Genesis 29-31 – Mensen vallen tegen, God juist niet (met Samen GROEI-en)

Hans Burger
Hans Burger
16 oktober 2011

Genesis 29-31 – Mensen vallen tegen, God juist niet (met Samen GROEI-en)

image_pdfimage_print

Micha-zondag

Preek bij ons jaarthema ‘Leren van Gods liefde’

Liturgie

Voorzang Gez 38.1.2.4 (canon)
Stil gebed
Votum
Zegengroet
Zingen Ps 97,1.3.5
Gebed
Lezen uit de Bijbel:
- Genesis 29,1-5 en 9-12 en 14-21 en 30-32
- Genesis 30,1-3 en 22-28
- Genesis 31,7b-16
Zingen Ps 21,3.4
Preek over Genesis 29-31 vanuit 31 vers 12b-13
Zingen: Ps 46,1.2.4
Als wetslezing: Jacobus 1,19-27 en Jacobus 2,8-17
Zingen: ‘Heer leer ons recht te doen’
Gebed
Collecte
Zingen Opw 378 / EL 213 Ik wil jou van harte dienen
Zegen

Opmerkingen:

- Bij deze preek is een ‘Samen GROEI-en‘ (een samenvatting met verwerkingsvragen) beschikbaar;

- Deze preek is eigenlijk niet in een kerkdienst te gebruiken zonder de bijbehorende pp-presentatie

- Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

Preek over Genesis 29-31 (vooral 31,12b-13) – Mensen vallen tegen, God juist niet

1. Lees je mee met ons bijbelleesrooster? Dan ben je deze week in Genesis de verhalen over Jacob tegengekomen. Op startzondag zijn we het jaarthema begonnen met Psalm 119,105: kennen jullie de tekst uit je hoofd?

[‘Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad’]

Maar als je nu kijkt naar Genesis 29, 30, 31? Is dat nou een licht op je pad?

Hoe lees je die hoofdstukken?

Vanmorgen staan we daar met elkaar bij stil.

Stel je bent een roman aan het lezen – welk boek ben jij aan het lezen?

En je leest steeds één alinea, een paar regels. Dan es hier, dan es daar. Daar snap je niks van. Of je hebt een begeleidend boekje nodig om uit te leggen waar het nu weer over gaat.

Zo lezen wij de Bijbel vaak. Hap snap, dan hier een paar regels, dan daar een alinea. En dan heb je een begeleidend boekje erbij nodig. Dat noemen we dan een ‘dagboekje’. Zo moet je Genesis eigenlijk dus niet lezen. Lees Genesis zoals je een roman leest!

Dan zie je bijvoorbeeld dat Genesis 29 lijkt op Genesis 24. [dia 1] Daar komt de knecht van Abraham aan bij een put. Er komt een meisje dat familie is, en zij zorgt voor water. Rebekka heet ze. Daar komt haar broer, Laban, afgerend op de rijke knecht. Er valt iets te halen!

Hier is het de zoon van Rebekka die bij een put komt. Opnieuw is er een meisje dat familie is – Rachel. Nu is het Rebekka’s zoon die voor water zorgt. Weer komt Laban eraan gerend. Valt er weer iets te halen? Al snel merkt Laban dat het deze keer tegenvalt – Rebekka’s zoon is een armoedzaaier, gevlucht om zijn eigen bedrog. Jammer!

Dit zie je als je het verhaal als geheel leest – zulke overeenkomsten zitten er meer in Genesis.

En lees goed wat er staat – bijvoorbeeld in de HSV, dan zie je hoe woorden in het origineel steeds terugkeren. Zoals in het begin van Genesis 29. Hier wordt benadrukt dat Jacob en Laban familie zijn. [dia 2] Steeds komt terug ‘Laban de broer van zijn moeder’. Drie keer, in vers 10. En daarna in 12 en 13: Jacob, de zoon van Rebekka. Jacob, de zoon van zijn zus.

Leer daarom lezen – het is niet voor niets dat de christelijke kerk altijd weer mensen wil leren lezen.

Zelf leren lezen en daar de tijd voor nemen is gewoon leuk, als het om de Bijbel gaat.

2. ‘Het is duidelijk’, zei Laban, ‘dat je familie van me bent’.

Niet echt hartelijk. Eerder teleurgesteld.

Jacob brengt geen rijkdom mee, zoals die knecht van Abraham vorige keer. Als je ook vlucht omdat je je vader en je oudste broer bedrogen hebt…

Maar ja. Je bent familie… Dus ik kan je niet laten staan.

