Jeremia 15:18-19 – Schaam je niet voor God

Mark Veurink
Mark Veurink
20 oktober 2013

Jeremia 15:18-19 – Schaam je niet voor God

image_pdfimage_print

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie

Zingen: Psalm 125 : 1 en 2

Stil gebed

Votum en groet

Zingen: GKB Gezang 165

Gebed

Kinderen naar club

Lezen: Jeremia 15 : 10 – 21

Zingen: Psalm 13 : 1 en 2

Preek over Jeremia 15 : 18 – 19

Zingen: Psalm 146 : 2, 3 en 4

Kinderen terug

Kinderlied:

Lezen wet

Zingen: Opwekking 520 : 1, 3 en 4

Gebed

Collecte

Zingen: GKB Gezang 160 : 1 en 2

Zegen

Preek: Schaam je niet voor God

Kuddedieren

dia 1 – zwart

In allerlei onderzoekjes is aangetoond

dat mensen kuddedieren zijn.

Als mensen keuzes moeten maken

wordt dat vaak bepaald door wat anderen kiezen.

En daar passen we ons dan bij aan.

dia 2 – experiment

Ik kwam daar een leuk voorbeeld van tegen.

Het is een experiment op straat.

Vier voorbijgangers worden gevraagd om aan een tafel te gaan zitten.

Ze krijgen allemaal een schaaltje voor zich waar een doorzichtige vloeistof in zit.

En die vier mensen moeten zeggen waar het naar ruikt.

Het is gewoon water, maar dat weten zij niet.

Tenminste…

Eén van de vier weet dat niet.

De andere drie zijn acteurs die speciaal voor dit experiment zijn ingehuurd.

Maar dat weet nummer vier natuurlijk niet.

Acteur nummer een ruikt aan het schaaltje met water.

Hij heeft er niet veel tijd voor nodig.

‘Ja, ja, duidelijk!’ en hij snuift nog even goed.

‘Ja, dat is vanille, kan niet missen!’

Acteur nummer twee doet er wat langer over.

Ze houdt het schaaltje dicht bij haar neus,

en haalt diep adem.

Dat doet ze nog een paar keer, en ze zet het schaaltje weer op tafel.

‘Ik denk dat ik vanille ruik,’ zegt ze.

En dan is acteur nummer drie aan de beurt.

Hij bekijkt het schaaltje water nog eens goed,

ruikt er even aan en zegt:

‘ja, vanille, dat klopt helemaal.’

Als laatste is de nietsvermoedende voorbijganger aan de beurt.

Ook zij ruikt goed aan het water.

En eigenlijk kan zij er helemaal geen vanille in ontdekken.

Het ruikt nergens naar!

Maar ze heeft ook geen zin om op te vallen.

Ze draait nog even met haar ogen,

je ziet haar denken ‘dit slaat nergens op’,

maar ze sluit zich aan bij de rest.

‘Ik ruik vanille.’

Er zijn veel meer van dit soort experimenten.

En ze zeggen allemaal hetzelfde.

Mensen hebben de neiging zich aan te passen aan anderen.

Mensen zijn kuddedieren.

Ze willen geen spelbreker zijn.

dia 3 – voetbal tv

Zelf ben ik er ook zo een.

Ik heb een hekel aan voetbal kijken.

Alleen voor een EK of WK maak ik een uitzondering.

Negentig minuten kijken naar een stel mannen die achter een bal aan hollen,

ik vind het echt oersaai.

Maar sommige vrienden van me gaan er helemaal in op.

En als ik me weer eens liet verleiden om toch een wedstrijd mee te kijken,

daar begint het kuddegedrag al,

dan ging ik ook nog meedoen.

Als anderen juichen om een mooie goal, schreeuw ik opeens mee.

Terwijl ik het maar aanstellerij vind…

Maar ik wil geen spelbreker zijn.

dia 4 – geloven tegen stroom in

Als je gelooft in Jezus ben je ook een spelbreker.

En daar wil ik het nu met jullie over hebben:

geloven tegen de stroom in.

Hoe kun je geloven als anderen dat vreemd vinden?

Waarom zou je je niet gewoon aanpassen,

en je geloof wat minder serieus nemen?

1.Meedoen met de rest

dia 5 – Jeremia spelbreker

De mensen zien Jeremia ook als een spelbreker.

