Genesis 4:1-16 | Een goede broer/zus

Mark Veurink
Mark Veurink
5 november 2017

Genesis 4:1-16 | Een goede broer/zus

image_pdfimage_print

Broers en zussen: fijn om te hebben, maar niet altijd makkelijk. Hoe ga je als broers/zussen met elkaar om? Familieruzies zijn in ieder geval niet nieuw: in het eerste mensengezin loopt een ruzie tussen broers gruwelijk uit de hand. Onze grote Broer laat zien dat het ook anders kan!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Deze preek is gehouden in een aangepaste dienst voor verstandelijk beperkten.

Liturgie
Welkom en aansteken kaars
Trafficlight: -Opwekking 82 (Kom laat ons zingen vandaag)
-Opwekking 764 (Zegekroon)
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: DNP Psalm 133 : 1 en 2
Gebed
Preek met lezing: Genesis 4 : 1 – 16 BGT
Trafficlight: -This Little Light of Mine
-Geloofsbelijdenis
Gebed
Mededelingen
Collecte
Zingen: LvK Gezang 481 : 1, 2, 3 en 4
Zegen met 4-stemmig gezongen ‘Amen’
Trafficlight: vrije keuze

Een goede broer/zus

Inleiding
dia 1 – Bert van Leeuwen
Is er hier iemand die weet wie deze man is?
(Bert van Leeuwen)
Hij is alweer meer dan 30 jaar te zien op TV.
Wie noemt er eens een programma dat hij heeft gepresenteerd?

dia 2 – familiediner
Eén van die programma’s, misschien wel zijn bekendste,
is ‘het familiediner.’
In dat programma probeert Bert van Leeuwen familieruzies op te lossen.
Bijvoorbeeld ruzies tussen broers en zussen
die elkaar al meer dan 10 jaar niet meer gezien hebben.
Veel van die ruzies zijn heel klein en onnozel begonnen.
Doordat iemand iets heeft gezegd wat niet zo aardig was.
Of doordat iemand steeds probeert zijn zin te krijgen,
ook al heeft ‘ie het zelf niet door…
Zulke kleine dingen gaan een eigen leven leiden,
en voor je het weet willen broers en zussen elkaar nooit meer zien.

Je moet het maar durven:
proberen zulke families weer bij elkaar te brengen.
Dat doet Bert van Leeuwen dus in ‘het familiediner’.
En het lukt hem verrassend vaak:
broers en zussen die elkaar nooit meer wilden zien
geven elkaar eindelijk weer een dikke knuffel.

dia 3 – Genesis 4:1-16
Vandaag gaat het over zo’n familieruzie.
Een ruzie die ook voor Bert van Leeuwen een pittige klus zou zijn.
Het is een ruzie in de allereerste mensenfamilie:
het gezin van Adam en Eva.
Laten we het lezen, uit Genesis 4:1-16.

dia 4 – een goede broer/zus
Wat een treurig verhaal!
Dit is niet zomaar even een familieruzie:
de ene broer vermoordt de andere…
Vandaag gaat het over familie, over broers en zussen.
Van Kaïn leren we hoe het niet moet.
Maar hoe dan wel?
Hoe ben je een goede broer of zus?

Voor de vaste bezoekers van de kerkdiensten hier:
deze preek is een preek in de serie over relaties.
Vorige week ging het over verkering en huwelijk,
vandaag dus over de relatie tussen broers en zussen.

1. Concurrenten
dia 5 – wedstrijd
Twee broers dus.
Kaïn is de oudste, Abel de jongste.
Toen ze nog klein waren hebben ze vast samen gespeeld.
Tikkertje, voetballen, boomhutten bouwen.
Samen hebben ze papa Adam geholpen op het land.
Toch is het ergens misgegaan. Maar waar?

Het probleem is dat Kaïn overal een wedstrijd van maakt.
Er kan er maar één de beste zijn, en dat is natuurlijk Kaïn!
Want Kaïn is de oudste, en het lievelingetje van mama Eva.
Natuurlijk, Eva houdt ook van Abel,
maar op Kaïn is Eva echt trots:
Kaïn is een echte man, hij is de toekomst van de familie.

Kaïn wil altijd de beste zijn.
Of het nu gaat om een spelletje ‘mens-erger-je-niet’,
of om wie de beste zoon is.
Altijd weer wil Kaïn winnen.
Hij vindt het maar lastig dat hij een broertje heeft.
Hij ziet Abel als zijn grote concurrent.

dia 6 – offer
Dat gaat mis als Kaïn eens een keer niet wint.
Vandaag is Abel de beste!
Kaïn en Abel zijn groot geworden.
Ze brengen allebei een offer aan God.
Voor Kaïn is ook dit een wedstrijd:
hij wil dat God hem de beste vind.
Maar God ziet zijn offer niet eens!
God heeft alleen maar oog voor Abel en zijn offer.
Dat kan Kaïn niet hebben.
Abel mag niet winnen!

Wat is nou eigenlijk het verschil tussen die 2 offers?
Je zou het zo kunnen zeggen:
Kaïn offert aan het einde van de maand –
als Kaïn weet hoe veel hij over heeft, kan God ook nog wat krijgen.
Abel offert aan het begin van de maand –
hij geeft eerst het beste aan God,
zonder dat hij weet of hij die maand wel genoeg heeft.
Kaïn wil iets ván God: dat God hem de beste vindt,
Abel doet iets vóór God: hem het beste geven.
God ziet het, en Kaïn is stik jaloers.

