Kolossenzen 3,5-11 – Nieuwe kleren aan? Laat ze niet vies worden!

Hans Burger
Hans Burger
11 oktober 2008

Kolossenzen 3,5-11 – Nieuwe kleren aan? Laat ze niet vies worden!

image_pdfimage_print

Het nieuwe leven (1)

Afsluiting 30-dagen project ‘Leven vanuit Jezus’.

Liturgie

  • Voorzang Ps 24,4.5
  • Votum / groet
  • Zingen: Ps 93,1.3
  • We
  • tZingen: Ps 119,13
  • Gebed
  • Lezen: – Kol 1,9-20- Kol 3,1-11 (Tekst: 3,5-11)
  • Zingen: LB Gez 462,1.3Preek over Kol 3,5-11
  • Zingen Gezang 170,1-3
  • (’s Middags geloofsbelijdenisZingen gez 108)
  • Kinderen terug
  • Zingen: Gezang 4,1
  • Afsluiting 30 dagen project – Leven vanuit Jezus
  • Moment van toewijding: stilte en gebed
  • Staande zingen: Gez 167,1.3
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen Gez 111
  • Zegen

Opmerkingen:

- Ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

- bij deze preek is een A4-tje beschikbaar met preeksamenvatting en vragen; zie onder downloads/preekverwerking.

- deze preek is de eerste preek in een serie over Kolossenzen 3 naar aanleiding van ons jaarthema ‘Het nieuwe leven’

  1. Preek over Kolossenzen 3,5-11 – Nieuwe kleren aan? Laat ze niet vies worden!

1. Het is woensdagmiddag – lekker vrij. Thomas heeft er zin in. Hij mag gaan spelen bij Bram. En dat is altijd leuk, want Bram woont op een boerderij. Je kunt er heerlijk dollen met de hond. Of met je fiets rondcrossen op het erf. Of bij de koeien kijken. Op zoek gaan naar konijnen in de weilanden. Slootje springen.

Na het middageten in de grote keuken van de boerderij gaan Bram en Thomas naar buiten. Ze gaan eerst even bij de koeien kijken, maar dat zijn ze al snel zat. Ze lopen wat rond over het erf. Gooien steentjes naar de hond. Ze plagen Iris, het zusje van Bram. Echt van die grote stoere jongens – ze vervelen zich.

Brams moeder komt naar buiten. ‘Jongens, als jullie Iris aan het huilen willen maken, ga je maar ergens anders naar toe. Ophouden daarmee.’ Het zit Bram en Thomas niet helemaal lekker. Stoer lopen ze over het erf – maar ze zijn niet meer zo vrolijk. Ze gaan de weilanden in. Slootje springen.

Weer een sloot. Thomas haalt het makkelijk. Maar dan – oei! Bram valt bijna. Thomas moet keihard lachen – Ja, een nat pak! Bram landt met zijn laars net in de modder van de slootkant. Dat loopt net goed af. Op naar een andere sloot. Bram neemt een aanloop en springt. Ook Thomas rent. Hij springt. Net in de slootkant. Maar die brokkelt af. Hij wankelt, en valt achterover. Kopje onder. Bram staat op de kant te lachen.

Brrr, wat is dat koud. Het was nog best een end lopen terug naar de boerderij. Druipend staat Thomas bij de deur. Brams moeder komt er aan. ‘Wat is dat? Een nat pak? Je stinkt!’ Ze zet hem in bijkeuken. De douche is vlakbij. ‘Trek hier je kleren maar uit. Ik wil je zo niet in huis hebben. En dan meteen de douche in. Dan pak ik nieuwe schone kleren voor je, die mag je wel van Bram lenen.’

Een kwartier later zit Thomas in de keuken met een beker warme chocolademelk. Hij is weer schoon. Fris gedoucht, nieuwe kleren aan. ‘En nu niet meer vies worden hè!’ zegt Brams moeder.

Wie van jullie is er – misschien lang geleden – wel eens in de sloot gevallen?

Christen-worden kun je vergelijken met Thomas. Met je verkleden. Eerst moeten al die vieze natte stinkkleren uit. Douchen en weer schoon worden. Nieuwe schone kleren aan. En dan de waarschuwing: Zorg dat je kleren nu niet weer vies worden hè!

2. Stel je voor dat Thomas gezegd had: Nee, ik wil mijn eigen kleren aanhouden. Ik wil best schone kleren van Bram aan, maar ik doe mijn eigen kleren niet uit. Gewoon erover heen.

