Genesis 1 / Psalm 148 – God is trouw aan zijn schepping – prijs de HEER!

Hans Burger
Hans Burger
30 augustus 2008

Genesis 1 / Psalm 148 – God is trouw aan zijn schepping – prijs de HEER!

image_pdfimage_print

Liturgie

  • Voorzang:
  • Opwekking 387
  • Gezang 132,1-6
  • Gezang 148,1-4
  • Stil gebed
  • Votum / groet
  • Zingen: Ps 19,1.2
  • Gebed
  • Scheppingsverhaal
  • Zingen: E&R 436
  • Schriftlezing:
  • Ps 148
  • Markus 16,15-20
  • Preek
  • Zingen Gezang 145,1-4
  • Wet
  • Zingen: Gez 149
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: Gez 166,1-3
  • Zegen

 Opmerkingen:

  • ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl
  • bij deze preek is een pp-presentatie beschikbaar

 God is trouw aan zijn schepping – prijs de HEER!

 1. In het begin maakte God de hemel en de aarde. De aarde was er en er was water. Verder was er niets. Het was donker. Denk maar aan het bouwen van een huis. Eerst is er niets. [dia 1]Woest – leeg – en anders dan op de foto: donker. Wat heb je als eerste nodig? Een bouwlamp. Er moet licht zijn. Laten we het licht maar even uit doen. [licht uit]Als het echt donker is, dan zie je niets. Maar God zei: Er moet licht zijn. En het werd licht. [bouwlamp aan]
Daarna leg je een vloer. Je bouwt de muren en een dak. [dia 2]
Dat deed God ook. Hij maakt een dak boven de aarde – de hemel.
En hij maakt een stevige vloer. Het water stroomt weg en er komt stevige grond om op te leven.
Toen was het nog helemaal kaal. [dia 3] Ongeverfd. Geen behang. Niks op de vloer. Tijd om te verven, stuken, tegelen, zou je zeggen.
Dus wat gaat God doen? Hij gaat de wereld aankleden. Met gras, bloemen, planten, bomen.
En die bouwlampen moeten weg. Dus God maakt lampen. Een grote lamp – de zon. Voor overdag. En nachtverlichting – de maan en de sterren. [licht weer aan; bouwlamp uit]
In het begin was het woest – leeg – donker.
Maar nu? [dia 4] Het is aangekleed en verlicht. Maar nog wel leeg. Doodstil. Je hoort alleen de wind misschien.
Niet meer woest. Maar wel leeg.
Kijk maar in het huis: er is geverfd, gestuukt, er liggen tegels op de vloer, de lampen doen het… Maar het is leeg. Er is niemand. Er zit nog geen leven in.
Dus wat gaat God dan maken? (Vragen)
De vogels. En de vissen. En de dieren. [dia 5]
Wie kan er dieren noemen?
(Basisgids flora en fauna)
Zo veel verschillende dieren zijn er.
Wat kan er allemaal niet zwemmen?
Inktvissen, haaien, zeepaardjes, platvissen, palingen, tropische vissen in prachtige kleuren, grote vissen zoals de walvis, kleine visjes – van alles.
En dan de vogels. Grote roofvogels. Meeuwen. Eenden. Vogels die prachtig zingen. Kleine musjes en koolmeesjes. Kraaien. Uilen.
En dan ook nog insekten: muggen, bijen, vlinders, wespen, libelles.
Eerst was het stil. En dan, na de vijfde dag: er vliegt van alles. Er beweegt overal wat in het water.
Maar er is nog niets wat op de grond loopt. De vloer van het huis is nog leeg, zeg maar.
Dat is het allerlaatste wat God maakt.
De dieren op het land. Konijnen, cavia’s, herten, olifanten, koeien, baard-agamen, krokodillen, zebra’s.
En dan als laatste – nou, wat maakte God het allerlaatst? De mensen! Kijk maar es goed naar je hand. Je arm. Beweeg ze maar eens – ziet het er niet prachtig uit? Of het oor van je buurvrouw. De haren van degene voor je.
God heeft het allemaal gemaakt.