Als ze het gezellig met elkaar hebben

komt Jeremia weer om de pret te bederven.

Komt hij weer met die woorden van God,

over Gods woede en Gods oordeel.

Ze moeten er niets van hebben.

Jeremia weet het en hij is er gevoelig voor.

Hij heeft er geen zin meer in:

op deze manier hoeft het voor hem niet.

En hij begint te klagen:

‘Ze hebben een hekel aan me,

iedereen haat mij,

ze zouden me het liefste dood hebben.

Ik zou willen dat ik nooit was geboren,

zo wil ik niet leven!’

Jeremia snapt er niets van…

Ja, hij weet wel dat hij een pittige boodschap heeft.

Hij geniet er ook niet van om het over Gods oordeel te hebben,

maar hij weet wat erachter zit:

God houdt er ook niet van om te oordelen,

hij wil juist dat de mensen bij hem terug komen.

Twee weken geleden hebben we het daar over gehad:

God wil zijn volk aan zich vastbinden, zoals een linnen gordel.

Waarom reageren de mensen daar zo boos op?

dia 6 – aanpassen

Voor Jeremia hoeft het niet meer.

Hij vond het altijd geweldig om Gods woorden te horen.

In vers 16 staat dat het hem een diepe vreugde gaf.

Hij stond te popelen om anderen over God te vertellen.

Maar niemand wilde hem horen.

In plaats van feest te vieren met de anderen

zit Jeremia eenzaam wat voor zich uit te staren.

Hij moppert er stevig op los:

Was hij maar gewoon.

Kon hij maar gewoon meedoen met de groep.

Wat is het hem tegengevallen.

Wat is God hem tegengevallen.

En hij zegt zijn vertrouwen in God op.

Hoe kan het zo ver komen?

In vers 16 nog zo enthousiast over God.

En dan slaat het helemaal om.

Hoe kan dat?

Het antwoord zijn de mensen.

Jeremia is een echt kuddedier.

Hij vind het belangrijk wat mensen van hem vinden.

En zo lang hij over God blijft praten,

zullen de mensen hem haten.

Maar Jeremia wil ook wel eens gewoon meedoen,

feest vieren met de rest en gewaardeerd worden.

God kan hem gestolen worden.

dia 7 – wat anderen vinden

Wat anderen vinden kan heel belangrijk voor je zijn.

Als je bijvoorbeeld een nieuwe trui hebt gekocht,

waar je heel blij mee bent.

Hij is mooi, hij zit lekker.

Maar dan kom je een vriend of vriendin tegen.

Die vindt het maar een lelijke oubollige trui.

En je durft die trui nooit meer te dragen.

Wat anderen van je vinden is vaak heel belangrijk.

Dat geldt ook voor geloof.

Als je gelooft in Jezus, en anderen vinden dat vreemd,

dan wordt geloven een stuk moeilijker.

Hier in de kerk vind ik het nog niet zo moeilijk om ervoor uit te komen dat ik geloof.

Maar als ik iemand tegenkom die geen christen is,

dan vind ik het altijd weer eng om het over God te hebben.

Wat zal die ander niet van me denken?

Ik heb dan de neiging om het geloof wat te relativeren,

en te laten zien dat christenen echt niet zo erg zijn…

En ik hoop dan dat die ander mij niet belachelijk vindt.

2.Houd vast aan God

dia 8 – stevige reactie

Arme Jeremia.

Ik kan me zijn frustratie goed voorstellen.

En ik vind het mooi dat hij dat ook aan God vertelt.

Dat hij niet doet alsof er niets aan de hand is.

Je zou verwachten dat God naar hem luistert en hem bemoedigt.

Zo zou ik dat in ieder geval wel hebben gedaan.

Als iemand zo gefrustreerd bij mij komt, dan weet ik het wel:

‘kom binnen, ga even zitten, vertel je verhaal.’

Doos tissues op tafel en luisteren.

Ik zou even met Jeremia meemopperen

en hem bemoedigen om weer verder te gaan.

Maar God heeft helemaal geen medelijden met Jeremia!

God zegt niet dat hij Jeremia’s probleem wel begrijpt.

