Daniël 3:1-30 – God is je liefde waard!

Mark Veurink
Mark Veurink
27 september 2015

Daniël 3:1-30 – God is je liefde waard!

image_pdfimage_print

Machtige mensen spelen vaak in op angst, om je zo te dwingen hen te volgen. Nebukadnessar doet dat ook: wie niet buigt wordt verbrand in de oven. God is heel anders: hij dwingt je niet, hij geeft juist zichzelf!
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: ‘Diep, diep, diep als de zee’ (Kids Opwekking 68)
‘Kom, laat ons zingen vandaag’ (Kids Opwekking 142)
‘Is je deur nog op slot’ (Kids Opwekking 4)
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Gezang 165
Gebed
Lezen: Daniël 3 : 1 – 30 (BGT)
Zingen: ‘Ik ben niet bang’ (Elly en Rikkert)
Preek
Zingen: Psalm 97 : 1, 3 en 5
Quiz
Zingen: ‘Zou voor de Heer iets te wonderlijk zijn’ (Kids Opwekking 7)
Gods regels (1 Johannes 4 : 7 – 12 en 17 – 18, BGT)
Zingen: ‘k Stel mijn vertrouwen’ (GKB Gezang 168 – in canon)
Gebed
Collecte
Zingen: Psalm 150 (versie ‘Levensliederen’)
Zegen

God is je liefde waard!

Inleiding
dia 1 – sjaal
Ik zal maar niet vragen wat dit is,
want dat zie je direct: een sjaal van FC Groningen.
Maar zou je zo’n sjaal dragen? (aantal kinderen vragen)
Ik wil even vingers zien: wie zou zo’n sjaal wel dragen?
Volgens mij kan FC Groningen nog wel wat extra fans gebruiken…

Stel je nou eens voor, ik weet dat het een beetje absurd is,
maar stel je eens voor dat vanaf morgen
iedereen verplicht voor FC Groningen moet zijn.
Daarom komen er een paar regels.
dia 2 – scherm
Regel 1 is dat je elke voetbalwedstrijd van de club kijkt.
In elke stad worden grote schermen opgehangen,
en als er een wedstrijd wordt gespeeld, wordt iedereen daar verwacht.
De winkels moeten dicht, de treinen rijden niet, want voetbal gaat voor.
dia 3 – fans
Regel 2 is dat je goed meeschreeuwt tijdens de wedstrijden.
Elke keer dat FC Groningen scoort, moet je hard juichen.
Met microfoons wordt gemeten of je wel hard genoeg meedoet.
En bij elk tegendoelpunt moet je minsten een minuut ‘boeh’ roepen.
dia 4 – romper
Regel 3 is dat je altijd herkenbaar bent als fan.
Je moet altijd iets groen-wits aanhebben.
Als je dat teveel gedoe vindt:
een tatoeage is ook toegestaan, maar dan wel op een zichtbare plek.
dia 5 – euroborg
Regel 4 is dat je elk jaar een bedevaart moet maken naar de Euroborg.
Natuurlijk is het nog mooier als je in Groningen gaat wonen,
maar één keer per jaar naar het stadion is toch wel het minimum.
Kun je direct de middenstip kussen.
dia 6 – spelers
En de laatste, regel 5, is dat je de spelers vereert.
Uiteraard moet je hun namen kunnen opdreunen, binnen 20 seconden.
Op een goed zichtbare plaats in je woonkamer moet de meest recente clubfoto hangen.
En als je een speler tegenkomt, moet je direct het clublied zingen.

dia 7 – politie
Dan zijn we nog niet helemaal klaar,
want er moet natuurlijk wel controle zijn of jij een goede fan bent.
Daarom wordt de clubpolitie opgericht,
die in de gaten moet houden of je je wel aan de regels houdt.
Als je dat niet doet, is het een enkele reis naar de gevangenis.
Dat zal je leren!

dia 8 – God is je liefde waard
Genoeg gefantaseerd…
Zo gaat het natuurlijk niet!
En zelfs als het zo zou gaan, wordt je niet echt fan, maar doe je alsof.
Maar in het bijbelverhaal vanmorgen gaat het wel zo!
De drie vrienden van Daniël moeten verplicht fan worden van de koning,
en als ze niet meedoen, worden ze verbrand.
Gelukkig is God heel anders dan de koning:
hij dwingt je liefde niet af, hij is je liefde waard!

1. Buigen verplicht…
dia 9 – beeld
Vandaag is het zo ver!
Maandenlang is er hard gewerkt, en vandaag is de feestelijke opening.
Nee, ik heb het niet over de nieuwe stationsbrug, ik heb het over een groot beeld,
30 meter hoog, zo hoog als een flatgebouw van 10 verdiepingen.
Allerlei bedrijven uit Babel hebben er aan meegebouwd, en nu is het klaar.
Hoe het beeld eruit ziet, is geen verrassing meer,
maar vandaag wordt het beeld officieel in gebruik genomen.

