Exodus 24,9-11 – Aan tafel bij God zelf

Hans Burger
Hans Burger
4 september 2011

Exodus 24,9-11 – Aan tafel bij God zelf

image_pdfimage_print

Viering van het Heilig Avondmaal

Liturgie

Voorzang Gez 156
Stil gebed
Votum
Zegengroet
Zingen Ps 111,1.2.3
Gebed
Lezen uit de Bijbel: Exodus 24,1-11
Zingen Ps 111,5.6
Preek over Ex 24,9-11
Zingen LB 288,1.5.7.8
Als wetslezing: 1 Petr 3,8-12 en 4,1-8
Zingen LB 106,1.2
Kinderen terug
Gebed
Collecte
Avondmaalsviering
- lezing formulier
- gebed
- zingen LB 356,2
- viering
Zingen: Ps 103,1.2.3.4.9
Zegen

Preek over Exodus 24,9-11 – Aan tafel bij God

1. Stel je voor dat je er bij was. Wat zou je ervan hebben gevonden?

Mozes neemt je mee, samen met Aaron. Samen met een heleboel andere oudsten. En daar ga je. De berg op. Niet helemaal naar boven, tot ergens halverwege. God had immers tegen Mozes gezegd: Blijf op eerbiedige afstand.

Met z’n allen loop je de  berg op – een beetje gespannen wel. Zou het weer zo indrukwekkend zijn als pas, zo angstaanjagend als toen? Met donder en bliksem, geschal als van ramshorens? Zou de berg weer staan trillen en roken, in vuur en vlam?

Dan zegt Mozes: hier stoppen we.

En precies zoals hij had gezegd knielen jullie allemaal.

Op de grond. Het hoofd naar beneden.

Eerbiedig en onder de indruk

En dan…

Dan is God daar – echt, God zelf.

Je houdt je hoofd naar beneden, omhoog kijken durf je niet.

God zien en leven – dat kan toch niet.

Maar je ziet wel Gods voeten. En daaronder – een hemelkoepel lijkt het wel. Gemaakt van allemaal edelsteen.

Daar is God – op zijn troon!

De enige echte God. De levende God – je bevrijder!

Onvoorstelbaar, wat je daar gezien hebt.

En… je leeft – het is niet je dood.

Je hebt Gods troon gezien – en je leeft!

Dan is er eten.

En drinken.

Wonderlijk – eten en drinken bij de troon van God.

God is de gastheer – jullie eten!

Hoe zou je je gevoeld hebben?

Hier staat ook een tafel.

Ook hier nodigt God je uit.

Eten en drinken, bij God aan tafel.

Wat lijkt je mooier? Waar zou je liever eten?

Hier, of daar toen op de berg Sinaï?

Ik had het wel mee willen maken.

Vier keer in de Bijbel wordt verteld dat mensen Gods troon zien.

Jesaja, bij zijn roeping, in de tempel van Jeruzalem.

Ezechiël, bij zijn roeping, als het volk in ballingschap is. Dan staat Gods troon op wielen en komt hij naar de ballingen toe.

Johannes op Patmos, ziet in zijn visioenen de troon van God

En dus hier, de eerste keer.

Stel je voor …

Gods voeten zien, de hemelse koepel onder zijn voeten…

2. Laten we het eens met elkaar vergelijken – die maaltijd daar bij Mozes.

En het avondmaal.

Indrukwekkend was het toen. Ze zaten aan Gods voeten. Ze zagen zijn voeten!

Het is een maaltijd bij een verbond. God sluit een verbond met Israel. Wat is dat, een verbond? Nou, vergelijk het met een huwelijk. Een relatie die officieel is vastgelegd. Een liefdesrelatie. God zegt: ik wil dat jullie mijn volk zijn. En ik zal jullie God zijn. Bloed en offers komen erbij: de zooi van de zonde wordt opgeruimd, het volk wordt toegewijd aan God.

Zo’n verbond is eigenlijk nog maar een begin – van een lange relatie samen.

En dat wil God dus ook – dat proef je.

De leiders van het volk mogen naar God toekomen – wel 70 afgevaardigden, plus Mozes en Aäron en twee zonen van Aäron.

In hoe het dan verder gaat proef ik twee dingen:

Aan de ene kant: God is groot, onvoorstelbaar groot.

Aan de andere kant: die grote God wil omgaan met mensen.

God is zo groot dat ze niet dichtbij mogen komen.

Op afstand knielen ze.

Ze vertellen later wat ze gezien hebben: alleen zijn voeten. En wat er onder zijn voeten lag.

Misschien hebben ze het wel gehoord wat de engelen riepen – heilig, heilig, heilig.

Groot en machtig is Hij.

Hij is God!

Die God nodigt ze uit aan tafel.