2. Dat is toch geweldig?
God heeft een huis gemaakt, prachtig aangekleed en ingericht. De wereld. En wij mogen in die wereld wonen, samen met de dieren. Wij mogen voor de dieren zorgen.
Zo bijzonder van God! [dia 6]
Hij zegt het – het moet licht worden. Er moet een dak komen – de lucht met de wolken. Hier moet de zee zijn en daar het land. Nu moet er gras groeien, planten, bomen. Hij zegt het – en het gebeurt gewoon allemaal.
Kun jij dat?
Ben jij wel eens in een oud huis geweest? Wat gebeurt er met een huis als het oud wordt? Dan wordt het lelijk. Dan gaat het kapot. Soms wordt het dan wel gesloopt. Weg ermee!
Maar de wereld is er nog steeds. De wereld is al zo oud. En nog steeds is t-ie er. En ook daar zorgt God voor.
Kun jij dat? Zorgen dat de wereld mooi blijft? Dat het weer voorjaar wordt, dat er weer eitjes uitkomen, knoppen open gaan, baby’s geboren worden? God blijft ervoor zorgen…
Net zo knap als het maken van de wereld. Zo bijzonder van God!
We hebben psalm 148 gelezen. Daar staat het dus: alles moet God loven. Alles wat God heeft gemaakt. Alles moet tegen God zeggen: U bent groot! U kunt ons maken – dat is knap! U hebt mij gemaakt – onvoorstelbaar!
De engelen. Ze helpen God in de hemel. Ze moeten God loven.
Maar ook die lampen voor overdag en ’s nachts. De zon, de maan en de sterren. Kan de zon praten? Of de maan, de sterren?
Nee hè?
Of toch wel? Door mooi te zijn looft de schepping God. Als je ze ziet – dan zie je: wat heeft God ze mooi gemaakt.
Zon, maan, sterren, jullie moeten God loven.
Walvissen en haaien en zeekrokodillen en orca’s en reuze-inktvissen – ze moeten God loven.
Net zoals de Waddenzee bij Harlingen, de Noordzee bij Terschelling. De Atlantische Oceaan bij Frankrijk. Hij moet God loven.
De hoge bergen. Wie van jullie is er wel eens in de bergen geweest? [dia 7] Het meest indrukwekkende dat ik me van de bergen herinner is in de Franse Alpen. Het Parc National de la Vanoise, bij Pralognan, je ziet het hier. Zo ruig en groot. Echt indrukwekkend. Die bergen – ze moeten God loven.
Noem het verder maar op.
De wilde dieren buiten.
De dieren in de stal van Wiersma en Gunnink.
De torretjes, kevers, oorwurmen en pissebedden.
De vlinders, de vliegen, de vogels.

Putin en Medvedev uit Rusland.
Obama, McCain, en Bush uit Amerika.
Koningin Beatrix en premier Balkenende.
Madonna en Rihanna.
Jan Smit en Gerard Joling.

God heeft alles gemaakt.
Dus allemaal: laten ze mooi zijn en God groot maken!
Doe je mee? Zeg het maar hardop: God, u hebt het allemaal zo mooi gemaakt. God, u bent groot!

3. Zo zie je in Genesis 1: God heeft een plek gemaakt om te wonen. Mooi aangekleed. Vol beweging, vol leven, allemaal verschillende dieren. En ons erbij – om te helpen dat het mooi blijft.
En zo zie je in psalm 148: God heeft alles gemaakt. Bewonder hem erom! Alles in de schepping moet God loven.
En dan komt de vraag bij mij op: looft alles in de schepping God wel? [dia 8]
God geeft zijn zegen aan de vogels en de vissen – Het water van de zee en de lucht moeten vol zijn van vissen en vogels.
Maar wij vissen de zeeën leeg. Bij een olieramp spoelen de dode vogels aan op zwarte stranden.
God maakt de dieren en hij zag dat het goed was. Hij zegent de dieren. Maar als er dan weer varkenspest is, of vogelpest, of mkz, dan zie je de dode dieren die in grijpers bungelen en in containers gegooid worden. Als iemand met een brandglas een klein beestje levend verbrand. Voor niks de lange poten uit een langpootmug trekt?
God maakte de mens als zijn evenbeeld. Hij zegende hen om kinderen te krijgen en op de hele aarde te wonen. Maar ondertussen worden mensen mishandeld, doodgeschoten. Plegen mensen abortus en euthanasie.
God maakte een prachtige wereld.
Wat is het geworden?
Een oneerlijke wereld.
Een vervuilde wereld.
Een gevallen schepping.
Leg Genesis 1 en Psalm 148 eens naast onze wereld. En wees eerlijk: Klopt dat met elkaar?
En wat is dan vaak de reactie?
Tja, het is wat. Tja. Wat moet ik er aan doen?
En we gooien onze blikjes op het schoolplein. We gaan door met onze vliegvakanties. We gaan door de bergen kapot te maken in wintersportgebieden. Diersoorten blijven uitsterven. De wereld wordt uitgeput – fossiele brandstoffen, tropische bossen, overbemesting. Kinderen blijven lijden onder echtscheidingen. Onze wereld blijft een oneerlijke wereld. En ons afval dumpen we in de derde wereld.
Zijn wij dat – de mensen die op God lijken?
Zijn wij dat – de mensen die moeten zorgen voor de vissen in de zee, de vogels aan de hemel, het vee, voor de hele aarde en alles wat daarop rondkruipt?
Zijn wij dat – de mensen die God trouw zijn, het volk van God dat hem nabij is?
Zo staat het er zo mooi in Genesis 1, in Psalm 148.
Ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar ik kan dan niet veel anders denken dan:
Vader, vol van vrees en schaamte
Buigen wij voor u
Heel uw werk door ons vertreden
Klaagt ons mensheid aan bij u…

