Johannes 10,11-18 – Wees herders voor elkaar in het spoor van de goede herder

Hans Burger
Hans Burger
21 oktober 2012

Johannes 10,11-18 – Wees herders voor elkaar in het spoor van de goede herder

image_pdfimage_print

Liturgie

Voorzang

- E&R 157,1.2.3 Mijn Vader dank u wel

- Gez 142 Als een hert dat verlangt naar water

Stil gebed

Votum

Zegengroet

Zingen GK Ps 23

Gebed – door Janneke Burger

Schriftlezing: Johannes 10,1-21 – door Margriet Wiersma

Zingen: Opw 689 – Spreek o Heer

Preek over Johannes 10,11-18

Zingen: Zingend gezegend 219,1.4 (melodie LB 428)

Kinderen terug

Zingen met de kinderen: Jezus is de goede herder

God wijst ons de weg: 1 Joh 4,7-16

Zingen: LB 169,2.5.6

Mark en Hanneke worden als predikant en kerkelijk werker aan onze gemeente verbonden

Lezen formulieren

Zingen: Opw 717 – luisterlied

Vragen en zegen

Zingen: Opw 710 – Zegen mij

Gebeden – door Dingeman van Wijnen als ouderling van dienst

Collecte

Zingen Opw 346,1-4

Zegen

Als gezongen amen: Opw 346,5

Opmerkingen:

- Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

- Bij deze preek is een pp-presentatie beschikbaar

Preek over Johannes 10,11-18 – Wees herders voor elkaar in het spoor van de goede herder – bevestiging

1. [dia 2]  Zometeen is het zover: onze Heer geeft ons als gemeente weer een predikant en kerkelijk werker. Wat een luxe! En jullie, Mark en  Hanneke, knielen straks naast elkaar op het podium. Iets wat de meeste mensen alleen meemaken als ze trouwen. Het lijkt haast een beetje opnieuw trouwen, zeiden jullie al! Zometeen horen we officieel bij elkaar: wij als gemeente en jullie als onze predikant en kerkelijk werker.

Maar het meest bijzonder: we brengen elkaar in gebed bij de Heer. We zingen elkaar Gods zegen toe. Jullie krijgen de handen opgelegd, worden gezegend. We kunnen immers niks zonder Gods zegen – en dat willen we ook niet – toch? Als God niet meegaat, wat moeten we dan?

Wat is het heerlijk dat er een God is die ons zegent. Dat Jezus Christus er is die zegt: Ik ben de goede herder.

Onder die herder mogen jullie hier gaan werken. Ik heb in mijn jaren in Franeker opnieuw geleerd hoe diep we van God afhankelijk zijn, hoe heerlijk het is dat de goede herder er is. Laten we daarom bij Hem beginnen.

En dan pas ik het niet alleen op jullie toe, maar op ons allemaal.

Ik moest denken aan dit lied: [dia 3]

Ik wil jou van harte dienen

en als Christus voor je zijn.

Bid dat ik genade vind, dat

jij het ook voor mij kunt zijn.

Allemaal mogen we herders voor elkaar zijn in het spoor van de grote herder.

Hoe zijn wij herders voor elkaar in het spoor van Jezus? [dia 4]

2. Als je Jezus hoort, dan hoor je: Hier komt God zelf, de ‘Ik ben’, naar zijn schapen omzien en voor hen zorgen.

Wow! God zelf!
De herder die God aanstelt is de Zoon van God.

Hij is de enige, echte herder.

Maar wat typeert deze herder? Hij is goed.

Goed, want hij zet zijn leven in voor de schapen.

Als je Johannes 10 voor het eerst leest, dan valt niet meteen de diepte daarvan op in vers 11. Maar het wordt herhaald in vers 15. [dia 5] En in vers 17 en 18.

Dat de goede herder zijn leven geeft voor de schapen, dat betekent: Hij gaat sterven!

Als er een wolf komt, gaat hij het gevecht aan.

Hij laat zijn schapen niet in de steek, maar vecht door, ook als het hem zijn leven kost. [dia 6]

Wat? Is dat een goede herder? Dat is toch gewoon dom!

Een dode herder betekent: een kudde zonder herder en een wolf die zijn gang kan gaan!

Het klinkt leuk, maar wie zorgt er nu voor de schapen?

Maar dan moet je goed luisteren: [dia 7] deze herder kan iets bijzonders wat geen ander mens kan: zijn leven geven en het ook weer terugnemen.

Hij kan zich doodvechten zonder dat dat zijn einde is.

Hij wordt weer levend!

In een computerspelletje kan dat ook – daar heb je meerdere levens. In het echt kan dat nooit. Jezus kan het wel in het echt.[dia 8]

Wat is dat bijzonder!

Want o, die wolf…

Die duivel, dat kwaad, die zonde, die dood.

Wij gaan kapot door die wolf.

Wij kunnen hem niet aan.

Jezus vecht zich dood – en de wolf is ook dood.

Maar Jezus staat op – en de wolf blijft dood.

Want Jezus is gekomen om [dia 9] ‘leven te geven in al zijn volheid’, vers 9.