Ze eten en ze drinken.

God is hier de grote koning – hij blijft op afstand.

Maar hij zorgt goed voor zijn gasten.

Wat een grootheid, wat indrukwekkend, zo bij God aan tafel.

3. En dan het avondmaal.

Ik vroeg het net al: als je mocht kiezen, wat koos je dan? Avondmaal vieren hier, of daar toen eten samen met Mozes?

Ik weet het niet, wat ik zou kiezen. Zo God zien…

Hier zien we Gods voeten niet.

En toch – het avondmaal is een maaltijd vol van belofte.

Straks eten en drinken we in het koninkrijk van God. En dan is Jezus zelf erbij. Aan tafel bij God zelf – het gaat weer gebeuren. Alles wat in de weg staat, alle zonde, Jezus ruimte het op.

En als ik nadenk over wat het avondmaal betekent…. Als je vergelijkt wat er straks komt, als het avondmaal vervuld wordt, wat hebben ze dan bij Mozes nog maar weinig gezien en meegemaakt… Wij krijgen in het nieuwe verbond veel meer, nu al, en straks helemaal.

Want – er is een nieuw verbond. Dit oude verbond met Israel is stukgelopen. Door Jezus is er een nieuw verbond. Dat verbond kan niet meer stuk.

Ook nu is het doel: na de verbondssluiting volgt een leven samen.

Besef je dat? God wil maar niet een verbond met ons sluiten. Hij wil met ons optrekken. Hij wil met ons feest vieren. Hij wil ons!

Ons – dus: wij allemaal.

En dat is bijzonder!

Hoeveel mensen gingen er toen de berg op?

Alleen Mozes mag echt de berg op.

73 leiders van het volk mogen God van afstand zien.

En de rest staat onderaan de berg.

God blijft de grote koning, indrukwekkend en op afstand.

Hoeveel van ons mogen er echt met God omgaan?

Iedereen!

Iedereen die via Jezus naar God toe wil gaan! Iedereen mag in Jezus geloven.

Iedereen mag gedoopt worden. Het geloof in Jezus belijden. Iedereen is welkom bij God.

En iedereen mag aan tafel komen zitten.

Niet alleen een paar hele goede christenen.

Jammer eigenlijk dat we het spannend vinden om avondmaal aan tafel te vieren. Liever in de bank blijven zitten. Dan lijkt het net of we maar beter zoals het volk beneden kunnen blijven. Niet te dichtbij.

Waarom zetten we hier een tafel neer?

Omdat jullie allemaal – alle gedoopte en belijdende leden van de kerk van Jezus Christus – zo dichtbij mogen komen.

Aan tafel bij God zelf.

Daar mag je nu vast aan gaan wennen.

Ik hoop dat je van deze preek twee dingen onthoudt:

God is groot en indrukwekkend.

En wij mogen bij Hem aan tafel zitten. Dankzij Jezus!

Nu zitten we hier, zonder Jezus erbij.

Straks, als Jezus terugkomt.

Dan is Hij er zelf.

Je ziet maar niet zijn voeten, je ziet hemzelf.

Aan tafel bij Jezus zelf – bij God zelf. Heb je door hoe bijzonder dat is?

Hij knikt je toe, lachend.

Hij ziet je.

Misschien reikt Hij je dan wel een beker aan – proost! Op jou! Fijn dat jij er ook bent.

Fijn dat jullie er allemaal zijn! En natuurlijk drinken we dan op Hem: een beker van dankbaarheid.

Heb je dat ontdekt, voor jezelf?

Wij kunnen eigenlijk toch niet geloven dat God ons echt ziet? Zich echt om ons druk maakt? En toch is dat zo – God laat het ook merken.

In de vakantie was ik op een conferentie. En daar had ik voor me laten bidden – onder andere om meer liefde voor de kinderen, voor Boaz en Christi. Direct daarna loop ik naar buiten. En wie komen er enthousiast naar me toegerend? Boaz en Christi. ‘Papa!’ Juist op dat moment waren zij daar. Dat raakte me zo – een knipoog van God.

En ik hoorde pas van iemand anders net zoiets. Hij was op trektocht, maar hij kon ’s avonds niet direct een slaapplek vinden. Hier was geen plek, daar was geen plek. Uiteindelijk toch iets gevonden. Niet leuk, dus hij zat een beetje eenzaam en alleen. En wie ontmoette hij de avond en de morgen daarna? Wildvreemde mensen. Maar christenen, net als hij. Met wie hij hele bemoedigende en stimulerende gesprekken mocht hebben. Dat raakte hem net zo – opnieuw een knipoog van God.

Zo ziet God ons.

Hij weet wie jij bent.

En zo ontvangt hij je graag aan tafel.

Welkom – fijn dat je er bent!