
Echt, wie dat ooit verzonnen heeft…
Luister maar:

‘Ik ben veel mensen dank verschuldigd.
Stacy Creamer.
Dank je voor de rol die je speelde in mijn werk, ontwikkeling en carrière,
ook op de moeilijke momenten.
Ik wens je heel veel succes met je nieuwe activiteiten.
Je verdient het.
Michael Palgon.
Gezien de gebeurtenissen van het afgelopen jaar,
weet ik heel goed dat je me had kunnen loslaten.
Misschien heb je wel eens met die gedachte gespeeld.
Ik in elk geval wel.
Dank je voor de veilige haven.’

Moet ik nog doorgaan?
Het kan hoor, Charles Martin is nog lang niet klaar met zijn dankwoorden…
Maar voor mij is het een koude douche.
Zit je helemaal vol van een prachtig geschreven boek, krijg je dit!
Een lange opsomming van namen,
van mensen die ik niet ken en waarschijnlijk ook nooit zal leren kennen.
Volgens mij is het lezen van een dankwoord
de meest effectieve manier om de rest van een boek te vergeten.
Je kunt het maar beter overslaan.

dia 2 – de groeten: kerk in een netwerk
Tja, en dan Kolossenzen 4.
Het dankwoord van Paulus.
Het lijkt zo’n hoofdstuk dat je maar beter kunt overslaan.
Al die groeten, wat moet je er mee?
Aan de andere kant: het zal toch niet in de bijbel staan om over te slaan.

Vandaag verdiepen we ons in de groeten.
Het is veel meer dan een dankwoord
waardoor je de rest van de brief vergeet.
De groeten geven een inkijkje in het netwerk van de vroegste christenen.
Ook in Franeker staan we er als christenen niet alleen voor:
we zijn kerk in een netwerk.

1. Zijn we de enigen?
dia 3 – zijn we de enigen?
Dat voelt wel eens anders.
Hoe veel christenen kom je nu tegen?
Ja, hier in de kerk natuurlijk, maar als je straks weer naar huis gaat?
Hoeveel christenen kom je tegen op je school, op je werk, in je straat?
Het kan zijn dat je veel christenen ontmoet,
maar christenen zijn in Nederland en ook in Franeker
gewoon een kleine minderheid.
Dat roept de vraag op: zijn wij dan de enigen?
De enigen die geloven dat Jezus leeft?

dia 4 – christenen: een kleine minderheid
Met die vraag zaten ze in Kolosse.
Er is behoorlijk wat gebeurd in de levens van de christenen daar
sinds Epafras hen over Jezus vertelde, nog niet zo lang geleden.
Het was een omkeer in hun leven,
ze hebben het als een echte bevrijding ervaren:
gered uit de macht van de duisternis en overgebracht naar het rijk van Gods geliefde Zoon.
Met die omkeer kregen ze er ook direct een nieuwe familie bij:
mensen uit verschillende groepen in de samenleving,
mensen die normaal compleet langs elkaar heen leefden,
werden samen opeens één gemeente.

Aan het begin is alles even nieuw en mooi.
Maar na een tijdje wordt het allemaal wat gewoner.
Epafras is weer vertrokken, en nu moeten ze het maar met elkaar doen.
Elke keer als ze samenkomen zien ze weer dezelfde mensen.
O ja, ze nodigen ook gasten uit om met hen mee te komen -
en dat gebeurt ook, er zijn eigenlijk altijd wel gasten,
sommigen komen 1 of 2 keer,
anderen gaan meedoen en bij de gemeente horen –
maar er begint zich wel een vaste kern af te tekenen.
Het is niet zo dat Kolosse nu massaal christelijk wordt.
Christenen blijven in Kolosse een vreemde eend in de bijt, een kleine minderheid.
Nee, ze willen niet terug naar hun oude leven,
maar ze hebben het er wel eens moeilijk mee dat ze zo alleen staan.
Waarom zien zo veel mensen niet in Jezus wat zij wél in hem zien?

dia 5 – we staan niet graag alleen (liftexperiment)
Mensen zijn kuddedieren: wij staan niet graag alleen.
Er is eens een experiment uitgevoerd met een lift.
Een aantal acteurs staan in de lift, allemaal met het gezicht dezelfde kant op.
In de lift staat ook 1 proefpersoon.
Hij gaat precies zo staan als de acteurs.
En als de acteurs draaien, draait hij mee.
Alsof het zo afgesproken is…
Dat experiment is met veel meer proefpersonen uitgevoerd,
en bijna iedereen doet mee met de acteurs.
We vinden het niet fijn om op te vallen,
om ergens alleen in te staan.

dia 6 – wil je bij kleine kerk horen?
Franeker nu en Kolosse toen, in veel opzichten zijn ze niet te vergelijken.
We leven in een compleet andere wereld.
Maar in allebei ben je als christen een uitzondering.
Wij zijn, net als Kolosse, kerk in een niet-christelijke omgeving.
Het kringetje van deze gemeente,
en van andere gemeenten en christenen in Franeker, is behoorlijk overzichtelijk.
Is dat echt alles?
Zijn wij de enigen die in Jezus geloven,
en is het een kwestie van tijd dat er geen kerk meer is?
Wil je wel bij zo’n kleine groep horen?