Hoor je trouwens de dubbele bodem? Je bent echt familie van me. De bedrieger Laban en de bedrieger Jacob.

Laban behandelt Jacob niet echt als familie. Vers 15 klinkt mooi (Naardense Bijbel): [dia 3]

omdat je mijn broeder bent
zou je mij moeten dienen om niet?

Meld mij toch wat je loon moet zijn!

Maar je familie voor je laten werken voor loon, dat doe je niet. En verder: Jacob had een zegen gekregen: volken zullen je dienen. Jij zult heer zijn over je broers, lees 27,29. Nu wordt Jacob zelf een dienaar die voor zijn geld moet werken.

Steeds is Laban onbetrouwbaar. Jacob vraagt zijn loon: zeven jaar werken voor Rachel – belachelijk lang, ook in die tijd. Laban hapt toe, maar belooft niks concreets. [dia 4]

‘Ik kan haar beter aan jou geven dan aan een ander. Je kunt dus blijven.’

Als Jacob na 7 jaar werk om zijn vrouw moet vragen, krijgt hij Lea. De bedrieger wordt bedrogen.

Laban heeft Jacob te pakken. En hij laat het hem voelen ook.

Rachel trouwen? Dat betekent nog eens 7 jaar werken.

Jij, de jongste, bedonderde je oudste broer? [dia 5]

‘Het is hier niet de gewoonte om de jongste vóór de oudste uit te huwelijken.’

Het zal je niet weer lukken, mannetje. De oudste gaat voor.

En zo gaat het door.

In Genesis 30 wordt opnieuw loon vastgesteld. Jacob krijgt alle gespikkelde en gevlekte dieren. De mooie witte dieren in de kudde zijn voor Laban.

Maar wat doet Laban? [dia 6]

Maar nog diezelfde dag zette Laban de gestreepte en gevlekte bokken apart en de gespikkelde en gevlekte geiten, alles waaraan maar iets wits te zien was, en alle zwarte schapen, en hij stelde die dieren onder de hoede van zijn zonen. Hij bepaalde dat Jakob drie dagreizen bij hem vandaan moest blijven.

Laban maakt het Jacob onmogelijk om zijn loon uit de kudde te halen.

God zorgt er gelukkig voor dat de sterke dieren in de kudde in het bezit van Jacob komen. Lees het verhaal maar na.

God laat ons hier iets zien: Zie je hoe bedrog en leugen alles kapot maken?

Daar kom ik straks nog op terug. Eerst iets anders.

3. Deze geschiedenis laat nog iets zien: alles kan een afgod worden.

Wat is een afgod?

Een afgod is niet zelf een god. Het hoort gewoon bij de schepping. Maar het gaat de plek van God innemen. Wordt het centrum van je leven. Je verwacht er dingen van die alleen God kan geven: rust, vrede, veiligheid, bescherming, voldoening.

Maar het is geen god. Dus het zal je teleurstellen.

Kijk maar in het verhaal. Laban – wat is zijn afgod? Laban is hebzuchtig. Zo kennen we hem al uit het verhaal van Abraham. Laban wil Jacob aan zich binden en hem laten werken. Hij bedriegt Jacob waar hij bij staat. Met als doel: zoveel mogelijk van Jacob profiteren voor zo weinig mogelijk geld. Ten koste van zijn eigen dochter Lea. Hebzucht, zegt de Bijbel is afgoderij. Laban denkt: als ik rijk ben, dan word ik gelukkig.

En Jacob? Lees Genesis 29,21 [dia 7]

Toen zei Jakob tegen Laban: ‘De termijn is om. Geef me nu mijn vrouw, ik wil met haar slapen.’

Het staat er bijzonder expliciet. Nu wil ik Rachel, ik wil seks met haar!

Hij is in de ban van liefde en seks. Seks met Rachel, dat moet alles goed maken! Het maakt hem blind voor de valsheid van Laban. Laban maakt er misbruik van.

Lea – Jacob houdt niet van haar, haar vader heeft haar opgeofferd, knap is ze niet, iedereen kijkt naar haar zus. Maar ze verlangt naar erkenning en liefde van Jacob. Kinderen zijn haar wapen – zo zal ze Jacob veroveren. Ze hoopt toch op geluk – het geluk van een gezin, met kinderen, en een man. Kinderen krijgt ze, meer niet. Jacob slaapt nauwelijks met haar, wel met Rachel. Vervulling vindt ze hier niet.

