Handelingen 2,38-39 – Wat moeten wij doen?

Hans Burger
Hans Burger
31 mei 2009

Handelingen 2,38-39 – Wat moeten wij doen?

image_pdfimage_print

Liturgie

  • Voorzang Gez 118,1.3
  • Stil gebed
  • Votum / groet
  • Zingen Gez 102a,1.2
  • Schuldbelijdenis en genadeverkondiging: n.a.v. Handelingen 2,38-39
  • Zingen Ps 34,6.7.8
  • Schriftlezing: Hand 2,1-13.36-42
  • Zingen Gez 103,1.5.6.9
  • Preek over Handelingen 2,38-39
  • Zingen: LB 473,1.5.6.10
  • Kinderen
  • (’s Morgens Zingen: Ps 51,5Lezen: Rom 8,1-13 plus Gal 5,22-23Zingen LB 252,1.2)
  •  (’s middags: GeloofsbelijdenisZingen: LB 477)
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen Gez 64,1.3.4
  • Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over Handelingen 2,38-39 – Wat moeten wij doen?

Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus,

1. Wat moet je doen om de Heilige Geest te ontvangen? Of heb ik de Heilige Geest al gekregen? Hoe weet ik dat dan?

Pinksteren is een mooi feest. God komt in ons wonen – wat wil je nog meer.

Tegelijk valt mij op dat er rondom de Heilige Geest veel onzekerheid is. Bijvoorbeeld de vraag waar je nu precies aan moet denken bij ‘de Heilige Geest’. Ik hoor nogal eens: God de Vader en Jezus, daar kan ik me iets bij voorstellen. Maar de Heilige Geest? Ik vind het toch altijd wat vaag. Zou jij het uit kunnen leggen aan je collega, je buurman?

En dat roept natuurlijk allerlei andere vragen op. Wat doet de Heilige Geest? Waaraan kan ik de Heilige Geest herkennen? Plus natuurlijk deze vraag: wat moet ik doen om de Heilige Geest te ontvangen?

Je ziet hier in Handelingen 2 prachtige dingen gebeuren. Op de morgen van het Pinksterfeest begint het te waaien vanuit de hemel. Alle mensen in het huis krijgen een vlam op hun hoofd. Allemaal worden ze vervuld met de Heilige Geest. Ze gaan in andere talen spreken. Spectaculair. Maar als ik dat niet heb meegemaakt, heb ik dan de Geest wel gekregen? Wat moet ik doen om de Geest te krijgen?

Bij die vraag staan we vanmorgen speciaal stil. Wat moet ik doen om de Heilige Geest te krijgen? We doen dat naar aanleiding van het antwoord dat Petrus geeft in Handelingen 2,38-39. Daar noemt hij heel concreet een aantal dingen en in een bepaalde volgorde: eerst je bekeren, dan je laten dopen, Jezus aanroepen en vergeving krijgen. En dan zal de Heilige Geest je gegeven worden.

Ik merk dat ook deze tekst vragen op roept. Doen wij dingen verkeerd, in Nederland, in onze gemeente, in onze kerken? Soms lijkt het of wij zo weinig merken van de Heilige Geest. Moeten wij dingen anders doen? Staan wij de Heilige Geest in de weg?

Over al die vragen gaat het in deze preek. Ik kan ze niet allemaal goed behandelen in één preek. Het uitgangspunt is daarom de vraag in vers 37: Wat moeten we doen?

2. Alleen: wat wordt er eigenlijk gevraagd in vers 37?‘Wat moeten we doen om de Heilige Geest te krijgen’?

Nee, dat vragen ze helemaal niet. Ze reageren op de toespraak van Petrus. Petrus laat zien dat wat gebeurt de vervulling is van een profetie. De profeet Joël had voorspeld dat God zijn Geest aan alle mensen zou geven.

Dat God juist nu zijn Geest uitstort, dat zegt iets over Jezus. Jezus was een paar week geleden door zijn eigen volksgenoten gedood. Maar God had hem weer levend gemaakt. Jezus was immers de verlosser van Israël. God had Jezus bovendien met hemelvaart de hoogst voorstelbare positie gegeven. Jezus zit aan Gods rechterhand. Jezus regeert als koning over hemel en aarde. En dat zijn geen slappe praatjes. Het bewijs? Jezus heeft uit de hemel de Heilige Geest uitgestort – vandaar die vlammen, die wind, al die vreemde talen.

