Ezechiël 37:14 | Heimwee naar God

Mark Veurink
Mark Veurink
11 december 2016

Ezechiël 37:14 | Heimwee naar God

image_pdfimage_print

Heb je wel eens het gevoel dat God weg is? Geloven is niet altijd een succesverhaal. Je kunt heimwee hebben naar God. Je geloofde vol overgave, maar het begint te knagen. Wat moet je daarmee? Hoe kun je geloven tegen de stroom in?
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Welkom
Adventskaars
Zingen: Psalm 127 : 1 en 2
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Gezang 77 : 1, 2 en 3
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Ezechiël 37 : 1 – 14
Zingen: Psalm 137 : 1 en 3
Preek over Ezechiël 37 : 14
Zingen: LvK Gezang 125 : 1, 3, 4 en 5
Kinderen terug
Leefregels
Zingen: Opwekking 687
Gebed
Mededelingen
Collecte
Zingen: LvK Gezang 114 : 1, 2 en 3
Zegen

Heimwee naar God

Inleiding
dia 1 – Terlouw
Vorige week hield Jan Terlouw,
oud-politicus van D’66, inmiddels 85 jaar,
een indrukwekkende speech in het tv-programma De Wereld Draait Door.
Wie heeft het gezien?
Ik had het eerst niet gezien,
maar de dagen daarna werd ik zó vaak op Terlouw gewezen,
dat ik er toch ook maar even tijd voor heb gemaakt.

dia 2 – touwtje
Terlouw gebruikte een sterk beeld.
Vroeger hing overal een touwtje uit de brievenbus.
Tegenwoordig niet meer.
Even controleren of hij gelijk heeft:
wie heeft er thuis een touwtje uit de brievenbus hangen?
Niemand? Dat had ik wel verwacht.
Nu is het natuurlijk wel zo dat in het Utrecht waar Terlouw opgroeide,
de meeste huizen geen achterdeur hadden.
In Franeker wel.
Dus: bij wie staat de achterdeur altijd open?
Wees gerust: we hebben geen camera’s hangen,
waarmee het dievengilde via internet kan meekijken
om een volgend doelwit te vinden.
Dus: waar staat de achterdeur altijd open?

In Hoogeveen, waar ik ben opgegroeid,
stond de achterdeur (ook/wel) altijd open.
Als ik ging spelen bij een vriendje aan de overkant van de straat,
ging ik altijd door de achterdeur.
Ik klopte wel even op de deur van de woonkamer,
zomaar binnenvallen, dat vond ik ook weer zo wat…
Maar soms werd er niet gereageerd,
dus dan ging ik maar gewoon naar binnen.
Stond ik in een lege woonkamer,
en ging ik boven kijken of er iemand was.
Wat niet eens altijd zo was…

dia 3 – handdruk
Nu ging het Terlouw natuurlijk niet
om dat touwtje in de brievenbus of de open achterdeur,
maar om het gebrek aan vertrouwen in de samenleving.
Een van de voorbeelden die Terlouw geeft,
is dat een belangrijke overeenkomst vroeger met een handdruk werd bezegeld,
maar tegenwoordig zijn daar 5 contracten voor nodig.
Terlouw gunt de komende generaties vertrouwen,
waar hij nu zo weinig van ziet.
Hij zegt: ‘ik heb een prachtig leven gehad,
ik wil dat jullie het ook hebben.’

dia 4 – heimwee naar God
Terlouw verlangt, en hij is niet de enige:
hij wist een gevoelige snaar te raken.
Hij verlangt naar iets van vroeger.
Naar een vertrouwde wereld die er niet meer is.
Heimwee naar een wereld die we verloren hebben.
Vanmorgen gaat het over heimwee.
Geen gewone heimwee, maar heimwee naar God.

1. Godsverduistering
dia 5 – Godsverduistering
Ja, heimwee naar God.
Dat is wat de Israëlieten in Babel ervaren.
Misschien ben jij een van die mensen voor wie geloven vanzelfsprekend is.
Dan ben je een gezegend mens!
Maar voor velen, ook in de kerk, is het niet zo makkelijk.
Je geloofde vol overgave, maar nu knagen allerlei vragen aan je.
Van God merk je maar weinig.
En dan helpt het ook niet mee
dat minder en minder mensen nog in God geloven.
Je worstelt met een ‘Godsverduistering’.

dia 6 – een gruwelijk visioen…
Daarover gaat dat visioen van Ezechiël.
Ezechiël wordt door God meegenomen,
en neergezet in een dal vol menselijke botten.
Een massagraf, maar dan open:
de mensen aan wie deze botten toebehoorden
hebben nooit een fatsoenlijke begrafenis gekregen.
Ik moest denken aan de Killing Fields in Cambodja,
waar ontelbare botten en schedels naast elkaar liggen.
Normaal gesproken ben ik er niet vies van
tijdens de preek plaatjes te laten zien,
maar die Killing Fields vind ik te gruwelijk.
Zo gruwelijk begint het visioen van Ezechiël.