Hij gaat juist hard tegen Jeremia in:

‘keer naar mij terug Jeremia, spreek weer waardige woorden,

stop met dat gemopper, het doet pijn in mijn oren.’

Waarom reageert God zo heftig?

Waarom toont hij niet wat meer begrip?

Het is toch goed om je vragen aan God te stellen,

om soms zelfs te klagen?

Dat is het ook.

Maar Jeremia gaat te ver.

Hij beschuldigt God, dat God onbetrouwbaar zou zijn.

En dan zegt God: ‘ik vind het prima dat je me vragen stelt,

je mag zelfs boos op me worden,

maar dit accepteer ik niet.’

Jeremia gaat over een grens.

Hij was een profeet van God.

Hij moest mensen over God vertellen,

mensen oproepen om dicht bij God te leven.

En nu laat hij zelf God los.

Vind hij het zo belangrijk wat anderen van hem vinden,

dat hij bereid is God ervoor op te geven.

Om maar gewoon te zijn.

Mensen zijn voor Jeremia veel te belangrijk.

En daarom wijst God hem terecht:

‘word niet zoals die anderen, maar houd je vast aan mij.’

dia 9 – verkondigen ipv schamen

God wil niet dat je je voor hem schaamt.

Dat je voor het gemak maar even doet alsof je hem niet kent.

Als christenen zich voor God schamen,

als zij steeds bezig zijn met wat anderen van hen vinden,

hoe kunnen anderen God dan ooit leren kennen?

Geef God niet op als je het gevoel hebt dat je er alleen voorstaat.

Want God wil jou juist gebruiken

om ook anderen het goede nieuws van Jezus te vertellen.

Je hoeft niet eens te dreigen met Gods oordeel, zoals Jeremia moest,

je mag gewoon Gods liefde laten zien.

dia 10 – mensen of God

Misschien vinden mensen je dan een rare snuiter.

Misschien praten ze achter je rug om over jou.

Maar maak mensen niet te belangrijk.

Neem bijvoorbeeld leraren op school.

Zij moeten zich niet te veel aantrekken van wat leerlingen van hen vinden.

Ze moeten gewoon hun werk doen.

God houdt van jou, hij vindt jou waardevol.

Dan kunnen mensen van je vinden wat ze willen,

maar dat pakt niemand je af.

Elke keer als ik bang ben voor wat anderen van me vinden,

probeer ik me dat voor te houden: God houdt van me.

Als God je waardevol vindt,

waarom zou je dan nog je druk maken om wat anderen van je vinden?

Houd vast aan God!

3.Geen succes, wel belofte

dia 11 – succes en belofte

Maar ondertussen blijft het wel een probleem.

Je kunt nog zo vaak zeggen dat het erom gaat wat God van je vind,

maar van God merk je niet zo veel.

Terwijl mensen je vaak direct laten merken

hoe ze over je denken.

God roept Jeremia op

om zich geen zorgen te maken over wat anderen van hem vinden,

maar vast te houden aan God.

Maar waarom zou Jeremia dat doen?

God belooft niet dat het Jeremia voortaan voor de wind zal gaan,

als Jeremia maar aan God vasthoudt.

Dat had God trouwens nooit beloofd.

Jeremia kan wel zeggen dat God onbetrouwbaar is,

maar vanaf het begin was al duidelijk dat mensen niet op Jeremia zitten te wachten.

En dat zegt God nog maar een keer:

ze zullen je bestrijden.

Het verhaal van Jeremia zal geen succesverhaal worden.

In plaats daarvan moet Jeremia het met een belofte doen:

‘ze zullen het je moeilijk maken, zeker weten,

maar ze zullen je niet overwinnen.

En uiteindelijk zal ik je redden.’

Het klinkt misschien gek,

maar ik ben blij dat het verhaal van Jeremia geen succesverhaal is.

Want dan moet ik ook succesvol zijn.

Dan zou God zeggen:

als je mij dient, zal je een gemakkelijk leven hebben.

Ik denk dat iedereen hier wel beter weet.

Van Jeremia leer ik dat geloven nooit simpel was.

Dat er altijd mensen zijn die mij vreemd vinden

omdat ik geloof in Jezus.

God belooft niet dat hij mij uit moeilijke situaties zal houden.

Geloven is soms stug volhouden,

en er maar op vertrouwen dat God het goed zal maken.

dia 12 – Jezus

Jezus deed dat, stug volhouden.

