Ezechiël 1 – God is God (met Samen GROEI-en)

Hans Burger
Hans Burger
14 november 2010

Ezechiël 1 – God is God (met Samen GROEI-en)

image_pdfimage_print

GROEI-preek over het jaarthema 2010-2011 ‘Samen God eren’ (4)

Liturgie

Voorzang Gez 171,1.2
Stil gebed
Votum
Zegengroet
Zingen Ps 46,3.4
Gebed
Schriftlezing: Ezechiël 1
Zingen Ps 50,2.11
Preek
Zingen LB 457
Wetslezing
Zingen Ps 97,1.2.5
Gebed
Collecte
Zingen LB 444
Zegen

Opmerkingen:

- Bij deze preek is een ‘Samen GROEI-en’ (een samenvatting met verwerkingsvragen) beschikbaar;

- Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

hier vind je op youtube wat filmpjes van mensen die geprobeerd hebben om het visioen van Ezechiël uit te beelden

Preek over Ezechiël 1 – God is God

1. Samen God eren is ons jaarthema. Maar waarom doen we dat? Omdat God onze eer waard is.

Het is mooi om dat te zeggen. God is God – dus Hij is onze eer waard. Best en waar en goed. Dat zijn de woorden en dat zit in ons hoofd. Maar hoe zit het met ons hart?

En bovendien – we leven in een wereld waar God soms ver weg lijkt. Waar niet in God geloven een mogelijkheid is. Ik moest denken aan die reclame van Philadelphia-kaas van al weer bijna 10 jaar geleden: engelen op de wolken. Je ziet engelen in het wit met vleugeltjes. Ze zijn aan het werk in hun kruidentuintje. En dan zegt een ‘engel’: ‘Hier boven weten we ook wat lekker is’. Dan gaat het over Philadelphia-kruidenkaas.

Zo kun je ook God neerzetten als een grappige ouwe man op een troon die verder weinig in te brengen heeft.

God? Ach ja, dat komt nog wel eens.

God, die is er niet.

Of die hebben we gemaakt tot iets onbelangrijks. Er zal wel iets zijn, maar nu interesseert het me niet.

En die sfeer die ademen we in. Die sluit aan bij de zonde in ons hart.

Op de ‘Samen GROEI-en’ heb ik een testje gezet dat ik laatst ook op catechisatie heb gedaan. Hoe zie je God – als bijvoorbeeld

0 Sinterklaas: lever je verlanglijstje in!

0 Alarmnummer 112: alleen voor noodgevallen

0 Tovenaar: hij kan alles, alles komt voor elkaar!

0 Paard voor jouw karretje: jij doet wat jij wilt, God moet je helpen

Enzovoorts.

Als je het daar samen over hebt, dan zie je het: zo snel maken we God kleiner. God op mensenmaat. God zoals Hij ons uitkomt. God, maar dan niet meer zo belangrijk.

Steeds meer bekruipt mij het idee: we kunnen het hier hebben over Jezus, over de Vader, de Zoon en de Geest, over wat de HEER allemaal voor ons doet, over Gods liefde – en dat is belangrijk. Maar in hoeverre besef ik, beseffen jullie dat we het hebben over iemand die GOD is?

Samen God eren, dat betekent ook: tot je door laten dringen dat het hier gaat om GOD. Wat betekent dat? Waarom zouden we iemand eren als God?

Daarom heb ik vanmorgen een gedeelte uit het OT gekozen waar God zichzelf laat zien. Hij verschijnt aan Ezechiël. Indrukwekkend, angstwekkend zelfs.

Met als doel: ontdekken wat het betekent dat God God is. Zo samen meer onder de indruk komen van die God. En dan ook samen God eren.

2. God verschijnt aan Ezechiël. Dat gebeurt niet zo vaak. Van zulke verschijningen staan er een paar in de Bijbel. Ze staan allemaal in het leesrooster op de ‘Samen GROEI-en’.

Elke verschijning zijn er dingen hetzelfde, elke keer zijn er dingen anders. God verschijnt op een manier die past bij de situatie.

Hier verschijnt hij aan Ezechiël. Iemand uit het volk Israël, gedeporteerd naar het land van de Chaldeeën. In ballingschap, ver weg van zijn volk en zijn tempel. Dus ook ver weg van zijn God.

Ja, wat zou Ezechiël gedacht hebben? Daar zitten we dan, gestraft door God? Zou Ezechiël getwijfeld hebben aan de God van Israël? Onder de indruk zijn geweest van wat hij in tempels van Babel gezien had? Die goden van Babel zijn dus machtiger dan onze God?

En dan – het is nog in het begin van de ballingschap. Opeens gaat de hemel open. Hij wordt gegrepen door de hand van de HEER.

Het gaat stormen. Er komen gloeiende wolken aan, vuur, bliksem. En middenin die vurige wolken iets dat glanst.

Vier wezens. Vier wezens die een hemelgewelf dragen. En op dat gewelf een troon. Op die troon zit iets wat lijkt op… op de HEER…

Als Ezechiël dat ziet, dan snapt hij: de HEER is veel machtiger dan de goden van Babel.

Er zijn afbeeldingen teruggevonden uit die tijd. Bijvoorbeeld van een god uit Assur met vier mensenhoofden. Daar lijken de wezens wel wat op met hun vier hoofden. Maar dit zijn geen goden die heersen, dit zijn cherubs die de God van Israël boven hen dienen. En deze cherubs hebben vier gezichten, maar geen mensengezichten. Het zijn vier verschillende gezichten. Voor een mens. Opzij een leeuw en een stier. Achter een adelaar. Uniek en nieuw, onbekend uit afgodentempels.

Er is een afbeelding gevonden van wezens met vier vleugels en de poten van een kalf, net zoals hier. Maar hier hebben ze ook nog die vier gezichten.

Een afbeelding van een god op een troon gedragen door twee dieren. Een tekening van de hemelkoepel gedragen door wezens met twee koppen. De God die hier verschijnt heeft het dubbele van wat normaal is: geen twee, maar vier wezens dragen Hem. Vier wezens die de aarde omspannen, naar de vier windstreken: noord, oost, zuid, west. Vier wezens die de hemelkoepel dragen. En boven die hemelkoepel– de troon van God, de HEER van de aarde.

