Jeremia 13:11 – God wil je dicht bij zich

Mark Veurink
Mark Veurink
6 oktober 2013

Jeremia 13:11 – God wil je dicht bij zich

image_pdfimage_print

p>Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Bij deze preek is preekverwerkingsmateriaal beschikbaar: Samen GROEI-en.

Liturgie

Zingen: Opwekking 355

Stil gebed

Votum en groet

Zingen: Psalm 148 : 1, 2 en 3

Lezen wet

Zingen: GKB Gezang 157 : 1, 2, 3 en 4

Gebed

Kinderen naar club

Lezen: Jeremia 13 : 1 – 27

Zingen: Psalm 25 : 5 en 7

Preek over Jeremia 13 : 11

Zingen: LvK Lied 78 1, 2 en 3

Kinderen terug

Kinderlied

Gebed

Collecte

Zingen: Psalm 148 : 4 en 5

Zegen

Preek: God wil je dicht bij zich

Inleiding

dia 1 – rommel

Sommige mensen bewaren echt alles.

Van een oud koffiezetapparaat

tot tijdschriften van 30 jaar geleden.

Van onderdelen van een fiets

tot planken van oude kasten.

Ergens in een hoekje op zolder ligt het te wachten

totdat je het weer eens kunt gebruiken.

Tenminste, ik hoop dat niet het hele huis ermee vol ligt…

Dan heb ik nog wel een tip: ga verhuizen, dan moet je wel opruimen.

Het kan best handig zijn om dingen te bewaren.

Je weet maar nooit wanneer je het weer kunt gebruiken.

Wie wat bewaart, die heeft wat…

Maar er zijn ook van die dingen,

die kun je wel bewaren, maar daar worden ze niet beter van.

dia 2 – fiets

Neem bijvoorbeeld een fiets.

Die moet je gewoon gebruiken om goed te houden.

Als je hem in de schuur zet,

en na 10 jaar weer tevoorschijn tovert,

kun je er echt niet zomaar mee wegfietsen.

Vergeet het maar!

Om te beginnen is er van de banden waarschijnlijk weinig over.

Natuurlijk zijn ze leeggelopen,

maar waarschijnlijk zijn ze ook helemaal uitgedroogd.

Die kun je net zo goed weggooien.

Verder staat de ketting niet goed gespannen,

en is die ook niet goed gesmeerd.

Het kan zomaar zo zijn

dat de ketting al een beetje vastgeroest is aan de tandwielen.

Met veel piepen en kraken doet hij het misschien nog.

Op de rest van de fiets zijn ook veel roestplekken en schimmelplekken ontstaan.

Een schoonmaakbeurtje kan geen kwaad.

Een fiets is gemaakt om mee te rijden,

en als je er te lang niet mee rijdt, wordt de fiets steeds slechter.

dia 3 – schimmel

Een ander voorbeeld: kleding.

Kleding moet je gewoon dragen.

Als je kleding ongebruikt laat liggen

in een beetje een vochtige ruimte,

schimmelt het zo weg.

Maar als je kleding draagt,

krijgt kleding lucht en wordt het warm.

Daar blijft het veel langer goed van.

Er zijn dus dingen die je niet moet wegstoppen op zolder,

maar die je gewoon moet gebruiken waarvoor het bedoeld is.

En dat zegt Jeremia ook over mensen.

Daarover gaat het vanochtend.

Mensen zijn bedoeld om dicht bij God te zijn.

Anders gaat alle glans er vanaf.

1.Vervreemd van God

dia 4 – vervreemd

Bij het volk Juda gebeurde dat.

Juda was van God vervreemd geraakt.

Ze wisten nog wel wie God was,

maar daar hield het ook wel ongeveer mee op.

In het gewone leven speelde God gewoon geen rol.

dia 5 – achtergrond

Even wat achtergrondinformatie.

Jeremia werd geboren rond het jaar 650 voor Christus.

Zelf was hij liever helemaal geen profeet geworden.

Als God hem vertelt dat hij profeet moet worden,

protesteert Jeremia stevig:

‘nee toch God, dat meent u niet, ik ben veel te jong.’

Maar God meent het wel,

en Jeremia wordt profeet tegen wil en dank.

