Job 38-42 | Oog in oog

Mark Veurink
Mark Veurink
8 oktober 2017

Job 38-42 | Oog in oog

image_pdfimage_print

‘Daarom!’ Job krijgt een uitgebreid antwoord van God. Maar het lijkt samen te vatten in één woordje: ‘daarom!’ Wat moet je met Gods antwoord? Is het wel een antwoord? Voor Job wel: het brengt hem oog in oog met God!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: LvK Psalm 68 : 7 (ivm overlijden zr. Visser)
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Psalm 131 : 1, 2 en 3 (LvK=GKB)
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Job 38 : 1 – 15, 40 : 25 – 32 en 41 : 10 – 14
Zingen: Psalm 104 : 7 en 8 (LvK=GKB)
Preek
Zingen: Opwekking 672
Kinderen terug
Leefregels
Zingen: LvK Gezang 437 : 1 en 3
Mededelingen 1
Gebed
Mededelingen 2
Collecte
Zingen: Opwekking 733
Zegen

Oog in oog

Inleiding
dia 1 – zwart
Toen ik die hoofdstukken uit Job las,
waarin God Job antwoord geeft,
moest ik denken aan een kinderliedje,
‘grote mensen’, van Elly en Rikkert.
In het liedje komen grote mensen er niet al te best vanaf.
De laatste zin van het liedje is:
‘ik hoop als ik groot ben binnenkort
dat ik niet al te erg volwassen wordt…’

dia 2 – waarom-daarom
Wat is er dan mis met grote mensen?
Van alles.
Onder andere dit:
‘als je vraagt: waarom, dan zeggen ze: daarom.’
Ik beken maar direct: schuldig…

Als kind kon ik me er vreselijk aan ergeren:
als ik een vraag stel, dan kun je toch gewoon een antwoord geven?
Nu doe ik het zelf ook.
Probeer maar eens een zinnig antwoord te geven op de vraag
waarom sommige mensen een witte wc-bril hebben,
andere mensen een rode, en weer anderen een blauwe.
Ik vond dat een fascinerend verschijnsel,
daar wilde ik alles over weten,
maar mijn ouders werkten niet mee…
Of in ieder geval niet genoeg naar mijn zin.
Geef ze eens ongelijk.
Op zulke vragen zijn toch geen zinnige antwoorden te geven?
En als het nou bij deze ene vraag bleef,
maar ik kon gerust tientallen vragen per dag stellen.

Nu ik papa ben begin ik het te begrijpen:
ik betrap mezelf met enige regelmaat op een ‘daarom’.
Toch schijnt het geen goed antwoord te zijn.
Als ik ‘daarom’ zeg, neem ik de vraag niet serieus.
Dan heb ik even geen zin,
dan vind ik het te ingewikkeld
of ben ik druk met andere dingen.

dia 3 – oog in oog
Nu is Gods antwoord aan Job veel langer dan ‘daarom’.
Het zijn 4 hele hoofdstukken.
Maar komt het uiteindelijk niet op dat ene woordje neer: ‘daarom’?
Vandaag gaat het over Gods antwoord aan Job.
Een vreemd antwoord,
maar uiteindelijk wel het antwoord dat Job nodig heeft.
Het brengt hem oog in oog met God.
Ik wil vandaag graag iets laten zien
van waarom Gods antwoord een echt antwoord is,
waar ook wij mee vooruit kunnen.
En even een bronvermelding: ik heb dankbaar gebruik gemaakt
van het boekje ‘Job, geloven en lijden om niet’,
van Ad van der Dussen, predikant in Eindhoven.

1. Een vreemd antwoord?
dia 4 – Gods antwoord gaat niet op de vraag in
Ik zei al dat God het antwoord geeft dat Job nodig heeft.
Maar op het eerste gezicht lijkt het daar niet echt op.
Het is een vreemd antwoord.

Tenminste, ís het wel een antwoord?
Even een open deur: een antwoord gaat in op een vraag.
Als iemand mij vraagt waar de dichtstbijzijnde pinautomaat is,
en ik reageer met een heel verhaal
over de bladeren die weer van de bomen vallen,
dan is dat geen antwoord.

