Genesis 22,1-19 – Vertrouw alleen op God, ook als je soms niks van Hem begrijpt

Hans Burger
Hans Burger
18 juli 2010

Genesis 22,1-19 – Vertrouw alleen op God, ook als je soms niks van Hem begrijpt

image_pdfimage_print

Abraham II (3)

Doop Eelke Wielstra

Liturgie

Voorzang Gez 146
Stil gebed
Votum / groet
Zingen Ps 63,2.3
Wet
Zingen LB 432
Gebed
Lezen: Gen 22,1-19
Zingen LB 484,1.2.4
Preek over Gen 22,1-19
Zingen Gez 140
Lezen doopformulier
Vragen
Doopgebed
Bediening van de doop
Zingen: Ps 105,5
Dankgebed
Opwekking aan de gemeente
Gebed
Collecte
Zingen Ps 138,1.2.4
Zegen

Opmerkingen:

- Bij deze preek is een powerpointpresentatie beschikbaar;

- Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

Preek over Genesis 22,1-19 – Vertrouw alleen op God, ook als je soms niks van Hem begrijpt

[dia 1] Beste mensen, gasten en familie, Romke en Afke, gemeente van Jezus Christus,

1. Kom je nietsvermoedend in de kerk voor een mooie doopdienst en dan krijg je zo’n verhaal voor je kiezen. Jullie, Romke en Afke, waren al voorbereid. Jullie wisten dat ik van plan was hierover te preken. Maar wat is dit voor verhaal – laat je je oudste zoon dopen en lees je in de Bijbel over Abraham die zijn oudste zoon moet doden! [dia 2]

‘Abraham.’

‘Ik luister.’

‘Roep je zoon, je enige, van wie je zoveel houdt, Isaak. Je moet hem offeren op een berg die ik je zal wijzen.’

God weet wat hij vraagt. ‘Roep je zoon, je enige, van wie je zoveel houdt, Isaak.’

Daar klinkt de hele voorgeschiedenis in mee. De belofte van een zoon. Het lange wachten. Het ongeloof – zou er nog een kind komen? Het knutselen – dan maar een zoon via Hagar: Ismaël. Ismaël, die andere zoon die Abraham weggestuurd had. En dan die zoon die uiteindelijk geboren was – Isaak, gelach, bron van vreugde. Vervulling van Gods belofte. Abrahams toekomst! De toekomst van de hele wereld.

En nu: offer hem.

Wat is dat voor een God? [dia 3] Een God die mensen uitprobeert met de meest verschrikkelijke opdrachten – kijken of-tie het doet? Je hebt soms van die omstreden psychologische onderzoeken. Dat een proefpersoon een stroomstoot moet toedienen aan een ander. Kijken hoe ver ze gaan. Daar wordt schande van gesproken. Als een of andere psycholoog bij wijze van onderzoek als opdracht zou geven: dood je zoon? De kranten zouden er schande van spreken: alle ethische grenzen worden in zo’n onderzoek overschreden!

Jullie laten Eelke straks dopen in de naam van die God – en zou die God zoiets ook van jullie kunnen vragen? Romke, zet Eelke in de auto, rij naar de plek waar ik je heen stuur, en offer hem daar aan mij? Moet je dan niet hier ter plekke besluiten: wij laten deze doop niet doorgaan? Wij willen niet dat onze Eelke verbonden wordt aan die God! Wij komen hier niet meer in de kerk!

2. Maar Abraham gaat. Hij lijkt wel wat in de war. Eerst zadelt hij zijn ezel, hij roept twee knechten, hij neemt Isaak mee, en als iedereen klaar staat, gaat hij nog eens hout hakken. Hij maakt er een rommeltje van, zou je zeggen. Maar hij gaat. En hij krijgt van God ook nog eens drie lange dagen om na te denken over wat er gebeurt – stel je dat eens voor.

Het zou best kunnen dat de opdracht op Abraham toch minder absurd overkwam dan op ons. [dia 4] Wij zijn individualisten, wij denken individualistisch. Ik ben ik – jij bent jij – allemaal unieke mensen. Ieder met een eigen leven.

