Johannes 11:25-27 – Wat heb ik aan de opstanding?

Mark Veurink
Mark Veurink
30 maart 2014

Johannes 11:25-27 – Wat heb ik aan de opstanding?

image_pdfimage_print

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.Bij deze preek is preekverwerkingsmateriaal beschikbaar:


Liturgie

  • Zingen: Psalm 16 : 1, 3 en 5
  • Stil gebed
  • Votum en groet
  • Zingen: Opwekking 614
  • Lezen wet
  • Zingen: GKB Gezang 90 : 1 en 2
  • Gebed
  • Kinderen naar club
  • Lezen: Johannes 11 : 17 – 44
  • Zingen: Psalm 29 : 2 en 4
  • Preek over Johannes 11 : 25 – 27
  • Zingen: LvK Lied 217 : 1, 3 en 4
  • Kinderen terug
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: GKB Gezang 111
  • Zegen

Preek: Wat heb ik aan de opstanding

Inleiding

dia 1 – gebarentaal

Op internet kwam ik deze week een filmpje tegen
over een vrouw die nooit heeft kunnen horen.
Ze heeft nog nooit een stem gehoord,
heeft nooit gewoon met haar ouders of vriendinnen kunnen praten.
Ik kan me er geen voorstelling bij maken.
Wat moet dat eenzaam zijn.
Iedereen om je heen praat met elkaar,
en jij hebt geen flauw idee wat mensen zeggen.
Als mensen iets tegen jou willen zeggen,
moeten ze schrijven of gebarentaal leren.

Deze vrouw, Joanne heet ze,
is op een of andere manier in contact gekomen met een arts.
Deze arts vertelde haar over een nieuwe behandelmethode,
waardoor ze misschien wel weer zou kunnen horen.
Ik heb geen idee hoe haar reactie daarop was.
Ik weet wel wat mijn eigen reactie zou zijn:
eerst zien, dan geloven.
Of in dit geval: eerst horen, dan geloven.

Als je nooit hebt kunnen horen,
als je geen idee hebt wat geluid is,
volgens mij durf je dan nog niet eens te hopen dat de behandeling lukt.
Je weet niet eens waar het over gaat.
Je weet dat mensen om je heen
blij zijn dat ze kunnen horen.
Dat ze daardoor met elkaar kunnen praten
en kunnen genieten van muziek,
maar daar kun je je geen voorstelling bij maken.
Voor jou is horen iets vaags.
‘Het zal wel.’

Daar komt nog bij dat er al zo veel geprobeerd is,
allerlei pogingen om je te laten horen,
en steeds is het niet gelukt.
Waarom zou het
dan nu wel lukken,
en niet de zoveelste teleurstelling in het rijtje zijn.
Het is gewoon te mooi om waar te zijn.

dia 2 – Joanne

Toch heeft Joanne zich laten behandelen.
En dit keer met succes.
Op de foto zie je hoe ze reageert.
Ze hoort!
Ze hoort stemmen, ze hoort deuren kraken,
ze hoort bladeren ritselen in de bomen,
ze hoort muziek, ze hoort zelfs stilte.
Er gaat een wereld voor haar open.
Onvoorstelbaar!

Vaag en ver

dia 3 – vaag en ver

Onvoorstelbaar, dat vinden Marta en Maria ook
van dat Lazarus uit de dood zal opstaan.
De opstanding uit de dood,
dat is voor hen heel vaag en heel ver weg.
Op dit moment hebben ze diep verdriet
om het verlies van hun broer, Lazarus.

dia 4 – Jezus is te laat

Vorige week hebben we al stilgestaan bij de dood van Lazarus.
Lazarus en zijn zussen, Marta en Maria,
zijn goed bevriend met Jezus.
Lazarus wordt ziek.
De ziekte gaat maar niet over.
Marta en Maria slepen hun broer mee naar artsen,
maar ook die kunnen niets doen.
Ten einde raad sturen ze een bericht naar Jezus:
‘alstublieft, kom snel, u kunt ons helpen.’
Maar Jezus wacht, twee volle dagen.
Pas als Lazarus al gestorven is,
gaat hij naar Betanië, het dorp waar Lazarus en zijn zussen woonden.

