Genesis 28,10-22 – God is dichtbij alleen in Jezus Christus

Hans Burger
Hans Burger
13 december 2009

Genesis 28,10-22 – God is dichtbij alleen in Jezus Christus

image_pdfimage_print

Derde zondag van de adventstijd

Liturgie

Voorzang LB 125,1.3.5
Aansteken derde adventskaars
Stil gebed
Votum / groet
Zingen: Ps 99,1.4
Wet
Zingen: Ps 18,1.8
Gebed
Schriftlezing: Genesis 28,10-22
Preek
Zingen: LB 456
KINDEREN
projectlied: Refrein – vers 3 – refrein
Gebed
Collecte
Lezen avondmaalsformulier II
Gebed
Zingen: LB 126,1.3
Viering
Zingen: LB 358,1.6
Dankgebed
Zingen Gez 162,1.4
Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over Genesis 28,10-22 – God is dichtbij alleen in Jezus Christus

Gemeente van Jezus Christus, gasten, broers en zussen,

1. Hoe zou Jacob zich gevoeld hebben? Natuurlijk, hij had nog nooit gehoord van self-infloating matjes, van lichtgewicht tentjes, van mummieslaapzakken met capuchon die tot -10 warm zijn. Hij was een ruwer leven gewend dan wij. Maar een tent, een soort matras, dekens om onder te slapen… dat was ook voor Jacob normaal.

Buiten slapen, met een harde koude steen als hoofdkussen…

En een slecht geweten, denk je niet?

Hij had zijn broer al eens op een slinkse manier zijn eerstgeboorterecht afgetroggeld. Jacob had eens tegen Esau gezegd toen Esau ontzettende honger had: Jij mag mijn linzensoep hebben, als ik vanaf nu de oudste mag zijn die de grootste erfenis krijgt. Net zo oneerlijk had hij nu Esau zijn zegen afgepakt. Jacob was niet recht door zee. Achterbaks.

Geen wonder dat zijn broer laaiend was. Nu was Jacob op de vlucht, met een slecht geweten.

Niet echt een moment dat je rekent op een ontmoeting met God. Eerder denk je dan: Nu kan ik God beter niet onder ogen te komen.

Zo hoor je wel eens van mensen die hun geloof hebben verwaarloosd: Ik wil de draad wel weer oppakken, maar eerst wil ik dit weer op de rails hebben, en moet ik daar verder mee gekomen zijn, en dan ga ik ook weer bidden, Bijbellezen, naar de kerk.

Dan denk ik: bedoel je nu: ik wil eerst zelf mijn leven weer wat op orde brengen, dan durf ik God ook weer onder ogen te komen?

Maar God ziet het toch als ons leven niet op orde is? En hij weet ook dat het ons zelf niet lukt om dat echt te veranderen. Hij kan het wel. Hij wil het ook doen.

Daarom: wacht niet tot jij zelf het allemaal weer voor elkaar hebt. Om pas dan weer God te zoeken.

Kijk wat hier bij Jacob gebeurt. Misschien durfde hij wel niet te bidden voor hij ging slapen. Hij had een zooi van zijn leven gemaakt.

En dan krijgt hij een geweldige droom. Hij ligt daar eenzaam in de kou op een keihard bed. Maar Gods boodschap is hartverwarmend. Jacob is niet alleen. De God van zijn opa en de God van zijn vader bemoedigt Hem. Ik ga met je mee. Die God belooft nu aan Jacob wat Hij eerder aan opa Abraham beloofd had. Dit land is straks voor jou. En via jou zullen alle volken van de aarde gezegend worden.

 

2. Jacob is diep onder de indruk. Als hij wakker wordt zegt hij: ‘Op deze plaats is de HEER aanwezig. Dat besefte ik niet.’ Hij is vol eerbied. Ontzagwekkend is het, dit is het huis van God, de poort van de hemel!

Daarom noemt hij die plaats Betel, ‘huis van God’.

Het kan bij ons net zo gaan als bij Jacob. We leven, misschien maken we er wel een zooi van op z’n tijd, en we zitten ook nog in de kerk. En je leven is koud, hard, eenzaam. Al zeggen we natuurlijk tegen elkaar dat het best goed gaat.

Maar ons jaarthema is niet voor niets ‘levende stenen’. Als wij levende stenen zijn, dan zijn wij stenen in een tempel voor de Heilige Geest. En dan is het hier net als bij Jacob een huis van God, de poort van de hemel. Hier.

Besef je dat op deze plaats de HEER aanwezig is?

Het is heel makkelijk om het niet te zien. Jacob had ook maar een droom. Niemand anders heeft er iets van gemerkt, alleen Jacob.

Maar ook hier is de HEER aanwezig. We hadden pas een kerkenraadsvergadering waar we dat heel duidelijk gemerkt hebben. We zouden het die avond hebben over de laatste themadienst. En iedereen wist van tevoren: dat kan wel eens emotioneel en heftig worden. Maar wat gebeurde er tijdens de opening van de vergadering? We lezen altijd een Bijbelgedeelte en praten daar over door. Toen zei iemand: Wij lazen net aan tafel een of ander stuk – ik weet niet meer wat – en dat vond ik zo toepasselijk. Dat wil ik met jullie delen. En toen kwam een ander: Dat had ik vandaag net zo. En hij noemde een ander Bijbelgedeelte. En uiteindelijk had bijna iedereen een Bijbelgedeelte genoemd. Ieder had en stuk dat bij hem paste, maar dat voor ons samen toen belangrijk was. Alles bij elkaar werd het een prachtig mozaiek, allemaal stukjes Bijbel die elkaar aanvulden. We waren er allemaal van onder de indruk: de Geest leidde ons om met een goede houding aan onze vergadering te beginnen. Even werd die leiding heel tastbaar.