Wat krijg je dan? Dan krijg je dat die nieuwe schone kleren ook vies worden. Het stinkende water druipt er door heen. Je ziet op de nieuwe kleren steeds grotere donkere natte plekken. En uiteindelijk heb je twee stel vieze natte kleren over elkaar aan.

Dat kan niet. De oude vieze kleren moeten eerst helemaal uit. En dan ook weg ermee. Want natte stinkkleren maken je nieuwe schone kleren zo maar weer vies.

Zo is het ook met christen-zijn. Er is iets wat eerst helemaal weg moet. Paulus noemt dat de oude mens en zijn leefwijze.

De oude mens, dat is de mens die verbonden is met Adam – onze eerste voorvader. De Adam van de zondeval. De mens die van God los is. Die een gebroken relatie met God heeft. Dat ben jij zelf, voordat je Jezus leert kennen. Zonder hoop, zonder God, zonder uitzicht. Je weet één ding zeker: op een dag sterf je. Dat ben jij zonder Jezus – iemand die zijn bestaansrecht verloren heeft.

Wat doet die oude mens? Welk gedrag hoort bij die oude mens? Kijk maar wat Paulus opnoemt: ontucht, zedeloosheid, hartstocht, lage begeerten, hebzucht, woede, drift, vloeken, schelden, liegen.

Christen worden wil zeggen: dit moet helemaal weg. De oude mens moet je uittrekken. Jij moet sterven met Christus. Je moet radicaal kappen met je oude gedrag. Weg met die vieze natte kleren. Uit!

Christus wil je ervan verlossen. Hij sterft voor je. Jij mag met Hem sterven. Hij zorgt ervoor dat je je oude kleren uit kunt trekken. Hij zorgt dat het kan, dat jij je bekeert.

Bekeer je dus, en blijf voortaan weg bij al dat oude. Blijf weg bij die leefwijze van de oude mens. Bid of de Heilige Geest je ervan los wil maken. Bid elke keer als je bijna de fout in gaat of de fout in gegaan bent: Heilige Geest, laat dat oude sterven met Jezus.

Heb jij je bekeerd en je leven aan Jezus Christus gegeven?

En daarna: Blijf je weg bij het oude? Wil jij dat? Doe jij dat?

Ontucht en zedeloosheid. Wil je weten wat dat is? Kijk in het uitgaanscircuit. Schaars geklede danseressen, paaldansacts, schuren, noem maar op. Durf jij samen met je ouders alle foto’s te kijken op de website van de discotheek waar je regelmatig komt? Stel jezelf de vraag voor je uitgaat: Zou Jezus hier ook naar toe gaan?

En mag Jezus altijd over je schouder meekijken als je achter internet zit?

Hartstocht, lage begeerten. Wat dat is? Kijk maar eens wat er in mensen loskomt als ze teveel gezopen hebben. Platte humor, vunzigheid, agressie, geweld. Wat gebeurt er op buurtfeesten of op bedrijfsfeesten als het laat wordt? Ga je daar heen? Wil jij Jezus daar tegenkomen?

Hebzucht. Denk aan AIG, die Amerikaanse verzekeraar. Nadat de Amerikaanse regering een krediet van 85 miljard dollar gegeven had, vond de bedrijfstop het tijd voor een feestje. Kosten: meer dan 300.000 euro. En denk nu niet: O, wat erg hè?

Want die mentaliteit van rijk willen zijn, met geld willen kunnen smijten, alles willen hebben wat je hartje begeert, die beïnvloedt ons ook. Bekijk de afschriften van je bank eens. Waar gaat je geld heen? Hoeveel geld geef je weg? Kom je aan de 10%? Hoeveel dingen koop jij die je niet nodig hebt? Kun jij echt zeggen dat je niet hebzuchtig bent? Wat leer je je kinderen? Leer je ze om geld weg te geven? Of leren ze alleen maar: Als ik zeg wat ik wil hebben, dan krijg ik het? Leer je ze vrijgevigheid of hebzucht?

Vloeken en schelden. Vroeger stond er ‘laster en vuile taal’. Hoe vaak gebruik jij het f-woord? Hoe praat je over anderen? Hoe reageer je als iemand je in de auto niet zo netjes behandeld? Scheld je ‘m verrot? Vind jij het stoer om te vloeken, te schelden, gore moppen te vertellen?

