Kolossenzen 1:12-14 | God geeft je de vrijheid

Mark Veurink
Mark Veurink
3 april 2016

Kolossenzen 1:12-14 | God geeft je de vrijheid

image_pdfimage_print

Vrij zijn: dat willen we allemaal. Maar wat is vrijheid? Het lijkt alsof christelijk geloof een enorme beperking is van je vrijheid. Maar het gaat niet om wat wij doen, maar om wat God doet. Hij geeft echte vrijheid: hij haalt je uit de macht van de dood.
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: LvK Psalm 111 : 1
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: LvK Lied 205 : 1, 2 en 5
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Kolossenzen 1 : 1 – 23
Zingen: Psalmen voor Nu 16
Preek over Kolossenzen 1 : 12 – 14
Zingen: GKB Gezang 141 : 1, 2 en 3
Kinderen terug
Leefregels
Zingen: GKB Gezang 125 : 1 en 6
Avondmaal
Instructies nieuwe vorm
Onderwijs
Viering
Zingen: GKB Psalm 107 : 1, 3 en 5
Gebed
Collecte
Zingen: Opwekking 733
Zegen

God geeft je de vrijheid

Inleiding
dia 1 – huisartsenpost
Het is alweer zo’n 10 jaar geleden, maar ik zal het nooit vergeten.
Ik ging naar bed en had last van een wat zeurderige pijn.
Nou ja, dan maar lekker slapen, morgen is het vast weer over.
Dat was het dus niet…
Midden in de nacht heb ik een huisgenoot wakker gemaakt, ik woonde toen op kamers,
die huisgenoot heeft de buren wakker gemaakt om een auto te lenen,
en snel naar Zwolle, naar de huisartsenpost.

In de wachtkamer leek het wel uren te duren,
maar bij de dienstdoende arts was ik zo klaar.
‘Neem maar een aspirientje en ga lekker slapen.’
Alsof ik dat nog niet had geprobeerd…
De arts kon de oorzaak van de pijn niet ontdekken,
hij kon alleen uitsluiten dat het een blindedarmontsteking was.
Dan zou de pijn namelijk aan de andere kant moeten zitten.

Uiteraard hielp het aspirientje niet en de pijn bleef.
Twee dagen later weer naar een huisarts gegaan.
Die was er niet zo zeker van dat het de blindedarm niet kon zijn:
bij wijze van uitzondering zit die wel eens aan de andere kant.
En aangezien ik heel uitzonderlijk ben…
In ieder geval moest ik met spoed naar het ziekenhuis.

dia 2 – CT-scan
Daar kreeg ik een infuus in,
terwijl ik normaal bij de gedachte aan een prikje al wit wegtrek,
en werd volgegoten met contrastvloeistof.
Dat is al geen lekker spul, maar als je dan ook nog hondsberoerd bent…
Vervolgens een grote machinekamer in voor een CT-scan.
Toen kwam de arts met het geruststellende woord:
het is niet je blindedarm, je hebt nierstenen.
Ze zeggen dat niets zo pijnlijk is als het baren van een kind,
maar dan hebben ze nog nooit nierstenen gehad…

Met die pijn moest ik maar gaan slapen.
Dat lukte dus niet…
Gelukkig had ik zo’n knop naast mijn bed,
ik heb mijn laatste moed bijeengeraapt en de verpleging opgeroepen.
Met wat zwaardere medicatie mocht ik gaan slapen.
En geloof mij: ik heb nog nooit zo lekker geslapen!
De volgende ochtend was de pijn helemaal weg.
Wat was dat een bevrijding!
Sinds die tijd zorg ik dat ik veel drink,
want dat avontuur wil ik niet nog eens beleven.

dia 3 – God geeft je de vrijheid
In Kolossenzen 1 heeft Paulus het ook over een bevrijding.
Geloven is volgens Paulus bevrijdend:
het geeft ruimte, ontspanning, opluchting, rust.
Wat kun je blij zijn als je bevrijd bent!
God doet dat: hij geeft je de vrijheid.

1. Je moet zo veel…
dia 4 – je moet zo veel…
Vrijheid, daar houden we wel van!
Zeg ons niet hoe we het moeten doen, want je moet al zo veel!
Op de radio en op TV maakt Tele2 reclame met de slogan
‘niet omdat het moet, maar omdat het mag.’
Het is een loze kreet, als je het mij vraagt,
het heeft niets te maken met de diensten van Tele2,
maar haakt helemaal in op dat we vrij willen zijn.
Dat verkoopt blijkbaar.
Maar als je op zoek bent naar vrijheid,
dan is het christelijk geloof misschien niet de eerste plek waar je zoekt.
Christenen staan ook bekend om hun regels, je moet zo veel,
hoezo geeft God je de vrijheid?!

dia 5 – als je gelooft, verandert je leven
Als je dan Paulus leest, zou je zomaar in dat beeld bevestigd kunnen worden.
Even om je een beeld te vormen: wie zijn die Kolossenzen eigenlijk?
Kolosse is een stad in klein-Azië, tegenwoordig Turkije.
In die stad is nog niet zo lang een christelijke gemeente.
Paulus heeft heel wat plaatsen aangedaan op zijn zendingsreizen,
maar in Kolosse is hij nog nooit geweest.
Een zekere Epafras heeft de Kolossenzen over Jezus verteld,
en via Epafras is Paulus op de hoogte van de jonge kerk in Kolosse.

