Johannes 20:29 – Is geloven naïef?

Mark Veurink
Mark Veurink
17 juni 2014

Johannes 20:29 – Is geloven naïef?

image_pdfimage_print

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.
Bij deze preek is preekverwerkingsmateriaal beschikbaar: Samen GROEI-en.

Liturgie

  • Zingen: GKB Gezang 165
  • Stil gebed
  • Votum en groet
  • Zingen: Psalm 81 : 1, 2, 7 en 8 (in het Fries)
  • Gebed
  • Kinderen naar club
  • Lezen: Johannes 20 : 19 – 31
  • Zingen: LvK Lied 328 : 2 en 3
  • Preek over Johannes 20 : 29
  • Zingen: GKB Gezang 94 : 1, 2 en 6
  • Kinderen terug
  • Lezen wet
  • Zingen: Psalm 84 : 3 en 6
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: GKB Gezang 64 : 1, 2 en 3
  • Zegen

Preek: Is geloven naïef?

Inleiding
dia 1 – zwart
Er zijn twee soorten mensen.
Oke, iets te stellig gezegd, maar ik wil het hebben over sceptische en naïeve mensen.
Sommige mensen kun je van alles wijs maken, ze geloven je toch wel.
Ze vragen er bijna om dat je ze voor de gek houdt.
Zo iemand noem je naïef.
Andere mensen zeggen altijd ‘ja, maar…’,
zoeken altijd naar het addertje onder het gras.
Zo iemand is sceptisch.
Ik denk dat iedereen wel voorbeelden weet van allebei de ‘soorten’, toch?
Trouwens, de meeste mensen zitten er natuurlijk gewoon tussenin,
er zijn maar weinig mensen die altijd naïef of altijd sceptisch zijn.
Maar het gaat nu even om het verschil.

dia 2 – ringstaartmaki
Een tijdje geleden deed ik mee met een woordspelletje.
We moesten om de beurt een diersoort noemen,
en dat moest dan beginnen met de laatste letter van het vorige dier.
Dus het eerste woord is ‘olifant’, dat eindigt met een ‘t’,
de volgende moet dan een dier met een ‘t’ bedenken, bijvoorbeeld ‘tijger’.
Dat eindigt met een ‘r’, en dan ben ik aan de beurt,
en kan ik mijn favoriet voor dit soort spelletjes noemen: ‘ringstaartmaki’.
Goed, de spelregels zijn wel duidelijk.

dia 3 – dahlia
Terug naar het spelletje dat ik deed.
De ‘d’ was aan de beurt, en de makkelijke dieren waren al aan de beurt geweest.
Maar dan verzin je toch gewoon een dier?
Het volgende dier werd de ‘dahlia’…
Voor wie het niet weten: dat is een bloem, geen dier.
Maar de volgende die aan de beurt was, geloofde het direct.
Naïef dus…
Inmiddels hadden we wel door dat we elkaar voor de gek gingen houden,
en toen de ‘tureluur’ genoemd werd, geloofde de volgende er niets van.
‘De tureluur, ja hoor, verzin maar een echt dier!’
Onnodig sceptisch, want de tureluur bestaat echt!

dia 4 – zwart
Een beetje scepsis is best gezond,
anders kan iedereen je altijd voor de gek houden.
Als je reclames ziet of hoort,
dan kun je maar beter een beetje nuchter zijn.
‘Nu halen, pas in 2016 betalen.’
Ja, vast, tegen een hoge rente en andere extra kosten…
‘Winnen doe je bij de postcodeloterij.’
Ik geloof er niets van, de meeste mensen verliezen alleen maar
en blijven ervan dromen ooit miljonair te worden.
O ja, ik weet dat een deel van het geld naar een goed doel gaat,
maar steun dan gewoon rechtstreeks goede doelen.
Een goed doel waarvan 50 procent in de zakken van de directeur belandt,
daar zou iedereen schande over spreken,
maar als je zelf een zeer kleine kans maakt op dat geld, dan klaagt niemand meer…
Het moge duidelijk zijn: ik ben vaak sceptisch.

dia 5 – is geloven naïef?
Maar wat moet je dan met verhalen over de opstanding?
Met een bijbel en een kerk die zeggen dat Jezus leeft?
Is dat ook niet een mooi bedacht sprookje,
iets waar alleen naïeve mensen in geloven?
Daar gaat het vanmorgen over: is geloven naïef?