Alles wat ze in Babel en Assur bedachten, dat zien we hier terug. Alles rond die ene God die alle andere goden overtreft. En hier is het geen plaatje of een beeld, hier is het echt.

Voor ons lijkt het wat raar.

Ezechiël snapt het meteen: hier verschijnt een God die veel groter is dan de goden van Assur en Babel.

3. Bedenk eens wat dat voor Ezechiël betekende. God woonde in Jeruzalem. Daar was de tempel. Ezechiël was ver van die tempel. En dus ver van God. Helaas, we moeten het dus maar zonder Hem zien te rooien.

Nee dus.

Als de hemel open gaat, blijkt: de hemel is overal vlakbij.

God is niet ver weg, God is hier.

Hier en nu kan Hij uit de hemel komen en verschijnen.

Hij is altijd en overal bij ons.

Die goden van Babel en Assur stonden op hun plek. Zonder leven of dynamiek. Misschien waren het grote beelden in indrukwekkende tempels. Maar er was geen beweging in te krijgen. Als je dat wilde, moest je zelf de beelden optillen. Dat kon dan ook: die beelden kon je neerzetten waar jij wilde.

Zo is het niet bij de HEER, de God van Israël.

Je hoeft hem niet op te tillen en mee te nemen, Hij kan zichzelf wel redden. Hij kan zijn troon op de hemelkoepel op angstaanjagend grote wielen zetten. Wielen met wielen erin. Zo laat Hij kan zich vanuit zijn hemels paleis naar ons toe rijden.

Let dan even op hè. Denk jij wel eens: God is overal en Hij gaat overal wel met mij mee?

Zoals een bodyguard overal waar ik wil mee gaat.

Dat je eigenlijk ook denkt: ik bepaal waar ik heen wil, God moet als bodyguard maar mee?

Dus overal waar ik heen ga, daar loopt God achter mij aan? En ik ben de VIP…

Vergeet dat alsjeblieft zo snel mogelijk. Deze God is de levende God. God is veel te groot om in een tempel in Jeruzalem te wonen. En toch koos Hij er voor. Maar Hij is niet afhankelijk van zijn tempel en hij zit er ook niet aan vast. Deze God is overal – overal is de hemel dichtbij. God is vrij. Hij doet wat Hij wil. Hij leeft. Zo komt Hij bij Ezechiël. Omdat Hij er voor kiest. Hij is niet alleen in Jeruzalem, in zijn tempel. Hij is ook bij de ballingen.

Om daar in de ballingschap bij hen te zijn.

Om Ezechiël als profeet erop uit te sturen, met een boodschap van oordeel voor een opstandig volk – lees hoofdstuk 2.

Hij is de levende God – vrij – trouw – eerlijk – machtig.

Overal dichtbij.

Overal kan Hij met ons mee gaan.

Overal kan de hemel open gaan.

Overal is Hij machtig en indrukwekkend.

Besef je dat?

Jouw papa, de Vader van Jezus Christus; jouw heer en redder, onze grote broer; de Heilige Geest – dat dat deze God is?

4. Wat zou jij gedacht hebben als je dit meemaakte?

Wat zou het bij Ezechiël opgeroepen hebben?

Ik dacht nog wel dat we ver van God waren.

Ik dacht: we zijn te ver weg van Jeruzalem.

Hier hebben de goden van Babel het voor het zeggen.

Maar nu zie ik dat de God van Israël ook hier God is – als enige.

Nu zie ik dat de HEER, onze God, ook hier de hoogste koning is – als enige.

Babel heeft ons verslagen. Maar dat betekent niet dat onze God verslagen is door de goden van Babel. Hoe heb ik dat ooit kunnen denken? De goden van Babel stellen niks voor vergeleken bij deze grote en machtige God. Indrukwekkend, angstaanjagend is Hij.

Hij is koning en Hij regeert alles. Ook deze ballingschap is zijn oordeel.

Zie je dat? Dit is misschien wel de meest indrukwekkende verschijning van God in het OT. God verschijnt zo in de begintijd van de ballingschap.

Op het moment dat de mensen dachten: onze God heeft verloren van de goden van Babel. Hij is overbodig geworden. We kunnen beter overstappen naar een machtiger god.

Denk jij dat wel eens? Ik kan beter overstappen naar een effectievere macht dan dat ik Jezus volg?

Want we leven maar één keer, het leven is kort.

Voor je het weet ben je niet meer jong.

Als je niet oppast verspelen we onze welvaart.

Kijk uit, anders vervluchtigt heel je pensioen.

God doet er heus niks aan. Wat kan ik doen om mijn welvaart veilig te stellen?

Toen stortte de wereld van Ezechiël in.

Misschien staan wij wel aan het begin van de afbraak van onze wereld, het welvarende Europa.

Bij welke God moet je dan zijn?

Juist op dit kruispunt in de geschiedenis verschijnt hier groots en machtig de God van Israël. Hij is de HEER van oost en west, van noord en zuid.

Heel de hemel en alles wat op de aarde is, het is van Hem

Hij is koning.

Hij regeert over Babel en Assur, Hij regeert over Israël en Juda.

Hij regeert over Nederland en Europa, over Amerika en China, over Rusland en India.

En overal heeft hij zijn volgelingen.

In China groeit de kerk – dat zal niet voor niks zijn.

Ook daar in die wereldmacht van de toekomst is een kerk van Jezus Christus, als lichtend licht en zoutend zout.

De HEER regeert!

De HEER regeert!

Dat de aarde juicht!

Dat het volk zich verheugt!

Want Hij regeert!

5. Beatrix regeert ook. Hare majesteit de koningin der Nederlanden. Ze woont in een paleis. Ze rijdt in een gouden koets of in mooie auto’s. Ze draagt dure kleren. Allemaal om te laten zien: dit is de majesteit. Respect graag – hier is de koningin.

Maar als er in het parlement een meerderheid is om haar macht in te perken, dan houdt het allemaal op. Dan kan het allemaal ceremonieel er heel mooi uit zien, bijvoorbeeld op Prinsjesdag. Maar het is een grote poppenkast die verder weinig om het lijf heeft. Ze is een mooi nationaal symbool, maar ook een leeuw zonder tanden. Aan handen en voeten gebonden doordat ze afhankelijk is van het parlement.