Conclusie van Petrus: jullie Joden, jullie hebben een grote fout gemaakt. Jullie hebben Jezus gedood. Maar hij was de verlosser, de Messias van God. Gelukkig heeft God ingegrepen. God heeft hem aangesteld tot heer en messias.

En dan schrikken ze allemaal enorm. Als dat waar is… Dan hebben ze hun eigen redder en verlosser vermoord. Vandaar hun vraag: Wat moeten we doen? We hebben iets ontzettend ergs gedaan. Hoe kunnen we nu verder?

Wat Petrus zegt is een antwoord op die vraag. Hij geeft dit antwoord aan allemaal ongedoopte volwassen Joden die hun eigen verlosser gedood hebben.

Daarom zegt Petrus: Bekeer je. Stop met dat leven zonder Jezus. Het waren allemaal vrome joden. Maar ze hebben Jezus gedood. En daarvan moeten ze zich bekeren, van een leven dat Jezus kan kruisigen.Zoek juist je toevlucht bij Jezus. Laat je dopen in zijn naam. Bij hem alleen kun je vergeving krijgen voor deze grote vergissing. En dan zal het wonder gebeuren. Jullie zijn Joden, aan jullie is de Heilige Geest beloofd. Jullie zullen de Heilige Geest alsnog krijgen! Net zoals wij, Jezus’ eigen leerlingen.

Vers 38-39 vormen dus een heel specifiek antwoord in een bepaalde situatie. Toch geeft Petrus hier wel degelijk een antwoord op onze vraag: Wat moeten wij doen om de Heilige Geest te ontvangen? Daarom lopen we de onderdelen van Petrus’ antwoord nu samen met elkaar langs.

God is de enige die ons zijn Geest kan geven. Maar wij hoeven niet passief af te wachten. Het heeft zin om te vragen: Ik wil graag de Heilige Geest ontvangen. Wat moet ik daarvoor doen?

3. Als eerste: je bekeren. Wat is dat?

Kijk naar de Joden in Handelingen 2. Vrome joden. Maar ze moesten zich bekeren. Hun leven was een leven zonder Jezus.

Je bekeren is je omdraaien. Stoppen met een leven zonder Jezus. En naar Jezus Christus toegaan.

Maar het is toch alleen dankzij Gods genade als ik mij bekeer? Nou, dan moet ik dus maar wachten tot God het mij geeft.

Die conclusie klopt niet. God geeft ons bekering – helemaal waar. Maar hoe doet hij dat? God begint met een oproep: bekeer je! Bijvoorbeeld nu in deze preek. Een oproep aan jou, aan jou, aan mij.

Leef jij zonder of met Jezus Christus? Is Jezus jou Heer en wil jij Hem gehoorzamen, of niet?Stop met leven zonder Jezus. Vandaag nog. Ga naar Jezus toe.

Dat is in eerste instantie iets eenmaligs. Je leefde zonder Jezus, maar je hebt je bekeerd. Je wilt Jezus volgen.

Maar ook als je met Jezus wilt leven, kan het opnieuw nodig zijn om je te bekeren. Als ik bij mezelf begin: zo maar zijn er stukken van mijn leven waar ik Jezus niet echt volg. Herken jij dat ook?

Het kan zijn dat je leven als christen mat is, zonder enthousiasme. Je gelooft wel, maar eigenlijk geloof je het wel. Je komt in de kerk, maar je zit de dienst uit en dat is het dan. Geloof je dan echt in Jezus Christus?

Het kan ook zijn dat je het te druk hebt om je echt in te zetten voor onze gemeente. Je hebt het te druk om te bidden, om bijbel te lezen. Tenminste, dat zeg je – ik heb het te druk. Maar je bent eigenlijk best veel tijd kwijt met de TV, met internet, met bellen, met klussen. Heb je het te druk? Of leef je eigenlijk zonder Jezus?

