HC Zondag 16 – Het goede nieuws voor een ouderling en voor ieder ander

Hans Burger
Hans Burger
13 juni 2010

HC Zondag 16 – Het goede nieuws voor een ouderling en voor ieder ander

image_pdfimage_print

Bevestiging Chris Smits als ouderling

Liturgie

Voorzang Opw 462 = EL 261
Stil gebed
Votum
Zegengroet
Zingen: Ps 18,1.8.9
Gebed
Lezen:
- 2 Kor 5,11-21
- HC Zondag 16
Zingen: Gez 91
Preek
Zingen: Gez 161
Geloofsbelijdenis: Zingen Gez 179a
Lezen bevestigingsformulier
Vragen en ja-woord
Zingen: Ps 121
Opdracht aan ouderlingen / gemeente
Gebed
Collecte
Zingen Opw 407 = EL 374
Zegen

Opmerking: ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

Preek over HC Zondag 16 – Het goede nieuws voor een ouderling en voor ieder ander

Beste mensen, jullie die vanmiddag bij ons te gast zijn, leden van de gemeente van Jezus Christus – broers en zussen,

Ouderling – Albert Kok is het zometeen niet meer – en Emil Stoelwinder geen diaken meer – en Chris Smits wordt het straks.

Heb je er zin in? Durf je het aan?

Hoe ga je het doen?

En jullie, Albert en Emil, hoe kijk je er op terug?

Daar zou van alles over te zeggen zijn. Maar laten we vanmiddag helemaal bij het begin beginnen. Wij willen hier samen gemeente van Jezus Christus zijn. En dat doen we vanuit het evangelie, het goede nieuws dat Hij ons brengt. Hij moet hier centraal staan in ons midden.

Beginnen bij het begin is beginnen bij het evangelie, het goede nieuws van Jezus Christus. Wat heeft het evangelie te zeggen over jou als ouderling, over jullie als aftredende ambtsdragers, over jullie, die al in de kerkenraad zitten?

Wees niet bang, het gaat vanmiddag niet alleen over mensen die in de kerkenraad zitten. Want ik ben ervan overtuigd: als je ziet wat het evangelie een ambtsdrager te zeggen heeft, dan zie je ook wat het anderen – jou zelf – te zeggen heeft.

Want het gaat over de vraag: wie ben jij? Wie ben ik?

Hoe gaan we met elkaar om – hoe kijken we naar elkaar?

Waar leven we voor? Voor wie leven we?

Het gaat over God – wie is God voor ons?

Maar natuurlijk, wat je als ouderling, als diaken doet, heeft direct te maken met dat goede nieuws. Kijk maar in 2 Korinte 5 – het stuk uit de Bijbel dat we gelezen hebben. Wij als kerk met z’n allen, en daarin ook speciaal mensen in de kerk met een functie, een ambt, we mogen ambassadeurs zijn van Christus. Door Hem geroepen, door Hem gestuurd.

Goed nieuws – dat mogen we uitdragen. Daarvan mogen we zelf leven – jij Chris, jullie, Albert en Emil, wij allemaal.

Goed nieuws bekend maken – nota bene namens God.

Goed nieuws dat over God gaat.

God doet alles om onze relatie met Hem te herstellen.

Alles wat er tussen Hem en ons in staat – Hij ruimt het op.

En namens God mogen wij elkaar oproepen: kom terug bij God – je mag weer in een open relatie met Hem leven. Een nieuwe, herstelde relatie met God, alles wat in de weg staat opgeruimd, die is er – als je er ‘ja’ en geen ‘nee’ tegen zegt.

Ik wil vanmiddag het met jullie hebben over wat de betekenis is van dat goede nieuws voor een ouderling en voor ieder ander.

We doen dat aan de hand van drie vragen.

1. De eerste vraag: hoe kijk je om je heen?

En dan bedoel ik vooral: hoe kijk je naar mensen, naar jezelf, naar mensen die je ontmoet?

Paulus zegt: je kunt op twee manieren rondkijken. Je kunt elkaar beoordelen ‘volgens de maatstaven van deze wereld’. En je kunt elkaar en jezelf bekijken vanuit Jezus Christus.

Dan wil je weten: is iemand één met Christus? En als iemand één met Christus is, dan let je op wat Christus geeft: je ziet iemand met wie Christus bezig is. Christus is het begin van de nieuwe schepping. Hij is opgestaan, Hij leeft. En wie in Christus is, die is een nieuwe schepping.

Dat is belangrijk voor een ouderling, dat is belangrijk voor iedereen. Ga maar na – hoe kijk je naar een ander?

Je kunt letten op uiterlijk – knap of niet. Zelfverzekerd en opgeruimd, of bang en onzeker.

Je kunt letten op wat je kunt bereiken – dat is iemand die ik als kruiwagen kan gebruiken. Dat is iemand zonder invloed, daar hoef ik niets mee.