De kinderen die Lea wel heeft, ze maken Rachel stikjaloers. ‘Ik wil ook een kind!’ Kinderen worden een obsessie voor haar. Rachels afgod. Ze wordt er onuitstaanbaar van, het drijft haar en Jacob uit elkaar. Kijk in 30,1-2: [dia 8]

Omdat Rachel geen kinderen van Jakob kreeg, was ze jaloers op haar zuster. ‘Geef mij kinderen,’ zei ze tegen Jakob, ‘anders ga ik dood!’ Jakob werd kwaad en antwoordde: ‘Ik ben toch zeker God niet? Híj onthoudt jou het moederschap!’

Zie je hoe afgoden teleurstellen?

En ons hart is een afgodenfabriek – van alles kunnen wij een afgod maken.

Ze eisen je aandacht op. Bij die afgod zoek je je blijdschap, je doet er alles voor, je geld gaat er naar toe.

Wat zijn jouw afgoden?

4. En die afgoden, de leugens, ze verzieken alle verhoudingen.

Laban maakt van zijn familielid een werknemer. Hij is niet te vertrouwen. Jacob is afhankelijk, dus hij moet het wel slikken. Maar een goede verhouding met Laban? Vergeet het maar!

En Lea? Denk je eens in. Je zus is knapper – ok, dat kan gebeuren. Maar wat doet je eigen vader dan? Op de bruiloft van je zus word jij samen met de bruidegom in een donkere kamer geduwd. Hij slaapt met jou! En als hij ’s morgens wakker wordt – het afgrijzen staat op Jacobs gezicht: jij bent Lea!

Lekkere huwelijk heb je dan!

Je eigen bruiloft heb je niet gevierd, direct erna komt er weer een bruiloft, weer voor Rachel. En jij blijft voor altijd tweede keus. Altijd gaat Rachel voor. Jacob houdt van Rachel, jij wordt hoogstens geduld.

En kijk eens hoe dat gaat tussen de zussen.

Jacob hoor je nauwelijks. Die kiest de makkelijke weg. Zo nu en dan slaapt hij met een van zijn vrouwen, eerst twee, later vier, maakt er een zwanger. Meer hoor je niet van Jacob. Ondertussen vechten de vrouwen elkaar via hun baby’s de tent uit.

Elke naam is een nieuw wapenfeit.

Wat zou Rachel gedaan hebben met de kinderen van Lea? Schelden, pesten, slaan?

Wat een gezin moet dat geweest zijn.

En dat staat niet voor niks in de Bijbel. God laat ons iets zien.

Zie je wat er gebeurt als mensen liegen en bedriegen?

Zie je hoe het misloopt als je namaakgoden  hebt? Als niet de echte God je enige God is?

Kijk eens om je heen in ons land.

Het lijkt zo mooi: seksuele vrijheid, welvaart, marktwerking.

Maar het zijn afgoden – seks, hebzucht, geld, macht.

En waar leidt het toe?

Porno en kinderporno, groepsverkrachtingen, overspel, gebroken huwelijken, ongelukkige kinderen, hebzucht, een graaicultuur, het snelle geld in plaats van duurzame opbouw van een gezond bedrijf, overschatte aandelen, financiële producten die niemand meer begrijpt, torenhoge staatsschulden, een financiële crisis, banken die omvallen.

De oorzaak: nepgoden. Afgoden.

Het is vandaag Micha-zondag.

Dat onze wereld een oneerlijke wereld is, instabiel, je kunt wijzen naar die politici in Den Haag en in Brussel. Naar de grote multinationals of banken.

Maar onrecht, leugen, misbruik, het begint bij ieder van ons in ons eigen hart: bij onze afgoden. Bij de afgoden van onze cultuur.

Leef met God, bekeer je tot God. Want echte bekering tot God – de enige God – is de enige echte oplossing.

5. Is God er dan?

Doet God dan iets?

God had zulke mooie dingen tegen Jacob gezegd, bij Bethel. Lees Genesis 28,14-15 [dia 9]

Je zult zo veel nakomelingen krijgen als er stof op de aarde is; je gebied zal zich uitbreiden naar het westen en het oosten, naar het noorden en het zuiden. Alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als jij en je nakomelingen. Ikzelf sta je terzijde, ik zal je overal beschermen, waar je ook heen gaat, en ik zal je naar dit land terugbrengen; ik zal je niet alleen laten tot ik gedaan heb wat ik je heb beloofd.’

Wat komt daarvan terecht?

Kinderen komen er, maar vraag niet hoe. En verder?

Trouwens, waarom zou God iets moeten met leugenaars, met mensen die nepgoden dienen?

Als iemand in Europa zich bekeert –een speculant, iemand die oneerlijke handel drijft, iemand die zijn huwelijk kapot heeft gemaakt door vreemd te gaan. Waarom zou God luisteren?