Of vind je dat ik nu moeilijk doe. Dat het misschien niet netjes is al die dingen maar dat we ons er ook niet al te druk over moeten maken. Zulke dingen horen nu eenmaal bij het leven?

Kijk dan eens wat Paulus zegt: Om deze dingen treft Gods toorn degenen die hem ongehoorzaam zijn.

Het maakt God wel wat uit. God is er echt boos over. Zijn toorn treft je. Zijn toorn treft al die rijke graaiende bankiers van Wallstreet en de Amsterdamse Zuidas. Maar net zo goed die jaloerse mensen uit een rijtjeshuis die ook wel zo rijk zouden willen zijn. Of feestende jongeren die zich te buiten gaan aan alcohol op party’s die niet kunnen. God is er boos over. Over onze oneerlijke wereld, vol onrecht, porno, vloekende mensen, en driftkikkers.

3. Begrijp me goed: boos zijn is niet wat God graag wil.

Wat wil je als je in het water gevallen bent? Je wilt niets liever dan je verkleden. De kinderen hebben bij het kinderblad niet voor niets een aankleedpop gekregen.

God wil dat wij ons verkleden. Uit, die oude druipende stinkende kleren. Schoon worden, en nieuwe kleren aan. God heeft hart voor ons. Hij is er boos over als hij ons daar ziet staan – vies, nat, stinkend. Maar hij wil niets liever dan dat jij er anders uit gaat zien – schoon, droog, mooie kleren. En hij geeft je daarvoor prachtige nieuwe kleren.

Stel het je maar voor. God komt naar je toe. Hij zegt tegen je: Trek die vieze kleren maar uit. Die kunnen weg, je hoeft ze nooit meer aan. Je trekt je oude kleren uit. Doe het zelf maar eens.

En kijk eens waar hij dan mee komt. Hij geeft je nieuwe prachtige kleren. Voortaan zie je er tip-top uit. Hij kijkt met plezier naar je.

Snap je waar dat over gaat? Waar moet jij aan denken bij God die je nieuwe kleren geeft?

Dat verkleden, dat uittrekken van oude kleren en dat aantrekken van nieuwe kleren, dat is een beeld voor het moment dat je christen wordt.

Denk maar aan de doop. Waarom kregen kinderen vroeger altijd een witte doopjurk aan? Waarom hebben volwassenen die gedoopt worden vaak witte kleren aan?

Nou: als je christen wordt, als je je bekeert en je leven aan Jezus geeft, als je gedoopt wordt, dan verkleed je je. Je trekt je oude leven uit, en je mag Jezus Christus aantrekken. Hij is de nieuwe set kleren die God aan je geeft. Voortaan hoor je bij God. Je bent nu zijn kind. Je bent altijd welkom bij Hem. Je mag leven – voor altijd. Nooit meer hoef je bang te zijn voor de dood.

Je bekeren, stoppen met het oude leven, christen worden, Jezus aannemen, gedoopt worden: dat is het moment van verkleden. Oude kleren weg – Jezus aantrekken.

Let op: je verkleden is niet: ik stop met mijn oude leven en nu ga ik zelf een ander leven leiden.

Je verkleden is: God vraagt me mijn oude kleren uit te trekken. En ik krijg van Hem nieuwe kleren – Jezus zelf, de nieuwe mens. En zo word ik een nieuwe mens – voordat ik iets goeds gedaan heb. En dan komt er vanzelf ook een ander leven.

Heb jij je al verkleed? Heeft God jou ook schone kleren gegeven? Heb jij Jezus aangetrokken?

En als je nog geen christen bent – wil je van God een set nieuwe kleren krijgen? Wil jij ook Jezus aantrekken? Het kan! God wil je nieuwe kleren geven.

4. En dan? Als je die nieuwe kleren aangetrokken hebt, is het dan klaar?

Nee. Paulus schrijft aan mensen die al christen geworden zijn: Jullie hebben de oude mens uitgetrokken en de nieuwe mens aangedaan.

Tegen die mensen zegt Paulus twee dingen:

Het eerste: zorg dat je kleren nu niet weer vies worden. Al die vermaningen kun je zo samenvatten. Je bent gestopt met je oude leven. Je vieze natte kleren heb je uitgetrokken. Nieuwe droge kleren aan. Zorg ervoor dat je ze niet vies worden. Spring niet weer in de sloot. Blijf bij dat oude leven weg.

