Hebreeën 4,14-16 – Bidden dankzij Jezus onze hogepriester

Hans Burger
Hans Burger
9 maart 2011

Hebreeën 4,14-16 – Bidden dankzij Jezus onze hogepriester

image_pdfimage_print

Biddag voor gewas en arbeid

Liturgie

Voorzang: Gez 172,1.4
Stil gebed
Votum
Zegengroet
Zingen: Gez 149
Gebed
Lezen uit de Bijbel

-         Hebreeën 2,14-18

-         Hebreeën 4,11-16
Preek over Hebreeën 4,14-16
Zingen: Gez 155
Gebed afgewisseld met Gezang 37,1.3.5.7.8
Collecte
Zingen Ps 65,2.3.5.6
Zegen

Opmerking: Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

Preek over Hebreeën 4,14-16 – Bidden dankzij Jezus onze hogepriester

1. Bidden. Het heeft iets vanzelfsprekends. Natuurlijk gaan we vanavond bidden. En heel veel mensen bidden. Bidden, dat kan iedereen. Over heel de wereld wordt gebeden, in alle godsdiensten. Je hoeft maar je handen te vouwen en je kunt beginnen. Toch?

Maar is elke manier van bidden gelijk?

Als je op internet eens op zoek gaat naar hoe Moslims bidden, dat zie je dat je op de voorgeschreven tijden moet bidden. Je moet beginnen met Allahoe Akbar, Allah is de grootste. Wat je moet zeggen, de verschillende houdingen, het is allemaal voorgeschreven. De nadruk ligt op het erkennen van de grootheid van Allah. Allah blijft op afstand.

Hindu’s moeten oppassen op welke dag ze iets doen. Je moet altijd rekening houden met de invloed van verschillende goden. Mantra’s moeten goed uitgesproken worden. Elke god heeft zijn eigen mantra’s – zinnen die je niet begrijpt als Nederlander. Zonder probleem heb je zomaar meer dan 30 goden bij elkaar. Er horen offers bij.

Moderne westerse mensen, soms kerkgangers, die bidden, kun je weer iets heel anders horen zeggen. Je bidt niet om God iets te vragen. Bidden is een vorm van meditatie, therapeutische meditatie. Je wordt er rustig van. Het verandert jou zelf en maakt dat je houding beter wordt, liefdevoller. Of er een god is die luistert, dat is nauwelijks van belang.

Lang niet alle gebeden zijn zo concreet en persoonlijk als wij het gewend zijn. Zoals we hier straks samen bidden – dat is totaal anders dan Moslims of Hindu’s het doen. Is het wel zo vanzelfsprekend, zoals wij hier bidden?

Daarom is het mooi dat het vanavond èn biddag is, èn het begin van de 40-dagentijd – de tijd waarin we nadenken over het lijden en sterven van onze Heer, Jezus Christus. Wij bidden als volgelingen van Jezus. Wij bidden dankzij zijn lijden en sterven. Bidden als christen is een heel eigen manier van bidden. Wat is dat dan? Wat heeft Jezus aan ons bidden verandert?

Daarover wil ik vanavond met jullie nadenken, naar aanleiding van Hebreeën 4,14-16. En we nemen in ons achterhoofd mee wat we gelezen hebben in Hebreeën 2.

2. Wat je proeft in de Islam en in het Hindoeïsme, dat is: god, het goddelijke, staat op afstand. En zo is het ook! God is op afstand komen te staan – en wij gaan een keer dood. Onze relatie met God is stuk gelopen – en daar waren we zelf bij. Het was onze eigen schuld. Zonde, noemt de Bijbel dat. Nu zijn we sterfelijke mensen geworden. Ons leven ligt in het donker – angst voor de dood, de macht van de duivel. Slaven zijn we geworden.

En dus kunnen we helemaal niet meer open en vrij met God omgaan – als er niks gebeurd.

We zijn zelf bang – zou God wel naar ons luisteren?

We schamen ons.

We voelen schroom, zegt Hebreeën.

Kom ik weer…

Zou God naar mij luisteren?

In de tabernakel, de tent van God in Israël, werd die afstand heel duidelijk. Alleen de priesters mochten offers brengen. Elke dag mocht maar één priester met reukwerk het heilige in. Eerbied, afstand. En maar één keer per jaar mocht de hogepriester voorbij het voorhangsel in  het allerheiligste komen. Eén keer per jaar maar, met bloed van een offer voor zichzelf, want anders zou hij het niet overleven. Afstand tussen zondige mensen en de heilige God.

Die afstand blijft er als je leeft zonder Jezus. Als je bidt zonder Jezus.

Dan blijft God op afstand.

Hij komt niet dichtbij.

Je hebt het gevoel: ik moet het goed doen. Anders luistert hij niet.

Zou het helpen om de woorden goed uit te spreken? Plechtige taal – zou Hij dan luisteren? Maar dat kan ik niet, daar heb ik niet voor geleerd. Kan ik dan wel bidden?

Misschien voelt het wel alsof je bidt tegen een muur. Een gesloten hemel.

Bidden is niet vanzelfsprekend!

3. Maar het is niet gebleven zoals het toen was. Het volk Israël had een tabernakel op aarde. Het echte heiligdom, zegt Hebreeën, is in de hemel. En nu is er voor het eerst een hogepriester die met een offer in dat heiligdom in de hemel binnengegaan is.