Maar zo’n ‘antwoord’ geeft God wel!
Door toedoen van God is Job alles kwijtgeraakt.
Het is niets minder dan een wonder
dat hij zich aan God blijft vasthouden.
Natuurlijk heeft Job vragen aan God!
‘Heb ik gezondigd?’ vraagt Job in Job 7,
‘Waarom hebt u mij tot mikpunt gekozen?’
Z’n vrienden geven antwoorden:
‘Job, je zult het aan jezelf te wijten hebben, belijd je zonde nou maar.’
Maar Job wil er niets van weten: hij weet zeker dat hij onschuldig is.
En hij wil het graag van God zelf horen.
‘Heb ik het pad van het bedrog bewandeld,
vluchtte ik ooit in de leugen?
Laat hij mij op een eerlijke weegschaal wegen,
dan zal hij zien dat ik onschuldig ben.’ – Job 31.
Job houdt zijn laatste pleidooi, en pleit onschuldig.
‘Ik sta in voor wat ik heb gezegd,
laat nu de Ontzagwekkende antwoord geven.’

Maar als God eindelijk spreekt,
laat hij alle vragen van Job liggen!
Geen woord over waarom Job moet lijden.
Geen woord over of Job onschuldig is.
God houdt zijn eigen verhaal,
kun je dat wel een antwoord noemen?

dia 5 – Gods antwoord zet de machtsverhoudingen neer
En als het een antwoord is:
is het niet een beetje een flauw antwoord?
Een antwoord in de categorie: ‘daarom!’
Gods antwoord klinkt als:
‘Job, wie denk je wel niet dat je bent?
Moet ik aan jou verantwoording afleggen?!
Kom nou Job, wat weet jij nou?’
God gaat er direct hard in:
‘Wie is het die mijn besluit bedekt onder woorden vol onverstand?’
Dan volgt een spervuur van vragen,
waar Job onmogelijk antwoord op kan geven.
Job wordt kleiner en kleiner gemaakt, en het gaat maar door.
Als nietig mens antwoordt Job, Job 40:
‘ik ben onaanzienlijk, wat zal ik u antwoorden?
Ik leg mijn hand op mijn mond.’
Maar God weet van geen ophouden,
het lijkt alsof hij nu pas echt goed op dreef komt.

Gods antwoord is een antwoord waar ik me heel ongemakkelijk bij voel.
In plaats van op Jobs vragen in te gaan,
maakt God duidelijk hoe de verhoudingen liggen.
God reageert met overdonderend machtsvertoon,
maar is dat wel eerlijk?
Verstopt God zich achter zijn grootheid,
om geen antwoord te hoeven geven?

Tot overmaat van ramp lijkt Gods antwoord veel
op wat Jobs vrienden al eerder hadden ingebracht.
Vooral op de inbreng van Elihu, vriend nummer 4.
Hij zegt, in Job 37:
‘Laat dit tot je doordringen, Job,
sta even stil en heb oog voor Gods wonderen.
Weet jij hoe God ze onder zijn bevel brengt,
hoe zijn licht de wolken doorboort?
Weet jij hoe de wolken blijven zweven,
hoe hij die alles weet zijn wonderen verricht?’
Het lijkt wel alsof God verdergaat waar Elihu gestopt is.

Wat moet Job met zo’n antwoord van God?
Wat moeten wij ermee?
Stoppen met vragen stellen,
omdat we God toch niet kunnen begrijpen?
Onze mond houden, omdat God te groot voor ons is?

2. Een echt antwoord!
dia 6 – 1 God antwoord, daar is hij niet te groot voor
Tóch is dit het antwoord dat Job krijgt,
en het is precies het antwoord dat hij nodig heeft!
Job krijgt van God een écht antwoord,
een antwoord waar hij verder mee kan.

Neem alleen al het feit dát God antwoordt.
Dat is een grote verrassing!
Job had er steeds om gevraagd:
‘laat God toch antwoord geven!’
Maar z’n vrienden hadden het bijna uit zijn hoofd gepraat.
‘Moet God jou antwoord geven?
Wie denk je wel niet dat je bent?
God is groot, heilig en verheven.
Denk je echt dat God geen betere dingen te doen heeft
dan op jouw brutale vragen te antwoorden?’
Ja, God vertelt Job hoe groot, heilig en verheven hij is.
Daar hadden Jobs vrienden gelijk in.
Maar hoe verheven God ook is,
hij is niet te verheven om Job antwoord te geven.
God had kunnen zwijgen, dat viel te verwachten,
maar God geeft antwoord, hij komt dichtbij.
Daarin krijgen Jobs vrienden ongelijk!

dia 7 – 2 God relativeert met humor
En ja, Job wordt gecorrigeerd.
God doet Jobs pleidooien af als ‘woorden vol onverstand.’
Dat hadden de vrienden óók steeds tegen Job gezegd,
maar toen werd Job er alleen maar bozer van.
Van God accepteert Job het wel!

