Jeremia 29:7 – Bidden voor bloei van de stad

Mark Veurink
Mark Veurink
16 maart 2013

Jeremia 29:7 – Bidden voor bloei van de stad

image_pdfimage_print

Liturgie

Stil gebed

Votum en vredegroet

Zingen: GKB Gezang 37 : 1 en 2

Voorbede – Schepping

Zingen: Psalm 104 : 9

Voorbede – Onrecht

Zingen: Psalm 68 : 3

Voorbede – Christenen wereldwijd

Zingen: GKB Gezang 119 : 2

Lezen: Jeremia 29 : 1 – 7

Meditatie over Jeremia 29 : 7

Zingen: LvK Lied 37 : 2

Voorbede – Stad en land

Zingen: Psalm 72 : 1

Voorbede – Arbeid en wat we nodig hebben

Zingen: GKB Gezang 37 : 5

Voorbede – Gemeente

Zingen: GKB Gezang 119 : 1

Afsluitend gebed

Collecte

Zingen: GKB Gezang 37 : 8

Zegen

Meditatie

Vandaag is het biddag.

Of, om volledig te zijn ‘biddag voor gewas en arbeid’.

Juist dat laatste stukje ‘gewas en arbeid’,

maakt dat ik me er een beetje ongemakkelijk bij voel.

Je kunt nooit te veel bidden,

maar zijn er geen betere dingen om voor te bidden

dan je eten en je werk?

Kunnen we God niet beter prijzen en danken en om vergeving bidden?

Biddag is nogal aards.

We bidden voor hele gewone dingen.

We vragen God om zijn zegen in ons dagelijks leven en in het leven van anderen.

Moeten we ons daar als christenen wel mee bezig houden?

In de bijbel wordt gezegd dat deze wereld voor ons een tijdelijke verblijfplaats is.

Bij God zijn we pas echt thuis.

Kunnen we ons niet veel beter daar op richten,

en de gewone dagelijkse dingen maar laten gebeuren?

Jeremia schrijft een brief aan de ballingen in Babel.

Zij waren daar niet vrijwillig.

Het waren Joden die door een vijandige koning, Nebukadnessar,

waren gedeporteerd, naar een plek ver van huis.

In de stad Babel moesten ze maar een nieuw bestaan opbouwen.

Je kunt je voorstellen dat deze ballingen veel last van heimwee hadden.

Ze wilden terug naar hun land, naar Jeruzalem en hun familie.

Babel is hun thuis niet.

Het is een plek waar ze tijdelijk verblijven.

Zodra ze de kans krijgen, gaan ze weer terug.

Maar ook al zijn die ballingen ver van huis,

toch schrijft Jeremia dat ze zich moeten bezighouden met hun bloei.

Het leven in Babel doet ertoe.

Ook daar kan God zijn zegen geven.

Wil hij bloei geven.

Ook al is deze wereld niet ons thuis,

dat betekent niet dat we ons niet met dagelijkse dingen bezig hoeven te houden.

God wil niet we ons terugtrekken van het gewone aardse,

om ons alleen maar met hoge, spirituele dingen bezig te houden.

Deze wereld is nu onze plek, God heeft ons daar neergezet.

Daarom doet voor God het leven van vandaag ertoe.

En daarom mogen we bidden.

Mogen we allerlei concrete situaties aan God voorleggen,

ook al weten we dat God met een hele nieuwe wereld gaat komen.

Bidden voor bloei, bidden voor gewas en arbeid,

dat is geen teken van ongeloof,

maar van vertrouwen dat God ook in deze wereld voor ons zorgt.

Er is nog iets anders met die brief van Jeremia.

Het gaat niet alleen over de bloei van de ballingen,

het gaat ook over de bloei van de stad.

Die twee worden aan elkaar verbonden:

de bloei van de stad is ook jullie bloei.

En daarom geeft Jeremia ook die opdracht:

bid voor de stad en zet je in voor haar bloei.

Je zou kunnen denken dat die Joden in ballingschap

zich maar zo ver mogelijk moeten terugtrekken van het leven van de stad.

Laat hen maar een bloeiende gemeenschap vormen,

met de stad hebben ze verder niet zo veel te maken.

Maar dat wil God niet.

Het lot van de ballingen is verbonden aan het lot van de stad.

Bloeit de stad, dan zullen ook de ballingen bloeien.

Dus niks terugtrekken in een gesloten Joodse gemeenschap!

God wil juist dat ze in de stad aanwezig zijn,

zich voor de stad inzetten en voor de stad bidden.

Christenen overkomt dat ook zomaar.

Dat ze zich terugtrekken in de kerkelijke gemeenschap.

In de kerk is genoeg te doen, en in de kerk is genoeg om voor te bidden.

De stad kan er zomaar bij inschieten.

Die brief van Jeremia is ook voor ons een aanmoediging:

christenen in Franeker, en in de dorpen, zet je in voor de bloei van de stad.

De bloei van Franeker is onze bloei.

Dat geldt in materieel opzicht:

als het goed gaat met de Franeker economie, plukken ook wij daar de vruchten van.

Maar het geldt ook in geestelijk opzicht:

als we als kerk in open contact staan met de stad en ons daarvoor inzetten,

dan werkt dat stimulerend voor ons eigen geloof,

omdat we zien hoe God in de wereld bezig is.

Daarom bidden we vandaag,

niet alleen voor onszelf, niet alleen voor andere christenen,

maar ook voor Franeker en haar bloei.

Amen.