Exodus 17:8-16 – Geloven doe je samen!

Mark Veurink
Mark Veurink
5 oktober 2014

Exodus 17:8-16 – Geloven doe je samen!

image_pdfimage_print

5e Preek in het gemeenteproject ‘feest van genade’ bij het weekthema ‘verbondenheid’. De duivel wil je geloof graag aanvallen. Maar samen sta je sterk en kun je elkaar helpen te geloven.

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.
Deze preek is gehouden in een gezinsdienst: een dienst die is aangepast aan het niveau van kinderen.

Liturgie
Welkom
Zingen: Kinderopwekking 17, Psalm 133 en GKB Gezang 167
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: ‘Ik ben’ (Sela)
Gebed
Zingen: ELB 263
Lezen: Exodus 17 : 8 – 16
Sketch
Preek (met bingo)
Zingen: ELB 214, refrein ‘Lof, aanbidding’ (Sela) en ELB 344
Zingen: Apostolisch vermaan rond kerkzijn
Gebed
Zingen: ELB 455
Collecte
Zingen: Kinderopwekking 185
Zegen

Geloven doe je samen!

Inleiding
dia 1 – zwart
Ik heb even 2 lenige kinderen nodig.
Wie durft?
(2 of meer kinderen op podium)
Goed, dan wil ik graag dat jullie op het podium gaan zitten.
En dan komt nu de opdracht:
sta weer op, maar: je mag met je handen en knieën de grond niet raken!

Ik dacht dat jullie lenig waren…
Nee, beetje flauw, het is een onmogelijke opdracht.
Maar ik heb nog een opdracht.
Ga maar weer zitten, maar nu met jullie ruggen tegen elkaar.
En dan moeten jullie je armen in elkaar haken.
Probeer het nu nog eens:
sta op, zonder dat je handen en knieën de grond raken.

Dat gaat al een heel stuk beter!
Dank jullie wel, jullie mogen weer op je plek gaan zitten.
Gek is dat, in je eentje is het gewoon onmogelijk,
en met z’n tweeën is het heel makkelijk.
Je hebt elkaar nodig.
Nou, dat is het onderwerp van vandaag:
je hebt elkaar nodig om te geloven.

dia 2 – geloven doe je samen
Probeer het thuis ook maar eens,
opstaan zonder je handen en knieën te gebruiken.
En bedenk er dan bij: met geloven is het ook zo:
geloven doe je samen.

1. Een gevaarlijke reis
dia 3 – Amalekieten
‘Alarm! We worden aangevallen!’
Overal om ons heen klinken harde toeters.
Mensen komen uit hun tent, en kijken bang om zich heen.
Wat is er aan de hand?!
Iemand heeft een verrekijker en hij tuurt om zich heen.
‘Kijk, daar in de verte’, wijst hij, ‘daar zijn soldaten.’
‘Wie zijn het, wie zijn het?’ schreeuwt iemand.
‘Ze hebben een vlag bij zich.
O nee, het zijn de Amalekieten!’
Iedereen schrikt, de Amalekieten, daar hebben ze wel over gehoord.
Een wreed volk is het, en nu hebben ze het op Israël voorzien.

dia 4 – tentenkamp
We zijn in het tentenkamp van de Israëlieten in de woestijn.
Een jaar geleden woonden ze nog in Egypte.
Ze werden als slaven gebruikt en uitgescholden.
Maar ze zijn ontsnapt uit Egypte.
Weg van die ellendige Egyptenaren!
God heeft hen door Mozes bevrijd.
God heeft beloofd dat ze in een eigen land mogen wonen,
aan de andere kant van de woestijn.
En nu zijn de Israëlieten onderweg, door de woestijn.
Het is veel te ver om in één keer te lopen.
Soms lopen ze een dag,
en dan bouwen ze een tentenkamp op en rusten een paar dagen uit.

dia 5 – problemen
Het leven in de woestijn is niet altijd makkelijk.
De Israëlieten hebben al van alles meegemaakt.
Een paar weken geleden was er bijna geen eten en drinken meer.
Je kon zelfs geen droge boterham meer krijgen!
De reis naar het beloofde land is zwaar.