God zegt het dan ook op een andere manier.
Jobs vrienden wezen hem fel terecht.
Bijna in paniek: ‘Job, je hebt het wel tegen God,
hoe durf je zulke taal uit te slaan?!
Met God valt niet te spotten!’
Gods toon is heel anders.
‘Oké Job, daar ben ik.
Ik begrijp dat je wat vragen voor me hebt.
Maar ik wil eerst jou wat vragen stellen.
Jij weet het toch allemaal zo goed?
Misschien moeten we maar eens van plek wisselen.
Dat jij even mijn plek in de hemel inneemt,
want jij weet precies wat ik zou moeten doen.
Maar kun jij dat wel?
Misschien moet je eerst maar eens examen doen.
Laten we beginnen met een examen ‘scheppen’.
Ben je er klaar voor?
Dan doen we daarna een examen over de ‘dierenwereld’.’

Merk je het verschil?
Bij de vrienden is het bittere ernst,
want volgens hen tast Job God in zijn eer aan,
en nu moeten zij voor Gods hoogverheven naam opkomen,
en ze trekken er een somber gezicht bij
waar je zo al bang van zou worden.
Maar God gebruikt humor!
Hij blijft vriendelijk doorvragen,
tot Job niet anders kan dan lachen om zichzelf:
‘niet te geloven wat een onzin ik heb uitgekraamd…’
Is God door Job in zijn eer aangetast?
Welnee! God heeft, in tegenstelling tot de vrienden,
een prima relativeringsvermogen!

dia 8 – docent
Dat is heerlijk!
Wat maakt het een verschil of iemand kan relativeren.
Bijvoorbeeld een docent op een middelbare school.
Die kan natuurlijk heel wat over zich heen krijgen.
‘Wat bent u oneerlijk, u hebt gewoon een hekel aan me!’
Zonder relativeringsvermogen loopt dat direct uit de hand:
‘heb je commentaar? ga je maar melden, jij mag nablijven.’
Een docent mét relativeringsvermogen
weet het naar een grap te draaien die alle spanning weer uit de lucht haalt.
Dát doet God dus.

dia 9 – 3 er is zo veel waar geen reden achter zit
Gods toon is heel anders dan die van de vrienden.
Maar ook inhoudelijk zegt God meer.
Ik noemde al even de dierenwereld.
Er komen nogal wat dieren langs in Gods vragenvuur.
Het struisvogelvrouwtje bijvoorbeeld, in Job 39.
Door God niet gezegend met ook maar het kleinste beetje verstand.
Ze klapwiekt met haar vleugels, maar komt niet van de grond,
is te lui om op haar eieren te broeden, dus laat ze ze in het zand liggen,
vergeet waar ze ze heeft neergelegd, en gaat er zelf op staan…
Ze is nergens goed voor, maar o wat is ze snel!

dia 10 – loch ness
Of neem die ‘krokodil’, waar we over hebben gelezen.
Wel een vreemde beschrijving van een krokodil trouwens:
‘brandende fakkels komen uit zijn bek, vonkenregens vliegen door de lucht.’
Klinkt eerder als een draak.
In de Bijbel in Gewone Taal is het dan ook geen krokodil meer:
het is ‘de draak Leviatan.’
Leviatan: dat is wat er in het Hebreeuws staat.
De Leviatan is een prehistorisch monster,
een soort bijbelse versie van het monster van Loch Ness.
Dit monster is nog 10 keer indrukwekkender dan een krokodil.
Krokodillen vangen kan nog een sport zijn,
maar bij Leviatan láát je dat wel!
En God speelt ermee, dat is Psalm 104, alsof het een badeendje is.
Dus vergeet die krokodil, en net zo goed het nijlpaard:
de Bijbel in Gewone Taal slaat de spijker op z’n kop:
het is de draak Leviatan en het monster Behemot.

Wat wil God met al die dieren zeggen?
God wijst op de meest nutteloze,
maar ook op de gevaarlijkste dieren.
Stuk voor stuk dieren waar de mens niets aan heeft.
Tóch heeft God ze gemaakt, gewild,
en geniet God ervan met volle teugen.
God zegt: ‘kijk toch om je heen!
Er is zoveel in de wereld wat jullie, mensen, zinloos zouden noemen.
Zo heb ik het gemaakt!
Probeer toch niet overal een reden achter te zoeken.
Niet in de dierenwereld, maar ook niet als het leven tegenzit.’
Het is erkenning voor Job: ‘dat jij zo lijdt, is geen straf,
er is geen reden, jij hebt niets verkeerds gedaan.’

dia 11 – voor Jób is het een antwoord!
Voor Job is het een antwoord.
Ik snap best dat je het een vreemd antwoord blijft vinden,
maar het is aan Job of dit antwoord van God genoeg is.
En dat is het: meer dan genoeg.
Job 42: ‘eerder had ik slechts over u gehoord,
maar nu heb ik u met eigen ogen aanschouwd.’
Job kende God van horen zeggen,
nu heeft hij oog in oog met God gestaan.
Wát God precies gezegd heeft, dat doet er niet eens zoveel toe.
Job heeft God ontmoet, ja, hem in de ogen gekeken!

