Johannes 18,1-11 – Jezus begint het gevecht, wij gaan vrijuit

Hans Burger
Hans Burger
14 maart 2010

Johannes 18,1-11 – Jezus begint het gevecht, wij gaan vrijuit

image_pdfimage_print

 

Liturgie

Voorzang: Ps 134,1.2
Stil gebed
Votum en zegengroet
Zingen: Ps 134,3
Wet
Zingen LB 169,2.4.5
Gebed
Lezen:
- Joh 18,1-11
- Joh 10,11-15 en 27-30
Preek over Joh 18,1-11
Zingen: Gez 142,1.2
Kinderen
Zingen: Lied Paasproject
Gebed
Collecte
Zingen: LB 177,1.6
Avondmaalsformulier
Gebed
Geloofsbelijdenis
Zingen: Ps 23
Viering
Zingen: LB 192,1.2
Dankgebed
Zingen: LB 192,5.6

Zegen

Opmerking:

- ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

Preek over Johannes 18,1-11 – Jezus begint het gevecht, wij gaan vrijuit

Beste mensen, of je hier nu te gast bent of lid van de gemeente, broers en zussen,

1. Waarom zitten wij hier?

Omdat we naar de kerk wilden vandaag?

Om naar een preek te luisteren?

Omdat we straks avondmaal willen vieren?

Maar waarom doen we dat dan? Waarom gaan wij hier zitten en luisteren? Naar een verhaal van lang geleden?

Omdat daar toen iets gebeurd is dat van levensbelang is. Wij hadden verloren kunnen gaan. Weg kunnen raken in een eeuwige mislukking. Dood kunnen lopen op een eeuwig gevoel van spijt. Achter blijven zonder leven. Gevangen in de ban van kwaad en zonde.

Maar lang geleden was er iemand die zei: ‘Geen van hen die u mij gegeven hebt, heb ik verloren laten gaan.’ Hij was de goede herder. Die zijn leven geeft voor de schapen. Hij kent zijn schapen. Hij gaat voor zijn schapen. En niemand zal ze uit zijn hand roven. Bij die goede herder zijn wij eeuwig veilig.

Daarom zitten we hier: om vandaag stil te staan bij dat ene moment dat Hij definitief besloot om zijn leven te geven voor ons, zijn schapen.

In de kinderclub gaat het vandaag over de eerste vijf plagen in Egypte. God ging het gevecht aan met de Farao. Hij vocht voor zijn volk om het te bevrijden. Wat hier in Johannes 18 gebeurt, is nog belangrijker. God gaat in de persoon van Jezus het gevecht aan. Hij vecht voor ons, om ons vrijheid te geven en leven.

Nu is het moment gekomen.

Hij loopt er niet voor weg.

Hij kiest niet voor de weg van de minste weerstand.

Hij, de goede herder, gaat vechten voor zijn schapen. Hij gaat naar de wolf toe.

Hij gaat naar een plek die Judas kent. Judas, zijn verrader. Jezus doet net als anders, zodat Judas hem kan vinden. Die olijfgaard net buiten Jeruzalem – waar Judas ook vaak geweest was.

Jezus weet wat er gaat gebeuren en Hij loopt er niet voor weg.

Daar komen ze. Misschien wel honderden soldaten. Ja, dat hoor je goed: een cohort bestond uit zo’n 600 man. Ze kiezen het zekere voor het onzekere. Het arrestatieteam komt samen met de oproerpolitie. Ze willen geen opstootjes. Die man is zo mateloos populair. Maar zijn arrestatie moet vlekkeloos verlopen. Daarom komen ze met een overmacht.

Jezus weet wat ze komen doen. Hij vraagt: wie zoeken jullie?

Als ze zeggen dat ze ene Jezus uit Nazareth zoeken, zegt Hij: ‘Ik ben het’.

Hij is beschikbaar.

Hij wil de beker drinken die zijn Vader hem gegeven heeft.

2. Dat klinkt misschien wat raadselachtig. Waarvoor is Hij beschikbaar? Hoezo laat Hij zich arresteren? Wat is dat voor beker?

Die beker, die komt ook voor in het Oude Testament, in eerdere Bijbelboeken. De beker is vaak een beker van oordeel. Van Gods boosheid. Van spot en hoon. Van ontzetting en verbijstering. Een beker om bang voor te zijn. Jezus was er bang voor geweest, doodsbang. Kijk in Joh 12,27.

Maar voor dit ogenblik was hij gekomen.

Het moment van het gevecht met de wolf. Joh 10

Nu komt de heerser van deze wereld, Joh 12,31 en 14,30. Dat is de satan.

Nu komt de confrontatie tussen het licht en het donker tot een uitbarsting. Joh 1,5

Nu is Hij het lam dat de zonde van de wereld wegneemt. Joh 1,29

Jezus is beschikbaar om het plan van zijn Vader uit te voeren.

Jezus is beschikbaar om te sterven. En om zo verheerlijkt te worden. Zijn grootheid te laten zien. Jezus is beschikbaar om het dodelijke gevecht aan te gaan. En ons te bevrijden.

Hij sterft, zodat wij niet veroordeeld worden.

Hij is beschikbaar, zodat wij niet verloren gaan.