De Zoon van God zelf.

In Hem schittert Gods luister.

Hij is Gods evenbeeld.

En hij zag dat wij mensen van vlees en bloed een probleem hadden – een groot probleem. Gevangenschap, de macht van de duivel, doodsangst, sterven. Zondige mensen. En Hij is een mens geworden!

Stel je voor dat je een imker bent, en je hebt bijen. Misschien weten jullie dat bijen in Europa een groot probleem hebben: ze sterven ’s winters massaal. Het klinkt raar, maar denk je eens in: die imker is zo begaan met zijn bijen, dat hij alles wel wil doen. Hij wil dat probleem van de bijensterfte oplossen. Uiteindelijk kiest hij er voor om zelf bij te worden. En als een bij te sterven. Om zo hun problemen mee te maken en op te lossen. Bizar? Onmogelijk?

Wat God gedaan heeft in zijn Zoon is nog veel onwaarschijnlijker. Maar wel hiermee vergelijkbaar. De Zoon van God wordt mens. God wordt mens. En God wordt als mens op de proef gesteld. In elk opzicht, net als wij – kijk in 4 vers 16. De duivel heeft van alles geprobeerd om Jezus te laten zondigen. Gods Zoon is iemand geworden die net als wij weet wat het is om te worstelen. Met verleiding. Met jezelf. Met wat anderen je aandoen. Met ziekte. Met teleurstelling. Maar nooit is hij bezweken. nooit heeft hij gezondigd.

En hìj is onze hogepriester.

Hij heeft zelfs geleden – daar staan we de komende weken bij stil.

Geleden, en hoe. Onschuldig is hij door mensen uitgekotst. Weg met die man. Sla hem maar aan een kruis. Met spijkers aan een kruis vastgetimmerd.

Maar Hij is trouw gebleven aan God, zijn Vader. Hij is doorgegaan en heeft in de Heilige Geest als een offer zich aan God gegeven. Hij verzoent onze zonden. Bedekt ze. Doet ze weg. Neemt ze mee in zijn dood. Offert zichzelf.

Wat een wonder, dat offer. Zondag mogen we speciaal stilstaan bij Jezus’ dood, in het avondmaal. Wen er nooit aan! Laat zijn dood nooit vanzelfsprekend worden.

En met dat offer van zichzelf is hij – na zijn opstanding, met hemelvaart – de hemel doorgegaan. Kijk in 4,14. Jezus is als  hogepriester met zijn eigen bloed in het heiligdom naar binnen gegaan. Al onze zonde verzoent hij. Alle afstand overbrugt hij. Hij is bij God – voor ons!

Hij maakt de weg naar God open!

Nu kunnen we bidden!

4. Ja, nu kunnen we bidden. Dankzij Jezus onze hogepriester.

Bidden is niet vanzelfsprekend.

Kijk om je heen, hoe mensen die zonder Jezus leven bidden. Zonder Jezus is God op afstand.

Met Jezus wordt het zo anders.

Dan is Jezus er: de perfecte hogepriester die ons uitnodigt: Kom, kom naar de troon van God. En bid.

Wees niet bang. Denk niet dat God je niet ziet staan. Doe niet moeilijk alsof God alleen luistert als je de goede houdingen kent, de juiste technieken hebt geleerd, de goede mantra’s, de goede formules.

Denk je dat God daarvan onder de indruk zou zijn? Dat daardoor God dichterbij komt? Natuurlijk niet.

Jezus met zijn dood, zijn offer, Jezus overbrugt de afstand.

Door alle muren heen, voorhangsel of niet, door alle aardse tempels heen, over de grote kloof tussen God en mens heen, is Jezus naar God gegaan. En Hij is de weg! Wij mogen achter hem aan.

Daarom zegt Hebreeën 4,14: hou vast aan het geloof dat we belijden. Van het geloof in Jezus hangt heel je gebed af.

Want die hogepriester weet wel wie jij bent. Hoe jij en ik in elkaar zitten. Onze zwakheden. Als we onszelf of elkaar tegenvallen. Teleurstellen. Hij weet het uit ervaring – en hij voelt

met ons mee! En juist dan nodigt Hij ons uit: Kom, kom naar de troon van de Genadige.

Ga met Jezus mee, de hemel door, voorbij alle muren en voorhangsels. Direct naar de troon van God – de Genadige! Je Vader!

Bid vol vertrouwen. Zonder angst.

Bid – om hulp.

Bid – om barmhartigheid.

Bid – om genade.

Kom in Christus, kom in geloof.

Stort je hart uit bij God – in jouw woorden.

Leg je persoonlijke zorgen bij God neer.

Bid voor grote en kleine dingen. Ook voor je dagelijks brood. Ook voor gewas en arbeid.

God zal horen en helpen – op het juiste tijdstip. In de NBV staat dat er niet zo duidelijk, in het grieks en in andere vertalingen wel. God helpt en reageert – op het juiste tijdstip, als Hij weet dat het goed is.

Bidden is niet vanzelfsprekend.

Dankzij Jezus’ lijden en sterven mogen wij bidden.

En dus mogen we bidden.

Laten we straks dus zonder schroom naderen tot de troon van de Genadige, waar we als we hulp nodig hebben op het juiste tijdstip barmhartigheid en genade vinden.