Je kunt mensen afschrijven op grond van hun missers – die en die heeft toen en toen dit en dat gedaan, nu hoeft het voor mij niet meer.

Je kunt kijken of iemand sympathiek is of niet.

Zo kun je ook naar jezelf kijken – als ouderling – maar het geldt ook breder voor iedereen. Dan ben je iemand omdat je een goede ouderling bent. Omdat je er goed uitziet. Omdat je goede gesprekken kunt voeren. Omdat je hier voorin heel mooi kunt zingen of vroom kunt bidden. Omdat je keurig volgens de christelijke regels leeft. Omdat mensen je waarderen. Of je bent niemand, omdat je als ouderling mislukt bent. Omdat je onvergeeflijke fouten gemaakt hebt. Omdat die ander een betere ouderling is dan jij. Je kunt medelijden met jezelf hebben, om wat ze je hebben aangedaan. Je staat voor de spiegel, en je denkt: Bah.

Zo kun je een positieve blik hebben – je bent gericht op wat wij van onszelf maken. Wat wij zijn of hebben. Het kan ook negatief zijn – je ziet wat er mist. Je bent snel met anderen klaar – wat ze doen of zeggen, bijna altijd ben je negatief.

Paulus leert ons om anders te kijken, vanuit Christus. En dus met een positieve blik.

Ik weet dat die ander in Christus is – hij gelooft immers in Jezus. En daarom kies ik ervoor van die ander te houden, ook al vind ik niet alles even leuk. Daarom probeer ik die ander te stimuleren – dat Christus in die ander groeit. Meer van Christus zichtbaar wordt in die ander.

Of je kijkt in de spiegel en je gelooft: Ik ben in Christus. Ik ben daardoor een nieuwe schepping. God houdt van mij. Ik hoor bij God. Wat ik verkeerd gedaan heb, God zet het recht. Wat mij aangedaan is, God zal het herstellen.

Hoe kijk jij in de spiegel? Hoe kijk jij hier in de gemeente om je heen? Benader je mensen, jezelf, negatief? Vanuit hoe het nu eenmaal is? Vanuit wat wij voor elkaar boksen? Of positief – vanuit Jezus Christus? Vanuit de nieuwe mogelijkheden die Hij geeft – een nieuwe schepping. Stel je dat voor: jij, ik, die ander: een nieuwe schepping – alles wordt nieuw! Wat pijn doet, zal genezen worden. Wat slecht is, wordt goed. Wat onsympathiek is, wordt vriendelijk.

Niet omdat wij dat willen, omdat wij positief denken, omdat wij onszelf voor de gek houden, maar omdat Jezus het geeft: in Christus een nieuwe schepping!

2. Dan de tweede vraag: Hoe kijk je terug?

Misschien dacht je net wel: Ja, het klinkt mooi allemaal. Vanuit het positieve denken, vanuit wat Jezus aan nieuwe mogelijkheden geeft. Maar er zijn vroeger dingen gebeurd, ik heb zelf vroeger dingen gedaan, en die blijven altijd. De gevolgen blijven tot op de dag van vandaag voelbaar. Wat heb je aan iets nieuws, als het oude je vasthoudt?

Ik weet niet hoe jullie terug kijken op de afgelopen drie jaar, Albert en Emil. We weten allemaal dat er dingen gebeurd zijn in die periode en ook daarvoor trouwens, met gevolgen die tot vandaag toe doorwerken.

Wat heb je aan iets nieuws, als het oude het toch weer bederft? Wat doe je met pijnlijke herinneringen?

Of als je zoals jij Chris, ergens aan begint. Durf je namens Christus hier in de gemeente aan het werk te gaan, als je van te voren weet dat je fouten zult maken? Dat je Christus soms in de weg zult staan, ondanks al je goede bedoelingen?

Dan is het christelijk geloof heel eerlijk. Er is niet alleen de nieuwe schepping. Er is niet alleen het positieve. We moeten meer zeggen over onszelf. Er is ook zonde. Er gaan dingen fout. We beschadigen elkaar. Daarom groeit er afstand tussen mensen. Er zijn dingen die tussen ons en God in staan. Daardoor komt God op afstand te staan. Dat herkennen we toch allemaal? Mensen die uit elkaar groeien? Mensen die bij God weg groeien? Dat is wat de Bijbel noemt ‘zonde’. Kapotte relaties. Beschadigde mensen. Schuld. En daardoor loopt ons leven uit op de dood. Op een verdiende dood. Voor iedereen.

Maar dan heeft de Bijbel het ook meteen over de dood van Jezus Christus. Een dood met een geweldige betekenis.

Jezus is gestorven aan het kruis. En zijn dood heeft betekenis voor iedereen die in Jezus gelooft.

