Johannes 2,1-11 – Kijk, de heerlijkheid van Jezus: wat een wijn!

Hans Burger
Hans Burger
10 januari 2010

Johannes 2,1-11 – Kijk, de heerlijkheid van Jezus: wat een wijn!

image_pdfimage_print

Liturgie

Voorzang  Gez 132,1.4.6
Stil gebed
Votum / groet
Zingen Ps 92,1.2.5
Wet
Zingen Ps 119,49.66
Gebed
Schriftlezing (en tekst): Joh 2,1-11
Zingen Gez 115,1.2
Preek
Zingen: LB 288,1.5.7.8
Gebed
Collecte
Zingen Gez 52
Zegen

Opmerking: ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

Preek over Johannes 2,1-11 – Kijk, de heerlijkheid van Jezus: wat een wijn!

1. Koud is het hè? Stel je voor dat je nu zou trouwen, met zo’n trouwjurk met een blote rug of zo. Bibberkoud, verschrikkelijk. Buiten is het koud, maar bij de bruiloft in Kana belanden we in andere sferen. Zoiets als waar Janneke nu zit, op Cyprus, een graad of 20, 22 is het daar nu. Zo is het weer in Kana ook, of warmer. Leuk trouwens: een preek schrijven over een bruiloft terwijl je alleen thuis bent en je vrouw op Cyprus zit. Maar goed, wat zou het geweest zijn, voorjaar?

Met het weer zat het vast goed. Het vroor niet, er lag geen sneeuw. Nee, het was weer om feest te vieren.

En dat deden ze.

Jezus’ moeder, Maria was ook op het feest. Net als Jezus en zijn eerste leerlingen. En toen was de wijn op!

Was het een feest van familie? In elk geval: Maria voelt zich verantwoordelijk. Dus ze gaat naar haar zoon toe: De wijn is op! Kunnen we daar wat aan doen?

Ik kan me ergens voorstellen dat mijn moeder zo ook naar mij toe zou kunnen komen. En zeker als Jozef al overleden is – hij komt niet meer voor in het verhaal. Dan ga je naar je oudste zoon toe: ‘Jezus, de wijn is op!

Moeten we naar de winkel gaan? Zou Levi, de oom van onze buren nog wijn in voorraad hebben?’

Of zou Maria aan een wonder gedacht hebben? Ik weet het niet. Misschien wel niet. Jezus had nog nooit in het openbaar wonderen gedaan. Misschien ook wel…

Wat reageert Jezus dan gek.

‘Mevrouw, is dat uw zaak of mijn zaak? Mijn tijd is nog niet gekomen.’

Hoe zou jij reageren als je iemand iets vraagt, en je krijgt zo’n antwoord?

Zou je boos worden? Gepikeerd?
‘Ok, dan hoeft het niet meer!’

Zou je in discussie gaan?

En als het je eigen zoon was?

En… als jij iets aan Jezus vraagt, en je zou zo’n reactie krijgen:

‘Meneer, wat wilt u van mij? Mijn tijd is nog niet gekomen?’

Als je heel graag iets van God wilt krijgen en je hebt het gevoel dat God niet reageert, afstandelijk is, niet luistert?

Zou je dan teleurgesteld raken in God? Minder gaan Bijbellezen, minder gaan bidden? Sneller toegeven aan je verveling, je knorrigheid, je verslavingen?

Als ik het bij mezelf houd: misschien wel… Subtiel wraak nemen – het kan tussen mensen gebeuren, je kunt het ook richting God doen. Als je je zin niet snel genoeg krijgt.

2. Kijk eens hoe Maria reageert. Ze gaat niet in discussie, ze wordt niet boos. Ze heeft wel goed geluisterd. ‘Mijn tijd is nog niet gekomen.’

Jezus zegt het vaker in het Johannes-evangelie. ‘Mijn tijd is nog niet gekomen.’ Dan gaat het meestal over het beslissende moment van zijn verheerlijking. Door te sterven aan het kruis zal Hij zijn heerlijkheid laten zien en naar zijn Vader gaan.

Pas als het zijn tijd is, dan zal Hij zijn heerlijkheid laten zien. Zo zegt hij het hier ook: ‘Mijn tijd is nog niet gekomen’?

Zou hij … bedoelen dat Hij straks iets gaat doen?