Jezus is de toegangspoort tot het volle, eeuwige leven.

De machten die ons werk kapot maken, zijn overwonnen.

Wat een inzet, van Gods Zoon, voor ons!

Wat een goede herder! [dia 10]

3. Wat heerlijk om achter zo’n goede herder aan te mogen werken.

Een herder met zoveel inzet voor ons, die de wolf verslaat! Dan kun je gerust beginnen met je werk.

Mark, je zei het in ons voorbereidingsgesprek: ik zie mezelf liever als een herdershond dan als een herder.

Ja, hoe kunnen wij ooit herders voor elkaar zijn?

Zo’n lied, slaat dat wel ergens op?

Ik wil jou van harte dienen

en als Christus voor je zijn.

Die goede herder is Gods Zoon – wij niet.

Die goede herder kan zijn leven neerleggen en het weer oppakken – wij kunnen niet zelf sterven, wij kunnen niet zelf opstaan uit de dood.

Zo’n totale inzet – daar ga je aan kapot!

Toch worden voorgangers in de Bijbel wel herders genoemd.

En er staat in 1 Joh 3,16: [dia 11]

Wat liefde is, hebben we geleerd van hem die zijn leven voor ons gegeven heeft. Daarom horen ook wij ons leven te geven voor onze broeders en zusters.

Dus ja: hou van elkaar zoals Jezus van ons houdt. Geef je leven voor elkaar!

Niet alleen als dominee. Niet alleen als kerkelijk werker. Nee, wij allemaal als broers en zussen. [dia 12]

Maar kan het?

Ben ik zelf hier zo herder-voorganger geweest?

Je leven geven voor je broers en zussen in de kerk…

Dat is echte liefde!

Leef ik dat?

Nee, niet zo compleet. En jij?

Kunnen we dat dan van elkaar vragen?

Ja: Jezus nodigt ons uit: hou van elkaar op een volmaakte manier!

Groei uit tot mensen die volmaakt van elkaar houden!

Hoe kan dat dan?

Hoe kunnen jullie als kerkelijk werker en predikant zo van ons houden? Hoe kunnen wij zo als Jezus voor elkaar zijn?

Het geheim zit verborgen in vers 14 en 15: [dia 13]

Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen mij, zoals de Vader mij kent en ik de Vader ken.

Jezus kon dit dankzij zijn relatie met de Vader

Wij kunnen als Jezus worden dankzij onze relatie met Jezus.

Daar zitten twee kanten aan: [klik] intimiteit, en gehoorzaamheid.

4. Eerst die intimiteit.

Hoe kon Jezus de goede herder zijn?

Vanwege zijn intieme relatie met zijn Vader.

Ze kennen elkaar door en door. Ze gaan voor hetzelfde. Ze weten wie er gered worden.

Dat is de bron van wie Jezus voor ons is: Jezus is wie Hij is, dankzij zijn Vader.

Dat trekt Jezus door naar ons.

Eerst wij als schapen.

Hoe komt het dat wij schapen van Jezus zijn?

Omdat Jezus ons kent, en omdat wij Jezus kennen.

In jouw relatie met Jezus ligt de bron voor wie jij bent.

Jij en ik, we zijn wie we zijn, dankzij Jezus! Door Hem word je geschikt voor je taak. [dia 14]

Dat is de enige manier waarop je schaap van Jezus kunt zijn.

En dus ook de enige manier waarop je in Jezus’ spoor een herder kunt worden.

Mark, Hanneke, broers en zussen, zijn jullie schapen van de goede herder?

Ken Jezus als je herder. Hij kent jullie immers ook!

Eerder in hoofdstuk 10 wordt dat verbonden met de stem van de goede herder.

Er klinken veel stemmen – maar als die stem van Jezus klinkt, herken je die dan?

Train je daarin door vaak naar Hem te luisteren.

Bij die stem van Jezus begint het allemaal.

Jezus’ stem is de voorwaarde van alles – van schaap zijn, en van daaruit, herder voor elkaar zijn.

Daarom zongen we: [dia 15]

Spreek, o Heer, door uw heilig woord,
dat ons hart U hoort en verzadigd wordt.
Zaai uw woord, plant het diep in ons,
en verander ons naar uw evenbeeld,
zodat Christus licht in ons zichtbaar is,
onze daden maakt tot getuigenis.

Door het woord veranderen zodat je op Jezus gaat lijken!

Luister zo naar de stem van Jezus!

Dat hebben we zo nodig – dominees, kerkelijk werkers, wij allemaal.

In de bijbel, in preken, in liederen, in gesprekken.

Mark, jij krijgt het geweldige voorrecht om stem te geven aan Jezus, met jouw stem!

Dat is prachtig mooi en verrijkend voor jezelf.

Het is zelfs je roeping, je opdracht: geef stem aan Jezus!

En jij, Hanneke, mag met Mark samen aan de slag gaan. Na je zwangerschapsverlof natuurlijk…

Maar, en dat zeg ik ook tegen mijzelf, begin steeds weer waar we allemaal beginnen: luister als een schaap naar Jezus’ stem. Zoek die intimiteit met Jezus! Vol verlangen:

Spreek o Heer!