Toch: door het verhaal heen blijkt God er te zijn.

God geeft kinderen. Als eerste aan Lea.

Laban merkt dat het goed met zijn bedrijf gaat.

Hij zegt zelf, in Gen 30,27: [dia 10]

ik heb uit verschillende tekenen opgemaakt dat de HEER mij omwille van jou heeft gezegend.

God zegent Laban, die hebzuchtige leugenaar.

Om Jacob.

Was Jacob zo bijzonder – gevlucht voor Esau die hij bedonderd had?

God zegent Laban, inderdaad, om Jacob, omdat hij Jacob beloofd had: ik zal je zegenen, ik zal je beschermen.

Misschien ken je het verhaal al heel lang en valt het je niet op.

Maar het is bijzonder!

God zegent ook Jacob.

God zegent ook Laban – om Jacob.

En in Christus, bereikt de zegen voor Jacob ook ons.

Moet je nagaan – God is niet hebzuchtig, bedondert je niet.

God zegent juist.

Kijk maar, Jacob vertelt dat hij ook bij Laban een droom gehad heeft.

En wat zegt God onder andere, Genesis 31,12 [dia 11]:

Kijk eens goed, alle bokken die de geiten bespringen zijn gestreept, gespikkeld of gevlekt, want ik heb gezien wat Laban je allemaal heeft aangedaan.

God zorgt er voor dat alle geitjes en lammetjes die geboren worden, gestreept zijn, en gespikkeld, en gevlekt. God pakt het bezit van Laban af, en geeft het aan Jacob.

God heeft gezien wat Laban Jacob allemaal heeft aangedaan.

God ziet het – het onrecht.

Bedenk dat, juist vandaag op Micha-zondag.

God ziet het als jouw onrecht wordt aangedaan.

God ziet het als jij anderen onrecht doet. In Nederland, of verderweg in de wereld.

God komt op voor slachtoffers van onrecht!

6. God is er! Sterker: God redt ons uit de zooi die wij er met elkaar van maken.

De oplossing voor onze wereld ligt niet in harde en grote woorden. In wraak en lik op stuk beleid. De oplossing is dat God ons bevrijdt.

God roept Jacob weg uit zijn slavernij, 31,13 [dia 12]

Ik ben de God van Betel, waar je een steen met olie hebt gewijd en waar je een gelofte hebt afgelegd. Kom, ga weg uit dit land en keer terug naar je geboorteland.

Terug naar het beloofde land. Terug naar Betel. Het huis van God. Weg van de afgoden. In Betel ruimen ze straks ook echt alle afgoden op.

Zo riep God Abram lang geleden juist bij zijn familie weg.

Nu roept God Jacob terug.

En tegen Jacob had God eerder al gezegd wat hij ook tegen Abraham heeft gezegd, 28,14: [dia 13]

In u en uw nageslacht zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.

In Jacobs zoon: Jezus.

Weet je van wie dat ook de zoon is? Van Lea, die niet knap was. Geminacht. Slachtoffer van haar familie.

Van de zoon bij wie Lea zei (Gen 29,35): [dia 14] toen ze haar vierde kind kreeg:

‘Nu zal ik de HEER loven!’ riep ze uit, en ze noemde hem Juda.

Lea, de moeder van Juda, wordt stammoeder van Jezus.

Wat is dat bemoedigend – God ziet ook Lea.

Juist uit Lea mag de beloofde redder geboren worden.

Via Lea bereikt Gods zegen de wereld.

Bijzonder toch?

In Jezus, de zoon van Juda, de zoon van Lea en Jacob, roept God ook ons.

Ik zie wat jou aangedaan is – als jou onrecht aangedaan is.

Maar ook: ik zie wat jij hebt gedaan, hoe anderen lijden door jou – als jij het zelf bent die onrecht doet.

Aan welke kant sta ik, sta jij – aan de kant van het recht, of aan de kant van het onrecht? Ben ik een dader, of een slachtoffer? En jij?

Maar beide roept God in Christus:

Ik heb gezien wat er allemaal gebeurd is.

Ik ben de God van Jezus Christus.

Trek weg uit deze wereld van onrecht en leugen en afgoden.

Bekeer je daarvan.

Volg alleen Jezus Christus, niemand anders.

Hij bevrijdt van alle zonde.

Zo is Gods rijk nabij!

Kom naar het beloofde land.

Het land van recht en vrede.

De nieuwe hemel en de nieuwe aarde – het land waar Jezus je brengt.