Filippenzen 4,4-9 – Christen zijn op je werk (met Samen GROEI-en)

Hans Burger
Hans Burger
21 november 2010

Filippenzen 4,4-9 – Christen zijn op je werk (met Samen GROEI-en)

image_pdfimage_print

Kerkdienst begeleid door christelijk fanfarekorps Concordia Welsrijp

Liturgie

Voorzang Gez 132,1.2.3.6
Stil gebed
Votum
Zegengroet
Zingen: Gez 167,1.2.3
Wet
Zingen Ps 1
Muzikaal intermezzo Concordia: wees stil voor het aangezicht van God
Gebed
Schriftlezing Fil 3,17-4,9
Zingen: Opw 136,1.2
Preek over Filippenzen 4,4-9 – Christen zijn op je werk
Muzikaal intermezzo Concordia
Zingen: LB Gez 481
Gebed
Collecte
Zingen Ps 150
Zegen

Opmerkingen:

- Bij deze preek is een ‘Samen GROEI-en‘ (een samenvatting met verwerkingsvragen) beschikbaar; en ook een powerpointpresentatie (die op verzoek gemaild kan worden.

- Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

- Meer informatie over christen zijn op je werk vind je hier, zoals een overzicht met Bijbelteksten om een christelijke visie op je werk te ontwikkelen

Preek over Filippenzen 4,4-9 – Christen zijn op je werk

Lieve mensen, gasten, broers en zussen,

1. Wat maakt het uit of je christen bent? Ik weet niet van jullie allemaal of je vaak in de kerk komt, of weinig. Wat maakt het uit in de praktijk van alle dag, of je bij een kerk hoort en of je christen bent? Ik wil het vanmorgen met jullie hebben over christen zijn op je werk. Concrete aanleiding is een landelijke themazondag, die gehouden is op 7 november. Een zondag helemaal in het teken van ‘christen-zijn op je werk’.

Niet iedereen heeft werk buiten de deur. Je kunt hard op zoek zijn, werkeloos tot je eigen frustratie. Arbeidsongeschikt en niet meer kunnen werken. Of je zit nog op school. Je werkt thuis. Denk dan maar gewoon dat het vanmorgen gaat over christen zijn op maandag.

Het kan ook zijn dat je niet weet of je christen bent. Dan hoop ik dat je vanmorgen iets mag zien van de betekenis van christen-zijn. Het is een uitnodiging: zo kun je leven, als je christen bent.

Uiteindelijk gaat het om de vraag: hoe werkt je christen-zijn door in de gewone dingen? In hoe je omgaat met je collega’s, met de mensen die je tegenkomt op het schoolplein of in de buurt. Hoe doe je je werk? Dat kan een betaalde baan zijn, maar als ik op maandag thuis de vloer schoonmaak – ik ben thuis van de vloeren, voor als je dat niet weet – ben ik ook aan het werk. En wat hebben al die gewone dingen met God te maken?

We staan bij deze vragen stil vanuit Filippenzen 4. [dia 2] En daar zie je dat het niet gaat om iets vaags of wereldvreemds. Paulus noemt in vers 8 een aantal dingen op die iedere Griek in zijn tijd als waardevol zou zien. Edel, rechtvaardig, zuiver, lieflijk, eervol, deugdzaam, wat lof verdient. Misschien zou Paulus nu dingen zeggen als integer, verantwoordelijk, betrokken, authentiek, eerlijk, duurzaam, prettig in de omgang. Dingen die je zo in een personeelsadvertentie tegen kunt komen. Dingen die Geert Wilders zijn kamerleden vast ook toe zou wensen.

Ik wil dit stukje uit Filippenzen toepassen op vier vragen: [dia 3]

•        Wie ben je?

•        Hoe ga je met je collega’s om?

•        Hoe doe je je werk?

•        Welk werk kies je?

2. Wie ben je? Dat is de eerste en de belangrijkste vraag om bij stil te staan. We kunnen van alles zeggen over wat je doet. Maar wat gebeurt er als je niet lekker in je vel zit, chagrijnig bent? Dan kom je anders uit de hoek dan normaal. Je bent sneller op je teentjes getrapt. Als je een goeie dag hebt, dan ben je vrolijk en kun je wat hebben. Het maakt uit wie je bent.