We hebben nog wel iets van het besef van een oudste zoon. Eelke is het eerste kleinkind van Romkes ouders – en ook de eerste die Wielstra heet – dus hij is de stamhouder – zo zei je het van de week, Romke. In Eelke bestaat het geslacht Wielstra verder. Dat besef leefde in Abrahams tijd nog veel sterker. Je oudste zoon, dat was je erfgenaam, je opvolger, je pensioen. Eigenlijk was je dat bijna zelf – je oudste zoon belichaamde je toekomst. [klik]

Bij Abraham is dat helemaal duidelijk. Isaak is de erfgenaam van de belofte die Abraham kreeg. Heel de mooie toekomst die God had voorgespiegeld aan Abraham, die werd werkelijkheid via Isaak.

Je oudste zoon doden, dat is dus: je toekomst doden.

Maar Abraham moet Isaak offeren.

Het was niet zomaar een dood, maar een offerdood.

De oudste zoon moest geofferd worden aan God.

In het Oude Testament sterven veel meer oudste zonen. De oudste zoon was van God. Eigenlijk moest elke oudste zoon sterven. Eigenlijk liep bij iedereen de toekomst dood. De zonde van elke Israëliet maakte dat God kon zeggen: Geef mij je oudste zoon als een offer. Door jouw zonde heb jij je toekomst verspeeld. [klik]

Het zou best kunnen dat Abraham dat in elk geval begrepen heeft: mijn zonde, mijn schuld, het kost me mijn toekomst. Mijn zonde maakt dat mijn leven doodloopt.

Dat geldt vanaf onze geboorte voor ons allemaal, ook voor Eelke. Wie van ons wordt niet geboren in de greep van de zonde en het kwaad? Het is niet leuk om te horen, maar wel waar: ons leven loopt dood – letterlijk en geestelijk – als de Here Jezus je niet redt. Niemand van ons ontkomt daaraan – ken jij iemand die niet gestorven is? Iedereen sterft, ook Eelke zal sterven. Wij hebben onze toekomst verspeeld.

Heeft Abraham daarom niet geprotesteerd? Heeft Abraham gevoeld: mijn zoon moet sterven voor de schuld van de familie? [klik]

3. Opnieuw kreeg Abraham de opdracht van God om al zijn houvast opaarde los te laten. [Dia 5] Eerder moest hij ook op weg gaan, in hoofdstuk 12 van Genesis. God riep Abraham: Ga weg bij je familie. Weg uit je veilige omgeving. Abraham, durf je het aan met mij alleen? Alleen met God? Ga je mee naar het land waar ik je zal brengen?

Nu moet Abraham zijn zoon loslaten, zijn toekomst. Opnieuw weg bij alles wat hij op aarde aan veiligheid heeft.

Wat zal er dan gebeuren? Stort Abrahams wereld nu in, of is God zijn belangrijkste houvast?

Kan Abraham zonder Isaak? Of is Isaak zijn afgod geworden? [Dia 6]

Dat kan dus – dat je kind een afgod wordt. Dat Eelke jullie afgod wordt.

Wat is dat, een afgod?

Van een afgod ben je afhankelijk geraakt. Als je je afgod kwijtraakt, dan stort je wereld in. Door je afgod voel je je veilig. Door je afgod ben je iemand. Dankzij je afgod ben je trots. Bij je afgod voel je je goed.

Zo kan je kind je afgod worden. Omdat het goed gaat met je kind, gaat het goed met jou. Als je kind tegen jou zegt: Papa, mama, je bent mijn nummer 1, dan voel je je goed. Je kind, daar pronk je mee. Jij hebt je kind nodig – het moet het perfecte kind zijn. Het moet jouw onbewuste opdrachten uitvoeren. Dit is wat jij uitzend: jij moet mij gelukkig maken. En dus zul je je kind verstikken. Dodelijk voor je kind is het.

En als je kind tegenvalt? Als je kind niet doet wat jij wil? Als je kind bij je wegloopt, omdat het door jou verstikt wordt?

Dan stort je wereld in! Je afgod valt weg.

Zo kan alles een afgod worden – ook Eelke, jullie oudste zoon, de stamhouder.

Dat wil God van Abraham weten. Abraham, van wie ben jij afhankelijk? Heb jij echt ontzag voor mij? Ben ik alles voor je? Of is Isaak jouw afgod?

Daar wil God Abraham ook van bevrijden: Abraham, niet Isaak is jouw god. Hij wil het Abraham leren: Ik ben jouw God – ik alleen. Isaak zal je teleurstellen. Ik ben de enige die jou nooit teleurstelt.

