Handelingen 10:9-36 – Hokjes, vakjes

Mark Veurink
Mark Veurink
9 november 2014

Handelingen 10:9-36 – Hokjes, vakjes

image_pdfimage_print

Hokjes, vakjes, we hebben allemaal vooroordelen over mensen die anders zijn. Petrus heeft ook een vooroordeel, over iedereen die niet Joods is. Hij wordt van zijn vooroordeel afgeholpen en komt uit zijn hok.

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Opwekking 623 (Laat het huis gevuld zijn)
Opwekking 510 (Dit is mijn verlangen)
Opwekking 573 (Heer u bent welkom)
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Opwekking 518 (Heer u doorgrondt en kent mij)
Gebed
Sketch
Lezen: Handelingen 10 : 9 – 36 (BGT)
Zingen: Psalm 15 : 1 en 2 (Heer, wie mag wonen in uw tent)
Preek
Zingen: Opwekking 711 (Zijn trouw kleurt de morgen)
Opwekking 347 (Ik geloof; als geloofsbelijdenis)
Gebed
Collecte
Zingen: Opwekking 569 (Regeer in mij)
Zegen

Hokjes, vakjes

Inleiding
dia 1 – poster
‘Hoeveel vooroordelen heb jij?’
Dat was de vraag op de poster voor deze themadienst.
Nou, hoeveel vooroordelen heb jij?
Mijn eerste reactie is: ‘vooroordelen? Die heb ik niet!’
Ik kan het natuurlijk verkeerd hebben,
maar ik denk dat ik zeker niet de enige ben die er zo over denkt.

dia 2 – moslims
Kijk, iedereen kent de grote voorbeelden van vooroordelen wel.
Over moslims bijvoorbeeld.
‘Moslims zijn een groot gevaar voor ons land.
Moet je kijken wat ze daar in Syrië en Irak allemaal uitspoken!
Het is een kwestie van tijd, en dan doen ze ook in Nederland een greep naar de macht.
Die islamitische buurman ziet er vast heel vriendelijk uit,
maar hij hangt wel een extremistische godsdienst aan.’
Of vooroordelen over asielzoekers:
‘die komen maar naar ons land,
leven van ons belastinggeld en pikken later onze banen in.
Ze zijn trouwens ook niet te vertrouwen,
het is niet voor niets dat overal van die bewakingscamera’s hangen.
Ze verzinnen een zielig verhaal om een verblijfsvergunning te krijgen,
en als ze die eenmaal hebben zijn ze hun eigen zielige verhaal weer vergeten.’

dia 3 – Wilders
Dat soort vooroordelen dus, ik heb ze niet.
Ik ben toch zeker Geert Wilders niet?
Hmm, dat was wel een vooroordeel over Geert Wilders…
Maar die grote vooroordelen over moslims en asielzoekers,
de meeste Nederlanders vinden dat gewoon onfatsoenlijk.
Als Wilders laat roepen dat we minder Marokkanen willen,
valt iedereen over hem heen.
Vooroordelen, dat is eigenlijk best wel een veilig thema.
Jij hebt ze niet, dus je kunt vooral horen wat anderen fout doen.
Of…

dia 4 – experiment
Op internet kwam ik een filmpje van een experiment tegen.
Een jonge man verkleedt zich als dakloze,
en doet midden in een drukke straat alsof hij struikelt.
En hij staat niet meer op.
De voorbijgangers lopen met een boog om hem heen,
ze halen hun neus voor hem op.
Het is een saai filmpje, want minutenlang blijft die man liggen,
en er is niemand die iets doet.
Even later heeft diezelfde man zich verkleed als succesvolle zakenman.
Hij struikelt op dezelfde plek, en staat ook niet meer op.
Mensen schrikken ervan, en helpen hem direct.

dia 5 – hokjes, vakjes
Dat filmpje laat zien welke vooroordelen voorbijgangers hebben.
Gewone mensen, zoals jij en ik.
Ik had die zwerver waarschijnlijk ook laten liggen.
Vooroordelen zijn niet alleen voor racisten,
vooroordelen hebben we allemaal.