Christen zijn op je werk begint hier: bij wie je bent.

Daarover staan mooie dingen in Filippenzen 4. Daar ontdek je iets wat voor christenen zo belangrijk is: wie je bent, wordt bepaald door je relatie met Jezus Christus.

Kijk maar [dia 4], vers 4: laat de Heer uw vreugde blijven.

Vers 5: de Heer is nabij.

Vers 6: wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank Hem in al uw gebeden.

Vers 7: de vrede van God zal je hart en je gedachten bewaren in Christus Jezus.

Vers 9: de God van de vrede zal met je zijn.

 

Allemaal dingen waarin je ziet: je relatie met God, met Jezus Christus, heeft invloed op wie jij bent. Als jij vrede in je hart hebt? Blij bent? Je geen zorgen maakt? Dan zit je lekker in je vel. Dan ben je rustig en stabiel. Je bent iemand uit een stuk en je kunt een stootje hebben.

Hoe is dat bij jou? Weet je waar Paulus het over heeft, als het gaat over ‘de vrede van God die alle verstand te boven gaat’? Die diepe vrede, ken jij die? Ben jij blij en onbezorgd?

Zou Paulus trouwens bedoelen dat hij altijd blij is en onbezorgd en altijd vrede in zijn hart heeft?

Ik denk het niet. Toen Paulus dit schreef zat hij in de gevangenis. Hij is gegeseld – met touwen en spijkers op zijn blote rug geslagen. Daar word je niet echt blij van. Paulus heeft niet makkelijk praten.

Hij zegt niet dat hij altijd sterk is of blij. Maar wel dat hij weet waar hij het zoeken moet. Wat hij zegt is: wees sterk in de Heer – vers 1. [dia 5] De Heer is bron van blijdschap. Vrede. Rust. Onbezorgdheid. En die Heer is altijd dichtbij!

Dat is het geheim: ga naar Jezus toe. Vertel God steeds alles wat je op je hart hebt. Vraag Hem om rust en vrede. Ga met Hem mee. Wees blij met Hem. Daar zou veel meer over te zeggen zijn. Maar nu gaat het hierom: christen zijn op je werk – het geheim daarvan is: je relatie met de Heer.

3. Dan de tweede vraag: hoe ga je met je collega’s om?

Wat heb je liever: een collega die alleen maar op zichzelf kickt of een die oog voor anderen heeft? Een collega met een kort lontje of een sfeermaker?

Wat voor iemand zou een christen als collega zijn?

Dit zegt Paulus: [dia 6]

•        Wees vriendelijk (vers 5)

•        Leef onbezorgd (vers 5)

•        Richt jezelf steeds op de God van de vrede en dus op vrede (vers 7, 9)

•        Edel zijn, zuiver, lieflijk, deugdzaam, lof verdienen (vers 8)

Als je dat in praktijk brengt, ben je een prettige collega.

Dan heb je die relatie met Jezus wel nodig. Ik weet nog goed dat ik zelf vakantiewerk deed, in een ziekenhuiskeuken. Ik schaamde me voor mijn christen-zijn. Gesprekken daarover ging ik uit de weg. Ik denk dat ze in die keuken weinig hoogte van me kregen. Hoogstens lachte ik niet echt van harte mee bij seksistische of racistische grappen.

Bange christenen worden teruggetrokken mensen. Die vooroordelen over christenen bevestigen. Daar kun je niet mee lachen, ze mogen niks, ze zijn heilige boontjes, achterlijk.

De een krijgt er meer met zulke vooroordelen te maken dan de ander. Wie loopt tegen die vooroordelen aan? Anderen ontmoeten juist waardering. Dat kan dus erg verschillen.

Soms zullen ze misschien grappen over je maken. Als je op personeelsfeestjes niet teveel drinkt. Als ze zien dat je om bepaalde grappen niet kunt lachen. Als je trouw bent aan je partner, in je huwelijk. Als je naar de kerk gaat op zondag.

Als de sfeer negatief is: blijf standvastig in de Heer, zegt Paulus. Wees sterk in Hem. Je hoeft je niet te schamen voor je Heer. Er is niks mis met wat Paulus je leert!