Jeremia stond op het punt zonder God verder te gaan.

Hij wilde niet dat de mensen hem zouden haten.

Jezus liet zich daar niet door tegenhouden.

Alles wat Jeremia zegt, Jezus had het ook kunnen zeggen.

De mensen hadden heel wat aan te merken op Jezus.

Maar Jezus was geen kuddedier,

hij paste zich niet aan de wensen van mensen aan.

Hij bleef vertrouwen dat God het goed zou maken,

zelfs aan het kruis.

Dat lijkt mij een goede reden om vol te houden.

Christen zijn is geen succesverhaal.

Jezus zelf zegt dat ook:

mensen zullen je uitschelden en vervolgen,

net zoals de profeten vervolgd werden.

Soms is het verleidelijk om God maar op te geven,

omdat het leven daar zoveel makkelijker van zou worden.

God belooft niet dat het makkelijk zal zijn.

Hij wil je wel helpen vol te houden,

en hij belooft dat het goed komt.

En juist als je naar Jezus kijkt,

kun je daar ook op vertrouwen.

God trekt zich niets aan van wat mensen vinden,

hij gaat gewoon door met wat hij van plan was.

Door Jezus naar de wereld te sturen,

laat God zien dat hij de wereld niet vergeet,

dat het de moeite waard is om vol te houden.

4.Richt je op God

dia 13 – op God richten

Geloven is soms moeilijk,

anderen kunnen je een spelbreker vinden.

Maar dat is nog geen reden om maar niet te geloven.

Pas je niet aan mensen aan, maar richt je op God!

dia 14 – Jeremia herbevestigd

Jeremia doet dat.

In het verhaal staat niet hoe Jeremia op God reageert.

Wat in Jeremia is omgegaan, daar kunnen we alleen maar naar raden.

Maar hij slikt zijn klacht in.

Hij besluit dat hij God belangrijker vindt dan mensen.

En dan belooft God dat hij bij hem zal zijn.

Precies diezelfde belofte had God al eerder gegeven,

toen hij Jeremia riep om profeet te worden.

Over twee weken gaan we het daar over hebben.

Maar nu bevestigt God dat nog eens.

dia 15 – liever God dan mensen

Ik begon mijn verhaal met dat mensen kuddedieren zijn.

Wat anderen vinden is vaak heel belangrijk voor ons.

God wil je daarvan vrij maken.

Want wat anderen vinden, is een ongenadige slavendrijver.

Je moet iedereen tevreden houden, wat al een onmogelijke opgave is,

en dan heb je net een beetje bedacht hoe je dat aanpakt,

of mensen hebben alweer nieuwe verwachtingen van je.

Als het jou erom gaat wat mensen van je vinden,

is het nooit goed genoeg!

Bij God is dat anders.

Wat God van je vindt, hangt niet af van wat je doet.

Als God naar jou kijkt, vindt hij je prachtig, omdat hij Jezus ziet!

Daar kun je mee verder.

Wees niet bang voor mensen.

Richt je juist op God!

dia 16 – verschil

Dat betekent niet dat je nooit eens ergens aan mee kunt doen

en dat je altijd de spelbederver bent van wie niets mag.

Christenen doen gewoon mee in de wereld,

mogen ook gewoon feest vieren

en hoeven echt geen zwaarmoedige mensen te zijn.

Christenen zijn vrij!

Maar verstop je geloof niet.

Wees niet bang voor hoe anderen reageren

als ze erachter komen dat je christen bent.

Dat is niet iets om je voor te schamen.

Als je Jezus kent, hoef je niet bang te zijn wat anderen van je vinden.

Misschien vinden ze je wel belachelijk. Nou en?

En het tweede: pas je geloof niet aan.

Als mensen je vragen stellen over je geloof,

geef dan gewoon eerlijke antwoorden.

Je kunt om de hete brij heen draaien,

je kunt nietszeggende antwoorden geven

om vooral niemand te irriteren,

maar op die manier zullen mensen nooit Gods boodschap horen.

Terwijl die zo mooi is: kom bij Jezus!

Hij zal je een nieuw leven geven.

Geloof, ook al is het tegen de stroom in.

Het is de moeite waard!

Amen.