2. Kerk in een netwerk
dia 7 – kerk in een netwerk
Op dat soort vragen geven die groeten een antwoord.
Het is geen saai dankwoord dat je net zo goed kunt overslaan.
Paulus zegt ermee: je staat er niet alleen voor,
dit zijn allemaal mensen die ook voor Jezus gaan,
die aan jullie denken en voor jullie bidden.
De kerk is zoveel meer dan je eigen gemeente:
je bent deel van een grotere beweging,
opgenomen in een netwerk.

dia 8 – fijn dat mensen meeleven en bidden
Ik stel me zo voor dat toen deze brief voor het eerst werd voorgelezen,
op een samenkomst van de gemeente van Kolosse,
dat mensen bij de groeten met extra aandacht hebben geluisterd.
Het is namelijk leuk om groeten te krijgen.
Als ze je bijvoorbeeld een kaartje sturen:
fijn dat mensen aan je denken en daar de moeite voor nemen.
Dat geeft verbondenheid.

En Paulus heeft nogal wat groeten over te brengen.
Voor de christenen in Kolosse is dat een geweldige opsteker:
al deze mensen denken aan ons!
Sommigen kennen ze goed, zoals Epafras.
Ze hebben hem al een tijd niet gezien,
en het doet hen goed dat hij zo met hen meeleeft.
Maar er zitten ook groeten van onbekenden tussen.
Van Lucas en Demas bijvoorbeeld,
die veel met Paulus omgaan, maar nog nooit in Kolosse zijn geweest.
Ze kennen elkaar niet, hebben elkaar nog nooit ontmoet, en toch leven ze mee.
Met hun groeten, maar ook in hun gebeden.
Van Epafras staat dat er met zoveel woorden,
maar de anderen zullen ook gebeden hebben.
Ze sturen hun groeten niet omdat het interessant is ofzo,
maar omdat ze meeleven met die jonge gemeente in Kolosse,
en graag willen dat die gemeente bloeit.
Dat is mooi: als anderen met je meeleven en voor je bidden.

dia 9 – opgenomen in groter geheel
Door de groeten kunnen de christenen in Kolosse
even verder kijken dan hun eigen kleine kringetje.
Ze zien dat ze zijn opgenomen in een veel grotere beweging.
In Kolosse zijn ze dan misschien een minderheid,
maar overal in de wereld ontstaan gemeenschappen van christenen!
Paulus legt verbinding tussen de kleine gemeente van Kolosse en wat er overal gebeurt:
dat mensen geloven dat Jezus leeft en dat ze vrij worden van de macht van de dood.
Het is een wereldwijde, groeiende beweging, nog altijd.
Want al krimpt de kerk in Nederland,
in andere delen van de wereld groeit het juist enorm!

De kerk is zoveel groter dan De Voorhof in Franeker.
Wij zijn niet de enigen!
We zijn opgenomen in een veel groter geheel.
Laten we ons niet opsluiten in ons eigen kleine kringetje.
Leg maar contact met andere kerken en christenen, in Franeker en in de regio.
Zo gaan de jongeren van 12 tot 16 dit jaar samen met jongeren uit de kerk van Blija op kamp.
Mooi, die verbondenheid!
Ook bijvoorbeeld een EO-jongerendag of een Nederland-Zingt-dag
kunnen helpen bij dat besef dat je deel bent van iets veel groters.
Of als je eens in het buitenland een kerk bezoekt:
dat je ontdekt dat mensen uit een ander land met een andere taal
diezelfde liefde voor Jezus delen!

Dat is niet alleen mooi:
je mag er ook Jezus’ zorg voor zijn volgelingen in zien.
Hij geeft ons die verbondenheid,
zo’n netwerk waarin we er niet alleen voorstaan.