Heb jij afgoden?

Wanneer stort jouw wereld in?

Wat gebeurt er als je je baan kwijtraakt? Of je partner? Of je kind? Of je mooie uiterlijk? Je genot? Wat zou jouw afgod kunnen zijn – dat wat je niet kunt missen of je wereld stort in?

Afgoden helpen niet. Je kunt niet op ze aan.

Vertrouw alleen op God – Hij biedt echt houvast en echte veiligheid.

4. Biedt God houvast? Geloof je het zelf? [Dia 7]

Zo’God die Abraham een kind belooft en hem jarenlang aan het lijntje houdt?

Die je een kind geeft en het je dan weer afpakt?

God had Abraham geweldige dingen belooft. Eerder in Genesis was het Abraham die God in de weg liep. Abraham deed domme dingen, uit angst, uit kleingeloof.

Maar nu komt het door God zelf. Zo kan zijn eigen belofte niet in vervulling gaan! Via Isaak zou God al zijn beloftes vervullen. Is Isaak dood? Dan ligt alles in duigen!

Is dit een God die veiligheid geeft?

Het is pure naakte eenzaamheid waar Abraham in belandt.

Drie dagen op reis, met Isaak. En dan Isaaks vraag: ‘We hebben vuur en hout, maar waar is het lam voor het offer?’ Zou het hem niet door merg en been gegaan zijn?

Ja, wat zal Abraham gedacht hebben? De tekst vertelt het niet. Wel wat hij gezegd heeft.

In vers 5: [Dia 8]

‘Ikzelf ga met de jongen verder om daarginds neer te knielen. Daarna komen we naar jullie terug.’

Wij – let op – wij komen terug.

In vers 8: [klik]

‘God zal zich zelf van een offerlam voorzien, mijn jongen.’

Wat zijn dat? Leugentjes om bestwil? Een soort profetieën? Uitdrukkingen van geloof?

God stelt Abraham op de proef.

Zou je tegelijk kunnen zeggen: Abraham stelt God op de proef?

Nu moet blijken of God betrouwbaar is.

Als God via Isaak verder wil, dan moet God maar laten zien hoe.

Verderop in de Bijbel staat: Abraham twijfelde er niet aan dat God betrouwbaar was.

Kijk in Romeinen 4,20-21: [dia 9]

Hij twijfelde niet aan Gods belofte; zijn geloof verloor hij niet, integendeel, hij werd erin gesterkt en bewees zo eer aan God. Hij was ervan overtuigd dat God bij machte was te doen wat hij had beloofd…

En in Hebreeën 11,17-19 staat: [dia 10]

Door zijn geloof kon Abraham, toen hij op de proef werd gesteld, Isaak als offer opdragen. Hij die de beloften had ontvangen, was bereid zijn enige zoon te offeren. Terwijl er tegen hem gezegd was: ‘Alleen door Isaak zul je nageslacht krijgen,’ zei hij bij zichzelf dat het voor God mogelijk moest zijn iemand uit de dood op te wekken, en daarom kreeg hij hem ook terug, bij wijze van voorafbeelding.

Wat was Abraham gegroeid in geloof, als je hem vergelijkt met eerder. Hij hield zich vast aan de belofte. God wil met Isaak verder, dan zal God ook met Isaak verder gaan. [dia 11]

5. Laat je daardoor bemoedigen! Misschien denk jij wel: ‘Wat doet God nu? Hoe kan dit nu passen in zijn eigen plan? God belooft mooie dingen, maar Hij maakt in mijn leven alleen maar dingen kapot!’

God heeft het Abraham geleerd, Hij wil het jou ook leren: Ik kan de HEER vertrouwen. God doet wat Hij zegt. Ook als het lijkt dat God de verkeerde kant op gaat. Als je denkt: God loopt zichzelf in de weg. Dan nog bedondert God je niet. Nooit.

Doe jij wat de HEER vraagt? [Klik]Vertrouw jij erop, dat God desnoods iemand uit de dood op kan wekken? Dat Gods beloften zelfs door de dood niet stuk te krijgen zijn?