Gods werk – door ons kapot getrapt.
Uit Gods schepping klinkt een grote beschuldiging.
Tegen ons.

4. Daarom hebben we ook nog een stukje uit Marcus gelezen. Jezus is opgestaan uit de dood. En dat goede nieuws moet aan ieder schepsel bekend gemaakt worden.
Want dat Jezus is opgestaan, betekent dat er hoop is voor de schepping. [dia 9]
Inderdaad, er klinkt een beschuldiging tegen ons mensen. Hoe moet het verder met het klimaat, met het milieu, met de ruzies en de oorlogen? Je hoort de beschuldiging tegen ons mensen.
En ook daarom is Jezus veroordeeld. Hij is gestorven in onze plaats. Maar Jezus is ook opgestaan. En dat is het begin van de vernieuwing van de schepping.
God laat de schepping, het huis waarin wij mogen wonen, niet tot een ruïne worden. Er komt een nieuwe wereld. God blijft voor de schepping zorgen. Hij geeft nooit op!
Dat betekent voor ons twee dingen.
Als eerste: we mogen opgelucht adem halen. Wij vertrappen Gods werk, maar God maakt alles mooi. Genezen. Hersteld. Op God kun je aan – de schepper laat zijn schepping niet los. De schepping zal niet naar de Filistijnen gaan. Dus heb je nog een reden om tegen God te zeggen dat Hij geweldig is. Hij maakt een nieuwe wereld!
Maar ook een tweede: als God de schepping niet kapot laat gaan, mogen wij de schepping ook niet kapot laten gaan. Als Jezus is opgestaan en in ons wil wonen, dan wil Hij in ons het nieuwe leven leiden. En dat betekent ook: zorg voor de schepping. Inzet voor een eerlijke wereld. Het gaat God niet alleen om onze ziel. Het gaat God ook om de schepping. Het nieuwe leven in het spoor van Jezus is ook: zorgen voor de schepping. Laten zien: God laat de schepping niet los – en wij dus ook niet. De schepping heeft toekomst – en dus zetten wij ons daar voor in. Want Jezus is opgestaan!
En daarom:
Hoe ga jij om met de natuur?
Met het milieu?
Zet jij je ervoor in dat de hele schepping God looft?
Dat de andere schepselen niet zuchten onder wat jij doet – maar God loven?
De schepping looft God door mooi te zijn. Ben jij er zuinig op?
De koeien in de stal
De planten bij het schoolplein, bij je bedrijf.
De mensen die je op je werk tegen komt
De vogels boven Nederland
De vissen in de Waddenzee
Kijk in het slot van psalm 148: Gods volk, dat zijn de mensen die trouw zijn aan God. De mensen bij wie God wil wonen. Dat zijn wij – als we geloven in Jezus Christus – opgestaan uit de dood.
God geeft ons zoveel – God verhoogt ons aanzien, zegt de psalm.
Laten wij er dan aan mee werken dat heel de schepping God looft.
Wij zelf
Alle mensen

  • Heel de schepping.