Maria heeft inderdaad goed geluisterd.

Kijk maar wat ze doet.

Ze rekent erop dat Jezus vroeg of laat iets zal doen. Ze stapt naar de bediening toe. ‘Zie je die man daar? Als hij straks naar jullie toekomt, moet je doen wat Hij zegt. Al denk je: waar is dat nu weer goed voor?’

Ze gaat niet zitten mokken.

Ze gaat niet zelf iets op touw zetten.

Ze loopt Jezus niet in de weg.

Zie je hoe Maria een prachtig voorbeeld geeft van geloof?

Ze gelooft in Jezus – Hij gaat straks iets doen. Wat, wanneer, dat weet ze niet. Maar ze is vol verlangen. Ze blijft vol verwachting. Jezus gaat iets groots doen. Hij zal ons niet in de steek laten.

Ze gaat voorbereiden: mensen klaar maken. Dan staan ze straks klaar als er iets gedaan moet worden. Dan krijgt Jezus alle ruimte. Dan kan hij geweldige dingen doen.

Hoe doe jij dat, als je moet wachten? Als Jezus Christus niet direct ingrijpt in je leven? Ook al bid je er nog zo hard om?

Ga je zelf druk aan de slag – als Jezus het niet doet, dan moet ik maar?

Haak je af – dan maar niet?

Ik denk dat het ons vaak wel zo vergaat. Stoppen met bidden, en zelf iets gaan organiseren. Of helemaal niks doen. Ik herken dat ook bij mezelf.

Neem een voorbeeld aan Maria. Laten we het tegen elkaar zeggen:

Vroeg of laat gaat Jezus iets doen – omdat Hij het zelf beloofd heeft.

Misschien heeft hij jou daarbij wel nodig.

Sta klaar voor als Jezus jou oproept en een opdracht geeft.

Voor als iemand hulp nodig heeft.

Voor als er iets in de gemeente gedaan moet worden.

Voor als we kunnen getuigen van onze Heer.

Wees voorbereid – voor als de tijd van Jezus gekomen is!

3. Waar Jezus geloof vindt, daar gaat Hij ook aan de slag.

Voor de eerste keer gaat Hij een wonderteken doen.

Daarbij gaat Hij doelbewust te werk. Hij kiest zes grote stenen watervaten uit. Want ze waren groot. Weet je hoeveel twee of drie metreten is?

Dat is tachtig tot honderdtwintig liter. Bij elkaar dus zo’n 600 liter – 600 literpakken met drinken.

Maar wat waren dat voor watervaten?

Het gaat er niet alleen om dat ze groot waren. Jezus kiest ze ook om een andere reden uit. Ze stonden daar voor het Joodse reinigingsritueel.

De wetten van Mozes schrijven voor dat wat onrein is, gewassen en gereinigd moet worden. De Joodse wetgeleerden hadden dat verder uitgebreid: wanneer je iets moest wassen, wanneer je je handen moest wassen.

Hygiënisch.
Maar ook kosher – rein volgens de regels van God.

Zo had God het zijn volk geleerd: leef volgens mijn regels, leef rein en heilig.

Die watervaten verwijzen naar die regels van Mozes.

Weet je nog wat er in Johannes 1 staat, vers 16 en 17?

‘Uit zijn overvloed hebben wij allemaal ontvagen, zelfs genade in plaats van genade. Want de wet is via Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn met Jezus Christus gekomen.’

De gave van de wet van Mozes was een gave van Gods genade.

Maar nu komt er iets in plaats van die wet.

Jezus gaat die wetten van Mozes overtreffen met een veel grotere gave. De overvloed van zijn genade en waarheid.

Op welk nivo leven wij?

Op het nivo van de wetten van Mozes?

Of op het nivo van de vervulling: de overvloed van genade en waarheid van Jezus Christus?

De wetten van Mozes zijn goed. Proberen te leven volgens de wetten van Mozes is goed. Dan streef je ernaar om rein te zijn. Heilig. Toegewijd aan God. Je doet het keurig volgens de regels. Dat is waardevol – je leven kosher.

Maar lukt dat streven altijd als wij zelf aan de slag gaan?

Nee.

Je kunt er heel druk mee zijn, maar word je dan ook iemand die echt op God lijkt? Die echt vol is van God?

