Jesaja 40:12-31 – Help, ik twijfel! Is het wel waar?

Mark Veurink
Mark Veurink
18 augustus 2013

Jesaja 40:12-31 – Help, ik twijfel! Is het wel waar?

image_pdfimage_print

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie

Zingen: LvK Lied 1 : 1 en 2

Stil gebed

Votum en vredegroet

Zingen: Psalm 8 : 1 en 3

Gebed

Lezen: Jesaja 40 : 12 – 31

Zingen: GKB Gezang 148 : 1, 2, 3 en 4

Preek

Zingen: Psalm 104 : 1, 2 en 7

Lezen wet

Zingen: Psalm 19 : 3

Gebed

Collecte

Zingen: Opwekking 407

Zegen

Preek: Help, ik twijfel! Is het wel waar?

1. Is geloven dom?

dia 1 – artikel

Zijn christenen dom?

Dat klinkt natuurlijk wel heel bot, maar toch…

Deze week las ik dat het onderzocht is:

hoe slimmer mensen zijn, hoe minder ze geloven in God.

Geloven is dus voor domme mensen.

Christenen moeten hun verstand gewoon beter gebruiken,

dan houden ze wel op met die onzin over God.

Op zo’n onderzoekje kun je best wat afdingen.

Wat hebben de onderzoekers precies gemeten?

Hoe hebben ze het geïnterpreteerd?

Dat soort vragen.

Maar aan de andere kant:

Jezus heeft zelf ook zoiets gezegd.

Voor wijzen en verstandigen is Jezus een raadsel,

maar eenvoudigen kunnen hem begrijpen.

Ik lig er niet van wakker als zo’n onderzoek Jezus gelijk geeft.

Maar is het dom om te geloven?

Houden christenen vast aan iets wat nergens op slaat?

Is het zo dat als je maar goed genoeg nadenkt,

je er vanzelf achter komt dat God niet kan bestaan?

dia 2 – verzonnen?

Soms overvalt het mij wel eens:

is God niet één grote grap?

Zijn al die verhalen in de bijbel niet gewoon verzonnen?

Maak ik mijzelf wijs dat er een God is,

omdat ik gewoon niet kan accepteren dat hij er niet is?

Wat als het nu allemaal een grote leugen is?

Alleen het idee al maakt mij misselijk…

Het liefst zou ik wegrennen voor deze vragen.

Want stel dat God inderdaad niet bestaat?

Voor veel mensen is het logisch: God bestaat niet.

God is bedacht door mensen,

omdat ze minder van de wereld wisten dan wij.

Wij kunnen nu alles verklaren.

Waarom de zon opkomt,

hoe onweer ontstaat,

misschien zelfs wel hoe leven ontstaat.

Daar hebben we God niet voor nodig.

En in de bijbel staan zo veel dingen die niet kunnen!

Toekomstvoorspellingen, vreemde wonderen,

Jezus die uit de dood opstaat…

Je moet wel heel naïef zijn om dat te geloven.

De wetenschap heeft God al lang ingehaald.

dia 3 – Israëlieten twijfelen

De Israëlieten waar Jesaja het tegen heeft,

zitten met een probleem dat hier wel op lijkt.

Ze zijn gevangen genomen door de Babyloniërs.

Meegevoerd naar een ver land.

En God heeft geen vinger uitgestoken om hen te beschermen.

Nu ze in Babylon zijn, wijst alles tegen God.

Wat zijn ze onder de indruk van dat land.

Die Babyloniërs hebben God helemaal niet nodig,

ze hebben alles al.

Prachtige gebouwen, een onverslaanbaar leger

en de slimste wetenschappers van de wereld.

De Israëlieten beginnen te twijfelen aan God.

Nee, ze twijfelen niet of God wel bestaat.

Hun twijfel staat in vers 27:

‘mijn weg blijft voor de Heer verborgen,

mijn God heeft geen oog voor mijn recht.’

Wat is God voor God, slaap hij misschien,

is hij Israël vergeten?

Of God wel bestaat, is een vraag van de afgelopen eeuwen,

in de tijd van Jesaja was dat gewoon vanzelfsprekend.

