HC Zondag 36 – Heb God lief: manipuleer niet met zijn naam!

Mark Veurink
Mark Veurink
31 januari 2016

HC Zondag 36 – Heb God lief: manipuleer niet met zijn naam!

image_pdfimage_print

Bij ‘Gods naam misbruiken’ gaan de gedachten al snel uit naar ‘vloeken’. Maar het 3e gebod gaat over veel meer: dat je God niet voor je karretje spant. Daar is zijn naam te mooi voor: in Gods naam is redding.
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.
Bij deze preek is een verwerkingsblad beschikbaar: DoorSpreken.

Liturgie
Welkom
Zingen: GKB Gezang 70 : 1 en 3
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Psalm 145 : 1 en 2
Gebed
Lezen: Jeremia 23 : 16 – 32 en HC Zondag 36-37
Zingen: Psalm 141 : 2 en 3
Preek
Zingen: LvK Lied 481 : 1 en 3
Geloofsbelijdenis
Zingen: LvK Lied 434 : 1 en 5
Gebed
Mededelingen
Collecte
Zingen: GKB Gezang 167 : 1 en 2
Zegen

Heb God lief: manipuleer niet met zijn naam!

Inleiding
dia 1 – vloeken
Vloeken, daar heb ik nooit de lol van ingezien.
Ik snap die behoefte niet om Jezus’ naam als stopwoord in te zetten.
Dat zegt misschien nog wel meer over de omgeving waarin ik ben opgegroeid,
over mijn familie en over mijn vrienden, dan over mijzelf.
Dat ik niet vloek, is gewoon aangeleerd gedrag.
Dat ik elke vloek hoor, dat elke vloek bij mij binnenkomt, is dat ook.
En, laat dat duidelijk zijn, ik ben blij dat ik dat zo heb geleerd!

Maar niet iedereen groeit in zo’n omgeving op.
Als je overal om je heen hoort vloeken, ga je het vanzelf overnemen.
Dat is geen kwestie van kwade wil,
maar weinig mensen vloeken om christenen dwars te zitten,
ook dit is aangeleerd gedrag, en daar kom je niet zomaar vanaf.

Bij een vakantiebaantje had ik eens zo’n collega.
Een fijne kerel, met wie je kon lachen,
die respect had voor ieders overtuigingen,
maar er wel met enige regelmaat een harde vloek uit knalde…
Gelukkig wist hij het wel van zichzelf,
en vond hij het erg vervelend als hij anderen kwetste.
Hij was er al vrij snel achter dat ik christen ben,
trouwens, niet omdat ik iets over zijn vloeken had gezegd,
en hij zei direct: ‘ik vloek nogal veel, maar ik probeer erop te letten,
want het is niet mijn bedoeling om je te kwetsen.
Dus zeg er ook gerust wat van als ik vloek.’
Daar was ik wel blij mee: tof dat iemand zich zo opstelt!
Dat hij zoveel vloekt, heeft hij maar aangeleerd,
maar fijn dat hij zich realiseert dat dat voor mij een probleem kan zijn,
en dat hij zich daarom aan mij wil aanpassen.
Ik geloof trouwens niet dat ik ooit wat van zijn vloeken heb gezegd,
al kwam er best wel eens een voorbij…

dia 2 – zwart
Maar is die opstelling eigenlijk wel zo mooi?
Wat er eigenlijk gebeurt, is dat die collega boven mij komt te staan.
Ík heb een probleem met vloeken, dat is mijn zwakheid,
hij heeft dat probleem niet, maar hij wil er voor mij wel op letten.
Ik moet als christen ontzien worden,
en hij als atheïst is de goedheid zelve door rekening met mij te houden.
Christenen worden de zwakke partij,
en atheïsten krijgen de kans te laten zien dat ze echt de kwaadsten niet zijn.
Lekker getuigenis geef je daarmee als christen…
Wat gaat hier mis?!

dia 3 – heb God lief: manipuleer niet met zijn naam!
Vanmiddag staan we stil bij het derde gebod: misbruik Gods naam niet.
Vorige week hebben het tweede gebod gehad: laat God zichzelf zijn.
Vandaag gaan we verder met het derde:
heb God lief: manipuleer niet met zijn naam!