Nee.

Het blijft karig. Keurig, maar afgepast. De haren netjes gekamd, nette kleren, nette mensen.

Maar getuigt zo’n leven van Gods overvloed?

Nee.

Ik – en ik denk veel van ons – we moeten ervoor oppassen dat we niet blijven hangen op het nivo van Mozes. Netjes volgens de regels leven, en dan is het wel goed.

4. Want Jezus laat die vaten niet voor niks helemaal met water vullen. Tot de rand toe. Ze lopen zowat over.

Is dat de overvloed van Jezus? Een overvloed van reinigingswater?

Dat we alle regels kunnen houden? Dat alle onreinheid weg is? Dat we helemaal op en top keurig zijn?

Het lijkt erop. Want als de bediening ervoor gezorgd heeft dat de vaten helemaal vol zijn, zegt hij: Schep er nu wat uit, en geef het aan de ceremonie-meester.

Dus, daar lopen twee mensen van de bediening met een grote pollepel. Ze gieten wat in een beker, en ze geven het aan de beste man. Die weet natuurlijk dat de wijn bijna op is. Hij drinkt.

‘Wat is dit? Waar hebben jullie dit vandaan? Wow, dit is fluweel op je tong. Wat een bouquet! Wat een nasmaak. Dit is een topwijn!’

En hij rent naar de bruidegom.

‘Wat doe jij nou?

Normale mensen die schenken op hun feestje eerst de goede wijn.

En dan later, als er goed gedronken is, dan kun je ook die goedkope nog eens schenken. Dan proeven ze het niet meer precies.

Jij hebt de allerbeste wijn tot het eind van het feest bewaard!’

Bij de deur naar de keuken staat Jezus te kijken. Zijn ogen glimmen.

Ze hoeven niet te weten waar die wijn vandaan komt.

Vandaag is het feest! Het feest van de liefde van het bruidspaar.

Daar gaat het om.

Dat feest moet doorgaan – het moet nog mooier worden.

Zo is de overvloed van Gods goedheid en waarheid.

Jezus kiest er bewust voor om het zo te doen.

Stenen watervaten, om alles keurig kosher te maken.

Ze staan nu vol met een overvloed van wijn – topwijn.

In plaats van een keurig leven volgens de wetten van Mozes komt iets anders.

Proef je het? Wat ervoor in de plaats komt?

Hoe zou je dat voor jezelf omschrijven?

Gods liefde, Gods overvloed, Gods goedheid en waarheid, de genade van Jezus Christus, zo is het dus:

Voor een keurig leven volgens de wetten van Mozes komt iets anders in de plaats.

Het beste op het laatst.

Hij schept iets nieuws.

Topwijn, zodat het feest van het leven door kan gaan.

Topwijn, zodat het leven nu echt een feest wordt.

Topwijn, wijn van ware liefde.

Proef je er iets van?

Ken jij zelf die volheid?

Ik denk dat niemand van ons die overvloed volledig kent.

Is dat onze eigen schuld?

Misschien ook wel – vaak zijn we al snel tevreden.

Misschien laten we wel veel te veel liggen.

5. En dan?

Denk aan Maria.

Laat je niet ontmoedigen.

Misschien sta je God wel in de weg. Laat je Gods overvloed teveel liggen.

Die ontdekking kan een nieuw begin zijn!

Zorg dat je oog krijgt voor de heerlijkheid van Jezus en voor de overvloed die Hij geeft. Misschien is die overvloed wel dichterbij dan je denkt. Verborgen, maar wel zo heerlijk.

Want …hoe ging het toen in Kana?

Probeer je eens in te denken hoe het daar was.

Hoeveel mensen hebben toen gesnapt wat het betekende – wijn uit die reinigingsvaten?

Hoeveel mensen hebben werkelijk door gehad wat er gebeurd was?

Was er toen in Kana al vrede op aarde? Was toen alles al klaar?

Misschien werden er wel mensen dronken die met elkaar op de vuist gingen.

Misschien gooide iemand met een zatte kop wel een hele stapel borden omver.

Jezus laat zijn heerlijkheid zien – maar wie hebben er oog voor gehad?

Jezus’ leerlingen geloofden in Hem. Over de bedienden wordt niets gezegd.