De Israëlieten twijfelden aan Gods macht.

Maar tegenwoordig zouden we dan aan zijn bestaan gaan twijfelen.

Alles wijst erop dat de wetenschap van God wint.

Dan zal hij wel niet bestaan.

2.God is onvergelijkbaar

dia 4 – God is onvergelijkbaar

Je verstand kan in de weg staan om in God te geloven.

Het lijkt soms wel alsof je moet kiezen tussen God en je verstand,

dat als je maar goed nadenkt, je zeker weet dat God niet bestaat.

Want God doet dingen die helemaal niet kunnen.

Dat is het probleem waar het vanochtend over gaat.

dia 5 – laat God zichzelf zijn

Maar doet God inderdaad dingen die niet kunnen?

Vanuit ons menselijk verstand gezien,

vanuit alle kennis die wij hebben,

kun je dat inderdaad wel zeggen.

Maar waarom zou God zich moeten houden aan wat voor ons verstand klopt?

Veel van die verstandelijke vragen over God

doen alsof God ook maar een mens is.

Hoe kan iemand nou uit de dood opstaan,

dat kan toch geen mens?

En dat klopt helemaal: mensen kunnen dat niet.

Maar dat wil nog niet zeggen dat God dat niet kan!

Het verschil tussen God en mensen is juist

dat God dingen kan die mensen niet eens kunnen bedenken.

Daar wijst Jesaja ook op: God is zoveel groter dan wij.

Daar kunnen wij als mensen ons helemaal geen voorstelling bij maken.

Het is prima om moeilijke vragen over God te stellen.

Maar zeg niet van tevoren dat God dingen niet kan als ze niet passen in onze wereld.

Laat God toch gewoon zichzelf zijn.

dia 6 – krijtrots

Jesaja laat zien wie die God is.

God heeft alles gemaakt.

Zelf was ik deze zomer in Denemarken bij krijtrotsen van 150 meter hoog.

Dat was prachtig, al was de stank er niet te harden…

Hoe dan ook: waar ik enorm van onder de indruk ben,

dat stelt voor God niets voor.

Het is alsof God met een emmertje en een schepje speelt.

Zo groot is God.

dia 7 – sterren

Kijk naar de sterren.

Er is zo veel wat we daar niet over weten.

Mensen kunnen nog niet eens naar de planeet Mars,

laat staan naar de sterren.

Zelfs al konden we vliegen met de snelheid van het licht,

dan nog is een mensenleven te kort om bij die sterren te komen.

God heeft het gewoon gemaakt!

dia 8 – passer en lineaal

In vers 13 vraagt Jesaja:

wie kan de geest van de Heer meten?

Dat is precies waar het om gaat.

God is zo onmetelijk groot,

dat kunnen wij als mensen echt niet narekenen.

Hoe kunnen we met ons verstand nou zeggen dat God niet kan bestaan,

als God dat verstand zelf heeft gemaakt?

Als er iemand is met verstand,

dan is het God wel!

En dan vraagt Jesaja:

heeft iemand hem ooit raad gegeven?

Dan kunnen we als mensen nog zo veel weten, en dat is prachtig,

maar God heeft onze adviezen echt niet nodig.

Zelfs de beste wetenschappers weten niets vergeleken bij God.

Jesaja zet ons op onze plek.

We stellen niet zoveel voor.

In Gods ogen zijn de volken een stofje op een weegschaal.

Dat komt misschien verwijtend over.

Alsof God vraagt:

‘heb je commentaar op mij?

Hoe durf je, wat stel jij eigenlijk voor?’

Zo is het hier niet bedoeld.

Het is bedoeld als een bemoediging:

er is geen probleem waar God niet tegen opgewassen is.

God weet wel wat hij doet.

dia 9 – grenzen van verstand

Natuurlijk is dit geen bewijs dat God bestaat.

Het is ook geen antwoord op allerlei ingewikkelde vragen.

Waar het mij om gaat is dat die bewering niet klopt:

‘als je maar logisch nadenkt, kom je er vanzelf achter dat God niet bestaat.’