En Paulus zegt als tweede: God zelf blijft ook met je nieuwe kleren bezig. Het lijkt wel of die kleren nog niet af zijn. Of je bij een kleermaker komt om nieuwe kleren te passen. Kijken of het al goed is. Terwijl je ze al draagt worden ze steeds verder af gemaakt. Je hebt de nieuwe mens aangetrokken. En die nieuwe mens wordt steeds verder vernieuwd. De nieuwe mens aantrekken, dat is het begin van een proces dat doorgaat.

Wat denk je dat dat betekent? Dat jij nu aan de slag moet? Dat jij nu moet gaan liefhebben, goede dingen moet doen, noem het allemaal maar op? Nee, daar gaat het nog steeds niet over. Pas in vers 12 komt dat ook aan de orde.

Nee, God geeft je nieuwe kleren en God gaat met die nieuwe kleren verder. De Heilige Geest vernieuwt je steeds verder. De Geest zorgt er zelf voor dat jij steeds meer gaat lijken op Jezus. Er staat: Hij vernieuwt je naar het beeld van de schepper. Wie is het beeld van God bij uitstek – Col 1,15: Jezus Christus. Lijken op Jezus en lijken op God – het is dus hetzelfde. Wie lijkt op Jezus, lijkt op God.

Dan is de vraag die jij en ik als christen onszelf moeten stellen: hoe ben ik christen?

Had ik liever mijn ouwe vieze kleren aangehouden onder de nieuwe schone kleren? Wil ik terug naar al die dingen die Paulus hier noemt? Maar dat kan niet! Dan druipt al dat vieze slootwater er zo weer door heen! En ik werk compleet tegen God in die me juist verder vernieuwen wil!

Of kies je echt voor het nieuwe leven? Dan bid je elke dag:

Heer, ik wil me helemaal aan u geven. Maakt u mij vandaag verder nieuw. Zorgt u er zelf voor dat ik steeds meer op u ga lijken?

5. Ik sluit af met die zin die gaat over het verkleden, de oude mens uittrekken en de nieuwe mens aandoen, vers 9 en 10. Hoe begint en eindigt die?

Bedrieg elkaar niet – want je hebt je verkleed – en zo kom je tot inzicht.

Niet elkaar bedriegen, maar tot inzicht komen.

In de Colossenzenbrief komen ze steeds weer terug: kennis, volledig inzicht, waarheid, wijsheid.

Wat denk jij dan?

Kennis – ach, kennis kun je ook in boeken opzoeken. Het gaat om ervaring, beleving, gevoel?

Waarheid – ja, dat vonden ze vroeger belangrijk, maar dat gaat over mijn hoofd heen – ik vind echtheid en authenticiteit veel belangrijker.

Vergis je niet!

Wat heb jij als je vieze natte kleren draagt, heb je niks aan iemand die zegt: Hier, nieuwe kleren. Trek ze over je oude kleren heen. Hou die oude kleren maar aan? Daar heb je niks aan, je nieuwe kleren worden net zo vies als de oude.

Hoe wil jij wegblijven bij het oude leven en steeds meer op God wilt gaan lijken? Dan wil je weten waar God van houdt, wat Gods Geest belangrijk vindt, wat Jezus zou doen.

Hoe ben jij christen geworden? Door jezelf in te spannen? Nee, door Jezus, de nieuwe mens aan te trekken. Dat ene is beslissend omdat God van je houdt. Rijk of arm, Fries of Turk, werkeloos of op de top van je carrière, geboren in de kerk of nog maar net christen – het maakt niet uit. Als je de nieuwe mens maar aangetrokken hebt. Die waarheid wil je toch horen?

Waarheid is bevrijdend.

Wie de waarheid kent, die verdwaalt niet. Die weet de weg.

Inzicht helpt je om goede keuzes te maken.

De nieuwe mens is iemand met steeds meer inzicht. Die niet zo maar wat doet en aanrotzooit. Iemand die elke keer weer vraagt: Heer, wat wilt U dat ik doe? Iemand met een armbandje om: WWJD? Daarom vind ik het mooi dat er bij dat boekje van Yaconelli zo’n armbandje zat. WWJD? Dat is een armbandje dat je kan helpen om iemand te zijn met inzicht. Ik wil op Jezus lijken. Ik wil op God lijken. Belangrijk vinden wat Hij belangrijk vindt. Op plekken komen waar Hij graag zou komen. Keuzes maken waar Hij blij mee is. Hoe meer je zo leeft, hoe meer je tot inzicht komt.

Want je hebt van God nieuwe kleren aangekregen – laat ze niet weer vies worden.