1. Vooroordelen?
dia 6 – vooroordelen?
In Handelingen 10 komen we Petrus tegen.
Petrus heeft ook vooroordelen.
Vooroordelen over alles wat niet Joods is.
Joden, zoals Petrus, gaan niet om met andere mensen, heidenen.
Dat doe je gewoon niet.

dia 7 – Joden sluiten zich op in eigen hokje
Joden waren zich er goed van bewust dat zij een bijzonder volk waren.
God had hen apart gezet van de andere volken.
Joden hoorden bij God.
Een bijzonder voorrecht, en daar moet wel iets tegenover staan.
Want God heeft ook wetten gegeven.
In die wetten staat wanneer iets bij God past, rein is,
en wanneer iets niet bij God past, onrein is.
Het was niet verboden om om te gaan met niet-Joden.
Maar dat was wel heel ingewikkeld:
als je omgaat met mensen die de reinheidswetten niet houden,
ben je zelf voor je het weet ook onrein.
Daarom maakten Joden het zichzelf makkelijk
door maar helemaal niet met anderen om te gaan.
Ze sloten zichzelf af voor de buitenwereld,
in hun eigen veilige hokje.

dia 8 – Petrus is trots dat hij een Jood is
Zo’n Jood is Petrus ook.
Het is twaalf uur ’s middags, en Petrus heeft honger.
Het is alsof hij op zijn wenken bediend wordt:
hij ziet een visioen van een kleed vol met dieren.
Een stem uit de hemel zegt: ‘slacht ze maar en eet ze op.’
Komt dat even goed uit!
Maar Petrus verstijft.
Op het kleed lopen ook onreine dieren.
Hoe kan hij nou van dit kleed eten?!
Hij hoeft er maar naar te kijken, of hij wordt er al misselijk van.
En God kan wel zeggen dat het mag,
maar dit gaat in tegen alles wat Petrus altijd geleerd heeft,
het gaat zelfs in tegen wie hij is: een goede Jood.

Zo’n Jood is Petrus.
Iemand die de reinheidswetten serieus neemt.
Hij neemt liever het zekere voor het onzekere, alles om rein te blijven.
Daarom vermijdt hij heidenen.
Zelfs als ze God kennen, loop je zomaar het risico onrein te worden.
Dat is Petrus’ vooroordeel, en hij sluit zich maar liever op in het Joodse hokje.
Hij is Jood en hij is er trots op.

dia 9 – vooroordelen: je voelt je beter dan anderen
En daar komen vooroordelen vandaan.
Vooroordelen zorgen ervoor dat jij je beter kunt voelen dan anderen.
Je bent trots op jezelf.
Je bent trots op je vriendengroep.
Je bent trots op de mensen waar je bij hoort.
En mensen die anders zijn, daarover heb je een vooroordeel.
Toen ik 12 was ging ik naar het gereformeerde Greijdanus College in Meppel.
Tegenover ons zat het Terra College,
een VMBO school voor jongeren die iets met natuur of landbouw willen doen.
Wij waren trots op onze school,
en dus een vooroordeel over onze overburen: dat waren domme boeren.

Zulke vooroordelen zijn overal.
Je kunt een vooroordeel hebben over iemands huidskleur of godsdienst.
Maar net zo goed over in wat voor buurt iemand woont, een villawijk of een achterstandswijk,
over hoe iemand zich kleedt of over hoe iemand zich gedraagt.
Zelfs in de kerk hebben we zomaar vooroordelen over elkaar:
van ouderen mag niets en jongeren zijn oppervlakkig.
We zitten allemaal in een hokje, met mensen waar wij ons thuis bij voelen,
en mensen die anders zijn, horen er niet bij.

2. God maakt geen onderscheid
dia 10 – God maakt geen onderscheid
Hokjes en vakjes, iedereen heeft ze wel.
Iedereen, maar God niet.
God heeft geen vooroordelen.
Die les leert Petrus, en hij zegt:
‘nu begrijp ik pas goed dat God alle mensen even belangrijk vindt.’
God maakt geen onderscheid!

dia 11 – Petrus mag zich niet opsluiten in zijn hokje
Petrus is nog helemaal ondersteboven van het visioen dat hij heeft gezien.
Wat is hier toch de bedoeling van?
Petrus wordt gestoord in zijn overpeinzingen.
Er staan drie mannen voor de deur,
ze zijn gestuurd door de Romein Cornelius, een heiden.
Langzaam begint het kwartje bij hem te vallen.
Normaal gesproken had Petrus deze mannen direct weggestuurd.
Petrus was er altijd trots op dat hij Jood was,
met heidenen wilde hij niet te maken hebben.
Maar na dat visioen kan hij dat niet meer.
God maakt geen verschil meer tussen rein en onrein.
God maakt geen verschil tussen mensen,
wie er wel en niet met God kunnen omgaan.