3. Oog in oog?
dia 12 – kunnen wij oog in oog staan met God?
Dat moet fantastisch zijn: oog in oog staan met God.
Laatst vroeg ik de jongeren op catechisatie:
stel je voor dat je morgen een ontmoeting met God hebt,
en dat je hem 1 vraag mag stellen.
Welke vraag zou je stellen?
We konden heel wat vragen bedenken,
maar 1 van de jongeren zei:
‘ik denk dat als ik God ontmoet, ik helemaal geen vragen meer heb!’
Dát is precies wat Job ervaart:
hij ontmoet God, en zijn vragen vallen weg!

Dat is mooi voor Job.
Maar misschien maakt het je ook wel een beetje jaloers.
Jij hebt ook je vragen aan God,
maar jij hebt God niet in de ogen mogen kijken.
Het zal best zo zijn, dat als je oog in oog met God staat,
al je vragen er in één keer niet meer toe doen,
maar niet iedereen krijgt zo’n bijzondere ervaring als Job.
Kunnen wij ook oog in oog met God staan?

dia 13 – nee: ons zicht op God is beperkt
Het antwoord heeft 2 kanten.
Aan de ene kant: zo’n ontmoeting met God,
waar je met eigen ogen God mag zien,
is ook in de bijbel een grote uitzondering.
In heel de bijbel is er het verlangen om God te zien.
Neem bijvoorbeeld 1 Korintiërs 13:
‘Nu kijken we nog in een wazige spiegel,
maar straks staan we oog in oog.
Nu is mijn kennen nog beperkt,
maar straks zal ik volledig kennen,
zoals ik zelf gekend ben.’

dia 14 – ja: in Jezus Christus ontmoeten we God
Toch is er ook een andere kant.
Job krijgt antwoord vanuit een storm.
Later is God nog veel dichterbij gekomen.
Toen Jezus op aarde kwam.
Niet meer in een storm,
maar midden in het rauwe dagelijkse leven.
Aan Job maakt God zich bekend,
maar Jezus Christus laat nog veel meer zien van wie God is.
Nog veel meer dan Job mogen wij weten hoe God is:
een God die alles op alles zet om deze wereld te redden,
die daar zichzelf voor geeft.
Wij hoeven ons nooit meer, zoals Job,
af te vragen of God wel vóór ons is.
Christus is Gods antwoord aan ons.
De heilige, verheven Heer die dichtbij komt.
Als ik bedenk wat Jezus heeft gedaan, als ik kijk naar het kruis,
dan vallen mijn vragen weg!
Wanneer we Christus zien,
hem ontmoeten door zijn Woord en Geest,
dan staan we oog in oog!

4. Een levende relatie
dia 15 – ga met God om als persoon!
Job leert God op een nieuwe manier kennen:
niet meer van horen zeggen, maar oog in oog.
Voor hem is God van een abstracte macht
veranderd in een persoon.
Hij krijgt een levende relatie met de Heer.

dia 16 – weer
Maak van God geen abstracte macht!
Zoals bijvoorbeeld het weer dat is.
Het weer kan grote invloed op ons leven hebben,
denk aan stormen en overstromingen, maar ook droogte,
maar op het weer hebben we geen enkele invloed.
Het weer is een macht waar wij niets over te zeggen hebben.
Het weer doet maar wat, en wij kunnen ons er maar beter op aanpassen.
Zo is God dus niet!
Hij is een persoon,
dus vergeet nooit dat je met hem als persoon mag omgaan!
Kén hem, zíe hem!

dia 17 = dia 15
Praten óver God, dat is prima, niets mis mee,
maar laat het nooit ten koste gaan van praten mét hem!
Ik vind het razend interessant om over God na te denken en te praten,
dat is ook de enige manier waarop je een studie theologie kunt afronden,
maar als het blijft bij praten óver God,
dan maak je van God een abstracte macht.
Maar God wil met ons omgaan, persoonlijk!
Hij wil tot je spreken en naar je luisteren,
wanneer je in aanbidding naar hem toe gaat.
Door de Geest mag je een levende relatie met God hebben.

Dus blijf hem zoeken als persoon.
Ook als het tegenzit, als God je tegenvalt,
als je niets van hem merkt, hij ver weg lijkt:
leg je daar niet bij neer, maar blijf bidden, blijf hem zoeken.
Nu kijken we nog in een wazige spiegel,
maar straks staan we oog in oog!
Amen.