Jezus is te laat.
Hij heeft zijn vriend niet genezen.
Hij heeft niet eens afscheid kunnen nemen.
Lazarus is al 4 dagen dood.
Marta en Maria hadden gehoopt dat Jezus iets zou doen,
en ze snappen niet waarom Jezus niet direct kwam.
Met elkaar hebben ze het erover: ‘was Jezus er maar bijgeweest.’
En als Jezus dan eindelijk toch komt opdagen,
zeggen ze het ook tegen hem:
‘al u er was geweest, was Lazarus niet gestorven,
Jezus, u bent te laat.’

dia 5 – troosten met opstanding?

Er is een lege plaats, Lazarus is er niet meer.
De laatste hoop op een wonder is vervlogen,
nu is er alleen nog verdriet.
Verdriet om het gemis van een broer en vriend.
Er wordt gehuild, er wordt geschreeuwd.
Ook Jezus krijgt het te kwaad:
hij huilt en is boos op de macht van de dood.

Lazarus genezen kan niet meer.
Het enige dat nog kan is troosten.
En gelukkig zijn er veel mensen om Marta en Maria te troosten.
Ze slaan een arm om hun schouders.
Ze huilen mee.
En ze proberen een bemoediging te geven:
‘op een dag zal Lazarus weer opstaan uit de dood.’

Er is hoop.
Veel Joden in die tijd, zoals Marta en Maria,
geloven dat de dood niet het einde is.
Ooit, op de laatste dag, zullen de doden weer opstaan.
Maar het bemoedigt Marta en Maria niet echt.
Die opstanding is zo vaag en zo ver weg.
Een theorie die voor nu nauwelijks betekenis heeft.
Opstanding, het zal wel…
Zoals Joanne, die dove vrouw, zich niets bij geluid kon voorstellen.

En dan begint Jezus ook nog.
Hij troost Marta en zegt:
‘je broer zal uit de dood opstaan.’
Ja, dat heeft Marta al zo vaak gehoord.
Ze probeert zichzelf er ook mee te troosten.

dia 6 – wat heb je daar aan?

De gedachte dat de dood niet het einde is,
kan ons ook troost geven.
Ooit zul je elkaar weer zien.
Het is tenminste nog iets om aan vast te klampen.
Maar het is zo ver weg, zo onvoorstelbaar,
wat heb je aan de opstanding midden in je verdriet?
Is dat vooruitzicht wel genoeg?

Jezus is de opstanding

dia 7 – Jezus is de opstanding

Volgens Jezus niet!
Als hij het over de opstanding heeft,
dan heeft hij het niet over een vage theorie voor een verre toekomst.
Jezus heeft het dan over zichzelf: hij is de opstanding.
Voor Marta verandert dat alles.

Wat betekent die uitspraak van Jezus,

‘ik ben de opstanding en het leven’?
Hoe langer je er naar kijkt, hoe meer je er in kunt ontdekken.
Ik wil er nu graag twee dingen uit halen:
De vage theorie wordt een persoon, en de verre toekomst wordt vandaag.

dia 8 – vage theorie wordt persoon

Marta geloofde in een opstanding, maar dat blijft wel een vage theorie.
Niet iedereen was het er ook over eens.
De twee belangrijkste groepen, de Farizeeën en de Saduceeën,
verschilden juist over de opstanding van mening.
De Farizeeën hebben veel studie gemaakt van wat de bijbel,
wat nu het Oude Testament is,
zegt over het leven na de dood.
Dat is niet zo veel, maar een paar bijbelgedeelten maken duidelijk dat er een opstanding is.
Ook de Saduceeën hebben studie gemaakt van dat onderwerp,
en zijn tot een andere conclusie gekomen: er is geen opstanding.

Het onderwerp leeft, toen, maar ook nu:
wat er na de dood gebeurt, is misschien wel de grootste vraag die mensen hebben.
Elke godsdienst houdt zich met die vraag bezig.
Er worden heel wat theorieën over het leven na de dood opgezet.
Maar theorieën blijven op afstand.
Met je verstand kun je er wel in geloven,
maar je kunt je er geen voorstelling bij maken,
en je er al helemaal niet aan overgeven.