Hier in Ezechiël zien we ook een koning. Een koning omgeven door groot ceremonieel. Er klinkt een dreunend geluid als Hij zich beweegt. Er wordt geroepen: de luister van de HEER zij geloofd in zijn woning (3,12). Hij is groot in majesteit en luister.

Hij is heilig – heilig – heilig. Heilig tot de derde macht.

Deze koning is God.

Indrukwekkend.

Een vuur gaat voor hem uit – gloeiend vuur, flitsende bliksem.

Angstwekkend groot zijn de wielen, met de groene kleur van de edelsteen turkoois.

Angstwekkend glinsterend is de hemelkoepel onder zijn troon.

Heilig – goddelijk – is Hij.

De vier wezens bedekken met vleugels zelfs hun lichaam.

Hij zelf glanst als wit goud.

Als de stralende gloed van vuur.

Indrukwekkend is zijn verschijning.

Majesteit, daar hebben we het ook over bij iemand als koningin Beatrix.

Maar hier heb je echt luister en majesteit.

Zijn pracht en praal pakt niemand God af.

Hier zijn geen onverdiende rode lopers.

Geen overtrokken limousines.

Gods luister is echt uitdrukking van zijn macht.

Het vuur dat voor Hem uitgaat,
verteert zijn sterkste vijanden.
De bergen zijn als was
bij ‘t verschijnen van de Heer.

De hemel toont zijn heerlijkheid.
De volken zien zijn grootheid.
Want U, o Heer, bent verheven
boven al wat leeft.

6. Ezechiël ziet deze stralende verschijning van de HEER.

Hij kan niet blijven staan.

Hij haalt niet alleen zijn handen uit zijn zakken.

Hij valt maar niet op zijn knieën

Hij gaat plat op de grond liggen. Zijn gezicht op de grond.

Proef je de eerbied, het diepe ontzag, voor Gods grootheid en luister? Ezechiël is perplex – diep onder de indruk – overdonderd.

Wij hebben nog nooit God zo gezien als Ezechiël.

Hoe staan wij tegenover God? Hoe sta jij tegenover God?

Van de week was ik met deze tekst bezig en toen heb ik het me weer af gevraagd: in hoeverre ben ik nu echt onder de indruk van de grootheid en majesteit van God?

Ik leef in een land waar God niet zo belangrijk lijkt. Wat doet dat met mij?

Wat leeft er in jouw en mijn hart als het om God gaat?

Onverschilligheid? God, dat komt later wel?

Bewondering? God, wat bent u groot en machtig!

Verveling? God, ach, dat heb ik nu wel gehad.

Liefde? God, wat bent u mooi en bijzonder!

Minachting? God, ach laat hem maar praten, ik doe nu even mijn eigen ding?

Toewijding? God, ik ga voor u!

En wat zegt onze houding als we in de kerk zijn, als we bidden, over hoe we God zien?

Als je leert over communicatie, dan leer je ook over lichaamstaal.

Belangrijke les bij communicatie: je lichaamstaal moet kloppen met wat je zegt.

Als dat niet zo is, meen je dan wel wat je zegt?

Hoe is jouw houding als je bidt?
Als je in de kerk zit?

Onderuit gezakt – onverschillig – verveeld?

Of eerbiedig – geknield – met open handen – gericht op God?

Hoe zing je voor God?

Rondom de troon van God wordt geroepen: De luister van de HEER zij geloofd in zijn woning!

Deze God is het waard als wij Hem loven.

Hij is geweldig.

Hij is indrukwekkend.

Hij is heilig.

Hij is God!

Samen God eren – het is ons jaarthema.

Maar Hem eren, dan kun je alleen als je van Hem onder de indruk bent.

Wij eren u – wij loven – wij prijzen u – maar het interesseert ons niks.

Dan eer je God niet.

God eren begint hier: als je onder de indruk wilt raken van deze God.

Als je gaat zien: Hij is GOD.

Als je gaat beseffen wat dat woord betekent – God.

De eerste. Voor mij.
De hoogste. Boven mij.

De machtigste. Veel meer dan ik.

De grootste. Ik ben maar klein.

De laatste. Het einde.

Dat is het begin van samen God eren – de HEER, Hij is God!

ROEI-preek over het jaarthema 2010-2011 ‘Samen God eren’ (4)

Liturgie

Voorzang Gez 171,1.2
Stil gebed
Votum
Zegengroet
Zingen Ps 46,3.4
Gebed
Schriftlezing: Ezechiël 1
Zingen Ps 50,2.11
Preek
Zingen LB 457
Wetslezing
Zingen Ps 97,1.2.5
Gebed
Collecte
Zingen LB 444
Zegen

Opmerkingen:

- Bij deze preek is een ‘Samen GROEI-en’ (een samenvatting met verwerkingsvragen) beschikbaar;

- Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

hier vind je op youtube wat filmpjes van mensen die geprobeerd hebben om het visioen van Ezechiël uit te beelden

Preek over Ezechiël 1 – God is God

1. Samen God eren is ons jaarthema. Maar waarom doen we dat? Omdat God onze eer waard is.

Het is mooi om dat te zeggen. God is God – dus Hij is onze eer waard. Best en waar en goed. Dat zijn de woorden en dat zit in ons hoofd. Maar hoe zit het met ons hart?

En bovendien – we leven in een wereld waar God soms ver weg lijkt. Waar niet in God geloven een mogelijkheid is. Ik moest denken aan die reclame van Philadelphia-kaas van al weer bijna 10 jaar geleden: engelen op de wolken. Je ziet engelen in het wit met vleugeltjes. Ze zijn aan het werk in hun kruidentuintje. En dan zegt een ‘engel’: ‘Hier boven weten we ook wat lekker is’. Dan gaat het over Philadelphia-kruidenkaas.

Zo kun je ook God neerzetten als een grappige ouwe man op een troon die verder weinig in te brengen heeft.

God? Ach ja, dat komt nog wel eens.

God, die is er niet.

Of die hebben we gemaakt tot iets onbelangrijks. Er zal wel iets zijn, maar nu interesseert het me niet.