Daarover klaagt hij ook regelmatig tegen God.

Het is in de tijd van de laatste koningen van Juda.

Na koning David en koning Salomo is Israël in tweeën verdeeld:

het grotere Israël en het kleinere Juda, met Jeruzalem als hoofdstad.

In Jeremia’s tijd bestaat Israël al niet meer,

het is veroverd door de Assyriërs.

Juda bestaat nog wel.

Een klein en zelfstandig landje dat wordt omringt door grote wereldmachten.

Ook Juda loopt het gevaar veroverd te worden.

dia 6 – God uit beeld

Jeremia profeteert tegen dat kleine landje Juda.

Juda had namelijk een bijzondere plaats in de wereld:

zij waren het overgebleven volk van God.

Door hen moesten de andere volken van God onder de indruk komen.

Maar daar komt niets van terecht.

Het tegenovergestelde gebeurt.

Juda is zo onder de indruk van al die machtige landen,

dat ze God gewoon vergeten.

Ze kennen de verhalen over God wel,

er is ook nog een tempel voor hem,

maar de Judeeërs snoepen graag van twee walletjes:

als het zo uitkomt, shoppen ze graag bij andere godsdiensten.

Dat God de enige god is, dat geloven ze niet meer.

Dat God hen vertelt wat ze moeten doen,

daaraan hebben ze dus mooi geen boodschap.

Kijk dan hoe goed het met die andere landen gaat!

Met Assyrië, Egypte en Babylon.

Je zou toch wel gek zijn als je die goden niet ook tevreden probeert te houden?!

Dat doen ze, en God verdwijnt steeds meer uit het dagelijks leven.

God mag niet te dichtbij komen,

ze willen ruimte om hun eigen leven in te vullen.

En ze zijn trots op wat ze hebben bereikt.

Voor je het weet staat God op de achtergrond.

Ook al zijn we meer dan 2600 jaar verder,

daarin is nog niets veranderd.

Wij zijn toch ook gewoon mensen die trots zijn

op wat we hebben bereikt?

Mensen die graag hun eigen leven willen invullen?

Waarom moet God zich daar nou weer mee bemoeien?

Je bedenkt zelf wel of je God ergens bij kunt gebruiken.

Wat je niet aanspreekt, daar doe je ook niets mee.

En God komt op een afstand te staan.

Wat heeft God nou met je dagelijks leven te maken?

2.Dicht bij God voor zijn eer

dia 7 – dicht bij God

Mensen raken makkelijk vervreemd van God.

En God wil dat niet.

Daarom moet Jeremia profeteren.

Als een waarschuwing: houdt God toch niet op een afstand!

dia 8 – gordel

Om dat duidelijk te maken moet Jeremia een linnen gordel kopen.

Zo lang Jeremia die gordel draagt, blijft de gordel goed.

Maar dan krijgt hij de opdracht de gordel te verstoppen, bij de Perat.

De Perat was een dal met veel rotsen waar een beekje doorheen stroomde.

Een behoorlijk vochtige plek.

En net zoals dat met onze kleding gaat

als we het niet dragen en op een vochtige plek laten liggen,

zo gaat het nu ook met die gordel: het rot helemaal weg.

Als Jeremia een paar maanden later terugkomt,

is er nauwelijks iets van die gordel over.

Zo vies dat je het eigenlijk niet meer met blote handen wilt vastpakken.

dia 9 – niet op afstand

Jeremia waarschuwt de Judeeërs: word niet als die gordel!

Het is ook een waarschuwing voor christenen vandaag:

houd God niet op afstand!

Als Juda God al op afstand houdt,

hoe kunnen die grote wereldmachten dan ooit God leren kennen?!

Als christenen God op afstand houden,

en liever hun eigen leven invullen,

hoe kunnen ze dan ooit van God getuigen?

Want dat is het doel dat God heeft.

Het gaat om Gods eer, om Gods roem.

God wordt door mensen vertegenwoordigd.

Maar hoe kan hij vertegenwoordigd worden door mensen die los van hem leven?

Het kan niet, en daarom moet Jeremia harde dingen zeggen.

Over wijnkruiken.