Ik weet niet hoe ik zou reageren.
Misschien zou ik verstijven.
Misschien zou ik het op een lopen zetten, weg van deze afschuwelijke plek!
Maar Ezechiël moet blijven.
Hij moet er van alle kanten naar kijken,
het beeld goed in zich opnemen.
Zelfs zonder plaatjes voel je de kilte van het visioen: brr…

dia 7 – de Israëlieten zijn God kwijt
Ezechiël krijgt niet alleen een visioen, God geeft hem ook de uitleg.
Dat uitgestrekte dal, met botten zo ver je kunt kijken, dat is Israël!
Klinkt niet als een groot compliment voor Israël…
Je zult maar worden vergeleken met een uitgedroogd skelet…
Maar de Israëlieten hebben daar niet zo veel moeite mee:
zo zien ze zichzelf ook!
De Israëlieten beklagen zich:
‘onze botten zijn verdord, onze levensdraad is afgesneden.
Dit leven is toch geen leven?’

Daar zitten ze dan in Babel, ver van Israël.
Waar leven ze eigenlijk nog voor?
Je zou misschien zeggen: dan bouw je in Babel toch wat nieuws op?
Maar zo makkelijk ligt het niet.
Het probleem is de tempel.
De trots van Israël.
Het centrum van hun geloof.
Die tempel is niet gewoon een gebouw:
het is de plek waar de Israëlieten God ontmoeten.
Maar nu is alles waar ze voor leefden foetsie.
Ze zijn God kwijt.

dia 8 – kun je nog in God geloven?
Je kunt God kwijt zijn.
Vroeger was het vanzelfsprekend om in God te geloven,
maar waar is hij eigenlijk gebleven?
Opeens kan het keihard binnenkomen:
‘ik geloofde het altijd, maar waar is mijn geloof gebleven?
Welk verschil maakt geloven eigenlijk?
Wordt ik er echt gelukkig van?
Hebben we ons God niet gewoon maar ingebeeld?’
Volgens mij zijn we in de kerk niet zo gewend aan dit soort vragen.
Als ze worden gesteld, willen we graag een antwoord geven,
en dan moet het weer klaar zijn.
Maar dit zijn eerlijke vragen!
Daar moet je niet voor weglopen.
Als er ergens een plek is
waar je al je twijfels en aanvechting neer kunt leggen,
dan zou het de kerk moeten zijn!
Durven we elkaars geloofsworstelingen te voelen?
Of zijn we er bang voor?

Israël leeft in een Godsverduistering, ze zijn God kwijt,
en dat is voor velen maar al te herkenbaar.
Tegen de stromen in probeer je te blijven geloven,
maar wat is het moeilijk!
Het leven zonder God oefent een enorme kracht op ons uit.

Ik kom toch even terug op Jan Terlouw.
Na zijn toespraak werd door verschillende mensen gereageerd.
Eén van die reacties was dat Terlouw, als politicus van D’66,
er volop aan heeft meegewerkt God uit de samenleving te werken.
Zou dat niet de diepere oorzaak kunnen zijn voor dat gebrek aan vertrouwen?
Even heel kort door de bocht:
als er geen God is om je te redden, dan moet je jezelf maar redden.
We hebben geleerd niemand anders te vertrouwen dan jezelf.
Dan is het een kwestie van tijd
dat de boze burger, de gewone man, en de angry white man, opstaan.
We hebben God weggeduwd en blijven verdwaasd achter.
Hebben heimwee naar God.

2. God bevrijdt uit de Godverlatenheid
dia 9 – God bevrijdt uit de Godverlatenheid
Wij kunnen God kwijt zijn, maar God is ons niet kwijt!
Ezechiël mag zien dat heimwee naar God,
dat het kille, doodse leven zonder God, niet het laatste woord heeft.
God geeft nieuw besef van zijn aanwezigheid,
hij bevrijdt uit de Godverlatenheid.

dia 10 – een verbijsterend schouwspel
Als Ezechiël lang genoeg naar het horrordal heeft gekeken,
stelt God Ezechiël een vraag.
‘Ezechiël, kunnen dit weer levende mensen worden?’
Wat een vreemde vraag!
Maar het antwoord is niet moeilijk: natuurlijk kan dat niet!
Deze botten zijn doder dan dood.
Maar Ezechiël antwoordt iets anders:
‘Heer, mijn God, dat weet u alleen.’
Niet omdat Ezechiël de vraag probeert te ontwijken:
hij gelooft oprecht dat het aan God is.