Toen Hij stierf, stierf Hij voor alle mensen. Betrek het maar op jezelf: toen Jezus stierf, stierf jij, stierf ik. Jij, ik als zondaar. Als iemand die de dood verdient. Jezus is één geworden met ons. Hij was zonder zonde, onschuldig. Paulus zegt het zo: ‘Een mens is voor alle mensen gestorven, waardoor alle mensen zijn gestorven.’ De catechismus zegt: ‘Onze oude mens wordt met Christus gekruisigd, gedood en begraven.’ En: door zijn dood betaalt Hij voor onze zonden.

Misschien denk je: wat betekenen die zinnen?

Laten we eens kijken wat het voor jou en voor mij betekent.

Het betekent dat je kunt zeggen – vers 17: Het oude is voorbij.

Het oude, dat is de wereld van de zonde. De wereld die door de zonde beheerst wordt, getekend is, beschadigd is.

Wat God betreft is die wereld verdwenen in de dood van Jezus.

Alle zelfverwijt, alle schuldgevoel, alle pijn, alle teleurstelling, alle beschadiging, nare herinneringen, alle verkeerde dingen, fouten, vergissingen, verkeerde gedachten  – wie één met Jezus is mag geloven: het oude is voorbij.

Geloof het: wat ik gedaan heb aan zonde, voor God is het helemaal weg.

Hoop daarop: wat mij aangedaan is, God zal alles nieuw maken.

Compleet straks.

En nu ook al. De opluchting van vergeving. De pijn, de teleurstelling, de herinneringen die vervagen. Dankzij de Heilige Geest.

Wees ervan overtuigd: ik kan nu gaan leven als nieuwe schepping – niet voor mezelf, niet vanuit mijn verkeerde begeerte, niet gedreven door pijn of wraak. Maar als nieuwe schepping, in eenheid met Jezus Christus.

Leer zo terug te kijken: het oude,  het zondige, het beschadigde, het is voorbij. Wat over blijft, dat is wat in Christus is: het nieuwe is gekomen!

3. En dan de derde vraag. Wat motiveert je?

Ik heb een heleboel gezegd. Over hoe je om je heen kijkt. Over hoe je terug mag kijken.

En dat komt allemaal uit dat evangelie, dat goede nieuws van Jezus Christus.

Stel je voor dat het waar is. Dat het sterven en de opstanding van Jezus Christus alles anders maken. Dat door zijn dood al het oude weg is en bezig is te verdwijnen. Dat God ervoor zorgt dat onze zonden werkelijk verdwijnen. Dat ik als zondaar verdwijn. En jij. Dat jouw en mijn pijnlijke verleden verdwijnt.

En dat door de opstanding van Jezus er echt een nieuwe schepping is. En dat ik – jij – in Christus een nieuwe schepping ben. Dat alles nieuw wordt. Dat het verleden je niet meer naar beneden trekt. Dat wij door eenheid met Jezus echt rechtvaardig worden – mensen zonder zonde die het alleen nog maar het goede doen.

Stel je voor dat het echt waar is.

En ik ben er diep van overtuigd dat het waar is.

Jullie toch ook – Chris, Albert, Emil?

Dan mag je iets geweldigs doen – mensen in de gemeente en daarbuiten helpen om dit steeds meer te gaan begrijpen. Om van hieruit te leven. Namens God die oproep doen: Kom op. Geloof in Jezus, wordt één met Hem. Dan ben je geen oude schepping meer, maar een nieuwe schepping!

Alleen al die boodschap – ik vind alleen die boodschap al reden genoeg om je ervoor in te zetten. En jullie?

Die boodschap is zo krachtig, zo creatief, zo ontroerend mooi.

Maar het komt nog dichterbij. Jezus is voor ons gestorven uit liefde. Hij heeft alles voor ons gegeven. Hij heeft zich helemaal gegeven. God stapt over alles wat er gebeurd is heen, en zoekt ons hart. Hij is gestorven – voor ons – voor jou, voor mij.

En door die liefde wil Hij ons van binnen uit veranderen. Wat zijn wij vaak op onszelf gericht. Ik weet niet hoe het jullie vergaat – ik voel dat egoïsme steeds weer opkomen. Jezus wil dat veranderen.

Laat zijn liefde je hart raken – steeds weer. Dan ben je geen egoïst meer. Dan gaat het niet om jezelf. Om jouw teleurstelling, gekwetstheid, boosheid, minderwaardigheid, onzekerheid, angst. Zelfs onze angst heeft Hij gedragen.

Laat de Heilige Geest die liefde van Christus in jouw hart leggen – laat dat je drijfveer zijn. In je werk in de kerkenraad – en voor jullie allemaal.

Dat je hart vol is van liefde. Van blijdschap. Van dankbaarheid. Een overvloed van binnen uit.

Dan heb je een enorm sterke drijfveer.

Dan heb je kracht om het vol te houden.

Dan doe je het niet voor jezelf maar voor Hem.

Grijp daar steeds weer op terug.

Als het moeilijk is. Als het goed gaat en je trots op jezelf wordt.

Leef niet meer voor jezelf.

Als ouderling. Als christen.

Leef voor Jezus Christus.

Offer je leven als offer van dankbaarheid!