Die kruiken zijn maar voor een ding gemaakt: om wijn op te slaan.

Als die kruiken dat niet doen, kun je ze net zo goed kapot slaan.

Juda is gemaakt om Gods volk te zijn.

Maar als het zich niet zo gedraagt, heeft God er niets meer aan.

Dan maakt Juda Gods naam eerder belachelijk.

Als Juda niet verandert, als ze niet bij God terugkomen,

dan zal God hen straffen.

Als zij zo nodig willen meelopen met die wereldmachten,

zal God hen daaraan overgeven.

dia 10 – omgang met God

En dat klinkt allemaal heel negatief.

Juda doet alles fout en krijgt straf.

Maar dat is helemaal niet wat God wil!

Je proeft gewoon de pijn van God.

Hij had het zo mooi bedacht!

En dan wordt weer dat beeld van die gordel gebruikt.

‘Want zo vast als een gordel om het lichaam van een man,

zo vast wilde ik heel Israël en Juda aan mij binden.’

God wil ons als een gordel om zijn lichaam binden.

Het woord gordel is een beetje misleidend.

Ik denk dan aan een autogordel,

maar die hadden ze in de tijd van Jeremia natuurlijk nog niet.

Het gaat in ieder geval om een kledingstuk

dat je om je middel op je blote huid draagt.

Als je het toch gaat vergelijken met kleding van nu,

dan komt je ondergoed nog het meest in de buurt.

Zo dicht wil God je bij zich hebben.

Stevig tegen hem aan.

Je kunt zelfs zeggen: aan God vastgekleefd.

God wil intiem met zijn volk omgaan.

Ik vind dat echt ontroerend mooi.

God wil dichtbij komen.

Dat waar je ook bent, je als het ware aan God vastzit.

God wil niet dat je in de kerkdienst even tijd voor hem maakt.

Hij wil elke dag met je meelopen.

Hij wil in elk stukje van je leven zijn.

Zo dat het bijna vanzelfsprekend is.

Dat je God ziet in alles wat je hebt,

dat je steeds zoekt wat God van je wil,

en hem op de eerste plaats zet.

dia 11 – tot eer van God

Dan gelden ook die mooie woorden aan het einde van vers 11:

dan ben je God tot eer, roem en glorie.

Dan kan God met je pronken.

Kun je aan anderen laten zien wie God is.

Gods doel is dat we hem bekend maken.

Dat kan alleen als we zelf God ook niet op afstand houden,

maar dicht bij hem willen leven!

3.Kunnen we wel dicht bij God zijn?

dia 12 – kan het wel?

Maar dicht bij God leven, dat is misschien wel een beetje idealistisch.

Het klinkt wel heel mooi,

en als ik verhalen hoor van mensen die heel dicht bij God leven,

die veel tijd inruimen voor stille tijd,

de hele dag God voor kleine dingen kunnen danken

en hem in al hun beslissingen betrekken,

dan ben ik daarvan onder de indruk.

Maar ik weet dat het bij mijzelf in ieder geval vaak ook anders gaat.

Dat ik aan het einde van de dag denk: ‘o ja, God, die is er ook nog…’

Het is wel een mooie opdracht, en ik zou willen dat ik zo dicht bij God leef,

maar ik ben er te zwak voor.

dia 13 – hopeloos

Voor Juda is het helemaal hopeloos.

Kijk maar in vers 23.

‘Kan een Nubiër zijn huid veranderen?’

Iemand met een zwarte huid kan schrobben wat hij wil,

zelfs al staat hij dagen onder de douche,

hij zal nooit een blanke worden (of hij moet Michael Jackson heten).

Dat klinkt misschien niet helemaal politiek correct,

maar het is echt niet racistisch bedoeld.

Een blanke, zoals ik, kan ook niet zomaar veranderen in iemand met een zwarte huid.

En dan gaat God verder:

‘zouden jullie, vergroeid met het kwaad,

dan iets goeds kunnen doen?’

Het is hopeloos!

God kan Juda wel oproepen om weer dicht bij hem te komen,

maar Juda gaat toch niet luisteren.

Dat is zelfs onmogelijk!

Is het wel eerlijk van God?

Waarom geeft hij van die onmogelijke opdrachten?