En die sfeer die ademen we in. Die sluit aan bij de zonde in ons hart.

Op de ‘Samen GROEI-en’ heb ik een testje gezet dat ik laatst ook op catechisatie heb gedaan. Hoe zie je God – als bijvoorbeeld

0 Sinterklaas: lever je verlanglijstje in!

0 Alarmnummer 112: alleen voor noodgevallen

0 Tovenaar: hij kan alles, alles komt voor elkaar!

0 Paard voor jouw karretje: jij doet wat jij wilt, God moet je helpen

Enzovoorts.

Als je het daar samen over hebt, dan zie je het: zo snel maken we God kleiner. God op mensenmaat. God zoals Hij ons uitkomt. God, maar dan niet meer zo belangrijk.

Steeds meer bekruipt mij het idee: we kunnen het hier hebben over Jezus, over de Vader, de Zoon en de Geest, over wat de HEER allemaal voor ons doet, over Gods liefde – en dat is belangrijk. Maar in hoeverre besef ik, beseffen jullie dat we het hebben over iemand die GOD is?

Samen God eren, dat betekent ook: tot je door laten dringen dat het hier gaat om GOD. Wat betekent dat? Waarom zouden we iemand eren als God?

Daarom heb ik vanmorgen een gedeelte uit het OT gekozen waar God zichzelf laat zien. Hij verschijnt aan Ezechiël. Indrukwekkend, angstwekkend zelfs.

Met als doel: ontdekken wat het betekent dat God God is. Zo samen meer onder de indruk komen van die God. En dan ook samen God eren.

2. God verschijnt aan Ezechiël. Dat gebeurt niet zo vaak. Van zulke verschijningen staan er een paar in de Bijbel. Ze staan allemaal in het leesrooster op de ‘Samen GROEI-en’.

Elke verschijning zijn er dingen hetzelfde, elke keer zijn er dingen anders. God verschijnt op een manier die past bij de situatie.

Hier verschijnt hij aan Ezechiël. Iemand uit het volk Israël, gedeporteerd naar het land van de Chaldeeën. In ballingschap, ver weg van zijn volk en zijn tempel. Dus ook ver weg van zijn God.

Ja, wat zou Ezechiël gedacht hebben? Daar zitten we dan, gestraft door God? Zou Ezechiël getwijfeld hebben aan de God van Israël? Onder de indruk zijn geweest van wat hij in tempels van Babel gezien had? Die goden van Babel zijn dus machtiger dan onze God?

En dan – het is nog in het begin van de ballingschap. Opeens gaat de hemel open. Hij wordt gegrepen door de hand van de HEER.

Het gaat stormen. Er komen gloeiende wolken aan, vuur, bliksem. En middenin die vurige wolken iets dat glanst.

Vier wezens. Vier wezens die een hemelgewelf dragen. En op dat gewelf een troon. Op die troon zit iets wat lijkt op… op de HEER…

Als Ezechiël dat ziet, dan snapt hij: de HEER is veel machtiger dan de goden van Babel.

Er zijn afbeeldingen teruggevonden uit die tijd. Bijvoorbeeld van een god uit Assur met vier mensenhoofden. Daar lijken de wezens wel wat op met hun vier hoofden. Maar dit zijn geen goden die heersen, dit zijn cherubs die de God van Israël boven hen dienen. En deze cherubs hebben vier gezichten, maar geen mensengezichten. Het zijn vier verschillende gezichten. Voor een mens. Opzij een leeuw en een stier. Achter een adelaar. Uniek en nieuw, onbekend uit afgodentempels.

Er is een afbeelding gevonden van wezens met vier vleugels en de poten van een kalf, net zoals hier. Maar hier hebben ze ook nog die vier gezichten.

Een afbeelding van een god op een troon gedragen door twee dieren. Een tekening van de hemelkoepel gedragen door wezens met twee koppen. De God die hier verschijnt heeft het dubbele van wat normaal is: geen twee, maar vier wezens dragen Hem. Vier wezens die de aarde omspannen, naar de vier windstreken: noord, oost, zuid, west. Vier wezens die de hemelkoepel dragen. En boven die hemelkoepel– de troon van God, de HEER van de aarde.

Alles wat ze in Babel en Assur bedachten, dat zien we hier terug. Alles rond die ene God die alle andere goden overtreft. En hier is het geen plaatje of een beeld, hier is het echt.

Voor ons lijkt het wat raar.

Ezechiël snapt het meteen: hier verschijnt een God die veel groter is dan de goden van Assur en Babel.

3. Bedenk eens wat dat voor Ezechiël betekende. God woonde in Jeruzalem. Daar was de tempel. Ezechiël was ver van die tempel. En dus ver van God. Helaas, we moeten het dus maar zonder Hem zien te rooien.

Nee dus.

Als de hemel open gaat, blijkt: de hemel is overal vlakbij.

God is niet ver weg, God is hier.

Hier en nu kan Hij uit de hemel komen en verschijnen.

Hij is altijd en overal bij ons.

Die goden van Babel en Assur stonden op hun plek. Zonder leven of dynamiek. Misschien waren het grote beelden in indrukwekkende tempels. Maar er was geen beweging in te krijgen. Als je dat wilde, moest je zelf de beelden optillen. Dat kon dan ook: die beelden kon je neerzetten waar jij wilde.

Zo is het niet bij de HEER, de God van Israël.

Je hoeft hem niet op te tillen en mee te nemen, Hij kan zichzelf wel redden. Hij kan zijn troon op de hemelkoepel op angstaanjagend grote wielen zetten. Wielen met wielen erin. Zo laat Hij kan zich vanuit zijn hemels paleis naar ons toe rijden.

Let dan even op hè. Denk jij wel eens: God is overal en Hij gaat overal wel met mij mee?

Zoals een bodyguard overal waar ik wil mee gaat.

Dat je eigenlijk ook denkt: ik bepaal waar ik heen wil, God moet als bodyguard maar mee?