Jezus zegt: ik ben de opstanding.
Wat voor Marta een vage theorie
was, wordt opeens een persoon.
Ze staat oog in oog met haar hoop.
Dat maakt nogal verschil!
Het is hetzelfde verschil als dat je wel kunt geloven in liefde,
dat je liefde als een mooi ideaal ziet,
waar we als mensen veel meer van zouden moeten hebben,
of dat iemand tegen je zegt ‘ik houd van jou’.
Dan is liefde niet meer iets om over na te denken, maar persoonlijk.
Zo persoonlijk maakt Jezus de opstanding.
Dat geeft Marta zekerheid, moed en vertrouwen.
De opstanding bestaat echt, en ik ken hem!

dia 9 – verre toekomst wordt vandaag

Het andere is dat de opstanding voor Marta iets voor een verre toekomst was.
Jezus verandert dat ook.
Hij zegt dat ieder die leeft en in hem gelooft nooit zal sterven.
Het leven van de opstanding is geen verre toekomst maar vandaag!
Als je Jezus hebt, zul je
niet sterven.

Vreemd…
Ik ken genoeg mensen die Jezus
hadden en toch zijn gestorven.
Blijkbaar bedoelt Jezus het anders.
En een paar hoofdstukken verder, in Johannes
17, wordt dat nog iets duidelijker.
Daar zegt Jezus:
‘het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige
ware God,
en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus.’
Eeuwig leven, het leven van de
opstanding, dat is God kennen.

Als je God kent, als je met Jezus leeft, dan is het eeuwige leven al bezig.
Het gaat bij Jezus niet om het leven voor en na de dood,
alsof dat het grote moment is van het leven,
maar om het leven zonder of met hem.
Wij zijn vaak bang om dit leven te verliezen,
en Jezus zegt ook niet dat de dood niet heftig is.
Maar het leven met Jezus gaat door,
daar kan de dood niet tussen komen.
Als je met Jezus wilt leven, begint eeuwig leven vandaag.
En de dood dan?

dia 10 – en de dood dan?

Maar nu weer even met beide benen op de grond.
Leven gaat niet om ademhalen maar om Jezus.
Ondertussen gaan er wel mensen dood.
Doet dat er dan helemaal niet toe?

Jawel.
Marta is onder de indruk van Jezus woorden,
de opstanding is voor haar echt geworden.
Maar het wordt nog veel echter.
Als Jezus ziet wat de dood aanricht, wordt hij boos.
En dan geeft hij Lazarus zijn leven terug!
Lazarus mag weer ademhalen.
Marta en Maria kunnen hem weer omhelzen.

dia 11 – ook het lichamelijke leven telt

Maar waarom wordt Lazarus opgewekt,
en liggen er nu toch zo veel mensen op de begraafplaats,
die allemaal geliefden hebben achtergelaten?
Wat hebben aan de opstanding van Lazarus, zo’n 2000 jaar geleden?
Je zou het kunnen zien als
een krachtig teken
dat Jezus inderdaad de macht heeft over de dood.
Als een soort bewijs van wat Jezus heeft gezegd,
zodat we hem kunnen geloven.
Maar het is meer.
Jezus laat zien dat het echte leven
niet alleen maar een geestelijk leven is.
Echt leven is leven met een lichaam.

Later is Lazarus weer gestorven.
Jezus is nog niet klaar met Lazarus’ opstanding,
het is nog maar het halve werk.
De opstanding van Lazarus, maar ook wonderbaarlijke genezingen,
zijn krachtige tekens dat Jezus het leven geeft,
maar het is niet het einddoel.
Dat zie je bij Jezus zelf.

dia 12 – Jezus’ opstanding is niet tijdelijk

Een paar weken later stierf Jezus.
Maar Jezus’ dood kan het leven niet afpakken.
Ook hij staat op uit de dood.
Hij heeft niet iemand nodig die
hem opwekte, hij staat zelf op.
Lazarus moet uit de doeken bevrijd worden.
Jezus stapt er uit alsof ze er niet zijn.
Lazarus wordt nog vaker ziek en moet gewoon eten.
Jezus niet, hij kan zelfs door muren heen lopen.
Jezus is daarna niet meer gestorven, hij is in een wolk vertrokken.