Zie je dat Jezus dat ook zegt? Kijk maar in vers 8.

‘Als jullie mij zoeken, laat deze mensen dan gaan.’

Het lijkt of Jezus alleen maar zegt: Jullie willen mij arresteren. Arresteer mijn leerlingen dan niet, die staan hier buiten.

Aan de oppervlakte is dat ook wat er gebeurt. Maar Johannes wil dat je dieper kijkt.

Als ze nu mee waren gegaan, dan hadden ze het niet aangekund. Ze waren hun geloof verloren.

Als ze nu mee waren genomen, dan hadden zij moeten sterven net als Jezus. Dat was hun einde geweest.

Schapen die vechten met een wolf? Dat wordt niks. Dat moet de herder doen.

Kleine mensen die vechten met de heerser van deze wereld? Vechten met de duivel? Dat verliezen ze. Dat moet Jezus doen.

Hoor je wat hierin meeklinkt?

‘Neem mij, laat de mensen in Franeker gaan. Laat mij sterven voor hen. Al die mensen die de Vader mij gegeven heeft, ik zal sterven voor hen, zodat zij niet verloren gaan.’

Die woorden in vers 9, ze gaan ook over ons. Zie je wat hier gebeurt? Jezus schuift zichzelf naar voren. Ik ga het gevecht aan! Voor jullie. Ik drink de beker leeg. Voor jullie.

Denk je dat in – dat Hij zegt: Hier ben ik – laat … – vul je eigen naam maar in – laat Hans vrijuit gaan. Denk je dat eens in!

Daarom zitten wij hier.

Had Jezus dat niet gedaan, dan hadden wij hier niet gezeten.

Dan waren wij er misschien niet eens meer geweest.

Misschien waren we dan al dood. Was de wereld al vergaan.

In elk geval hadden we dan niks met God gehad – zeker niks positiefs.

Omdat Jezus het hier zegt: Neem mij maar, laat die anderen gaan. Daarom leven wij. Daarom gaan wij niet verloren – als wij in Jezus geloven.

3. Waarom kon Hij het dan wel? Is die Jezus zo bijzonder? Kan Jezus die heerser van de wereld, die duivel wel aan?

Dat mannetje uit Nazareth, die timmerman uit Galilea, met die stinkende vissers bij zich, moet die ons verlossen? Laat hij teruggaan naar zijn eigen uithoek!

Maar je ziet hier in Johannes 18 doorschemeren dat Jezus meer is dan gewoon een timmerman uit Nazareth.

Hij weet meer dan een gewoon mens. Kijk in vers 4: Jezus wist precies wat er zou gaan gebeuren.

En wat is dat toch met Jezus? Als ze vragen naar Jezus van Nazareth, zegt Hij: ‘Ik ben het.’

‘Ik ben’, zegt Hij.

En al die honderden soldaten deinzen achteruit, vallen op de grond.

Wat is er toch met die Jezus?

‘Ik ben’, staat er in het Grieks.

‘Ik ben’, is Hij de IK BEN?

IK BEN, dat was de naam van God zelf.

Wie is deze Zoon van de Vader?

Je ziet hier in Johannes 18 doorschemeren, dat er meer met Hem aan de hand is. De heerser van de wereld heeft geen macht over deze Jezus, kijk in Joh 14,30.

Je kunt denken: wat een onzin

Je kunt schrikken: dit loopt helemaal mis.

Zo trekt Simon Petrus zijn zwaard. Geen geleuter – er moet gevochten worden. Ik zal de zaak van Jezus verdedigen!

Lijk jij op Petrus? Dat je denkt: Jezus kan het niet alleen af. Ik moet hem daarbij helpen. Hij vergeet iets. Jezus, hier, mijn zwaard – ik vecht met u mee.

Jezus volgen betekent iets anders: voor Petrus betekende het: Jezus moet deze beker drinken. Weg met dat zwaard, Petrus.

Voor ons betekent het: achter Jezus aangaan. Over Hem heengaan. Hij is de weg, wij moeten over Hem heen. Zonder Hem kunnen wij niks. Alleen als we Hem eten en drinken, als Hij in ons blijft en wij in Hem blijven, dan leven we. Dan gaan we niet verloren.

Moeten wij dan niet mee strijden met Jezus? Nee – alleen wanneer Jezus zelf door zijn Geest in ons woont – dan zullen we met Hem meedoen op de goede manier.

Daarom staat hier die tafel.

Daarom worden jullie hier uitgenodigd.

Kom naar voren.

Geef Jezus eerst alle ruimte en loop Hem niet in de weg.

Accepteer dat Hij het zo gedaan heeft. Dit was de weg.

Hij moest die beker drinken.

Hij gaf zijn lichaam en zijn bloed voor ons.

Eet zijn lichaam.

Drink zijn bloed.

Dan woont Hij in jou en blijf jij in Hem.

Dan ben je veilig. Dan ga je niet verloren, maar krijg je leven voor altijd.

Dan is hij jouw bevrijder.

Hij is de goede herder die de wolf verslagen heeft.

Hij heeft de overste van de wereld verslagen.

Hij is de strijd aangegaan – en daarom zijn wij vrij!