Job 1:21b | Dankbaar in voor- én tegenspoed

Mark Veurink
Mark Veurink
1 november 2017

Job 1:21b | Dankbaar in voor- én tegenspoed

image_pdfimage_print

Je dankt God voor waar je blij mee bent. Maar als het tegenzit? Kan dankbaarheid dan nog steeds de grondtoon van je leven zijn?
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Bij deze overdenking is geen powerpoint.

Liturgie
Welkom
Zingen: LvK Gezang 434 : 1
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Psalm 116 : 1, 3 en 6 (Levensliederen)
Gebed
Lezen: Job 1 : 13 – 22
Overdenking
Luisterlied: ‘Blessed be your name’
Getuigenissen
Zingen: Opwekking 733 (Frysk)
Slingergebed
Dankgebed
Collecte
Zingen: GKB Gezang 141 : 1 en 3
Zegen
Na afloop: bespreking en LvK Psalm 138 : 4

Dankbaar in voor- én tegenspoed

Vandaag danken we God.
En wat lezen we dan? Job…
Afgelopen 2 maanden hebben we ons met Job bezig gehouden,
zowel in de kerkdiensten
als met een leesrooster om thuis het boek Job door te lezen.
Ik hoop dat je het met me eens bent dat Job het lezen waard is.
Maar op dankdag?
Zouden we vandaag niet iets vrolijkers moeten lezen?
Job en dankdag, het is misschien een beetje een vreemde combinatie.

Maar dan wel minstens zo vreemd als dat vers uit Job:
‘de Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen, de naam van de Heer zij geprezen.’
Het verhaal van Job moet nu zo onderhand wel bekend zijn.
Job is de rijkste bewoner van de aarde.
Maar van de ene op de andere dag zit Job aan de grond.
En dán komt die uitspraak:
‘de Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen, de naam van de Heer zij geprezen.’

Stel het je even voor.
Je bedrijf gaat failliet – net als dat van Job.
Je gaat door een huwelijkscrisis – net als Job:
Jobs vrouw is hem niet bepaald tot grote steun.
Je moet je kinderen begraven – net als Job.
Je hebt de hele dag een niet te negeren pijn – net als Job.
En vul de tegenspoed uit jouw leven maar in.
Wat zeg je dan?
‘De Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen, de naam van de Heer zij geprezen’?!

Ok, wel eerlijk blijven: dit zegt Job in Job 1.
In de rest van het boek Job kom je déze toon niet meer tegen.
In het vervolg van het boek kom je vooral een Job tegen
die nog wel een appeltje met God te schillen heeft.
Maar Job zegt het hier toch maar mooi wel,
en herroept het nergens.

Hoe kun je het zeggen?
Hoe kun je de naam van de Heer prijzen, als je zo diep in de put zit?
Dat kan een vlucht zijn: de grote boze wereld is tegen jou,
maar gelukkig kun je altijd nog bij God terecht.
Maar Job zegt niet: ‘de Heer heeft gegeven,
de Sabeeërs, de bliksem, de Chaldeeën en de storm hebben genomen,
de naam van de Heer zij geprezen.’
Nee: ‘de Heer heeft genomen.’
Job houdt God verantwoordelijk.

En tóch prijst hij zijn naam.
Of beter: zegent hij de naam van de Heer.
Tot grote verbijstering van Satan die toekijkt.
Zegenen: in het Hebreeuws het woordje ‘barak’.
Je komt het nog wel eens als naam tegen:
Barack Obama of Ehud Barak.
Dat woordje, ‘barak’, is in Job al eerder gevallen.
Het komt uit Satans mond:
‘als u, God, aantast wat Job toebehoort,
zal hij u ongetwijfeld in uw gezicht vervloeken.’
‘Vervloeken’ – in de Statenvertaling staat ‘zegenen’.
Want dat zegt Satan letterlijk: ‘dan zal Job u zegenen.’
Satan bedoelt het ironisch:
‘natuurlijk zal Job u dan niet zegenen, hij zal u vervloeken!’
Maar Job doet het doet het écht: hij zegent de Heer.
Satan heeft het nakijken.

Job zegent de naam van de Heer.
Hij prijst zijn God.
Maar zegenen is meer:
het is uitspreken dat je wilt dat iedereen goed over God praat,
dat met dankbaarheid, verwondering en ontzag over hem gesproken wordt.
Job wil niet dat als mensen het verhaal van zijn leed horen
vervolgens negatief over God gaan praten:
‘wat is dat voor God die zijn dienaar zo laat zitten?’
Nee, God moet gezegend worden!

Hoe Job dat kan zeggen?
Omdat Jobs geloof niet draait om wat God geeft of neemt.
Het gaat Job om God zelf!
Job is geen aanhanger van het welvaartsevangelie,
dat je gouden bergen belooft als je maar gelooft.
Job is ook niet iemand die het wel zonder God afkan
maar als het noodlot toeslaat opeens gaat bidden.
Jobs gelooft, daar verandert zijn situatie niets aan.

Zo danken we vandaag God.
Niet omdat alles mee zit.
Het is niet dat we deze avond mooi weer spelen,
doen alsof het allemaal even fantastisch is.
Job dankt God niet voor alle tegenspoed.
Maar dankbaarheid blijft wel de grondtoon van zijn leven.

Soms kom ik bij mensen bij wie alles tegenzit,
en dan hoop ik dat ik iets van het licht van Christus kan laten zien.
Maar wat gebeurt er: ík kom er bemoedigd vandaan!
Dan heb ik iets gezien van dankbaarheid, van God zegenen,
ook al lijkt er op het eerste gezicht weinig te danken.
Met die dankbaarheid gaan we vandaag naar onze Heer.
Omdat, wat er ook gebeurt, we Jezus Christus mogen kennen.
Daarom kiezen we ervoor te zeggen: gezegend is de naam van de Heer.
Amen.