Dan zeg je namelijk dat God binnen jouw logica moet passen.

Dan maak je God van tevoren al kleiner.

Maar als God echt bestaat, is hij enorm groot,

past hij niet binnen de grenzen van ons verstand.

Dan kun je gewoon je verstand gebruiken, dan kun je de wereld onderzoeken,

en tegelijk in God geloven die veel groter is.

Ik kan niet op alle moeilijke vragen een antwoord geven,

maar ik vertrouw erop dat God groter is en hij het antwoord wel heeft.

3.En het verstand dan?

dia 10 – verstand

Of is dit een grote smoes?

Dat kan het in ieder geval wel worden!

Zo van: ‘ach ja, het zijn maar menselijke vragen,

daar moeten we niet zo moeilijk over doen.’

Het is wel erg gemakkelijk om te zeggen dat je je verstand niet moet gebruiken

omdat God nu eenmaal toch veel groter is.

Maak gewoon de wetenschap een beetje belachelijk,

en die moeilijke vragen doen er niet meer toe.

Zo bedoel ik het dus niet.

Wat als je nou vragen over God hebt waar je echt mee zit?

Dan is het geen antwoord als je zegt dat het verkeerde vragen zijn.

God zegt ook helemaal niet dat we ons verstand niet moeten gebruiken.

God heeft dat verstand gemaakt.

Dat we kunnen nadenken is een cadeau van God.

We hebben veel aan ons verstand te danken.

Dus je kunt niet zeggen dat je gewoon je verstand opzij moet zetten.

Als je moeilijke vragen over God hebt, ga dan op zoek,

stel die vragen gewoon!

Volgende week staan we stil bij zo’n vraag:

hoe kan God het lijden toestaan?

Maar als je vragen over God stelt,

stel ze dan wel over de grote en machtige God,

niet over de God die in ons verstand moet passen.

dia 11 – Truman

Uiteindelijk gaat het om de vraag: waar begin je?

Of, om het filosofisch te zeggen: er zijn altijd aannames buiten je denken om.

Dat klinkt ingewikkeld, dat is het misschien ook gewoon,

en ik kan het nog het beste uitleggen met een film: the Truman Show.

Die film gaat over een zekere Truman.

Hij is 30 jaar en heeft een heel gewoon leven.

Hij is getrouwd, heeft een huis en een baan.

Niets bijzonders aan de hand, zou je zeggen.

Wel dus.

Iedereen om Truman heen speelt al 30 jaar toneel.

In werkelijkheid zit Truman in een zeer grote TV studio,

en is hij hoofdpersoon van een realitysoap.

Alle mensen die hij ontmoet, zijn betaalde acteurs.

Hoe de film afloopt, zal ik niet verklappen, maar het gaat nu om het idee

dat je leven iets heel anders kan zijn dan je zelf denkt.

Nadat de film was uitgekomen, begonnen spontaan allerlei mensen te denken

dat hun leven ook een groot toneelstuk was…

dia 12 – waar begin je

Even terug: de vraag was waar je begint.

Geloof je dat dit leven echt is?

Met alleen je verstand kom je daar niet uit.

En met God is het precies zo:

je kunt niet met je verstand beredeneren of God wel of niet bestaat.

Als je gelooft dat de wereld niet meer is dan je kunt zien en onderzoeken,

dan kun je inderdaad ook zeggen dat God niet bestaat.

Maar met je verstand kun je dat niet bewijzen:

het gaat om wat je daarvoor al gelooft.

Helaas gebeurt dat wel, best veel zelfs:

dat mensen zeggen: God kan niet bestaan.

Het zijn ook slimme mensen die dat zeggen.

Want hoe slimmer je bent,

hoe verleidelijker het is om altijd op je verstand af te gaan.

Om het met de woorden van Jesaja te zeggen:

verstand is dan een godenbeeld geworden.

Als verstand alles is, als je gelooft dat je alles kunt beredeneren

en dat er geen andere dingen zijn dan we kunnen zien,

dan is dat net zo goed een godsdienst.