En nu de Amalekieten.
Wat moeten ze?
Hoe kunnen ze ooit van de Amalekieten winnen?
Hun soldaten zijn zo sterk en zo gemeen.
Zullen de Israëlieten dan allemaal sterven in de woestijn?
Wat is de weg naar het beloofde land gevaarlijk!

dia 6 – gebroken hart
En weet je, wij zijn ook op reis naar een beloofd land.
Nee, we wonen niet in een tentenkamp.
Maar God heeft wel gezegd dat we bij hem horen
en dat we bij hem mogen wonen.
Maar de weg er naartoe is gevaarlijk, net als de woestijn.
Onze vijand is niet Amalek, maar de duivel.
Hij wil niet dat je van Jezus houdt.

Onze reis is ook gevaarlijk.
Soms gebeuren er hele moeilijke dingen.
Bijvoorbeeld als je opa of oma dood gaat.
Dan ben je heel verdrietig.
En de duivel hoopt dat je God de schuld geeft.
Hij wil ook graag dat je verkeerde dingen doet.
Bijvoorbeeld als iemand uit jouw klas gepest wordt,
dat jij dan mee gaat doen met pesten.
Terwijl God dat niet wil.

2. Geloven doe je samen
dia 7 – verzamelen
We gaan terug naar het tentenkamp.
Iedereen is in rep en roer.
De schrik zit er goed in.
Naast ons is een jongetje bij zijn moeder op schoot gekropen:
‘mama, ik ben bang, ik wil niet dood.’
Z’n moeder probeert hem te troosten,
maar ze is zelf ook bang.

‘Iedereen verzamelen in het midden van het kamp!’
wordt er rondgeschreeuwd.
Nou ja, dat doen we dan maar.
Als we daar zijn, zien we Mozes staan.
‘Gelukkig’, zegt iemand, ‘Mozes weet vast wat we moeten doen.’
En inderdaad, Mozes spreekt de mensen toe:
‘er is geen tijd te verliezen.
Jozua zal met onze soldaten tegen de Amalekieten vechten.
De rest moet hier blijven, dicht bij elkaar.
En vergeet niet: God zal ons helpen!’

dia 8 – leger Jozua
We zien de soldaten achter Jozua aan lopen.
Zij gaan vechten voor het volk.
Gelukkig zijn er soldaten die ons beschermen.
Zonder die soldaten zouden we nooit in het beloofde land komen.

dia 9 – gevecht
Het blijft een tijd stil.
En dan opeens horen we in de verte toeters en trommels.
Het gevecht is begonnen.
Al snel worden de eerste gewonde soldaten naar ons toegebracht.
Vrouwen doen verband over de wonden
en kinderen brengen water naar de gewonden.

Maar waar is Mozes eigenlijk gebleven?
O, wacht, hij staat daar op de berg.
Maar wat doet hij daar toch?
Kom, laten we eens bij Mozes gaan kijken!

dia 10 – armen omhoog
We rennen de berg op en komen bij Mozes.
In zijn hand heeft hij zijn staf en zijn armen houdt hij in de lucht.
Hij kijkt omhoog, naar de hemel.
Het is alsof hij met zijn lichaam zegt:
‘God, u moet ons helpen, want het lukt ons niet alleen.’
Vanaf hier kun je heel goed zien hoe het gevecht gaat.
Jozua en de soldaten uit het kamp zijn duidelijk de sterksten.
Maar als Mozes zijn armen laat zakken,
worden de Amalekieten opeens sterker.
‘Mozes, houd je armen omhoog’, schreeuwen we.

dia 11 – hulp
Gelukkig zijn er nog twee mannen bij Mozes, Aäron en Chur.
Als het voor Mozes te zwaar wordt, helpen zij hem.
Ze duwen zijn armen omhoog,
zodat Mozes zijn armen naar God blijft uitstrekken.
Ze helpen Mozes, zodat hij op God gericht blijft.
En zo heeft iedereen een rol in de strijd tegen Amalek.
Vechten doe je samen!