Paulus zou graag zelf naar Kolosse komen, maar het gaat niet:
Paulus zit in de gevangenis.
Daarom schrijft hij een brief.
Hij schrijft hoe blij hij is
dat ook in Kolosse mensen door Gods genade worden veranderd.
Dat is voor Paulus ook heel belangrijk: dat mensen veranderen.
Hij bidt er ook om, elke dag,
dat de Kolossenzen helemaal volgens Gods wil zullen leven.
Bij geloven in Christus hoort ook een leven als christen.

De Kolossenzen merken ook dat hun leven veranderd is
sinds ze Jezus hebben leren kennen.
Nog niet zo lang geleden hadden ze een heel ander leven,
en ze zijn blij dat ze dat achter zich konden laten.
Maar ze weten ook dat er nog best een weg te gaan is,
ze merken dat slechte oude gewoontes toch weer opduiken,
dat ze nog verder moeten groeien in hun leven als christenen.

dia 6 – is dat wel zo’n bevrijding?
Moet je als christen van alles?
Paulus maakt in ieder geval duidelijk,
en de Kolossenzen zullen het ongetwijfeld bevestigen,
dat als je christen bent, dat je leven dan ook verandert.
En daar kun je best moe van worden: ik moet anders leven.
Als ik christen ben, dan mag ik niet zelf bedenken hoe ik leef,
dan is het gedaan met mijn vrijheid!
En is het voor God ooit goed genoeg?
Het is ontmoedigend, al die regels…
Om het nog maar niet te hebben over hoe ver je moet gaan.
Als ik denk aan wat er allemaal in de wereld gebeurt,
hoeveel mensen op de vlucht zijn en onmenselijk worden behandeld,
dan krijg ik een schuldgevoel dat ik lekker op de bank kan hangen…
Soms vind ik mijzelf maar een waardeloos christen,
dan baal ik van mijzelf dat ik me er zo makkelijk vanaf maak.

Het lijkt wel dat als je vrij wilt zijn,
je maar beter met een boog om het christelijk geloof heen kunt lopen.
Christenen maken het zichzelf zo lastig…
Heb je zonder God niet veel meer vrijheid?

2. God geeft je de vrijheid
dia 7 – God geeft je de vrijheid
‘Nee,’ zegt Paulus, ‘dan heb je het niet begrepen.’
Ja, als je christen bent, verandert er iets in je leven,
maar dat is geen last, waarmee je je vrijheid opgeeft.
We lazen: ‘hij heeft ons gered uit de macht van de duisternis
en ons overgebracht naar het rijk van zijn geliefde Zoon.’
God maakt je juist vrij van de macht van de duisternis
en geeft je zo de vrijheid.

dia 8 – het gaat niet om wat jij doet maar wat God doet
Moet je voor God van alles?
Nee, dat zou zo zijn als Paulus had geschreven:
stap uit de duisternis en ga het rijk van Jezus binnen.
Maar dat zegt Paulus niet!
Hij zegt: Gód heeft ons gered en Gód heeft ons overgebracht.
In het christelijk geloof gaat het niet om wat wij allemaal moeten doen,
maar om wat God gedaan heeft en doet.

Afgelopen najaar hebben we hier in de kerk een Alpha-cursus gegeven.
Op een van de cursusavonden kwam deze tekst ook voorbij: God heeft ons overgebracht.
Bij die tekst moesten we een schilderij maken.
Ik heb zelf ook meegedaan, met dit resultaat.
Ik heb een lift geschilderd, of in ieder geval geprobeerd…
Jezus wordt wel eens vergeleken met een brug
die de kloof tussen God en ons overbrugt.
Een mooi beeld, maar over een brug moet je nog lopen.
Bij een lift is het anders:
Jezus komt naar beneden om ons in zijn rijk te brengen.
Jezus doet het.

Als Paulus het heeft over hoe de Kolossenzen veranderd zijn,
dan zit dat er ook steeds achter.
De Kolossenzen moeten niet van alles, Gód heeft hen veranderd.
Neem bijvoorbeeld vers 8:
daar gaat het over de liefde die de Géést in de Kolossenzen opwekt.

dia 9 – God maakt vrij van de macht van de dood
Christelijk geloof gaat dus niet om ‘moeten’: God verandert je.
De Kolossenzen hebben dat echt als een bevrijding ervaren!
Niet omdat ze ontevreden met hun leven waren.
Ga er maar vanuit dat het gewone mensen waren, zoals jij en ik.
Mensen van wie het leven soms meezit en soms tegenzit.
Maar geen mensen die zaten te wachten op een bevrijding.
Maar als Epafras op een dag vertelt over Jezus,
dat hij is opgestaan uit de dood, zijn ze nieuwsgierig.
Iemand die uit zijn graf wandelt, daar moeten ze meer van weten!
Hoe meer ze horen, hoe bevrijder ze zich voelen.
Ze ontdekken waar het leven echt om gaat.