Dus overal waar ik heen ga, daar loopt God achter mij aan? En ik ben de VIP…

Vergeet dat alsjeblieft zo snel mogelijk. Deze God is de levende God. God is veel te groot om in een tempel in Jeruzalem te wonen. En toch koos Hij er voor. Maar Hij is niet afhankelijk van zijn tempel en hij zit er ook niet aan vast. Deze God is overal – overal is de hemel dichtbij. God is vrij. Hij doet wat Hij wil. Hij leeft. Zo komt Hij bij Ezechiël. Omdat Hij er voor kiest. Hij is niet alleen in Jeruzalem, in zijn tempel. Hij is ook bij de ballingen.

Om daar in de ballingschap bij hen te zijn.

Om Ezechiël als profeet erop uit te sturen, met een boodschap van oordeel voor een opstandig volk – lees hoofdstuk 2.

Hij is de levende God – vrij – trouw – eerlijk – machtig.

Overal dichtbij.

Overal kan Hij met ons mee gaan.

Overal kan de hemel open gaan.

Overal is Hij machtig en indrukwekkend.

Besef je dat?

Jouw papa, de Vader van Jezus Christus; jouw heer en redder, onze grote broer; de Heilige Geest – dat dat deze God is?

4. Wat zou jij gedacht hebben als je dit meemaakte?

Wat zou het bij Ezechiël opgeroepen hebben?

Ik dacht nog wel dat we ver van God waren.

Ik dacht: we zijn te ver weg van Jeruzalem.

Hier hebben de goden van Babel het voor het zeggen.

Maar nu zie ik dat de God van Israël ook hier God is – als enige.

Nu zie ik dat de HEER, onze God, ook hier de hoogste koning is – als enige.

Babel heeft ons verslagen. Maar dat betekent niet dat onze God verslagen is door de goden van Babel. Hoe heb ik dat ooit kunnen denken? De goden van Babel stellen niks voor vergeleken bij deze grote en machtige God. Indrukwekkend, angstaanjagend is Hij.

Hij is koning en Hij regeert alles. Ook deze ballingschap is zijn oordeel.

Zie je dat? Dit is misschien wel de meest indrukwekkende verschijning van God in het OT. God verschijnt zo in de begintijd van de ballingschap.

Op het moment dat de mensen dachten: onze God heeft verloren van de goden van Babel. Hij is overbodig geworden. We kunnen beter overstappen naar een machtiger god.

Denk jij dat wel eens? Ik kan beter overstappen naar een effectievere macht dan dat ik Jezus volg?

Want we leven maar één keer, het leven is kort.

Voor je het weet ben je niet meer jong.

Als je niet oppast verspelen we onze welvaart.

Kijk uit, anders vervluchtigt heel je pensioen.

God doet er heus niks aan. Wat kan ik doen om mijn welvaart veilig te stellen?

Toen stortte de wereld van Ezechiël in.

Misschien staan wij wel aan het begin van de afbraak van onze wereld, het welvarende Europa.

Bij welke God moet je dan zijn?

Juist op dit kruispunt in de geschiedenis verschijnt hier groots en machtig de God van Israël. Hij is de HEER van oost en west, van noord en zuid.

Heel de hemel en alles wat op de aarde is, het is van Hem

Hij is koning.

Hij regeert over Babel en Assur, Hij regeert over Israël en Juda.

Hij regeert over Nederland en Europa, over Amerika en China, over Rusland en India.

En overal heeft hij zijn volgelingen.

In China groeit de kerk – dat zal niet voor niks zijn.

Ook daar in die wereldmacht van de toekomst is een kerk van Jezus Christus, als lichtend licht en zoutend zout.

De HEER regeert!

De HEER regeert!

Dat de aarde juicht!

Dat het volk zich verheugt!

Want Hij regeert!

5. Beatrix regeert ook. Hare majesteit de koningin der Nederlanden. Ze woont in een paleis. Ze rijdt in een gouden koets of in mooie auto’s. Ze draagt dure kleren. Allemaal om te laten zien: dit is de majesteit. Respect graag – hier is de koningin.

Maar als er in het parlement een meerderheid is om haar macht in te perken, dan houdt het allemaal op. Dan kan het allemaal ceremonieel er heel mooi uit zien, bijvoorbeeld op Prinsjesdag. Maar het is een grote poppenkast die verder weinig om het lijf heeft. Ze is een mooi nationaal symbool, maar ook een leeuw zonder tanden. Aan handen en voeten gebonden doordat ze afhankelijk is van het parlement.

Hier in Ezechiël zien we ook een koning. Een koning omgeven door groot ceremonieel. Er klinkt een dreunend geluid als Hij zich beweegt. Er wordt geroepen: de luister van de HEER zij geloofd in zijn woning (3,12). Hij is groot in majesteit en luister.

Hij is heilig – heilig – heilig. Heilig tot de derde macht.

Deze koning is God.

Indrukwekkend.

Een vuur gaat voor hem uit – gloeiend vuur, flitsende bliksem.

Angstwekkend groot zijn de wielen, met de groene kleur van de edelsteen turkoois.

Angstwekkend glinsterend is de hemelkoepel onder zijn troon.

Heilig – goddelijk – is Hij.

De vier wezens bedekken met vleugels zelfs hun lichaam.

Hij zelf glanst als wit goud.

Als de stralende gloed van vuur.

Indrukwekkend is zijn verschijning.

Majesteit, daar hebben we het ook over bij iemand als koningin Beatrix.

Maar hier heb je echt luister en majesteit.

Zijn pracht en praal pakt niemand God af.

Hier zijn geen onverdiende rode lopers.

Geen overtrokken limousines.

Gods luister is echt uitdrukking van zijn macht.

Het vuur dat voor Hem uitgaat,
verteert zijn sterkste vijanden.
De bergen zijn als was
bij ‘t verschijnen van de Heer.

De hemel toont zijn heerlijkheid.
De volken zien zijn grootheid.
Want U, o Heer, bent verheven
boven al wat leeft.

6. Ezechiël ziet deze stralende verschijning van de HEER.

Hij kan niet blijven staan.

Hij haalt niet alleen zijn handen uit zijn zakken.

Hij valt maar niet op zijn knieën

Hij gaat plat op de grond liggen. Zijn gezicht op de grond.

Proef je de eerbied, het diepe ontzag, voor Gods grootheid en luister? Ezechiël is perplex – diep onder de indruk – overdonderd.

Wij hebben nog nooit God zo gezien als Ezechiël.