Maar het is wel een godsdienst met een veel kleinere god.

Verstand is dan een god, in plaats van de God die het verstand gemaakt heeft.

Uiteindelijk is het niet de vraag of je met je verstand in God kunt geloven.

De vraag is waar je op vertrouwt:

op je verstand of op God.

4. Het mooie leven

dia 13 – mooie leven

Ik hoop dat ik een beetje duidelijk heb kunnen maken

dat geloven en logisch nadenken niet tegengesteld zijn.

Je kunt niet bewijzen dat God bestaat,

je kunt ook niet bewijzen dat God niet bestaat,

het gaat erom welk uitgangspunt je kiest.

Maar welk van de twee je kiest,

dat maakt wel een wereld van verschil!

Dat is het laatste waar ik bij stil wil staan.

dia 14 – toekomst in de sterren of bij God

Als je gelooft in God, is er iemand die veel groter is dan jij.

Jesaja heeft het over de sterren:

God heeft ze gemaakt.

Voor ons is dat gewoon een indrukwekkend beeld.

Maar in de tijd van Jesaja werd er nog veel meer belang aan die sterren gehecht.

Sterren werden als goden vereerd.

De sterren bepaalden je toekomst.

Daar hebben wij zelfs nog een uitdrukking voor:

‘het staat in de sterren geschreven’.

En dan zegt Jesaja dat God die sterren heeft gemaakt.

Om maar even in die uitdrukking te blijven:

God schrijft wat in de sterren staat geschreven.

Datzelfde kun je bijvoorbeeld ook zeggen van de natuurwetten:

die bewijzen niet dat God niet bestaat, God heeft ze zelf geschreven.

Het leven wordt niet bepaald door toeval of het noodlot,

God bepaalt ons leven.

Dat houdt Jesaja aan de Israëlieten voor,

om hen nieuwe hoop te geven.

‘Vertrouw je maar toe aan die God,

hij is iemand op wie je kunt vertrouwen.’

dia 15 – toevertrouwen

Voor de Israëlieten verandert er op het eerste gezicht niet veel:

ze blijven gewoon ballingen in Babylonië.

Maar er is wel verschil:

van ballingen die alle hoop hebben verloren,

veranderen ze in mensen die weer toekomst zien.

God ziet hen ook in Babylonië, op een dag zal hij hen bevrijden.

‘Wie heeft de geest van de Heer gemeten’, vraagt Jesaja.

Precies die vraag wordt aangehaald in 1 Korintiërs 2,

waar het twee weken geleden over ging.

Dat ging over Gods geheime wijsheid van het kruis.

Juist die enorm machtige en wijze God uit Jesaja 40,

heeft in al zijn wijsheid besloten om zijn zoon te geven.

Als er iets is wat met het verstand niet te begrijpen is, is dat het wel.

Aan een God die zo veel voor mensen over heeft,

wíl ik me ook graag toevertrouwen.

dia 16 – kleur

Vertrouw je toe aan God, het maakt een wereld van verschil.

Zonder God is het ieder voor zich.

Dan ben je ontstaan door het toeval,

en niet meer dan een klomp lichaamscellen en wat elektrische stroompjes.

Dan geldt het recht van de sterkste

en hoort de dood gewoon bij het leven.

Mensen worden dingen,

en liefde een manier om te overleven.

Ik geloof daar niets van, en daarom geloof ik in God.

God geeft het leven kleur.

Je bent niet door het toeval ontstaan, God wilde jou.

Je bent geen verzameling cellen, God houdt van je.

Dat maakt het leven mooi.

Ook al ben je ziek, werkloos, eenzaam, of wat dan ook,

het maakt je leven niet waardeloos, want God ziet je.

Het toeval kent geen liefde, het verstand ook niet, maar God wel!

Daarom is je leven waardevol,

ook al voel je je nutteloos.

‘Wie hoopt op de Heer krijgt nieuwe kracht:

hij slaat zijn vleugels uit als een adelaar,

hij loopt, maar wordt niet moe,

hij rent, maar raakt niet uitgeput.’

Amen.