1. Gods naam misbruiken?
dia 4 – Gods naam misbruiken?
Misbruik Gods naam niet,
waar hebben we het dan eigenlijk over?
Wat is dat, Gods naam misbruiken?
Laten we daarmee beginnen.

dia 5 – gaat over veel meer dan vloeken
Ik kan het fout hebben, ergens hoop ik dat ook,
maar volgens mij gaan de gedachten bij dat derde gebod al snel uit naar ‘vloeken’.
Naar zo’n collega die Gods naam als stopwoordje gebruikt.
Ik weet natuurlijk ook niet hoeveel je zelf vloekt,
maar ik schat in, en nu hoop ik dat ik het niet fout heb,
dat de meesten van jullie nauwelijks vloeken,
hooguit eens een afgeleide vloek als ‘jeetje’, wat is afgeleid van Jezus.
Dan is het derde gebod mooi makkelijk: je mag niet vloeken, geen punt!
Vervelender is dat de catechismus er nog iets bij zegt:
je mag je er ook niet door zwijgen of toelaten mee schuldig aan maken!
Dus als een ander vloekt, en jij zegt er niets van, telt het alsof je zelf hebt gevloekt.
Dan krijg je dus dingen als:
‘ik moet er eigenlijk wat van zeggen, maar het heeft toch helemaal geen zin?
Ze weten dat ik vloeken vervelend vind, maar moet ik echt op elke vloek reageren?
Ze zien me aankomen: heb je hem weer, met zijn belerende vingertje…’

Maar gaat het derde gebod daar wel over?
In de catechismus lijkt het er wel op:
vloeken is daar zo ongeveer het eerste wat genoemd wordt.
Maar in de catechismus gaat het over iets anders dan Gods naam als stopwoord gebruiken.
Eén van de opstellers van de catechismus, Zacharius Ursinus,
heeft bij de catechismus een dik boek geschreven,
waarin hij de catechismus verder uitlegt.
Als je dat leest, kom je erachter dat hij met ‘vloeken’ ‘vervloeken’ bedoelt.
Vervloeken is dat je iemand in Gods naam iets slechts toewenst.
Dat is wel even wat anders!

dia 6 – grootste misbruik: Gods naam voor je karretje spannen
Ik bedoel niet dat we nu allemaal maar moeten gaan vloeken:
met elke vloek misbruik je Gods naam.
Maar denk niet dat je, als je niet vloekt,
het derde gebod ook maar weer mooi kunt afvinken,
of dat je dan toch in ieder geval het belangrijkste hebt gehad.
Het derde gebod gaat over iets veel groters:
dat je God niet voor je karretje mag spannen,
dat je Gods naam niet gebruikt om mee te manipuleren,
om dingen naar jezelf toe te praten.
Dat is veel grover misbruik van Gods naam
dan een vloek als stopwoord door iemand die niet beter weet.

Over dát misbruik van Gods naam gaat het in Jeremia 23.
Jeremia is profeet van God in een tijd dat maar weinigen van God willen weten.
Tenminste, mensen willen nog wel geloven dat God aan hun kant staat,
maar God moet vooral niet te veeleisend worden.
Er zijn allemaal zelfbenoemde profeten actief
die de mensen naar de mond praten.
Ze weten precies wat de mensen willen horen,
ze praten alles goed en zetten het kracht bij door te verzekeren
dat ze spreken in de naam van de HEER.
Ze misbruiken Gods naam om er zelf beter van te worden.
Wat God wil, vinden ze niet zo interessant,
ze spreken liever over wat ze zelf willen, en plakken Gods naam erop.

dia 7 – gesp
Het is pure manipulatie.
Alsof Gods naam een soort toverwoord is waardoor je gelijk zult krijgen.
Denk aan de kruistochten, bloederige oorlogen tegen de Arabieren, uit naam van God.
Denk aan kampbewakers in de tweede Wereldoorlog,
met de tekst ‘Gott mit uns’ op hun uitrusting.
In Gods naam zijn de meest verschrikkelijke dingen gedaan.

dia 8 – maak God geen buikspreekpop
Gods naam misbruiken: het is jouw wil als die van God presenteren.
Dat is het probleem van dat vervloeken en zweren,
waar de catechismus uitgebreid op in gaat.
In onze tijd speelt dat niet zo’n grote rol meer,
maar God voor je karretje spannen wel!
Bijvoorbeeld als christenen discussiëren over homoseksualiteit of vrouwen in de ambten,
en daarbij over hun standpunt zeggen: ‘zo wil God het’.
Prima om te discussiëren, maar doe niet zulke grote uitspraken!
Of gewoon in je eigen leven, dat jij iets graag wilt,
en er van maakt dat God het wil.
Wees bescheiden: maak God niet je buikspreekpop!