Het kan zijn dat er mensen zijn die je negeert – thuis, op je werk, in de kerk. Je groet ze niet, je ziet ze niet staan. Je hebt ze niet lief. En dan zegt Johannes: als je je broer of zus die je wel ziet, niet liefhebt, kun je onmogelijk God liefhebben – God die je niet ziet.

Wanneer leef jij zonder Jezus? Waar wil jij niet doen wat hij zegt? Denk daar over na. Vraag de Heilige Geest het je te laten zien.

En als je nu diep in je hart weet dat er iets in je leven is dat weg moet, aarzel dan niet. Zeg het hardop in gebed tegen Jezus. Zoek een medechristen op aan wie je dat vertelt. Een ouderling, je dominee, je groeigroep. Bid er samen voor – wie weet direct na deze dienst. En stop met dat zondige leven zonder Jezus.

4. Het tweede wat Petrus zegt: laat je dopen op de naam van Jezus Christus om vergeving van zonden te krijgen.

Beide zijn nodig voordat je de Heilige Geest kunt ontvangen: gedoopt worden op de naam van Jezus, en vergeving van zonden. Waarom?

De doop op de naam van Jezus Christus bezegelt een nieuwe relatie: een verbond tussen Christus en jou. Je hoort nu bij Christus, zoals een man bij een vrouw hoort. Man en vrouw trouwen meestal in gemeenschap van goederen. Dat wil zeggen: wat van mij is, is van Janneke. Wat van Janneke is, is van mij. Het prachtige servies van mijn opa en oma, en – helaas – die lelijke stoel van Jannekes oma waar zij zo aan gehecht is. Als wij een verbond sluiten met Jezus Christus, dan krijgen wij van Jezus wat van hem is. En wat krijgen wij dan? Vergeving van zonden, en – dat komt straks – de Heilige Geest.

Die vergeving van zonden. Waarom hebben we die nodig? Zonde staat tussen ons en God in. Wie zondig is past niet bij God – je bent vies, schuldig, onheilig. En dus pas je niet bij de Geest. Gods Geest is heilig. Je kunt de Heilige Geest alleen krijgen als je zonden vergeven zijn en als je schoongewassen bent door Jezus’ bloed.

Samengevat: door de doop op de naam van Jezus krijg je zeg maar ‘recht’ op de vergeving en op de Heilige Geest. Door de vergeving van zonden komt er in je leven ruimte voor de Heilige Geest.

En als je als kind gedoopt bent? Dat is heel mooi. De Joden in Handelingen 2 konden niet eerder als kind gedoopt worden.

Als je als kind gedoopt bent, dan krijg je via je ouders de belofte: Jezus wil zijn Heilige Geest ook aan jou geven.

Maar een gedoopt kind moet wel leren: van mijzelf ben ik geneigd tot een leven zonder Jezus. Als ik de zonde opzoek, word ik vies, onheilig, schuldig. Dan is er geen ruimte voor de Heilige Geest om in mij te wonen. Als ik leef zonder Jezus, moet ik mij daarvan bekeren. Ik heb Jezus nodig. Ik heb vergeving nodig. Anders kan ik de Heilige Geest niet ontvangen.

Zo wordt het tegen ons allemaal gezegd: bedroef de Geest niet. Doof de Geest niet uit. De Heilige Geest past niet in een zondig leven zonder Jezus. Alleen waar Jezus is met zijn vergeving, daar kan ook de Heilige Geest gegeven worden.

5. Na je bekering, nadat je een verbond gesloten hebt met Jezus, nadat je zonden vergeven zijn, is er ruimte om de Heilige Geest te ontvangen.

Pas dan? Werkt de Geest niet al veel eerder? Zonder de Geest kan ik me toch niet bekeren? Of Jezus als Heer erkennen?

Dat klopt helemaal. Dat de Joden in Handelingen 2 diep getroffen waren door Petrus’ woorden, was dankzij de Heilige Geest. Maar er is verschil tussen wat de Geest allemaal in je leven kan doen, en het ontvangen van de Geest, waardoor de Geest in je leven komt wonen.

Als ik een huis koop, krijg ik de sleutel. Dan ga ik klussen. Maar in de kamer staan tuinstoelen op de betonnen vloer, met verfspatten erop. Ik slaap er niet, ik woon er niet. Ik breng er al eens wat dozen met spullen naar toe. En dan, als alle spullen er staan en het hele huis klaar is, dan kom ik er wonen.