1.Te mooi om waar te zijn
dia 6 – houden we onszelf voor de gek?
Tomas is daar heel uitgesproken over.
Hij heeft de verhalen wel gehoord,
dat Jezus zou zijn opgestaan.
Maar hij denkt er het zijne van.
Jezus leeft, dat is toch te mooi om waar te zijn?

Christenen geloven dat Jezus inderdaad leeft.
En dan niet dat Jezus voortleeft in onze gedachten, of zoiets vaags,
maar dat Jezus lichamelijk is opgestaan en nog altijd leeft,
nu aan de rechterhand van zijn Vader in de hemel.
Maar is het niet ontzettend naïef om dat te geloven?
Het vliegt mij wel eens aan:
houden we onszelf niet gewoon voor de gek?
Geloven we niet in Jezus omdat we het nu eenmaal graag wíllen geloven?
In een sceptische bui twijfel ik eraan: leeft Jezus wel echt?

dia 7 – Tomas: een rasechte scepticus
Tomas wil zich in ieder geval niet voor de gek laten houden.
Hij is een rasechte scepticus.
Zelf zou hij liever zeggen dat hij een realist is.
Zo komt hij ook naar voren in eerdere hoofdstukken in Johannes.
Bijvoorbeeld in hoofdstuk 11, waar Jezus zijn vriend Lazarus uit de dood opwekt.
Daarvoor moet Jezus naar Betanië, een dorp dicht bij Jeruzalem,
gevaarlijk dicht bij de Joodse leiders die Jezus willen doden.
Als Jezus zich niet door het gevaar laat weerhouden,
merkt Tomas cynisch op: ‘laten wij dan ook maar gaan, om met hem te sterven.’

En nu komt de sceptische Tomas weer naar boven.
Hij had het altijd al gezegd: met Jezus kon het niet goed aflopen.
Hij heeft gelijk gekregen.
Blij is hij er niet mee, maar het is gewoon de werkelijkheid.
Maar de andere leerlingen van Jezus lijken hun ogen daarvoor te willen sluiten.
Ze vertellen elkaar verhalen over dat Jezus zou zijn opgestaan.
Ook Tomas hoort hun verhalen aan,
maar Tomas weet wel beter: de anderen zitten nog in de ontkenningsfase.
Trouwens, toen Maria vertelde dat ze Jezus had ontmoet,
hadden de andere leerlingen net zo gereageerd als Tomas.
Zo veel verschil zit er nu ook weer niet tussen Tomas en de rest.

Wat zou Tomas het graag willen geloven, dat Jezus leeft.
Dat zou fantastisch zijn, maar hij weet wel beter: het kan gewoon niet.
Ja, als Jezus voor hem zou staan en Tomas Jezus zou kunnen aanraken,
misschien dat dat hem zou kunnen overtuigen.
Maar Tomas houdt er geen moment serieus rekening mee.
Hij heeft medelijden met de anderen: ze zijn helemaal gek geworden.
Een week lang denkt Tomas dat hij de enige is die nog gezond na kan denken.

dia 8 – de bijbel neemt twijfel serieus
Geloven in Jezus lijkt naïef.
Ik ben blij dat in de bijbel zelf al aandacht is voor dat probleem.
In de bijbel wordt twijfel serieus genomen,
wordt niet gedaan alsof dat niet bestaat.
Want het is helemaal niet vreemd als je het maar moeilijk kunt geloven.

2.Gefeliciteerd als je gelooft!
dia 9 – gefeliciteerd als je gelooft
Jezus geeft daarvoor erkenning als hij zegt:
‘gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’
Geloven is moeilijk omdat je Jezus niet kunt zien,
als je tóch gelooft ben je volgens Jezus te feliciteren.
Waarom je zou geloven, daar kom ik zometeen nog wel op terug,
maar waar het nu eerst om gaat: geloven is een felicitatie waard.
Blijkbaar maakt het nogal verschil of je gelooft.

dia 10 – geloven maakt verschil
Terug naar Tomas.
De verhalen dat Jezus zou zijn opgestaan,
hij kan ze niet serieus nemen, maar ze laten hem ook niet los.
Bovendien voelt hij zich bij de andere leerlingen van Jezus
nog altijd meer thuis dan bij de Joden.
Een week nadat Jezus aan de leerlingen is verschenen
is Tomas er dus ook bij.

Het wordt een onvergetelijke avond.
Opeens staat Jezus in hun midden.
‘Ik wens jullie vrede,’ zegt hij, net als vorige week.
En dan richt hij zich tot Tomas.
Tomas wordt compleet overdonderd: ‘dus toch!’
Van de sceptische Tomas is weinig meer over, hij belijdt:
‘mijn Heer, mijn God.’