dia 12 – kring
Vechten tegen de duivel doe je ook samen.
Jezus heeft ons aan elkaar gegeven,
om elkaar te helpen op weg naar het beloofde land.
Om te zorgen voor elkaars geloof.
Bijvoorbeeld als iemand het moeilijk heeft, omdat zijn opa is overleden.
Vraag dan gewoon hoe het gaat,
en of hij misschien iets over zijn opa wil vertellen.
En dan kun je luisteren en voor elkaar bidden.
Je kunt elkaar ook helpen om bijvoorbeeld niet te pesten.
Pesten begint vaak met een grapje, maar wordt steeds gemener.
Help elkaar om dat niet te doen!

Straks, als deze dienst bijna is afgelopen,
gaan we een zegenlied zingen voor elkaar.
Dan geven we elkaar de zegen van God.
Daarmee zorg je ook voor elkaars geloof.

En voor de grote mensen:
zorgen voor elkaars geloof, dat gaat veel dieper dan iemand vragen hoe het gaat.
Volgens mij zijn we daar helemaal niet zo goed in.
Dat je aan iemand vraagt: hoe gaat het met je geloof?
Of dat je zelfs elkaar je zonden belijdt.
Maar dat is wel een opdracht van Jezus!
De duivel wil maar al te graag dat je voor je eigen geloof zorgt,
en wat vindt hij het fijn als jij de enige bent die van je zonde af weet.
Dan maak je het hem wel erg makkelijk.
Geloven doe je samen,
en daarin mogen we, nee, moeten we veel verder gaan dan we gewend zijn.

3. Het is de moeite waard
dia 13 – gewonnen
Met de hulp van Aäron en Chur houdt Mozes zijn armen in de lucht.
En het werkt!
Jozua en zijn mannen dringen de Amalekieten steeds verder terug.
Aan het einde van de dag is duidelijk: Israël heeft gewonnen, hoera!
En als de laatste Amalekiet verdwenen is, laat Mozes zijn armen zakken.

Nu zijn we wel benieuwd, wat is er eigenlijk gebeurd?
Zullen we het aan Mozes zelf vragen?
We durven niet zo goed, maar Mozes heeft ons al gezien.
Hij wenkt ons naar zich toe.
‘Begrijpen jullie waarom we gewonnen hebben?’ vraagt hij.
‘Het heeft met uw armen te maken, denken we.’
Mozes moet lachen.
‘Ja, dat heb je goed gezien, maar het ging niet om mijn armen.
God heeft ervoor gezorgd dat we hebben gewonnen.
Mijn armen wezen naar God,
om te laten zien dat alleen God ons kon laten winnen.
En dat vond ik soms moeilijk, ik zag het ook even niet meer zitten,
maar deze mannen’, en Mozes wijst naar Aäron en Chur,
‘hebben me erbij geholpen.’

dia 14 – feest
‘Dus het ging erom dat we op God vertrouwden voor de overwinning?’ vragen we.
‘Precies,’ zegt Mozes, ‘God wil dat we op hem vertrouwen,
en gelukkig werd ik daarbij geholpen.
Kom, we gaan naar beneden,
dan gaan we een feest vieren.
En we bouwen een altaar, om God te bedanken.’

dia 15 – samen geloven
Wij zijn op reis naar het beloofde land.
Onderweg zijn allerlei gevaren.
Jezus zelf vecht voor ons, zoals Jozua voor Israël vocht.
Als je op hem vertrouwt, dan maakt dat alle verschil.
Dan is de reis misschien wel zwaar,
maar Jezus brengt je op je bestemming.

Als we elkaar helpen om op Jezus te vertrouwen,
dan komen we samen verder.
Als we voor elkaars geloof zorgen, is dat echt de moeite waard.
Komen we steeds dichter bij het beloofde land.
Dus probeer niet alleen te geloven, wees niet zo dom,
maar zorg goed voor elkaars geloof!
Wees tot zegen voor elkaar,
dan kunnen we de reis volhouden.
Amen.