Dan krijgt Ezechiël van God een opdracht: ‘profeteer.’
Prima: Ezechiël heeft al heel wat ervaring met profeteren.
Hij had geprofeteerd tot de meest onwillige mensen
Daar was hij aan gewend geraakt.
Maar nu heeft Ezechiël een wel heel bijzonder publiek.
Nog nooit heeft hij tegen botten gepreekt.
Ik zie mijzelf al staan op een uitgestorven begraafplaats…

Maar de verzameling botten
blijkt beter naar Ezechiël te luisteren dan de Israëlieten!
Stel je eens voor: je hoort zacht geruis, en het wordt steeds harder.
Je hoort rammelende botten,
je wrijft je ogen uit, en ziet een verbijsterend schouwspel.
De botten zetten zichzelf als een bouwpakket in elkaar!
De botten krijgen vlees, en even later ligt het dal vol lijken…
Want ze blijven dood.
Tot Ezechiël weer profeteert, en God zijn levensadem inblaast.
Een enorme mensenmassa staat op!

dia 11 – echt leven: beseffen dat God er is
Het is een visioen vol hoop.
In Babel zijn de Israëlieten dood, afgesneden van God.
God maakt daar een einde aan.
God brengt zijn volk terug in het land,
terug naar de tempel, terug naar de dienst aan hem.
God geeft zijn adem, zodat er weer leven is.
En dan eindigt het met de grootste belofte:
‘jullie zullen beseffen dat ik de Heer ben.’

Want dát is echt leven.
Beseffen dat God er is.
Dat je God niet kwijt bent, maar beseft dat hij aanwezig is.
Het is de centrale geloofsbelijdenis van Israël.
Het ‘sjema’, Deuteronomium 6:4,
‘Luister Israël: de Heer, onze God, de Heer is de enige!’
Bij díe belijdenis, als dit werkelijkheid voor je is, dán is er leven!
God belooft de Israëlieten in Babel
dat hij hen bevrijdt uit de Godverlatenheid.

dia 12 – profetie vol hoop: je zult het meemaken!
Deze profetie van Ezechiël past bij Pasen: het gaat over leven en opstanding.
Het past ook bij Pinksteren: de Geest is Gods levensadem.
Maar het past ook in de tijd van Advent.
Het is een profetie die zindert van hoop en verwachting,
van wat God doet waar het ons bij de handen afbreekt.
Wij kunnen wanhopig zijn, het kan zelfs dat je God kwijt raakt,
maar God laat het daar niet bij.
God wil in je leven komen, een einde maken aan die duisternis.
Dát is advent.

Het is een belofte voor Israël, maar ook voor ons.
Wij zien het soms niet meer zitten.
Met God, met geloven, met de kerk.
Wij zien botten, maar God ziet levende mensen!
Als alle hoop verloren lijkt, grijpt hij in!
Hij belooft: je zult het gaan beseffen,
je zult het weer kunnen meemaken,
dat ík de Heer ben.

3. Waar blijft God dan?
dia 13 – waar blijft God dan?
Een prachtige belofte.
Maar wat merk je er van?
Is zo’n belofte nou echt een antwoord
op die heftige vragen die je kunt hebben?
Die Godsverduistering wordt er nog niet minder van…
Waar blijft God dan?

dia 14 – Ezechiël 37 is al een beetje gebeurd…
Eén van de lastigste vragen bij profetieën, is wanneer ze in vervulling gaan.
Dat is bij deze profetie ook zo.
Is dit al gebeurd? Of is het toekomtsmuziek?
Het is allebei.
Na Ezechiël heeft God zijn volk teruggebracht naar Israël,
onder leiding van mannen als Zerubbabel, Ezra en Nehemia.
De Israëlieten konden weer meer van God ervaren.
Dat is al gebeurd.