Je bent te feliciteren als je net als Tomas gelooft dat Jezus leeft.
Of je dat wel of niet gelooft, dat is niet om het even.
Geloven dat Jezus is opgestaan,
dat is niet dat je een waarheid aanneemt, een dogma.
De vraag of Jezus echt is opgestaan is belangrijk, niet als feitje,
maar omdat het een diepe persoonlijke betekenis heeft.
Tomas zegt ook niet zomaar ‘Heer en God’, maar ‘míjn Heer, míjn God’.
Dat Jezus leeft, verandert alles.

dia 11 – het gaat om wat Jezus doet
Ook voor Tomas, de scepticus.
Hij was Jezus drie jaar lang gevolgd.
Hoe kritisch Tomas ook kon zijn, door Jezus werd hij geïnspireerd.
Tomas heeft veel geleerd over liefde en zelfverloochening.
Jezus was voor hem een leraar, met wijze woorden.
Daarmee kan Tomas ook nu verder.
Ook al is Jezus er niet meer, zijn gedachtegoed zal voortleven.
Zonder opstanding is Jezus een geweldig voorbeeld.

Dat is Jezus ook, maar hij is meer!
Jezus alleen als voorbeeld is genadeloos, want dan ligt de lat heel hoog.
Dan moeten wíj werken aan een betere wereld…
De geschiedenis laat wel zien dat dat niet zo’n succes is.
Maar het belangrijkste is niet wat wíj terechtbrengen van Jezus’ onderwijs,
het belangrijkste is wat Jezus voor ons gedaan heeft.
Híj werkt aan die betere wereld.
Het onderwijs van Jezus geeft nog geen hoop, zijn opstanding wel:
Jezus gaat verder waar mensen niet verder kunnen.
Dat is waar Tomas door overrompeld wordt,
en je bent te feliciteren als je dát gelooft.

dia 12 – Jezus leeft: hij is je leven
‘Mijn Heer, mijn God.’
Tomas vindt niet alleen inspiratie in mooie woorden van Jezus,
hij geeft zich over aan de levende Heer.
Als je net als Tomas gelooft dat Jezus leeft, dan is Jezus je leven.
Je kunt met Jezus omgaan en hij maakt je een nieuw mens.
Je verwacht je geluk van hem, in plaats van het zelf te regelen.
Je hebt een toekomst in een nieuwe wereld met een nieuw lichaam.
Dat is geloven in de opstanding, en een felicitatie waard.

3.Waarom zien wij Jezus niet?
dia 13 – geloven zonder zien is moeilijker
Maar…
Als het dan zo veel verschil maakt of je gelooft dat Jezus is opgestaan,
waarom laat Jezus zich dan niet aan ons zien,
terwijl hij dat bij Tomas wel deed?
Voor Tomas was het toen natuurlijk niet moeilijk meer
om te geloven dat Jezus leeft.
Hij heeft het zelf gezien.
Waarom hij wel en wij niet?
Jezus weet toch ook wel dat we het veel makkelijker zouden geloven
als wij hem ook gewoon zouden zien?

Inderdaad, Jezus weet dat heel goed.
Hij zegt het ook.
‘Tomas, jij hebt mij nu gezien, en daarom geloof je het.
Ik heb je een bijzonder voorrecht gegeven.
Maar ik blijf niet lang meer in deze wereld.
Ik moet terug naar mijn Vader, en laat me niet meer zien.
Geloven wordt moeilijker: mensen zullen geloven zonder te zien.
Gelukkig zijn zij!’

dia 14 – persconferentie
Maar waarom krijgt Tomas dan deze voorkeursbehandeling?
Want zo mag je het toch wel noemen.
Laat ik eerst een voorbeeld geven.
Als je cameraman bent voor de landelijke televisie,
ontmoet je waarschijnlijk veel bekende mensen.
Cameramensen zitten natuurlijk altijd op de eerste rang.
Bij belangrijke gebeurtenissen zijn zij er altijd bij.
Ze worden er zelfs voor betaald.
Is dat oneerlijk?
Volgens mij niet.
Ze zijn daar niet voor zichzelf maar voor ons.
Zodat wij meekrijgen wat er gebeurt.

dia 15 – Tomas mag Jezus zien zodat wij kunnen geloven
Met Tomas is dat ook zo.
Hij mag Jezus zien, niet voor zijn eigen geloof, maar voor ons geloof.
Tomas is een van Jezus’ leerlingen van het eerste uur,
een van de twaalf apostelen.
Juist met deze groep heeft Jezus grote plannen.
Als hij er niet meer is, moeten zij van Jezus getuigen.
Deze groep apostelen moet de wereld in met de boodschap dat Jezus leeft.
Hun boodschap is niet dat Jezus een prachtig voorbeeld is,
maar dat Jezus leeft en de verlosser van deze wereld is.
Daarom moeten juist zij er diep van doordrongen zijn dat Jezus is opgestaan.
Met hen begint de kerk.