dia 13 – roest

Een voorbeeld.
Veel dingen worden langzaam minder goed.
En het voorbeeld dat ik het beste ken, sorry voor mijn afwijking, zijn auto’s.
Als auto’s ouder worden, gaan ze bijvoorbeeld roesten.
Dat kun je proberen te voorkomen, door er allerlei dingen op te smeren,
maak vaak valt er niet aan te ontkomen.
Gisteren heb ik nog een deel van de auto opnieuw in de verf gezet,
maar ik zag direct al weer andere stukken die ook eens aangepakt moeten worden.
Je moet er steeds opnieuw mee bezig.
Het is nooit af.

dia 14 – leven zoals Jezus

De opstanding van Jezus is dat wel, dat is het echte werk.
Zo’n leven belooft Jezus aan iedereen die hem volgt.
Lazarus’ opstanding is maar tijdelijk, die van Jezus niet.
Bij Jezus is het geen cirkel van leven en sterven en leven en sterven.
Het is alleen maar leven.

Geloof en leef

dia 15 – geloof en leef

Jezus is de opstanding en het leven.
Daarom is de opstanding geen vage theorie en een verre toekomst.
Maar zo kan het nog steeds wel voelen.
Dat je denkt: ‘het klinkt wel mooi, daar wil ik ook wel in geloven,
met mijn verstand doe ik dat ook wel,
maar het voelt nog steeds vaag en ver weg.
Ik kan hier niets mee.’

dia 16 – het gaat om Jezus

Jezus vraagt aan Marta: ‘geloof je het?
Geloof je dat ik de opstanding en het leven ben?’
En dan is nogal een vraag, zeker op dat moment.
Haar broer Lazarus is 4 dagen geleden overleden,
Jezus had dat kunnen voorkomen, en dan durft Jezus te vragen:
‘geloof je dat wie in mij gelooft nooit zal sterven?’
Marta heeft toch net meegemaakt dat Lazarus is gestorven?

Maar ze gelooft.
Haar antwoord is een geweldig antwoord,
dat laat zien dat ze het
echt heeft begrepen.
Ze zegt niet: ‘ik geloof dat u Lazarus zult opwekken.’
Het gaat niet om wat Jezus doet, maar om wie hij is.
En dat antwoordt Marta:
‘u bent de messias, de Zoon van God, die naar de wereld zou komen.’
Zelfs al is Lazarus nog niet opgestaan als Marta dit zegt,
toch gelooft ze, vertrouwt ze Jezus, is de opstanding voor haar dichtbij gekomen.

dia 17 – laat Jezus geen theorie zijn maar een persoon

Hoe kan de opstanding ook voor ons dichtbij komen?
Dat kun je alleen vinden in een relatie met Jezus.
Als het in de bijbel gaat over God kennen,
gaat het niet alleen over weten wie hij is,
maar ook over een relatie met hem.
Wil je dat de opstanding dichtbij komt?
Laat Jezus dan geen theorie zijn, maar een persoon met wie je een relatie hebt.

Investeer in die relatie.
Je kunt niet zeggen: ‘nu weet ik wel hoe het zit,
ik heb het niet nodig om steeds met mijn geloof bezig te zijn.’
Dan is je geloof een theorie, in plaats van een relatie.
Een relatie met Jezus is
heel anders.
Dan wil je hem steeds meer leren kennen,
met hem omgaan en voor hem leven.
Dan wil je verder groeien.
Zo’n relatie betekent niet dat je Jezus altijd voelt,
net zoals in een gewone relatie het gevoel ook wel eens weg is.
Maar het betekent wel dat je volhoudt, en hem blijft zoeken.

In het Nederlands Dagblad stond deze week
een aangrijpend verhaal over Gerald Knoll.
Drie jaar geleden is zijn zoontje Melvin verongelukt.
Gerald vertelt over zijn leven daarvoor.
Een fijn gezin, mooie baan, druk met hobby’s.
Maar hij vertelt ook dat hij het verlossingswerk van Jezus
nooit echt scherp heeft gekregen.
De dood van Melvin veranderde alles.
Gerald is op zoek gegaan naar God.
De theorie werd persoonlijk.
Het heeft hem veel dichter bij God gebracht.
Nee, hij gunt niemand de weg die hij moest gaan,
maar wel zijn ontdekking van Christus.

Laat de opstanding geen theorie voor je zijn,
maar heb een relatie met Jezus.
Dan leef je.

Amen.