Maar profetieën gaan vaak over meer dan één situatie:
ze worden beetje bij beetje verder vervuld.
Deze profetie ook.
De geboorte van Jezus is een volgende stap:
hij is de eerste mens die echt beseft wie God is,
voor wie God nooit op een afstand staat.
Behalve aan het kruis.
Toen werd Jezus verlaten, zodat wij nooit meer verlaten zouden worden.
In Johannes 20 staat: ‘Jezus blies over de leerlingen heen en zei: ‘ontvang de heilige Geest.’
Weer een stapje: Ezechiël 37 wordt werkelijkheid voor de leerlingen!

dia 15 – …maar blijft ook toekomstmuziek
Wij leven na Pinksteren.
De Geest is uitgestort en brengt leven.
Maar God kan nog altijd ver weg voelen.
Het ene moment kun je vol enthousiasme voor God zijn,
diep geraakt worden door een tekst of door een lied,
is God tastbaar, is God echt, geen twijfel mogelijk;
en het andere moment weet je het even niet meer,
voelt God ver weg, valt de kerk tegen,
en heb je heimwee naar de God die je kende.
Ezechiël 37 zal pas echt vervuld zijn als Jezus terugkomt.

dia 16 – waar mensen geloven, is God met zijn Geest
Moeten we het dus met heimwee doen?
Nee, dat niet.
Waar mensen tegen de stroom in blijven geloven,
daar is God met zijn Adem van leven.
Gods Geest is waar mensen beseffen dat Jezus Christus Heer is.
Mensen die niet uit gewoonte geloven,
maar voor wie het echt is, ook als God ver weg voelt.
Die zich optrekken aan de belofte
dat God eens een einde maakt aan alle Godsverduistering.
Als je goed kijkt, dan mag je ook zien dat het niet alleen maar achteruit gaat met de kerk.
Dan zie je sporen van leven.
Bijvoorbeeld als we, zoals volgende week, avondmaal vieren:
ik vind het prachtig als zo veel mensen naar voren komen voor brood en wijn,
en dat je dan mag zien dat je echt de enige niet bent
die ondanks alle vragen toch wil blijven geloven.
Dat is Gods werk!

4. Vol verwachting
dia 17 – vol verwachting
Het visioen van Ezechiël is een visioen vol hoop.
Aan de heimwee naar God komt een einde.
Er komt een dag dat je hem echt zult kennen.
Ezechiël wil verwachting meegeven:
laat ons mensen vol verwachting zijn!

dia 18 – durven we los te laten?
Dat betekent veel loslaten.
Dode botten hebben niet zoveel in te brengen,
om eens een understatement te gebruiken…
Het is al een wonder dat God met die botten iets kan beginnen!
Maar dode botten maken zichzelf niet levend.
Dat klinkt misschien als een open deur, maar vaak willen we dat wel.
We houden van actie.
Maar wij kunnen geen levensadem inblazen, laat dat maar aan God over.

Geloven is in onze tijd best moeilijk.
We hebben grote vragen, waar we maar moeilijk een antwoord op krijgen.
In de kerk moet van alles gebeuren, dat kost veel energie,
en het lijkt maar weinig uit te werken…
De kerk wordt alleen maar kleiner…
Ik zie veel moois in de kerk, echt,
ik zie geloof, ik zie hoop, ik zie liefde,
maar de kerk in onze tijd is in crisis.
Die crisis kom je niet te boven met betere plannen.
Wij kunnen niet redden wat er te redden valt.
Verwachten we het van onszelf,
of durven we van God te verwachten?
Te bidden, in plaats van oplossingen te bedenken?
Net zoals Ezechiël zeggen: ‘dat weet u alleen’.
Laat dat dan de Geest in ons zijn:
dat we mensen zijn vol verwachting van God.

dia 19 – een kerk vol verwachting van God
En droom dan maar, net als Ezechiël.
Ik droom van een kerk die leeft van de Geest.
Een kerk die zich niet gek laat maken.
Een kerk die niet meedoet aan zelfverheerlijking.
Een kerk met een touwtje door de brievenbus,
die vertrouwen geeft en vertrouwen waard is.
Een kerk die de hoop levend houdt,
die midden in het kille, doodse leven,
blijft geloven in de God die leven geeft.
Een kerk die niet in zichzelf gelooft,
een kerk die zichzelf niet hoeft te redden: dat mag God doen.
Een kerk waar je thuis mag zijn,
ook als je het even niet meer weet, als je God kwijt bent en heimwee hebt,
dat je dan mee mag doen met het geloof van de kerk,
die groter is dan jij alleen.
Zo’n kerk vol verwachting van God is een zegen voor de wereld.

Volgende week mogen we komen.
Vol verwachting aan de maaltijd van onze Heer.
Het is nog niet de feestmaaltijd die komt, nog niet het volle leven.
Wel een voorproef vol verwachting.
Wij leven van hoop!
Amen.