Alle belangrijke mensen zijn daarvoor uitgenodigd.
Ministers, onderministers, professoren, generaals van het leger, enzovoort.
Tussen al die hotemetoten staan drie vrienden:
Chananja, Misaël en Azarja, goede vrienden van Daniël.
Maar vandaag gebruiken ze hun Babelse namen:
Sadrach, Mesach en Abednego.

dia 10 – toespraak
Als iedereen een plekje heeft gevonden, gaat een man op het podium staan.
‘Geachte aanwezigen’, schreeuwt hij, want een microfoon heeft hij niet…
‘Welkom bij de opening van dit geweldige beeld.
We hebben een fantastische koning, Nebukadnessar…’
Hij kan z’n zin niet eens afmaken omdat iedereen begint te klappen.
Als het weer stil wordt, gaat hij verder:
‘het is voor mij een hele eer dat ik dit beeld mag openen.’
Hij pakt een schaar uit de binnenzak van zijn jas,
en knipt het lint door dat om het beeld hangt.

‘Het beeld is geopend!’ gaat hij verder.
‘Laten we knielen voor dit beeld, om zo onze koning de eer te bewijzen.’
De drie vrienden kijken elkaar verward aan.
Dat hele beeld hoefde van hen al niet zo nodig,
eigenlijk zouden ze hier helemaal niet willen zijn,
maar ja, ze konden het ook niet maken om weg te blijven.
Maar verstonden ze het nou echt goed?
Moeten ze buigen voor deze flauwekul?
De man op het podium praat verder:
‘zometeen horen jullie muziek.
Zodra jullie dat horen, buigen jullie allemaal!
O, en ik zou het ook maar wel doen,
want de oven staat al klaar voor weigeraars…
Natuurlijk buigen jullie.’

dia 11 – vrienden
‘Dus dat was het’, fluistert Chananja, ‘dat heeft ‘ie slim gedaan.’
‘Over wie heb je het?’ vraagt Azarja.
‘Over de koning natuurlijk!’, antwoordt Chananja, ‘snap je het dan niet?’
Azarja en Misaël schudden hun hoofd.
‘Kijk dan goed,’ zegt Chananja.
‘De koning vind zichzelf heel wat.
Hij doet alsof we niet zonder hem kunnen, alsof hij God is.
Als je zo buigt, geef je dat nog toe ook!
Dat geweldige beeld en dat enorme orkest,
ze staan er alleen maar zodat wij zo onder de indruk zijn dat we buigen.
Maar de koning geeft ons helemaal geen keuze, hij dwingt ons:
die oven staat er niet voor de sier!’

dia 12 – asielzoekers
Buigen, de koning aanbidden, het is verplicht.
Nebukadnessar laat niets aan het toeval over:
een indrukwekkend beeld en een oven om bang van te worden,
zo dwingt hij iedereen op de knieën.
In Nederland gebeurt dat gelukkig niet:
je mag zelf weten in wie je gelooft en voor wie je buigt.
Maar het wordt wel heel verleidelijk gemaakt om voor andere dingen dan God te buigen.
Dat zie je bijvoorbeeld bij vluchtelingen.
Geert Wilders wil je bang maken dat vluchtelingen gevaarlijk zijn en ons geld inpikken.
Door de druk van zulke bangmakerij kun je zomaar buigen!

2. Niets kan tegen God op
dia 13 – staan
Terug naar de drie vrienden.
Natuurlijk gaat zometeen iedereen buigen voor de koning.
Niemand wil in die oven!
Maar wat doen de drie vrienden?

Op het podium staat nog altijd dezelfde man.
Hij is uitgepraat en kijkt naar de muzikanten.
Het wordt muisstil.
Dan begint de muziek te spelen, en iedereen buigt.
Niet een klein beetje, nee, iedereen maakt een hele diepe buiging,
want de koning zou eens denken dat je niet echt buigt!
Maar Chananja, Misaël en Azarja, ze doen niet eens alsof.
Ze blijven recht overeind staan!
Wat een lef!

dia 14 – gesprek met koning
Al gauw weet de koning er ook van.
Deze mannen zijn niet alleen spelbrekers, ze nemen de koning niet serieus!
Deze mannen drijven de spot met de koning!
Daarom roept de koning hen op het matje.
‘Waarom knielen jullie niet?’ buldert hij.
‘Hebben jullie niet gehoord wat er werd gezegd?
Zitten jullie oren verstopt ofzo?
Eigenlijk zou ik jullie direct moeten verbranden!
Maar weet je wat, ik geef jullie nog een kans.
Zometeen is er weer muziek, en dan knielen jullie wel, begrepen?!’