 

Laat zien dat jouw leven niet instort als het bedrijf failliet zou gaan. Toon meeleven met je collega’s. Je kunt voor ze bidden. Of zelfs met ze bidden. Zorg dat jij een positieve invloed hebt op de sfeer op de werkvloer, waar je dat kunt. Wees iemand op wie je aan kunt.

Sommige vooroordelen zullen verdwijnen. Want je bent iemand die ze respecteren, al zullen ze je soms misschien niet kunnen volgen.

Ga niet preken. Maar verstop niet dat je christen bent. Zodat ze wel de link begrijpen tussen hoe jij bent als collega en je christen-zijn. Als God je ruimte geeft, vertel dan over de bron van jouw vrede en vriendelijkheid en onbezorgdheid. De Heer is nabij!

4. Dan de derde vraag: hoe doe je je werk?

Wat zou daar nu over te zeggen zijn? Bestaat er christelijk metselwerk, of een christelijke factuur? Nee.

Maar er bestaat wel cement waar teveel zand in zit. Of een offerte die niet klopt; met een wat te laag uurtarief, zodat je de opdracht binnenhaalt. Later declareren we gewoon wat meer uren.

Zwart werk.

Luister dan eens goed naar Filippenzen 4,8. [dia 7] Daar gaat het over ‘alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is’, over ‘alles wat deugdzaam is en lof verdient’.

Als je dat nu eens toepast op je werk, wat krijg je dan?

Dat gaat over een zorgvuldige omgang met cliënten. Geen seksuele intimidatie of seksueel misbruik.

Dat gaat over eerlijk zijn, in je werk, in je belastingaangifte. Eerlijk zijn als je ergens je handtekening voor zet.

Zorg voor mensen en voor het milieu.

Het gaat over uitbuiting. Mensen uitbuiten is niet eerlijk., ook niet als ze buiten Nederland wonen en niet onder onze wetgeving vallen

Het gaat over software. Illegale software is niet eerlijk.

Over fouten toegeven, als werknemer, als baas, als bedrijf.

Dat is lang niet altijd makkelijk.

Zo maar worden er dingen onder tafel gemoffeld.

Wat doe je met regelgeving die volgens je collega’s doorgeslagen en onredelijk is?

Wat doe je met de doodswens van een patient en hoe ga je om met verzoeken om euthanasie?

Wat doe je als het slecht gaat met je bedrijf en je met een beetje oneerlijkheid een order binnen kunt halen?

Wat doe je als je ondergeschikten geestdodend werk moeten doen wat jou zelf ook afschuwelijk lijkt?

Ik ga niet op al die vragen even snel een antwoord geven. Je kunt voor ingewikkelde dilemma’s komen te staan. Praat daar met elkaar maar eens over door. Dit wil ik wel zeggen. Er is een Engels spreekwoord dat ik van mijn ouders leerde: [dia 8] Dare to be a Daniel, dare to stand alone. Durf een Daniël te zijn, durf alleen te staan. Lees in de Bijbel de verhalen over Daniël maar eens na. Hij bleef zichzelf, hij bleef trouw aan zijn God, en hij werd in de leeuwenkuil gegooid. Maar God redde hem en hij overleefde de hongerige leeuwen.

En zie je: dan kom je weer bij die eerste vraag: wie ben je? Wees sterk in de Heer,

dan kun je zijn als Daniël. Eerlijk. Edel. Rechtvaardig. Zuiver. Iemand die lof verdient.

5. En dan de laatste vraag: welk werk kies je?

Niet iedereen heeft een keus. De een kan niet werken – helaas. Of je kunt geen werk vinden. Je bent te oud om nog iets anders te vinden.

Anderen kunnen wel kiezen. Als je de keus hebt, is het belangrijk om die vraag te stellen: [dia 9] welk werk past bij jou als jij Jezus wilt volgen?

Denk bij je keus aan de God van de vrede. Hoe kun jij de vrede in Gods schepping dienen? Lees weer Filippenzen 4,8: [klik] schenk aandacht aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is, kortom, aan alles wat deugdzaam is en lof verdient.

Kun je dan gewoon werk doen – als boer, bakker, winkelier, automonteur, buschauffeur? Of moet je iets geestelijkers kiezen?