Vergeet het niet mensen: als wij levende stenen zijn, dan wordt hier een tempel gebouwd voor de Geest van God. Dan is het ook hier Bet-el, huis van God. Een voorhof van een open hemel. Besef je het? Zeg het tegen jezelf net als Jacob: ‘Dit is zeker, op deze plaats is de HEER aanwezig.’

 

3. Vind je dat te makkelijk? Te snel van Genesis 28 naar ons toe gepraat?

Moet je eens kijken in het slot van vers 14. Daar staat in onze vertaling: ‘Alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als jij en je nakomelingen’. Er staat hetzelfde als in Genesis 12,3. Alleen staat er daar een voetnoot bij. Je kunt het ook anders vertalen, zoals bijna alle andere vertalingen doen:

‘In jou en in jouw nakomelingen zullen alle volken van de aarde gezegend worden’.

Wie is de grote nakomeling van Jacob? Dat is Jezus Christus.

In Johannes 1,51 zegt Jezus:

‘Waarachtig, ik verzeker jullie, jullie zullen de hemel geopend zien, en de engelen van God zien omhooggaan en neerdalen op de Mensenzoon.’

Jezus, de grote zoon van Jacob, is tegelijk ook de grote Jacobsladder. Hij brengt hemel en aarde bij elkaar. Door Jezus worden alle volken van de aarde gezegend. Ook wij hier in Franeker.

Jacob was niet eerlijk. Hij was achterbaks en werkte met zijn ellebogen. Maar God gaat toch met Hem verder. Wonderlijk.

En de zegen voor Jacob werkt door tot vandaag. Tot hier in deze ruimte. Dankzij Jezus Christus – de zoon van Jacob en tegelijk de grote jakobsladder.

Daarom is Bet-el niet alleen een plaats in Israël. Waar die steen staat – of gestaan heeft – als herinnering aan Jacobs droom. Betel is ook hier. Jullie zijn Betel. Huis van God. Gebouwd van levende stenen. Besef je het? Op deze plaats is de HEER aanwezig. Zijn tafel staat hier klaar.

Hier is de poort van de hemel. Want Jezus is de poort naar de hemel. Dan wil ik jullie wijzen op nog een woord van Jezus, in Matt 7,13-14

Ga door de nauwe poort naar binnen. Want de brede weg, die velen volgen, en de ruime poort, waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang. Nauw is de poort naar het leven, en smal de weg ernaartoe, en slechts weinigen weten die te vinden.

Het is zo mooi – hier is Bet-el – jullie zijn huis van God, tempel van de Heilige Geest. Deze tafel is de poort van de hemel.

Maar slechts weinigen hebben het door. Hoe kan dat? Waarom is de poort smal, het deurtje klein? Waarom zijn het maar zo weinig mensen die het deurtje vinden? Omdat Jezus de weg wijst van het kruis, van gehoorzaamheid aan hemzelf, van nederigheid.

Dan wordt het wel indringend voor ons allemaal:

Besef ik dat hier het huis van God is – omdat ik het deurtje gevonden heb? Omdat ik in Jezus Christus geloof? Omdat ik naar Jezus luister en Hem gehoorzaam? Luisteren èn doen?

Daar zit dus ook een andere kant aan.

Als jij niet dat kleine deurtje gevonden hebt, als je niet in Jezus Christus gelooft, niet luistert en gewoon je eigen leven leeft, ongehoorzaam aan Jezus, dan is het hier voor jou nog niet het huis van God. Dan kun je hier zitten, zelfs op de ledenlijst van de kerk staan, maar dan ben je geen levende steen. Dan kun je beter geen avondmaal vieren.

4. Het avondmaal is voor iedereen die Jezus Christus gevonden heeft. Niemand hoeft te denken: ik aan de avondmaalstafel? Daar ben ik te slecht voor. Je bent niet pas welkom bij Jezus als je alles op orde hebt en een keurig gereformeerd kerklid geworden bent.

God kwam immers naar Jacob toe toen hij er een zooi van gemaakt had. Hij had zijn broer een loer gedraaid. Esau was woest. Hij kon Jacob wel vermoorden. Maar toch kwam God naar Jacob toe. Met een geweldig grote belofte.

Het avondmaal is voor iedereen die in Jezus de deur naar God gevonden heeft. Wie gedoopt is, gelooft in Jezus Christus en zijn geloof beleden heeft hier voorin de kerk, is welkom aan tafel. Avondmaal vieren is: Jezus Christus zoeken, de grote nakomeling van Jacob. Hier, via de ware Jakobsladder naar God toe gaan. Hier je voegen bij de levende steen en zelf een levende steen worden. En beseffen met eerbied: Hier is het huis van God.

Tegelijk: aan tafel aangaan betekent wel: ik kies niet voor de brede weg die naar de ondergang leidt. Ik kies voor het kleine deurtje. Ik neem voortaan de weg naar het leven.

Het betekent net als Jacob een gelofte doen. ‘Als Jezus Christus mij helpt en mij alles geeft wat ik nodig heb, dan zal de HEER mijn God zijn’. Tien procent van alles wat ik heb, krijgt Hij. Ik wil luisteren naar wat Hij zegt en hem gehoorzamen, steeds meer. Dit is mijn verlangen: heel mijn leven voor de HEER, een offer voor Hem. Ik wil Jezus volgen en Hem gehoorzamen – in alles.

Dat kan. Want wie avondmaal viert, die mag op God rekenen: God wil ons terzijde staan en ons beschermen. Hier geeft God ons alles wat wij nodig hebben. Voedsel voor onze reis naar Gods koninkrijk. Hier krijg je de zegen van God, in Jezus Christus.