2. God maakt zich in zijn naam bekend
dia 9 – waarom neemt God misbruik van zijn naam zo hoog op?
Misbruik Gods naam niet: gebruik zijn naam niet om mee te manipuleren.
Dat is waar het in het derde gebod om gaat.
In de wet, in Exodus 20, wordt dat zwaar aangezet:
‘wie zijn naam misbruikt, laat hij niet vrijuit gaan.’
De catechismus zegt zelfs dat geen zonde groter is dan deze.
Nu is dat wel heel stellig gezegd,
maar laat in ieder geval duidelijk zijn dat God het derde gebod serieus neemt.
Waarom? Waarom neemt God misbruik van zijn naam zo hoog op?
Daar mogen jullie eerst zelf even over nadenken,
net als vorige week in groepjes van twee of drie.
Waarom neemt God misbruik van zijn naam zo hoog op?

dia 10 – Gods naam staat voor God zelf
Voor een antwoord op die vraag gaan we kijken in Exodus 3.
Daar wordt Mozes door God aangesteld om de Israëlieten weg te leiden uit Egypte.
Mozes vraagt: ‘stel dat ik naar de Israëlieten ga
en tegen hen zeg dat de God van hun voorouders mij gestuurd heeft,
en ze vragen: “wat is de naam van die God?”, wat moet ik dan zeggen?
Toen antwoordde God hem: “ik ben die er zijn zal.
Zeg daarom tegen de Israëlieten:
IK ZAL ER ZIJN heeft mij naar u toegestuurd.”
God maakt zijn naam aan Mozes bekend: JHWH, IK ZAL ER ZIJN.
God heeft een naam, en wat voor één: de naam zegt precies wie God is!
Gods naam is niet zomaar een naam: het staat voor God zelf.
Wie Gods naam misbruikt, misbruikt God!

Je naam is belangrijk.
Misschien houd je niet zo van je naam
misschien ken je wel honderd mensen die dezelfde naam hebben,
en toch is je naam bijzonder.
Het eerste wat je doet als je met iemand kennismaakt, is je naam zeggen.
Die naam is belangrijk voor wie je bent.
Als je een paar weken later die persoon weer tegenkomt,
dan voel je je gekend als hij je naam heeft onthouden.
Maar als je naam op een negatieve manier op internet belandt,
dan kun je daar heel veel last van krijgen.
Je naam hoort bij je.

dia 11 – Gods naam maakt een relatie mogelijk
Bij God is dat nog sterker: in zijn naam geeft hij zichzelf bloot.
Hij stelt zich voor, en met zijn naam is alles al gezegd.
God maakt zich in zijn naam bekend.
Net als onze namen, maakt Gods naam een relatie mogelijk.
Als iemand in de verte schreeuwt ‘hé, jij daar!’,
dan denk ik: ‘het zal wel voor een ander zijn bedoeld.’
Maar als iemand roept: ‘Mark, Mark, wacht even,’
dan keer ik me om en kijk wie daar is.
God geeft zijn naam, zodat wij hem kunnen aanspreken,
zodat wij kunnen bidden en God prijzen.

dia 12 – Gods naam staat voor zijn reputatie
Aan een naam zit ook een imago vast.
Zo zijn in het bijbelboek Jozua
de inwoners van het land Kanaän doodsbang voor de Israëlieten,
omdat ze gehoord hebben wat God allemaal voor hen gedaan heeft.
Met deze God valt niet te spotten.
Maar die profeten in Jeremia 23 bezorgen God een heel ander imago:
‘ga vooral je gang, God zal je wel zegenen’,
alsof God een God is die alles wel best vindt.
Gods naam wordt misbruikt, en daardoor wordt Gods reputatie aangetast.
Wie aan Gods naam zit, zit aan God zelf!

3. Jezus: de naam die redding biedt
dia 13 – Jezus: de naam die redding biedt
Dat klinkt allemaal nog negatief: het is oppassen met Gods naam!
Maar God heeft zijn naam niet bekend gemaakt
zodat wij onze vingers eraan zouden branden:
dan had hij ons beter niets kunnen vertellen.
Hij heeft zijn naam bekend gemaakt omdat hij met ons om wil gaan!
In het Nieuwe Testament wordt dat nog mooier:
door de naam van Jezus biedt God redding!

dia 14 – in Jezus wordt Gods naam mens
Vorige week, toen het ging over beelden van God,
hebben we het erover gehad dat Jezus hét beeld van God is,
die al onze beelden overbodig maakt.
Met Gods naam is net zoiets aan de hand:
in Jezus wordt Gods naam mens.
We mogen JHWH kennen als Jezus Christus.
Jezus is Gods naam op aarde.

dia 15 – Filippenzen 2
In Filippenzen 2 wordt die naam bezongen:
‘Daarom heeft God hem hoog verheven
en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat,
opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen,
in de hemel, op de aarde en onder de aarde,
en elke tong zal belijden: “Jezus Christus is Heer”,
tot eer van God, de Vader.’
Jezus heeft de hoogste naam, Gods naam: hij is JHWH.
dia 16 – Jesaja 45
Dat wordt nog duidelijker als je Jesaja 45:23 erbij pakt.
Kort daarvoor heeft God gezegd dat hij de Heer is, JHWH,
en dan: ‘voor mij zal elke knie zich buigen
en elke tong zal bij mij zweren.’
Precies dezelfde woorden als in Filippenzen 2:
wij mogen Gods naam kennen in Jezus Christus.