Zover kwam het niet. God wilde niet dat Abraham Isaak zou doden. Wat Abraham gezegd had, gebeurde: God zelf zal zich van een offerlam voorzien. Er was een dier om te offeren – de HEER wil geen mensenoffers.

Maar wie de Bijbel verder leest, die weet dat God zelf heeft gedaan wat Hij nooit, maar dan ook nooit, van een mens gevraagd heeft. Niemand, zelfs Abraham niet, niemand hoeft zijn eigen oudste zoon aan God te offeren. [dia 12]

Maar toen mensen Gods Zoon doodden?

Toen zei God niet: Nu lopen jullie mij in de weg. Nu kan ik mijn belofte niet vervullen. Jezus dood? Dan ligt alles in duigen. Dat is het einde van onze gezamenlijke toekomst.

Nee, toen gaf God zelf wel zijn Zoon, zijn enige, van wie Hij zoveel houdt, Jezus.

En Jezus liep daar, en ze legden het hout op de schouders van Gods Zoon.

Zo ging hij daar helemaal alleen.

God had zich zelf van een offerlam voorzien – het was Jezus. Het lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt.

Toen ging hij daar helemaal alleen.

Toen was er geen stem die zei: Raak mijn Zoon niet aan, doe Hem niets!

God zag dat mensen geen ontzag voor Hem hebben.

Maar Hij heeft ons zijn Zoon, zijn enige, niet willen onthouden.

Er was geen dier.

Gods Zoon was het zelf, die geofferd werd in de plaats van jullie oudste zoon, Eelke.

In de plaats van ieder die gelooft in Hem. [klik]

‘opdat iedereen die gelooft, in hem eeuwig leven heeft. Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.’

Dat staat in Johannes 3,15-16.

Zelfs de dood kon Gods belofte niet stuk krijgen.

Gods liefde in Christus is sterker dan de dood.

6. God wil ons zover brengen dat we helemaal voor Hem gaan. Zo was God met Abraham bezig geweest. Nu wil God weten of Abraham inderdaad helemaal voor Hem gaat – daarom vroeg Hij Abraham het offer van zijn zoon Isaak. [Dia 13] Hij bevrijdde Abraham van een groot gevaar: dat zijn zoon zijn afgod zou worden. Dan kiest God soms voor een ruige weg. Hardhandigheid is soms de enige manier om ons iets duidelijk te maken. Hij wil ons leren: ik ben alles wat je nodig hebt. Ik alleen ben God. Mij kun je vertrouwen. Je hebt geen afgoden nodig, je wereld stort niet in als ik er ben.

Abraham deed wat God vroeg.

Abraham ging om zijn zoon te offeren – zo groot was zijn vertrouwen op God.

Hij heeft God zijn zoon, zijn enige, niet onthouden.

Toen was het iedereen helemaal duidelijk: Abraham heeft ontzag voor God.

Wat moet God soms een moeite doen om ons geloof te leren. Om ons van onze afgoden te bevrijden. Wat moet God doen om jouw hart te bereiken?

De HEER ging zo ver om Zijn Zoon te offeren – zo groot was zijn liefde voor ons.

God heeft ons zijn Zoon, zijn enige, niet onthouden. [klik]

Laat het dan iedereen duidelijk zijn: God houdt van ons!

En als God een weg kiest en jij denkt: Wat is God nu aan het doen? Hij maakt meer kapot dan dat Hij doet wat Hij belooft!

Onthoud dan dit: Zelfs de dood krijgt Gods belofte niet kapot. Door de dood van zijn Zoon kreeg God de dood wel kapot. De belofte van Gods liefde wint!

En daarom mag Eelke gedoopt worden.

Jullie zijn niet weggelopen. Willen jullie Hem laten dopen?

Weet dat God jullie zoon heeft gespaard. Jullie oudste zoon, waar jullie nu al zo gek mee zijn. Laat je kind geen afgod worden. Maar heb ontzag voor die God.

Hij heeft zijn eigen Zoon niet gespaard. Zodat Eelke hier vandaag gedoopt zou kunnen worden. Hij – wij – we mogen leven! Dankzij Jezus, dankzij Gods grote liefde.

Dus schrijft Paulus in Romeinen 8,31-32: [dia 14]

Wat moeten wij hier verder over zeggen? Als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn? Zal hij, die zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar hem omwille van ons allen heeft prijsgegeven, ons met hem niet alles schenken?