Hoe staan wij tegenover God? Hoe sta jij tegenover God?

Van de week was ik met deze tekst bezig en toen heb ik het me weer af gevraagd: in hoeverre ben ik nu echt onder de indruk van de grootheid en majesteit van God?

Ik leef in een land waar God niet zo belangrijk lijkt. Wat doet dat met mij?

Wat leeft er in jouw en mijn hart als het om God gaat?

Onverschilligheid? God, dat komt later wel?

Bewondering? God, wat bent u groot en machtig!

Verveling? God, ach, dat heb ik nu wel gehad.

Liefde? God, wat bent u mooi en bijzonder!

Minachting? God, ach laat hem maar praten, ik doe nu even mijn eigen ding?

Toewijding? God, ik ga voor u!

En wat zegt onze houding als we in de kerk zijn, als we bidden, over hoe we God zien?

Als je leert over communicatie, dan leer je ook over lichaamstaal.

Belangrijke les bij communicatie: je lichaamstaal moet kloppen met wat je zegt.

Als dat niet zo is, meen je dan wel wat je zegt?

Hoe is jouw houding als je bidt?
Als je in de kerk zit?

Onderuit gezakt – onverschillig – verveeld?

Of eerbiedig – geknield – met open handen – gericht op God?

Hoe zing je voor God?

Rondom de troon van God wordt geroepen: De luister van de HEER zij geloofd in zijn woning!

Deze God is het waard als wij Hem loven.

Hij is geweldig.

Hij is indrukwekkend.

Hij is heilig.

Hij is God!

Samen God eren – het is ons jaarthema.

Maar Hem eren, dan kun je alleen als je van Hem onder de indruk bent.

Wij eren u – wij loven – wij prijzen u – maar het interesseert ons niks.

Dan eer je God niet.

God eren begint hier: als je onder de indruk wilt raken van deze God.

Als je gaat zien: Hij is GOD.

Als je gaat beseffen wat dat woord betekent – God.

De eerste. Voor mij.
De hoogste. Boven mij.

De machtigste. Veel meer dan ik.

De grootste. Ik ben maar klein.

De laatste. Het einde.

Dat is het begin van samen God eren – de HEER, Hij is God!

ROEI-preek over het jaarthema 2010-2011 ‘Samen God eren’ (4)

Liturgie

Voorzang Gez 171,1.2
Stil gebed
Votum
Zegengroet
Zingen Ps 46,3.4
Gebed
Schriftlezing: Ezechiël 1
Zingen Ps 50,2.11
Preek
Zingen LB 457
Wetslezing
Zingen Ps 97,1.2.5
Gebed
Collecte
Zingen LB 444
Zegen

Opmerkingen:

- Bij deze preek is een ‘Samen GROEI-en’ (een samenvatting met verwerkingsvragen) beschikbaar;

- Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

hier vind je op youtube wat filmpjes van mensen die geprobeerd hebben om het visioen van Ezechiël uit te beelden

Preek over Ezechiël 1 – God is God

1. Samen God eren is ons jaarthema. Maar waarom doen we dat? Omdat God onze eer waard is.

Het is mooi om dat te zeggen. God is God – dus Hij is onze eer waard. Best en waar en goed. Dat zijn de woorden en dat zit in ons hoofd. Maar hoe zit het met ons hart?

En bovendien – we leven in een wereld waar God soms ver weg lijkt. Waar niet in God geloven een mogelijkheid is. Ik moest denken aan die reclame van Philadelphia-kaas van al weer bijna 10 jaar geleden: engelen op de wolken. Je ziet engelen in het wit met vleugeltjes. Ze zijn aan het werk in hun kruidentuintje. En dan zegt een ‘engel’: ‘Hier boven weten we ook wat lekker is’. Dan gaat het over Philadelphia-kruidenkaas.

Zo kun je ook God neerzetten als een grappige ouwe man op een troon die verder weinig in te brengen heeft.

God? Ach ja, dat komt nog wel eens.

God, die is er niet.

Of die hebben we gemaakt tot iets onbelangrijks. Er zal wel iets zijn, maar nu interesseert het me niet.

En die sfeer die ademen we in. Die sluit aan bij de zonde in ons hart.

Op de ‘Samen GROEI-en’ heb ik een testje gezet dat ik laatst ook op catechisatie heb gedaan. Hoe zie je God – als bijvoorbeeld

0 Sinterklaas: lever je verlanglijstje in!

0 Alarmnummer 112: alleen voor noodgevallen

0 Tovenaar: hij kan alles, alles komt voor elkaar!

0 Paard voor jouw karretje: jij doet wat jij wilt, God moet je helpen

Enzovoorts.

Als je het daar samen over hebt, dan zie je het: zo snel maken we God kleiner. God op mensenmaat. God zoals Hij ons uitkomt. God, maar dan niet meer zo belangrijk.

Steeds meer bekruipt mij het idee: we kunnen het hier hebben over Jezus, over de Vader, de Zoon en de Geest, over wat de HEER allemaal voor ons doet, over Gods liefde – en dat is belangrijk. Maar in hoeverre besef ik, beseffen jullie dat we het hebben over iemand die GOD is?

Samen God eren, dat betekent ook: tot je door laten dringen dat het hier gaat om GOD. Wat betekent dat? Waarom zouden we iemand eren als God?

Daarom heb ik vanmorgen een gedeelte uit het OT gekozen waar God zichzelf laat zien. Hij verschijnt aan Ezechiël. Indrukwekkend, angstwekkend zelfs.

Met als doel: ontdekken wat het betekent dat God God is. Zo samen meer onder de indruk komen van die God. En dan ook samen God eren.

2. God verschijnt aan Ezechiël. Dat gebeurt niet zo vaak. Van zulke verschijningen staan er een paar in de Bijbel. Ze staan allemaal in het leesrooster op de ‘Samen GROEI-en’.

Elke verschijning zijn er dingen hetzelfde, elke keer zijn er dingen anders. God verschijnt op een manier die past bij de situatie.

Hier verschijnt hij aan Ezechiël. Iemand uit het volk Israël, gedeporteerd naar het land van de Chaldeeën. In ballingschap, ver weg van zijn volk en zijn tempel. Dus ook ver weg van zijn God.