Zijn grootheid was zichtbaar, maar ook nog verborgen.

Jezus’ grootheid is vaak nog verborgen – en tegelijk zo heerlijk.

De heerlijkheid van Christus die sterft aan het kruis – verschrikkelijk. En zo kostbaar.

De heerlijkheid van Christus in de hemel die je niet ziet – lastig. En zo belangrijk.

De heerlijkheid van Christus – die het op zijn manier doet. Op wie je moet wachten. Die soms anders te werk gaat dan je verwacht.

Zie jij de grootheid van Jezus? In jouw eigen leven?

Voor Jezus’ grootheid kun je oog krijgen.

Je krijgt er oog voor als je Jezus leert kennen.

Als je gaat ontdekken wat zijn heerlijkheid inhoudt.

Bijvoorbeeld in de geschiedenis van de bruiloft in Kana.

En dan ook in je eigen leven.

Ken jij Jezus uit de Bijbel? En herken je Hem dan in je leven van elke dag?

Ik sprak eens iemand die door ziekte aan huis gebonden zat. Ze kon geen kant op. Ze had veel pijn. Ze vertelde: Regelmatig denk ik: Ik heb iets nodig, hoe moet ik daar nu weer aan komen? Ik ben alleen, maar ik wil ook niet iemand anders vragen. Hoe ga ik dat oplossen?

En elke keer als het zo is, dan komt er iemand binnen. Elke keer word ik op tijd geholpen.

En ze was er zelf enorm dankbaar voor. En ze hield van haar Heer.

Daar zie ik de grootheid, de heerlijkheid van Jezus.

Zo begint het – voor wie het wil zien.

6. Maar daarmee is niet alles gezegd.

Toen in Kana was er heel veel wijn.

Maar het was alleen nog maar wijn.

Jezus staat in Kana aan het begin van zijn weg. Hij doet zijn eerste wonderteken. Een veelbetekenend begin. Hier ga ik jullie brengen. Zo overvloedig wordt Gods feest!

Ook wij zijn nog op weg naar de volle overvloed van dat feest.

Tegelijk is er na Kana al wel meer gebeurd.

Het uur van Jezus is echt gekomen. Als hij sterft en opstaat uit de dood. Als Hij naar zijn Vader gaat. Als Hij ons bij zijn Vader brengt. Kijk in Johannes 14 vers 2 en 3. Hij is er nog mee bezig om ons in het huis van de Vader te brengen. Maar we zijn wel verder dan toen in Kana.

Toen was de volheid van de Heilige Geest er nog niet. Nu is het Pinksteren geweest. De Geest is gekomen in overvloed: rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie gelooft – Joh 7,38-39.

Van wie gelooft – precies dat wat wat typerend was voor Maria en de leerlingen: ze zagen zijn eerste wonderteken – en ze geloofden in Jezus.

Wie gelooft in Jezus, die ziet steeds weer zijn grootheid en die vindt zijn overvloed.

Wij kunnen Jezus’ overvloed nog niet volledig kennen – dat komt nog.

Maar we kunnen wel op een te laag nivo blijven hangen, door gebrek aan geloof.

Alsof er alleen vaten met reinigingswater zijn. Alsof alleen Mozes er is.

Jezus is er.

De Heilige Geest is er.

De overvloed van levend water is gaan stromen.

Verborgen nog, maar onmiskenbaar.

Wat moet je doen als je verlangt naar die overvloed?

Kijk dan vol verlangen uit naar Jezus.

En kijk naar Jezus zelf – Jezus zoals je Hem bijvoorbeeld in deze geschiedenis leert kennen.

Kijk naar Hem, leer Hem kennen, ontdek wie Hij is en wat Hij wil geven.

Geloof dat er in Hem een volheid is.

Geloof dat die volheid er ook voor ons is door de Heilige Geest.

Verlang naar die volheid en bid er om.

Houd er serieus rekening mee dat die volheid kan gaan stromen.

Zoals Maria deed – jongens, als Jezus een opdracht geeft, moet je doen wat Hij zegt. Dat wij klaar staan om de overvloed van Jezus op te vangen en door te geven.

Soms zul je het zien en ervaren: wat een overvloed.

En verder, als zijn uur nog niet gekomen is:

Wees blij en verlang naar wat komen gaat. Gods uur komt!