Nu neemt Misaël het woord.
‘Koning, we hebben u echt wel begrepen,
maar wij kunnen niet voor het beeld buigen.
U bent geen god, dat weet u best, dus moet u niet doen alsof het wel zo is.
U kunt de muziek nog zo vaak laten spelen, maar wij buigen niet!
U maakt ons bang met die oven, maar daar doen wij niet aan mee.
Wij buigen alleen voor God, want hij is onze liefde waard.’
De koning was al woest, en nu loopt hij paars aan:
‘stook de oven nog heter, van deze mannen mag niets overblijven.’
De drie vrienden worden afgevoerd naar de oven.

dia 15 – kruis
Niets of niemand kan tegen God op, dat hebben de vrienden goed begrepen.
Nebukadnessar zou het willen, maar hij komt niet in de buurt.
Vergeleken met God is het beeld helemaal niet zo indrukwekkend.
Natuurlijk zijn ze bang voor die oven.
Maar ze weten ook dat God hen kan redden,
dat zelfs als ze het niet overleven, de dood niet het einde is.
Ze laten zich niet door hun angst leiden, dat is moedig!
Buig niet als je bang wordt gemaakt voor bijvoorbeeld vluchtelingen.
Want alleen God is het waard om voor te buigen!

Want God is heel anders.
Het beeld van Nebukadnessar is duur en schreeuwerig,
het is het beeld van een koning die roept ‘kijk mij nou’,
een koning die wil dat je alles voor hem geeft.
Het beeld van God is een simpel kruis,
het betekent dat Jezus zijn leven voor je heeft gegeven.
Hij roept niet ‘kijk mij nou’, maar hij ziet jou!
Hij geeft alles voor je, omdat hij van je houdt.
Daarom is hij je liefde waard!

3. God dwingt niet, hij redt!
dia 16 – oven
Soldaten duwen Chananja, Misaël en Azarja voor zich uit.
Ze komen steeds dichter bij de oven.
Ze voelen de hitte, eerst in hun gezicht,
maar al snel straalt het ook door hun kleren heen.
Ze staan nog helemaal achter hun keuze om niet te buigen,
maar wat is het vuur heet!
Ze kijken elkaar nog even aan.
‘Was dit het dan?’
Daar gaan ze, de oven in.

dia 17 – vier mannen
En dan…
Gebeurt er helemaal niets!
Ze voelen de vlammen niet,
ze kunnen rondlopen in de oven,
zelfs hun haren smelten niet!
Dat was niet helemaal de bedoeling van de koning…
Hij kijkt verbijsterd toe.
Dan krijgt hij de schrik van zijn leven.
Ziet hij het goed?
Lopen er echt vier mannen in het vuur?
Het zal wel aan zijn ogen liggen, maar het ziet er wel heel echt uit.
Zouden de anderen het ook zien?
Hij durft het bijna niet te vragen, maar doet het toch.
‘Zien jullie ook een vierde man?’
‘Ja’, fluisteren de mensen om hem heen.
De koning valt bijna flauw.
Opeens is het voor hem duidelijk.
Dit is geen gewone man, dit is een engel.
De God van Chananja, Misaël en Azarja heeft een engel gestuurd om hen te redden.
Zij hadden gelijk: hun God is veel beter dan Nebukadnessar.

Nee, het is niet zo dat altijd als je in een moeilijke situatie zit,
er een engel komt om je te redden.
Er zijn christenen verbrand om hun geloof,
en ook vandaag kunnen christenen in sommige landen de doodstraf krijgen.
Maar Jezus lijkt wel op die engel: hij gaat voor jou door het vuur.
Jezus haalt je niet uit alle moeilijke situaties,
maar hij wil je wel uit de dood halen, omdat hij van je houdt!

dia 18 – uit de oven
Helaas snapt koning Nebukadnessar niets van zulke liefde.
Hij is diep onder indruk, van de engel en ook van God.
Daarom vindt hij het nodig om God te beschermen:
iedereen die iets lelijks over God zegt,
zal in stukken worden gehakt en zijn huis zal worden afgebroken.
Alsof God Nebukadnessars hulp nodig heeft…
Nebukadnessar blijft geloven dat mensen gedwongen moeten worden.
Nu dwingt hij ze niet meer om te knielen voor zijn beeld,
maar wel om respect voor God te hebben.

dia 19 – liefde
Maar God wil mensen niet dwingen,
hij wil dat mensen in alle vrijheid van God houden!
God weet dat je liefde niet kunt dwingen.
Liefde kun je wel geven, en dat doet God: hij geeft zichzelf voor je.
Daarom is God je liefde waard.
En de hel dan?
Is die bedoeld om je bang te maken,
om je te dwingen om in God te geloven?
Nee: de hel is verder leven zonder God.
God doet er alles aan om je bij die hel weg te houden,
daarom moet Jezus sterven.
Dus geloof niet in God omdat het moet,
of omdat je bang bent voor God,
maar omdat God van je houdt.
Kijk maar naar dat kruis!
Amen.