Petrus mag zich niet opsluiten in zijn hokje.
De heilige Geest vertelt hem juist
dat hij zonder aarzelen met de mannen moet meegaan.
Je kunt ook zeggen: zonder vooroordelen,
zonder hokjes en vakjes te maken.
Dat is niet makkelijk voor Petrus.
Als je altijd hebt gehoord dat heidenen je van God weg houden,
dan is het een enorme stap om mee te gaan.
Dan moet je heel wat vooroordelen overwinnen!
Als iedereen om je heen zegt dat je asielzoekers niet kunt vertrouwen,
dan is het nogal wat om je vooroordelen op te geven.
En als je trots bent op je vriendengroep,
is het moeilijk om anderen ook een kans te geven.

dia 12 – door Jezus zijn verschillen onbelangrijk
Maar Petrus leert dat het voor God helemaal niet uitmaakt
bij welk volk je hoort of bij welke groep.
God maakt geen verschil tussen mensen.
Jezus deed dat ook niet.
Hij ging buiten de veilige grenzen van het Joodse hokje.
Hij ging om met vrouwen, Samaritanen en zondaars.
Paulus zegt dat in Galaten 3 zo:
‘Omdat jullie in Jezus Christus geloven, vormen jullie een eenheid:
Joden en niet-Joden, slaven en vrije mensen, mannen en vrouwen.
Verschillen zijn niet belangrijk meer.’
En als het voor God niet uitmaakt,
mag het voor ons ook niet uitmaken.

dia 13 – leer naar mensen te kijken zoals God
Nu is er natuurlijk wel een verschil
tussen Petrus’ vooroordeel en de onze.
Bij Petrus ging het om de vraag:
‘wie mag er bij God horen?’
Wij kunnen heel wat vooroordelen hebben,
maar zullen niet zeggen dat mensen die anders zijn dan wij
niet bij God kunnen horen.
Maar wie zijn wij om ons af te sluiten voor mensen
waar God zich niet voor afsluit?
En als christenen vooroordelen hebben,
waarom zouden niet-christenen dan geloven dat God ze niet heeft?
Dus leer als God naar mensen kijken: iedereen is gelijk!

3. Maakt het uit of je christen bent?
dia 14 – maakt het uit of je christen bent?
Dat moet ik nog wel even verduidelijken: ‘iedereen is gelijk’.
Want dat is in Nederland ook best wel een populaire gedachte.
‘Iedereen is gelijk, dus bemoei je niet met de keuzes die ik maak.
Jij bent christen? Leuk voor je.
Maar val mij daar niet mee lastig.
Ik leef op mijn manier, jij op de jouwe.
Het christelijk geloof is echt niet beter dan andere levensovertuigingen.
Waar haal je het recht vandaan
om anderen jouw geloof op te dringen?
Die God van jou zegt toch zelf dat iedereen gelijk is?’
Tja, als iedereen gelijk is, maakt het dan nog wel uit of je christen bent?

dia 15 – God maakt verschil: ben je christen?
Ja, alle mensen zijn even belangrijk,
en ja, het maakt uit of je christen bent.
Petrus gaat mee met de mannen van Cornelius.
In Caesarea, de woonplaats van Cornelius, ontmoeten ze elkaar.
En Petrus vertelt wat hij geleerd heeft:
‘Nu begrijp ik pas goed dat God alle mensen even belangrijk vindt.’
Maar daar houdt Petrus niet op, hij vertelt verder:
‘God houdt van iedereen die eerbied voor hem heeft en leeft volgens zijn wil.
Het maakt niet uit bij welk volk je hoort.’