Ja, wat zou Ezechiël gedacht hebben? Daar zitten we dan, gestraft door God? Zou Ezechiël getwijfeld hebben aan de God van Israël? Onder de indruk zijn geweest van wat hij in tempels van Babel gezien had? Die goden van Babel zijn dus machtiger dan onze God?

En dan – het is nog in het begin van de ballingschap. Opeens gaat de hemel open. Hij wordt gegrepen door de hand van de HEER.

Het gaat stormen. Er komen gloeiende wolken aan, vuur, bliksem. En middenin die vurige wolken iets dat glanst.

Vier wezens. Vier wezens die een hemelgewelf dragen. En op dat gewelf een troon. Op die troon zit iets wat lijkt op… op de HEER…

Als Ezechiël dat ziet, dan snapt hij: de HEER is veel machtiger dan de goden van Babel.

Er zijn afbeeldingen teruggevonden uit die tijd. Bijvoorbeeld van een god uit Assur met vier mensenhoofden. Daar lijken de wezens wel wat op met hun vier hoofden. Maar dit zijn geen goden die heersen, dit zijn cherubs die de God van Israël boven hen dienen. En deze cherubs hebben vier gezichten, maar geen mensengezichten. Het zijn vier verschillende gezichten. Voor een mens. Opzij een leeuw en een stier. Achter een adelaar. Uniek en nieuw, onbekend uit afgodentempels.

Er is een afbeelding gevonden van wezens met vier vleugels en de poten van een kalf, net zoals hier. Maar hier hebben ze ook nog die vier gezichten.

Een afbeelding van een god op een troon gedragen door twee dieren. Een tekening van de hemelkoepel gedragen door wezens met twee koppen. De God die hier verschijnt heeft het dubbele van wat normaal is: geen twee, maar vier wezens dragen Hem. Vier wezens die de aarde omspannen, naar de vier windstreken: noord, oost, zuid, west. Vier wezens die de hemelkoepel dragen. En boven die hemelkoepel– de troon van God, de HEER van de aarde.

Alles wat ze in Babel en Assur bedachten, dat zien we hier terug. Alles rond die ene God die alle andere goden overtreft. En hier is het geen plaatje of een beeld, hier is het echt.

Voor ons lijkt het wat raar.

Ezechiël snapt het meteen: hier verschijnt een God die veel groter is dan de goden van Assur en Babel.

3. Bedenk eens wat dat voor Ezechiël betekende. God woonde in Jeruzalem. Daar was de tempel. Ezechiël was ver van die tempel. En dus ver van God. Helaas, we moeten het dus maar zonder Hem zien te rooien.

Nee dus.

Als de hemel open gaat, blijkt: de hemel is overal vlakbij.

God is niet ver weg, God is hier.

Hier en nu kan Hij uit de hemel komen en verschijnen.

Hij is altijd en overal bij ons.

Die goden van Babel en Assur stonden op hun plek. Zonder leven of dynamiek. Misschien waren het grote beelden in indrukwekkende tempels. Maar er was geen beweging in te krijgen. Als je dat wilde, moest je zelf de beelden optillen. Dat kon dan ook: die beelden kon je neerzetten waar jij wilde.

Zo is het niet bij de HEER, de God van Israël.

Je hoeft hem niet op te tillen en mee te nemen, Hij kan zichzelf wel redden. Hij kan zijn troon op de hemelkoepel op angstaanjagend grote wielen zetten. Wielen met wielen erin. Zo laat Hij kan zich vanuit zijn hemels paleis naar ons toe rijden.

Let dan even op hè. Denk jij wel eens: God is overal en Hij gaat overal wel met mij mee?

Zoals een bodyguard overal waar ik wil mee gaat.

Dat je eigenlijk ook denkt: ik bepaal waar ik heen wil, God moet als bodyguard maar mee?

Dus overal waar ik heen ga, daar loopt God achter mij aan? En ik ben de VIP…

Vergeet dat alsjeblieft zo snel mogelijk. Deze God is de levende God. God is veel te groot om in een tempel in Jeruzalem te wonen. En toch koos Hij er voor. Maar Hij is niet afhankelijk van zijn tempel en hij zit er ook niet aan vast. Deze God is overal – overal is de hemel dichtbij. God is vrij. Hij doet wat Hij wil. Hij leeft. Zo komt Hij bij Ezechiël. Omdat Hij er voor kiest. Hij is niet alleen in Jeruzalem, in zijn tempel. Hij is ook bij de ballingen.

Om daar in de ballingschap bij hen te zijn.

Om Ezechiël als profeet erop uit te sturen, met een boodschap van oordeel voor een opstandig volk – lees hoofdstuk 2.

Hij is de levende God – vrij – trouw – eerlijk – machtig.

Overal dichtbij.

Overal kan Hij met ons mee gaan.

Overal kan de hemel open gaan.

Overal is Hij machtig en indrukwekkend.

Besef je dat?

Jouw papa, de Vader van Jezus Christus; jouw heer en redder, onze grote broer; de Heilige Geest – dat dat deze God is?

4. Wat zou jij gedacht hebben als je dit meemaakte?

Wat zou het bij Ezechiël opgeroepen hebben?

Ik dacht nog wel dat we ver van God waren.

Ik dacht: we zijn te ver weg van Jeruzalem.

Hier hebben de goden van Babel het voor het zeggen.

Maar nu zie ik dat de God van Israël ook hier God is – als enige.

Nu zie ik dat de HEER, onze God, ook hier de hoogste koning is – als enige.

Babel heeft ons verslagen. Maar dat betekent niet dat onze God verslagen is door de goden van Babel. Hoe heb ik dat ooit kunnen denken? De goden van Babel stellen niks voor vergeleken bij deze grote en machtige God. Indrukwekkend, angstaanjagend is Hij.

Hij is koning en Hij regeert alles. Ook deze ballingschap is zijn oordeel.

Zie je dat? Dit is misschien wel de meest indrukwekkende verschijning van God in het OT. God verschijnt zo in de begintijd van de ballingschap.

Op het moment dat de mensen dachten: onze God heeft verloren van de goden van Babel. Hij is overbodig geworden. We kunnen beter overstappen naar een machtiger god.