Dat wij lijken op u! [dia 16]

5. En dan het tweede, gehoorzaamheid.

Hoe kon Jezus de goede herder zijn?

Door liefde en gehoorzaamheid. [dia 17] De Vader had een opdracht gegeven, uit liefde voor de schapen. En de Zoon voert die opdracht uit, uit liefde voor zijn Vader en voor zijn schapen. En daarom houdt zijn Vader nog meer van hem.

De liefde van de Vader moet doorgegeven worden. En dat vraagt om gehoorzaamheid van de  herder. Jezus hoeft de liefde van zijn Vader niet te verdienen. Ze houden al lang van elkaar. Maar die liefde krijgt wel verdieping, als Jezus de liefde in gehoorzaamheid doorgeeft. [dia 18]

Zoals Jezus zijn Vader kent en gehoorzaamt, zo is het bij de schapen. De schapen kennen de goede herder. Ze volgen zijn stem.

Luister jij zo naar Jezus, om Hem te volgen?

Om te groeien tot een herder voor anderen?

In Johannes 15,9-10.12 zegt Jezus: [dia 19]

Ik heb jullie liefgehad, zoals de Vader mij heeft liefgehad. Blijf in mijn liefde: je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt, zoals ik me ook aan de geboden van mijn Vader gehouden heb en in zijn liefde blijf. …Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals ik jullie heb liefgehad.

Zie je? Het is dezelfde beweging:

Jezus houdt van ons, maar zijn liefde moet verder. Gehoorzaam Jezus: Blijf in Jezus’ liefde door zelf lief te hebben zoals Jezus. Je broer, je zus, in de gemeente, in je kring. [dia 20]

Dat is groot!

Daar kun je tegenop zien.

Hoe ga ik dat doen?

Je begint hier als predikant en kerkelijk werker – en dan zo’n torenhoog ideaal…

Mark en Hanneke, blijf daarom schaap met de schapen.

Voor mij is altijd de test: durf ik in een preek nog ‘ik’ te zeggen? Betrek ik de genade ook op mezelf? Sta ik zelf nog open voor Gods liefde?

Wij kunnen alleen herders voor elkaar zijn, als we zelf schapen van Jezus blijven.

Jezus moest steeds terug naar zijn Vader.

Wij moeten steeds terug naar Jezus.

Hij houdt van jullie.

Het is zijn opdracht.

Hij maakt jullie, wie je bent.

Als je dat doet, dan zie je: die liefde moet ik doorgeven. Gods liefde kan ik niet voor mezelf houden – daarvoor is Hij veel te groot. Geniet van Gods liefde, maar geef die liefde dan ook door. Gehoorzaam achter de herder aan!

6. Gods liefde is te groot om voor jezelf te houden. Dat geldt voor ons persoonlijk, en voor ons samen als gemeente.

Dat zou je zomaar vergeten. Waar denken mensen vaak aan bij de goede herder? Dingen als zorgen, stabiliteit geven, beschermen. Bij herders krijg je een romantisch beeld van een lieve man met een schaapje op zijn schouder.

Nou, deze herder is meer. Deze goede herder doet het ruige werk. Het gevecht aangaan met een wolf. Ruimte maken waar nog geen ruimte is. Eigenlijk is de goede herder eerder een pionier.

En kijk eens in vers 16: [dia 21]

Maar ik heb ook nog andere schapen, die niet uit deze schaapskooi komen. Ook die moet ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren: dan zal er één kudde zijn, met één herder.

De goede herder kijkt niet alleen naar wie er al bij horen.

Hij kijkt verder: Hij heeft schapen die nog niet bij de kudde zijn. Ze kennen Jezus misschien nog niet eens. Maar ze zullen wel naar zijn stem gaan luisteren en bij de kudde horen. [dia 22]

Nederland is geen christelijk land meer. Maar Jezus heeft ook in Nederland wel schapen buiten de kerk. Schapen in Franeker, nu nog zonder herder.

Daarom ons jaarthema: Gods liefde doorgeven – ook buiten de gemeente.

Daarom is het mooi dat jullie beiden in Kampen de missionaire master gedaan hebben. Werken achter de goede herder aan, dat gaat verder dan zorgen voor de eigen gemeente.

Er zijn nog meer schapen.

Schapen die Jezus nodig hebben – en wie heeft Jezus niet nodig?

Kijk wat Jezus geeft, vers 9-10: [dia 23]

Ik ben de deur: wanneer iemand door mij binnenkomt zal hij gered worden; hij zal in en uit lopen, en hij zal weidegrond vinden. Een dief komt alleen om te roven, te slachten en te vernietigen, maar ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid.

Ieder schaap heeft weidegrond nodig.

Ieder mens heeft leven nodig – leven in al zijn volheid.

Ieder mens heeft Gods liefde nodig. [dia 24]

Wees herders voor elkaar.

Wees herders voor Jezus’ schapen buiten de kudde.

Wijs elkaar de weg naar God, naar dat leven in al zijn volheid!