Zo is het met de Heilige Geest ook. Als de Geest met je bezig gaat, dan moet er eerst geklust worden. Bekering tot Jezus. Vastleggen van de koop – het sluiten van een verbond. Grote schoonmaak – vergeving. En dan ontvang je de Heilige Geest definitief en komt de Geest in je wonen.

Ook daarna blijft het nodig om te bidden om de Heilige Geest. Zoals je ook je huis moet onderhouden, helaas. Bid om vervuld te worden met de Heilige Geest. De Geest kan in je wonen, terwijl je toch niet vol bent van de Heilige Geest. Dan is het nodig om daar opnieuw om te bidden.

Heb jij de Geest ontvangen? Woont de Geest in jou? Blijf jij bidden om steeds opnieuw vervuld te worden van de Heilige Geest?

Hoe weet je dat de Geest in je woont? Als je merkt dat de Geest in jou aan het werk is!

En weet je wel wat de Geest je allemaal voor moois doet? Hij laat je zien wat zonde is, maar ook wie je verlosser is. Hij brengt je bij Jezus. Hij geeft geloof en zekerheid. Hij maakt je sterk en helpt je. Hij laat je iets geweldigs ontdekken: ik ben kind van God! Ik mag God ‘Vader’ noemen. Ik mag zelf tot God bidden! Hij wijst je een weg. Hij leert je de Bijbel begrijpen. Hij laat zijn vrucht in je leven rijpen. Hij wekt een steeds groter verlangen naar Jezus op!

Als de Geest die dingen in jouw leven doet, dan heb je de Geest ontvangen!

6. Word je daar onzeker van? Ben je bang dat je de Heilige Geest niet gekregen hebt?Of vraag je je af: werkt de Heilige Geest nog wel in onze kerk, in christenen om mij heen?

Ik vind het belangrijk om jezelf die vraag eerlijk te stellen. Wij kunnen de Geest bedroeven en uitdoven.

Ik merk het zelf: als er een zonde is waar ik niet mee breek, als ik iets in de plaats van Jezus zet, dan kan de Geest minder met mij.

Als jij en ik geen probleem hebben met onze zonde, worden we lauw. Dan wordt het een slappe hap in de kerk.

Misschien schrik je wel van jezelf. Eigenlijk ben ik bezig de Geest teleur te stellen. Eigenlijk zou ik me moeten bekeren… Maar…  Ik durf niet. Het gaat te ver. Wat moet ik dan? En de anderen doen het ook niet. Wat zullen de mensen van me zeggen?

Van jezelf schrikken is goed. Maar waarom zou je bang worden? Zelfs als jij de Geest nog niet ontvangen hebt? Bang zijn, dat is pas nodig als je wegloopt bij Jezus Christus.

God heeft een belofte gegeven. Lees het begin van Petrus’ toespraak. God zegt: ‘Ik zal over alle mensen mijn Geest uitgieten’.

Die belofte is voor Israël. Maar niet alleen! De belofte van de Heilige Geest is voor heel de wereld. Kijk maar wat Petrus zegt: de belofte is ook voor allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God, tot zich zal roepen.

Petrus heeft het over jou en mij. Wij wonen ver weg van Jeruzalem. Helemaal in noordwestelijk Europa. De belofte is ook voor ons. God heeft ons geroepen. Hij roept ons nu. Als je gedoopt bent, heb je de belofte van de Heilige Geest zelf gekregen.

Wat denk je? Als je merkt dat je enthousiasme voor God weg is. Als je weet dat je de Geest hebt bedroefd. Wat zou God willen – dat jij bang wordt en voor hem wegkruipt?

Nee! Jezus wil juist dat je weer naar hem toegaat. Dat je eerlijk om vergeving vraagt. En dat je bidt: Heilige Geest van God,vul opnieuw mijn hart.

Dan zal God je niet laten vallen. Hij wil je juist graag vullen met zijn aanwezigheid.

Want Jezus zegt: ‘Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal de Vader in de hemel dan niet de heilige Geest geven aan wie hem erom vragen.’

Wie Jezus wil volgen en bidt om de Heilige Geest, die zal de Geest ontvangen!