Camera’s waren er toen nog niet.
We moeten het doen met de verslagen van hen die erbij zijn geweest.
Dat Tomas Jezus ook heeft gezien, is een extra reden om het te geloven.
Als maar één van Jezus’ leerlingen de wereld in was gegaan
met de boodschap dat Jezus leeft,
zou je het nog makkelijk kunnen afdoen als een waanbeeld.
Maar dat de apostelen als groep zulke wanen zouden hebben,
en daar ook alles in hun leven voor geven,
dat is niet erg waarschijnlijk.
Dat zelfs Tomas het gelooft,
de realist bij uitstek, altijd op zijn hoede,
maakt het ook voor ons geloofwaardiger.

4.Geloof het ook!
dia 16 – geloof het ook!
Je bent te feliciteren als je gelooft dat Jezus leeft.
Johannes heeft deze geschiedenis ook opgeschreven met dat doel:
dat je het zelf ook gelooft.
Johannes, zelf ook een leerling van het eerste uur,
nodigt je uit: geloof het ook, samen met ons.

dia 17 – geloven: God is realiteit
Maar hoe kun je het geloven zonder dat je het zelf hebt gezien?
Is geloven niet gewoon naïef?
Er zijn best goede argumenten om te geloven.
Maar uiteindelijk gaat geloof niet om argumenten.
Ik heb een trouwring om mijn vinger,
en dat is een argument dat ik getrouwd ben met Hanneke.
Maar als ons huwelijk om zulke argumenten gaat, zou het niet best zijn…
Een huwelijk is een relatie, ik leef elke dag met Hanneke.
Met geloven is dat ook zo: argumenten kunnen je helpen,
maar geloven is iets anders dan argumenten hebben:
geloven is dat God echt is in je leven, elke dag weer.
Johannes zegt dat zo: door te geloven leef je.
Ik wil nu nog drie dingen zeggen die je kunnen helpen geloven.

dia 18 – luister naar de getuigen
Het eerste: luister naar de getuigen.
Johannes is een van hen en heeft alles opgeschreven,
precies met dit doel: dat je het zelf ook gelooft.
Dat zelfs Tomas, die overal addertjes onder het gras ziet,
vol overtuiging zegt: ‘mijn Heer, mijn God’,
is voor ons ook reden om te geloven.
Preken, boeken, gesprekken met christenen,
ze kunnen je allemaal helpen om te geloven.
Maar niets kan op tegen het verslag van de ooggetuigen.
Ik ben er niet bij geweest, zij wel.
Wil je het geloven, luister dan naar de getuigen.

dia 19 – blijf niet alleen
Dan het tweede:
als je het moeilijk vindt om te geloven, blijf dan niet alleen met je twijfels.
Tomas twijfelt ook, maar hij trekt zich niet op een eilandje terug.
Hij zoekt juist de andere leerlingen op, en daar ontmoet hij Jezus.
Het is goed om twijfel met anderen te delen.
Juist samen kun je met Jezus in aanraking komen.

dia 20 – laat je voorwaarden vallen
De laatste heb ik van Tim Keller.
Hij zegt: laat je voorwaarden om te geloven vallen.
Dat zie je bij Tomas heel mooi.
Eerst zegt hij: ‘ik geloof het pas als ik Jezus aanraak.’
Maar als hij Jezus ziet, overweldigt het hem,
en heeft hij het helemaal niet meer nodig Jezus aan te raken.
Je kunt allerlei voorwaarden bedenken om te geloven:
ik geloof het als … en vul maar wat in:
als ik de loterij win, als ik genees, als ik een wonder zie, als ik het kan voelen, enzovoort.
Dan worden die dingen je Heer en God, doe je daar alles voor.
Pas als je die voorwaarden laat vallen, kun je echt geloven.
Kun je elke dag weer leven met de levende Heer.

Amen