Uit de duisternis naar het rijk van Gods Zoon, zo ervaren ze het nu echt.
Voordat ze Jezus leerden kennen waren ze in de macht van de duisternis.
En dáár zit het antwoord op waarom je voor vrijheid bij God moet zijn.
Wat is vrij zijn?
Ben je vrij als je helemaal niets hoeft, als niets of niemand macht over jou heeft?
Volgens Paulus bestaat dat helemaal niet!
Er is altijd iets dat jou beheerst.
En als er één ding is waar niemand onderuit komt, dan is het wel de dood.
De dood heeft macht over iedereen.
Je weet dat je op een dag zult sterven,
en dat is iets dat invloed heeft op je hele leven.
Ben je dan vrij?
God maakt je vrij van de macht van de dood.
Jezus is opgestaan: de macht van de dood is gebroken!
Dat opent de ogen van de Kolossenzen.
Opeens zien ze dat hun oude leven, waar ze best gelukkig in waren,
altijd beheerst werd door de macht van het duister.
Bij Jezus vinden ze zin, rust, houvast en liefde.
Ze leven niet langer om te sterven!

dia 10 – ook al blijft het duister trekken
Het is echt niet zo dat de Kolossenzen superheiligen zijn.
Ze voelen de macht van het duister trekken.
En toch zegt Paulus dat God hen al hééft bevrijd.
Ik kan enorm van mijzelf balen,
ik kan voelen dat ik als christen tekort schiet,
maar God zegt dat hij alles al gedaan heeft!
Dát is vrijheid.

3. Dank God!
dia 11 – dank God!
‘Hij heeft ons gered uit de macht van de duisternis
en ons overgebracht naar het rijk van zijn geliefde Zoon.’
Dat is in één zin waar christenen in geloven.
En je mag er blij mee zijn.
Dat zegt Paulus ook: ‘breng met vreugde dank aan de Vader.’

dia 12 – wees dankbaar voor wat God heeft gedaan
Ere wie ere toekomt:
christelijk geloof gaat niet om wat wij allemaal moeten doen
maar om wat God doet.
Paulus zegt: ‘hij stelt u in staat te delen in de erfenis.’
Je mag ook zeggen: God heeft je gekwalificeerd.
Zoals bij een sporttoernooi: daar mag je niet zomaar aan meedoen.
Als ik mij zou aanmelden voor, ik noem maar wat,
het Nederlands Kampioenschap badminton,
dan moet ik eerst bewijzen dat mijn niveau hoog genoeg is.
Ik zou dan al heel snel door de mand vallen…
Voor het koninkrijk van Gods Zoon ben je ook niet zomaar geschikt:
ook daarvoor moet je gekwalificeerd zijn.
En dat ben je, niet op basis van je eigen prestaties,
maar op basis van wat God heeft gedaan!
Jezus is opgestaan: daarom wacht je een geweldige toekomst
die nu al mag beginnen.
Alle reden om dankbaar te zijn!

dia 13 – dan ga je ook voor Gods rijk leven
Dankbaarheid helpt je ook verder, veel meer dan een schuldgevoel.
Misschien ben ik de enige die zo eigenwijs is,
maar als ik moet veranderen wil ik het niet en kan ik heel koppig zijn…
Maar als je God dankt voor wat hij voor je doet,
als je blij bent met God,
dan merk je dat de macht van het duister steeds minder aan je trekt.
Als je naar Jezus kijkt, als je zijn liefde op je laat inwerken,
als je je verwondert over alles wat hij gedaan heeft,
dan is dat duister helemaal niet meer zo aantrekkelijk.
En als je baalt van jezelf,
als je vindt dat je weer eens tekortschiet, houd het jezelf dan maar voor:
ik ben vrij, God heeft mij bevrijd, het duister heeft het niet voor het zeggen in mijn leven!

dia 14 – avondmaal: vier je vrijheid!
Kijk maar naar Jezus, juist ook in het avondmaal,
en dan wordt het nieuwe leven meer en meer werkelijkheid.
Jezus is opgestaan: er wacht ons een geweldige toekomst.
Nu al mogen we pootjebaden in het licht,
en straks worden we er helemaal in ondergedompeld,
is er nergens meer duister te bekennen.
God heeft ons overgebracht naar het rijk van zijn geliefde Zoon:
laten we dat aan het avondmaal vieren!
Amen.