dia 17 – Jezus’ naam brengt redding
Dat is geen naam om bang voor te zijn.
In Handelingen 4 worden Petrus en Johannes op het matje geroepen door de Joodse leiders
omdat ze een verlamde man hebben genezen.
De leiders vragen zich af wat hier aan de hand is,
door welke kracht of in wiens naam ze dit gedaan hebben.
Petrus antwoordt dat ze uit de naam van Jezus handelen.
Jezus’ naam brengt bevrijding!
En dan sluit Petrus af:
‘Door niemand anders kunnen wij worden gered,
want zijn naam is de enige op aarde die de mens redding biedt.’
De naam van God, van Jezus,
is geen naam die je moet misbruiken om je zin te krijgen,
om God naar je hand te zetten,
maar de naam die je redding brengt, de naam die je hoop is!

Het is ironisch dat juist het misbruiken van Gods naam
de grond is geweest om Jezus tot de kruisdood te veroordelen.
Jezus antwoordt bevestigend op de vraag of hij de Messias is,
de Zoon van de Gezegende –
want Joden hebben de gewoonte Gods naam niet uit te spreken.
De hogepriester scheurt zijn kleren en zegt:
‘waarvoor hebben we nog getuigen nodig?
U hebt de godslastering gehoord; wat is uw oordeel?’
Jezus staat toe dat hij misbruikt wordt, om zo de wereld te redden.

4. Gods naam bekend maken
dia 18 – Gods naam bekend maken
Heb God lief: manipuleer niet met zijn naam.
In zijn naam ontmoet je God die je wil redden.
Maar wat moet je dan wel met zijn naam?
Als we Gods naam misbruiken, gebruiken we hem voor onze doelen.
God wil juist ons gebruiken voor zijn doel:
dat we zijn naam bekend maken!

dia 19 – houd Gods naam hoog
Houd Gods naam hoog, in heel je leven.
God heeft je gemaakt om hem te eren.
God heeft zijn naam bekend gemaakt,
zodat we hem kennen, met hem omgaan, en hem aanbidden.
We lazen net Filippenzen 2: ‘elke tong zal belijden: Jezus Christus is Heer.’
Houd zijn naam hoog, in je woorden, en ook in je daden.
De catechismus zegt:
gebruik Gods naam zo dat hij in al onze woorden en daden geprezen wordt.
Aanbid God met woorden, en laat in je leven zien dat dat oprecht is.

dia 20 – spreek elkaar hierop aan
En als anderen dat dan niet doen?
Volgens de catechismus ben je dan medeplichtig aan het ontheiligen van Gods naam.
Wat moet je daar dan mee?
Wat moet je met die vloekende maar vriendelijke collega?
Daar heb ik geen pasklaar antwoord op.
Natuurlijk doet het pijn als anderen vloeken,
en het is ook goed als mensen weten dat jou dat pijn doet,
maar je kunt God er ook een verkeerd imago mee bezorgen.
Bovendien is het veel ernstiger als binnen de gemeente
Gods naam wordt gebruikt om mee te manipuleren,
als wij Jezus naar onze hand zetten.
Laten we daarmee beginnen: dat we elkaar helpen om Gods naam hoog te houden,
elkaar helpen om Jezus met onze woorden én daden te eren.

dia 21 – maak bekend dat Gods naam de moeite waard is
God heeft zijn naam aan ons verbonden, christenen dragen Gods naam.
Wij mogen Gods naam bekend maken.
Welke reputatie bezorg jij God?
Geeft jouw leven anderen aanleiding om Gods naam te prijzen?
Of is jouw leven voor anderen aanleiding om niets van God te willen weten?
En als het gaat om vloeken: waar sta je als christen om bekend?
Sta je erom bekend dat je moeite hebt met vloeken?
Of sta je bekend om je liefde en trouw,
en bezorg je daarmee God het imago dat zijn naam echt de moeite waard is?
Pas dan kun je vloeken op een goede manier bespreekbaar maken.

dia 22 – Bevrijdend: Gods naam staat voor je redding!
Ik weet het: wij zijn niet de beste vertegenwoordigers van Gods naam.
Maar al te vaak brengen wij God reputatieschade toe.
Toch wil God jou gebruiken om zijn naam bekend te maken!
In de naam van Jezus is vergeving, ook voor al ons gestuntel met Gods naam.
Want ook het derde gebod is bevrijdend:
Gods naam staat voor je redding!
Amen.