Nee. God heeft mensen geschapen om de aarde te bewerken zodat er brood op de plank komt. Al dat werk past bij de God van de vrede. God heeft ons geschapen. Werken in zijn schepping is goed.

Tegelijk: de zonde werkt ook door in fabrieken, in beroepsgroepen, in de economie. Onze wereld zit oneerlijk in elkaar. Maar God werkt aan een nieuwe schepping, een eerlijke wereld met vrede op aarde. Wij mogen daaraan meewerken. De Heilige Geest is er al en geeft zijn gaven.

Heb het er met elkaar over als je nadenkt over de keus voor een baan: kan ik hier Jezus volgen? Hoe kan ik in dit werk bijdragen aan Gods nieuwe wereld?

Dan kun je kiezen voor werk waarin je veel van je christelijke motivatie kwijt kunt. Je kunt dominee worden, kerkelijk werker. Prachtig om te doen! Je kunt in de zorg gaan werken, als arts, verpleger, verzorgende. Of in het onderwijs.

Maar er zijn veel meer beroepen. Vraag je af: is dit werk goed voor mij wanneer ik Jezus wil volgen? Jezus volgen en werken in de prostitutie, dat gaat niet samen. Maar Jezus volgen en werken als fotomodel? En wat voor producten wil je verkopen – begrijp me goed, met een baan als verkoper is niks mis, maar wat wil je verkopen – wil je verkoper zijn van iets dat eigenlijk overbodig is? Zou je in een branche willen werken die alleen maar gericht is op meer meer meer – om zoveel mogelijk geld verdienen? Wie wordt daar beter van?

In wat voor werkomgeving kom je terecht? Vraag je af: kan ik hier trouw zijn aan de Heer? Wat past bij Filippenzen 4 vers 8?

6. Wat maakt het uit of je christen bent – morgen, op je werk? Wat maakt het je als mens anders?

Het verschil is niet dat christenen betere mensen zijn. Of dat christenen gebukt gaan onder een zwaar juk. Het verschil is dat een christen weet: de Heer is nabij, de God van de vrede. [dia 10]

We leven in een oneerlijke wereld waar rijken rijken worden en armen armer.

Met fabrieken waar mensen soms worden uitgebuit of geestdodend saai werk moeten doen.

We zitten lang niet altijd in een positief-christelijke werkomgeving.

Werken is ploeteren en zwoegen soms.

Maar de Heer is nabij.

Dat betekent twee dingen.

Hij is er hier en nu als een bron van rust, vrede, blijdschap, onbezorgdheid. [klik]

Wat gebeurt er als die Heer je leven stempelt?

Dan word je vrij van de god van de cijfers en de steeds hogere targets. Vrij van de angst voor economische krimp. Vrij in je werk.

Dan kun je leven, blij en onbekommerd. Dan sta je sterk en word je iemand uit één stuk.

Jij roddelt niet. Jij levert goed werk. Jij bent niet zomaar de weg kwijt. Je kunt iemand zijn waar Gods licht doorheen straalt. Niet dat je het nooit kwijt raakt, dat je hierin geen groei nodig zou hebben, maar wel dat je weet bij wie je het moet zoeken. Dat je sterk bent in de Heer, zodat voor jou geldt wat Jezus zegt (Matt 5,16):

Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.

De Heer is nabij, dat betekent ook nog iets anders.

Zo meteen komt de Heer terug, misschien morgen wel.

Dan gaat de hemel open. En dan zal iedereen Hem zien: Jezus Christus, de hoogste heer, de koning van de koningen.

Dan komt er vrijheid en vrede. Een compleet eerlijke wereld. Dan zal het leven één groot feest zijn. Voor iedereen die in Jezus gelooft. [klik]

Dan telt niet meer in wat voor huis je woonde. Wat voor werk je deed. In wat voor auto je reed. Dan telt wel wat Paulus zegt:

Ten slotte, broeders en zusters, schenk aandacht aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is, kortom, aan alles wat deugdzaam is en lof verdient. Doe alles wat ik u heb geleerd en overgedragen, wat ik u heb verteld en laten zien. Doe het, en de God van de vrede zal met u zijn.

De Heer is nabij – geloof in Hem!

Die vrede van God, en die God van de vrede, die wil je toch niet missen?