Uiteindelijk maakt God wél een verschil.
Niet over bij welk volk je hoort of welke huidskleur je hebt.
Niet over wat voor kleren je draagt of hoe geslaagd je bent in het leven.
Wel over of je eerbied voor God hebt en volgens zijn wil leeft.
Het maakt uit of je christen bent!

dia 16 – terugtrekken in christelijk hokje?
Heeft God dan toch voorkeur?
Nu niet meer voor Joden maar voor christenen?
Zo gedragen christenen zich soms wel.
‘Wij horen bij God, en zij niet.
We trekken ons terug in ons eigen veilige christelijke hokje,
en er zijn er trots op dat wij christen zijn.
Met niet-christenen moet je maar niet te veel omgaan,
ze brengen je zomaar aan het twijfelen.’

Maar God wil niet dat je je in je christelijke hokje terugtrekt.
Als je christen bent is dat niet iets om trots op te zijn,
en al helemaal geen reden om op anderen neer te kijken.
Ja, er is verschil tussen christenen en niet-christenen,
maar dat is niet ‘je bent het, of je bent het niet’.
Christen kun je worden,
en waar het in Handelingen 10 om gaat:
iedereen kan christen worden, dat is niet voor bepaalde groepen.

dia 17 – ga juist om met niet-christenen
Dat God verschil maakt tussen wie wel en niet voor hem leven,
mag voor christenen nooit reden zijn om alleen met christenen om te gaan,
het moet juist reden zijn om met niet-christenen om te gaan.
God wil dat iedereen op aarde weet dat hij er ook bij mag horen.
Daarom stuurt hij Petrus naar Cornelius.
Daarom stuurt hij christenen uit hun hokjes.
Want God wil dat iedereen het met Petrus meezegt:
‘Jezus is de Heer van alle mensen.’

4. Kom uit je hok
dia 18 – kom uit je hok
Even samenvatten:
-iedereen heeft wel vooroordelen over mensen die anders zijn
-vooroordelen hebben te maken met trots
-voor God zijn alle mensen even belangrijk
Maar hoe kom je dan van je vooroordelen af?
Kom uit je hok en leer een ander kennen.

dia 19 – Petrus leert Cornelius kennen
Dat is precies wat Petrus doet.
Hij komt uit zijn Joodse hok.
Hij gaat mee met de mannen van Cornelius.
En dan leert hij Cornelius kennen,
hij stapt zelfs binnen in het huis van Cornelius.
‘Nou en, zo eng is het toch niet om bij iemand binnen te zijn?’
Nee, voor ons meestal niet.
In die tijd was dat wel een beetje anders.
Als je in iemands huis kwam, kwam je binnen in iemands persoonlijke wereld.
Iemand thuis uitnodigen, dat deed je alleen met mensen die je goed kende.
En voor Joden, zoals Petrus, was het een taboe
om bij een niet-Jood, zoals Cornelius, binnen te komen.
Petrus doorbreekt het taboe, stapt over grenzen heen.
Hij gaat naar binnen bij Cornelius.
Hij wil Cornelius als mens leren kennen.

dia 20 – tegenovergestelde van vooroordeel is kennen
Neem een voorbeeld aan Petrus.
Je komt niet van je vooroordelen af als je in je hokje blijft,
als je alleen maar omgaat met mensen van jouw ‘soort’,
mensen waar jij je bij op je gemak voelt.
Petrus voelde zich heel ongemakkelijk, en toch ging hij naar Cornelius.
Je komt pas van je vooroordelen af,
als je degene over wie je een vooroordeel hebt, leert kennen.
Dan zie je pas wie iemand echt is.
Het tegenovergestelde van een vooroordeel hebben
is niet dat je tolerant bent,
maar dat je de ander leert kennen.

dia 21 – leer de persoon achter je vooroordeel kennen
Dus kom uit je hok!
Ik wil je graag uitdagen om komende week iemand te leren kennen.
Iemand die anders is dan jij, over wie je een vooroordeel hebt.
Iemand met wie je normaal nooit praat,
maar met je vrienden praat je er wel over.
Doorbreek dat taboe, ga op zoek naar de persoon achter jouw vooroordeel.
Dan kun je van je vooroordeel afkomen.
Hokjes, vakjes, doe er niet aan mee!
Aan het begin van de dienst zongen we:
‘Heer, u doorgrondt en kent mij.’
Leer een ander kennen, want God kent jou.
Amen.