Dat is toch alleen maar frustrerend?

Maar voor Juda is dat het niet eens.

De boodschap van Jeremia gaat het ene oor in en het andere weer uit.

Het kan hen niets interesseren.

Toch zakt de moed mij in de schoenen.

Hoe kan ik ooit zo dicht bij God leven?

dia 14 – voor Jezus niet onmogelijk

Ik kan het niet.

Geen mens kan het.

En toch is het niet hopeloos.

Want er is een die het onmogelijke wel deed: Jezus.

Wat geen mens kan, deed Jezus.

Hij liet God nooit los.

Hij werd daar aan alle kanten toe verleid.

Om gewoon eens voor zichzelf op te komen.

Om trots te zijn op alles wat hij bereikt had.

Nooit zei hij: ‘God, nu even niet, u ziet toch wel dat het even slecht uitkomt?’

Jezus en zijn Vader, zij zijn een echte eenheid.

Jezus is de gordel uit het verhaal van Jeremia.

Vastgebonden aan God.

Wie naar Jezus kijkt, ziet God.

Jezus is God pas echt tot eer, roem en glorie!

En het mooie: als je bij Jezus wilt horen,

dan kijkt God naar jou, en ziet hij Jezus.

Als je bij Jezus wilt horen, ben je dicht bij God!

4.Verbind je aan Jezus

dia 15 – verbind je aan Jezus

Als we dicht bij God willen zijn,

dan moeten we dus bij Jezus zijn.

Verbind je dus aan Jezus, volg hem!

dia 16 – niet je best doen

Dat doe je niet door te proberen netjes te leven.

Het is niet zo dat als je maar goed je best doet,

je steeds dichter bij Jezus komt.

Dan zou Jezus namelijk helemaal geen verschil maken.

Juda moest dicht bij God blijven,

maar dat was gedoemd te mislukken,

en wij zouden net zo bij Jezus moeten blijven,

en dat is net zo goed gedoemd te mislukken.

Ik bedoel, ik blijf dan dezelfde zwakke persoon

die het zomaar vergeet om Jezus in zijn leven te betrekken.

dia 17 – nederig

Verbind je aan Jezus,

dat begint met eerlijk zeggen dat je God veel tekort doet.

Dat je soms helemaal niet op God zit te wachten.

En dat je zelf helemaal niet zo dicht bij God bent.

Het is nederig worden voor God.

‘God, ik wil graag dicht bij u zijn,

maar ik ken mijzelf een beetje…

Het lukt mij maar niet God.

Ik loop steeds bij u weg.

Ik wil steeds mijn eigen keuzes maken.

En ik ben liever trots op mijzelf dan op u.

Kijk toch alstublieft naar Jezus, in plaats van naar mij.’

dia 18 – leerling zijn

Je bent dicht bij Jezus

als je niet hoog van jezelf opgeeft,

maar vraagt om genade.

En dan is Jezus ook het begin van iets nieuws.

Hij wil nieuwe mensen van ons maken,

leerlingen van Jezus.

Hij wil dat je hem steeds meer leert kennen,

en daarom ook op hem kunt vertrouwen.

Hij wil je leren hoe hij elke dag in jouw leven is.

En hij wil je leren dat jij op hem mag lijken.

En met Jezus is dat geen hopeloze onderneming!

Niet zoals iemand met een zwarte huid

onder de douche wanhopig probeert hem blank te wassen.

Jezus wil je helpen om ook echt te veranderen.

Daarvoor geeft hij zijn Heilige Geest.

En dan verander je echt niet van de ene op de andere dag,

dan is het echt niet opeens makkelijk om elke dag met God te leven,

maar je leert het beetje bij beetje.

Je volgt Jezus, en gaat steeds meer op hem lijken.

En als je je zo aan Jezus verbindt,

dan is het niet alleen zo dat als God naar je kijkt, hij Jezus ziet,

maar ook als anderen naar je kijken, zij iets van Jezus in jou zien.

Dan vertegenwoordig je hem.

En dat is precies het doel dat God altijd al had!

Verbind je dus aan Jezus,

dan ben je dicht bij God

en hem tot eer, roem en glorie.

Amen.