Zo ontstaan ruzies vaker.
Als de een de beste wil zijn.
Als je elkaar als concurrent ziet, als tegenstanders.
Wie wil nou niet het lievelingetje zijn?
We willen toch allemaal graag de beste zijn?!

2. Uit de weg!
dia 7 – supermarktoorlog
Toch kan er maar een de beste zijn.
En als je dat niet bent, kun je 2 dingen doen:
zorgen dat jij de beste wordt, of je concurrent uit de weg ruimen.
Met je concurrent ga je het gevecht aan.
Net zoals supermarkten altijd blijven vechten om klanten:
als de Albert Heijn veel klanten heeft,
verlaagt de Jumbo de prijzen,
zodat de klanten weer naar de Jumbo gaan.

dia 8 – jaloers
Abel heeft het nooit zo bedoeld,
maar toch is hij de grote concurrent van Kaïn geworden.
En Kaïn wil daar wat aan gaan doen.
God heeft het door.
Hij ziet aan Kaïn dat hij slechte plannen maakt.
Daarom gaat God met Kaïn in gesprek:
‘Kaïn, waarom ben je zo boos?
Doe toch geen domme dingen!
De duivel wil graag dat je Abel uit de weg ruimt,
luister toch niet naar hem!’

Maar Kaïn luistert niet naar God.
Daarvoor is Kaïn te jaloers.
Het gaat al lang niet meer om een offer.
Dat offer zal Kaïn een zorg wezen.
Maar dat Abel Gods lievelingetje is…
Kaïn heeft het altijd al gedacht.
Want zo gaat dat: als je eenmaal jaloers bent,
dan ga je overal wat achter zoeken…
Kaïn is razend, en niet meer voor rede vatbaar.

dia 9 – broedermoord
‘Kom Abel, laten we een eindje lopen, net als vroeger.’
Abel heeft niets door en gaat mee.
Hij hoopt dat ze weer goede broers kunnen zijn.
Maar Kaïn wil zijn concurrent uit de weg ruimen.
Abel moet dood.
Dan zal Kaïn Gods lieveling zijn!

Niet dus.
Het lost niets op.
God gaat weer naar Kaïn.
‘Wat heb je gedaan?
Dacht je echt dat je zo je problemen kon oplossen?
Kijk dan: het bloed van je broer ligt hier op de grond!
Verdwijn Kaïn, ik wil jou hier niet meer zien.’
Toch blijft God mild, straft hij niet genadeloos hard.
Als Kaïn bang is, belooft God dat hij hem zal beschermen.
Kaïn, de eerste moordenaar, mag iets van Gods genade ervaren.

3. Onze Broer
dia 10 – kruis
Wij hebben ook een broer.
Hij heet Jezus.
Hij is zo’n broer die altijd beter is.
Wij willen misschien de beste zijn, maar Jezus ís de beste!
De lieveling van zijn Vader, en hij maakt geen enkele fout.
Hij is zo perfect dat het irritant is.
Je zou hem zomaar als concurrent kunnen zien,
die uit de weg geruimd moet worden.

Dat is precies wat met Jezus gebeurde.
De leiders van het Joodse volk,
de beste gelovigen die er waren,
werden jaloers op Jezus.
Dat zouden ze natuurlijk nooit toegeven,
ze zouden zeggen dat Jezus met God spotte,
maar eigenlijk waren ze jaloers.
Zo jaloers dat Jezus dood moest.
Aan het kruis met hem!

Wij hebben een broer.
Hij is de beste.
Wij hebben hem uit de weg geruimd.
Zijn bloed roept, net als het bloed van Abel.
Het staat in Hebreeën 12:
‘De eerste mens die gedood werd, was Abel.
Zijn verhaal wordt nog steeds verteld.
Maar de dood van Jezus is veel belangrijker.
Want door het bloed van Jezus
geldt nu Gods nieuwe afspraak met de mensen.’
Abels bloed roept om wraak, Jezus’ bloed om vergeving!

dia 11 – beschermer
Jezus is een goede Broer.
Hij zegt niet: ‘ik hoef toch niet op mijn broer te passen?’
Natuurlijk wel: daar ben je broers voor!
Deze broer wil jou beschermen.
Door zijn bloed mag ook jij een lieveling van God zijn!
Durf jij het deze broer niet te zien als concurrent,
maar als jouw beschermer?

4. Wat voor broer/zus ben jij?
dia 12 – broederschap
Wat zijn wij, mensen, toch snel jaloers!
Maar Jezus wil je daarvan bevrijden.
Hij wil je leren een goede broer en een goede zus te zijn.
In je familie, maar misschien nog wel meer in de kerk.
Want Jezus noemt de kerk zijn nieuwe familie,
die veel belangrijker is dan onze families.
Wat voor broer, wat voor zus, ben jij?

Geef de duivel geen kans,
zoals Kaïn dat deed.
Laat je niet wijs maken
dat je broer of zus, in je familie of in de kerk, een concurrent is,
waar je een wedstrijdje mee moet doen.

Nee, echte broers en zussen,
die willen het mooiste in elkaar naar boven halen.
Kijk maar naar Jezus.
Jezus wil niets liever
dan dat de Vader net zo veel van jou houdt als van hem.
Daar geeft Jezus alles voor op, zelfs zijn leven.
Haal dus het mooiste in elkaar naar boven.
Zodat als Jezus ons vraagt: ‘waar is je broer?’
je niet als Kaïn antwoord: ‘ik hoef toch niet op mijn broer te passen.’
Juist wel, en Jezus geeft het goede voorbeeld.

Jezus is onze grote broer.
Voor hem hoef je geen wedstrijdjes te doen:
hij houdt van ieder evenveel.
Dat is genade.
Amen.