Denk jij dat wel eens? Ik kan beter overstappen naar een effectievere macht dan dat ik Jezus volg?

Want we leven maar één keer, het leven is kort.

Voor je het weet ben je niet meer jong.

Als je niet oppast verspelen we onze welvaart.

Kijk uit, anders vervluchtigt heel je pensioen.

God doet er heus niks aan. Wat kan ik doen om mijn welvaart veilig te stellen?

Toen stortte de wereld van Ezechiël in.

Misschien staan wij wel aan het begin van de afbraak van onze wereld, het welvarende Europa.

Bij welke God moet je dan zijn?

Juist op dit kruispunt in de geschiedenis verschijnt hier groots en machtig de God van Israël. Hij is de HEER van oost en west, van noord en zuid.

Heel de hemel en alles wat op de aarde is, het is van Hem

Hij is koning.

Hij regeert over Babel en Assur, Hij regeert over Israël en Juda.

Hij regeert over Nederland en Europa, over Amerika en China, over Rusland en India.

En overal heeft hij zijn volgelingen.

In China groeit de kerk – dat zal niet voor niks zijn.

Ook daar in die wereldmacht van de toekomst is een kerk van Jezus Christus, als lichtend licht en zoutend zout.

De HEER regeert!

De HEER regeert!

Dat de aarde juicht!

Dat het volk zich verheugt!

Want Hij regeert!

5. Beatrix regeert ook. Hare majesteit de koningin der Nederlanden. Ze woont in een paleis. Ze rijdt in een gouden koets of in mooie auto’s. Ze draagt dure kleren. Allemaal om te laten zien: dit is de majesteit. Respect graag – hier is de koningin.

Maar als er in het parlement een meerderheid is om haar macht in te perken, dan houdt het allemaal op. Dan kan het allemaal ceremonieel er heel mooi uit zien, bijvoorbeeld op Prinsjesdag. Maar het is een grote poppenkast die verder weinig om het lijf heeft. Ze is een mooi nationaal symbool, maar ook een leeuw zonder tanden. Aan handen en voeten gebonden doordat ze afhankelijk is van het parlement.

Hier in Ezechiël zien we ook een koning. Een koning omgeven door groot ceremonieel. Er klinkt een dreunend geluid als Hij zich beweegt. Er wordt geroepen: de luister van de HEER zij geloofd in zijn woning (3,12). Hij is groot in majesteit en luister.

Hij is heilig – heilig – heilig. Heilig tot de derde macht.

Deze koning is God.

Indrukwekkend.

Een vuur gaat voor hem uit – gloeiend vuur, flitsende bliksem.

Angstwekkend groot zijn de wielen, met de groene kleur van de edelsteen turkoois.

Angstwekkend glinsterend is de hemelkoepel onder zijn troon.

Heilig – goddelijk – is Hij.

De vier wezens bedekken met vleugels zelfs hun lichaam.

Hij zelf glanst als wit goud.

Als de stralende gloed van vuur.

Indrukwekkend is zijn verschijning.

Majesteit, daar hebben we het ook over bij iemand als koningin Beatrix.

Maar hier heb je echt luister en majesteit.

Zijn pracht en praal pakt niemand God af.

Hier zijn geen onverdiende rode lopers.

Geen overtrokken limousines.

Gods luister is echt uitdrukking van zijn macht.

Het vuur dat voor Hem uitgaat,
verteert zijn sterkste vijanden.
De bergen zijn als was
bij ‘t verschijnen van de Heer.

De hemel toont zijn heerlijkheid.
De volken zien zijn grootheid.
Want U, o Heer, bent verheven
boven al wat leeft.

6. Ezechiël ziet deze stralende verschijning van de HEER.

Hij kan niet blijven staan.

Hij haalt niet alleen zijn handen uit zijn zakken.

Hij valt maar niet op zijn knieën

Hij gaat plat op de grond liggen. Zijn gezicht op de grond.

Proef je de eerbied, het diepe ontzag, voor Gods grootheid en luister? Ezechiël is perplex – diep onder de indruk – overdonderd.

Wij hebben nog nooit God zo gezien als Ezechiël.

Hoe staan wij tegenover God? Hoe sta jij tegenover God?

Van de week was ik met deze tekst bezig en toen heb ik het me weer af gevraagd: in hoeverre ben ik nu echt onder de indruk van de grootheid en majesteit van God?

Ik leef in een land waar God niet zo belangrijk lijkt. Wat doet dat met mij?

Wat leeft er in jouw en mijn hart als het om God gaat?

Onverschilligheid? God, dat komt later wel?

Bewondering? God, wat bent u groot en machtig!

Verveling? God, ach, dat heb ik nu wel gehad.

Liefde? God, wat bent u mooi en bijzonder!

Minachting? God, ach laat hem maar praten, ik doe nu even mijn eigen ding?

Toewijding? God, ik ga voor u!

En wat zegt onze houding als we in de kerk zijn, als we bidden, over hoe we God zien?

Als je leert over communicatie, dan leer je ook over lichaamstaal.

Belangrijke les bij communicatie: je lichaamstaal moet kloppen met wat je zegt.

Als dat niet zo is, meen je dan wel wat je zegt?

Hoe is jouw houding als je bidt?
Als je in de kerk zit?

Onderuit gezakt – onverschillig – verveeld?

Of eerbiedig – geknield – met open handen – gericht op God?

Hoe zing je voor God?

Rondom de troon van God wordt geroepen: De luister van de HEER zij geloofd in zijn woning!

Deze God is het waard als wij Hem loven.

Hij is geweldig.

Hij is indrukwekkend.

Hij is heilig.

Hij is God!

Samen God eren – het is ons jaarthema.

Maar Hem eren, dan kun je alleen als je van Hem onder de indruk bent.

Wij eren u – wij loven – wij prijzen u – maar het interesseert ons niks.

Dan eer je God niet.

God eren begint hier: als je onder de indruk wilt raken van deze God.

Als je gaat zien: Hij is GOD.

Als je gaat beseffen wat dat woord betekent – God.

De eerste. Voor mij.
De hoogste. Boven mij.

De machtigste. Veel meer dan ik.

De grootste. Ik ben maar klein.

De laatste. Het einde.

Dat is het begin van samen God eren – de HEER, Hij is God!