3. Genoeg aan onszelf?
dia 10 – genoeg aan onszelf?
Jezus geeft ons verbondenheid: dat is mooi.
Contacten met christenen overal zijn heel waardevol.
Juist in onze tijd is het door de techniek
heel makkelijk gemaakt om zulke contacten te hebben.
Toch heeft Paulus het over meer:
niet alleen over christenen die elkaar kennen of via-via kennen.
Dat is al mooi en inspirerend,
maar Paulus heeft het ook over dat je niet alleen gemeente bent.
Paulus doet niet de groeten aan iemand in Kolosse die hij toevallig kent,
maar aan de hele gemeente.
En die gemeente moet zelf ook weer groeten doen aan een andere gemeente: Laodicea.
Zitten we daar als gemeente eigenlijk wel op te wachten?
Of hebben we dan genoeg aan onszelf?

dia 11 – betrokken bij andere kerken?
Als kerk zijn we verbonden aan andere kerken, via het kerkverband.
Wij zijn verbonden met het kerkverband van de CGK en de GKv.
Zo zijn we ook verbonden met kerken hier in de provincie.
Maar ik vermoed dat niemand hier echt enthousiast wordt van iets als een kerkverband…
In een kerkverband wordt vooral veel vergaderd.
Dat is niet heel inspirerend…
Verder kost het kerkverband in het beste geval geld en in het slechtste geval kopzorgen.
Bij het kerkverband denk je niet direct aan een netwerk van kerken,
waar we elkaar bemoedigen en voor elkaar bidden.
Ik denk dat we niets eens zouden weten waarvoor we moeten bidden…
Op vergaderniveau zijn er contacten,
maar als gemeente merken we er weinig van.
Behalve dan van de predikanten, die overal rondpreken.
Maar wat er in de kerken om ons heen speelt?
Hoe zij het evangelie in hun eigen plaats uitdragen?
Vaak weten we het niet eens!

En dan is er de wereldwijde verbondenheid.
Maar of het daarmee perse beter gesteld is…
Ik heb niet de indruk dat de wereldwijde kerk erg tot de verbeelding spreekt.
We steunen zendingswerk in Zuid Afrika, maar het is vooral financieel.
Hoeveel bidden we eigenlijk voor de kerken daar?
Als gemeente doen we dat in ieder geval nauwelijks,
en dat mag ik ook mijzelf aanrekenen,
aangezien de meeste gebeden in de kerkdiensten door mij worden uitgesproken…

dia 12 – zelfgenoegzaamheid: geen geestelijke houding
Ik kan het mis hebben, maar volgens mij zijn we behoorlijk zelfgenoegzaam:
we hebben genoeg aan onszelf.
Dat geldt voor ons persoonlijk leven:
we kiezen daarin zorgvuldig uit met wie we omgaan en met wie niet,
en het geldt net zo goed voor het kerkelijk leven:
we hebben het fijn met elkaar, en meer hoeft niet zo nodig.
Als dat inderdaad zo is, zijn we best arrogant!
We ‘netwerken’ wat af – ja, dat is een werkwoord – maar vooral om er zelf beter van te worden.
Er worden netwerkbijeenkomsten georganiseerd,
waar je mensen kunt ontmoeten waar je wel eens wat aan zou kunnen hebben.
Als de ander dan ook wat aan jou heeft, dan kan het wat worden.
Maar zo moeten we in de kerk niet denken.
Zelfgenoegzaamheid is geen geestelijke houding.
Moeten we overal zelf iets aan hebben,
of willen we er gewoon zijn voor de ander?

4. De groeten!
dia 13 – de groeten!
De groeten: ze laten verbondenheid zien.
We staan als kerk in Franeker niet alleen:
we zijn opgenomen in een veel groter geheel.

dia 14 – we gaan het gewoon doen
We kunnen lang doormijmeren over hoe het allemaal zou moeten zijn,
en bedenken wat er allemaal voor in de weg staat,
maar laten we het maar gewoon gaan doen:
andere kerken de groeten doen en voor hen bidden.
De christenen in Kolosse krijgen van Paulus de vraag om voor hem te bidden,
om te bidden dat er deuren voor het evangelie opengaan,
en om de groeten te doen aan kerken in de buurt, zoals de gemeente in Laodicea.
Laten wij dat ook maar doen.

Ik heb hier een stapel kaarten, die we naar een aantal kerken gaan sturen:
(korte beschrijving van de kerken die kaart krijgen)
We doen hen de groeten uit Franeker, ter bemoediging.
De kaarten liggen straks klaar in de koffiekamer.
Zet straks allemaal je naam op die kaarten, dan zal ik ze versturen.
En dan gaan we zo in het gebed ook voor deze kerken bidden.

dia 15 – want God werkt overal
Want God verbindt ons aan elkaar.
Hij laat ons niet op onszelf staan.
We zijn deel van een veel grotere beweging:
God is wereldwijd aan het werk!
Amen.