Daniël 1:8 – Overal en nergens thuis

Mark Veurink
Mark Veurink
6 september 2015

Daniël 1:8 – Overal en nergens thuis

image_pdfimage_print

Je zult maar op de vlucht zijn, en als vreemdeling in een ander land terecht komen. Daniël was ook zo’n vreemdeling in Babel. Van hem leren we dat christenen ook vreemdelingen zijn: midden in de wereld maar niet van hier. En daarom met een ruim hart voor vreemdelingen.
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Psalm 122 : 1
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: LvK Lied 285 : 1 en 2
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Daniël 1 : 1 – 21
Zingen: Psalmen voor Nu 16
Preek over Daniël 1 : 8
Zingen: Psalm 125 : 1, 2 en 3
Kinderen terug
Lezen wet
Zingen: ‘Ik ben’ (Sela) : 1, 2, 3 en 6 (refrein na 2 en 6)
Avondmaal: formulier (5) en viering
Zingen: GKB Gezang 161 : 2 en 3
Gebed
Collecte
Zingen: LvK Lied 296 : 1, 2 en 3
Zegen

Overal en nergens thuis

Inleiding
dia 1 – fish and chips
Als je in Engeland bent,
dan moet je een keer Fish and Chips eten.
Wat voor ons patat met frikadel speciaal is,
dat is Fish and Chips voor de Engelsen:
gefrituurde aardappelpartjes en vis.
Het hoofdgerecht van elke snackbar.

Dus toen Hanneke en ik vier jaar geleden
voor het eerst samen in Engeland waren,
hadden we een duidelijke missie: Fish and Chips eten.
We waren in Londen,
en na een hele dag de stad te hebben verkend,
waren we moe en hadden zin om te eten.
Dus we gingen op zoek naar een snackbar.
Maar ja, het was wel Londen, dus alles is duur.
We schrokken van de prijzen die we tegenkwamen:
je betaalt toch ook geen 15 euro voor patat met frikadel?!
Als zuinige Nederlanders dachten we dat het goedkoper moest kunnen…
In de toeristische straten hanteren ze toeristische prijzen,
maar in de achterafstraatjes heb je vast voor minder je maaltijd.

dia 2 – Rolls
Op zich geen vreemde gedachte,
maar dan moet je wel de goede achterafstraatjes ingaan…
Wij belandden in een buurt die duidelijk boven onze stand was.
Overal stonden Bentleys, Rolls Royces en Aston Martins geparkeerd.
Geen snackbar te vinden, alleen maar restaurants ver boven ons budget.
Bij sommige van die restaurants waren chique feestjes bezig,
voor rijke mensen die zich op hun allerbest presenteren.
Hoge hakken, dure maatpakken en iedereen een glas champagne.
En daar liepen wij dus, op onze gympen,
in korte broek en bezwete T-shirts.
We voelden ons vreemd en bekeken…
Hier horen wij niet thuis!

Die goedkope snackbar hebben we trouwens nooit gevonden.
Uiteindelijk zijn we bij de Kentucky Fried Chicken terecht gekomen.
Afgelopen zomer, toen we weer in Engeland waren,
zijn we voor de herkansing gegaan.
Eindelijk hebben we Fish and Chips gegeten.
Missie volbracht!

dia 3 – overal en nergens thuis
Maar goed, het opgelaten gevoel dat je ergens niet hoort, dat je vreemd bent,
daar gaat het nu om.
Waar hoor je, waar ben je thuis?
De boodschap van vanmorgen is dat je als christen overal en nergens thuis bent.
Christenen zijn ingeburgerde vreemdelingen.

1. In een vreemde wereld
dia 4 – in een vreemde wereld
We treffen Daniël en zijn vrienden aan in het paleis van koning Nebukadnessar.
Ze zullen zich ook wel opgelaten hebben gevoeld: hier horen ze niet.
Babylonië is voor hen een vreemde wereld.

dia 5 – inburgeren in Babylon
14 Jaar zijn ze nog maar, Daniël, Chananja, Misaël en Azarja.
Jongens die zijn opgegroeid in de betere kringen van Israël.
Maar hun hele wereld is ingestort.
In Jeruzalem waren ze thuis, daar kenden ze iedereen, daar hoorden ze!
Nu zijn ze ontvoerd door de Babyloniërs.
En daar staan ze dan, in het paleis van Nebukadnessar,
samen met andere jongeren uit Israël.
Het is stil, niemand voelt zich op zijn gemak.
Wat moeten ze hier toch?

Er klinken voetstappen.
Een man, zo te zien een belangrijke Babyloniër, komt naar de jongeren toe.
Hij blijft staan en neemt de groep in zich op.
Niemand durft iets te zeggen.
Dan neemt de man het woord.
Gelukkig spreekt hij Aramees, daar kunnen ze nog wel wat van maken.

‘Welkom in het paleis,’ zegt hij.
‘Hebben jullie al goed om je heen gekeken?
Jullie bevinden je in het centrum van de wereld.
Hier gebeurt het!
Maar laat ik mij even voorstellen: ik ben Aspenaz en ik mag jullie begeleiden.
Jullie zijn geselecteerd om het speciale programma van de koning te volgen.
Hij heeft hoge verwachtingen van jullie.
Als je goed je best doet, zul je hier een geweldige toekomst hebben.
Ik zal jullie helpen om echte Babyloniërs te worden.
Ik zal jullie groot maken.’

Zo voelen Daniël en zijn vrienden het echt niet, dat dit hun thuis is.
Maar ze hebben geen keuze.
Ze doen mee in het programma van de koning.
Ze krijgen een uitgebreide inburgeringscursus aan het hof.
Elke dag krijgen ze les in de Babylonische taal en cultuur.
Ze worden ingewijd in de wereld van de Babylonische goden.
Ze worden gedrild in de modernste wetenschappen.

dia 6 – geen plaats voor God
Aspenaz blijkt niet van half werk te houden.
Deze jongeren moeten hun verleden vergeten,
moeten Israël vergeten, moeten hun God vergeten.
Vanaf nu gaat alles op de Babylonische manier.
‘Wat was jouw naam ook alweer?’, vraagt hij op een dag aan Daniël.
Daniël houdt van zijn naam, ‘God is mijn rechter’, betekent het.
Hij antwoordt Aspenaz: ‘ik heet Daniël, meneer.’
Aspenaz denkt even na.
‘Daniël… Met die naam zul je nooit ver komen.
Weet je wat, vanaf nu heet je Beltesassar.’
God moet plaatsmaken voor de Babylonische god Bel.

Je zult maar alles achter moeten laten,
om in een onbekend land met een onbekende taal
een nieuwe toekomst tegemoet te gaan.
Je zult maar, net als Daniël, een vreemdeling zijn,
die alles weer opnieuw moet leren.

dia 7 – christenen zijn vreemdelingen
Dan denken we al snel aan vluchtelingen, en terecht,
die ook deze week weer volop in het nieuws waren.
Maar ook christenen zijn vreemdelingen,
leven in een wereld die niet hun thuis is.
Ook al woon ik mijn hele leven al in Nederland, ik ben niet van hier.
Nederland en Babel, zo veel verschil is er niet.
Ja, de goden zijn anders, de taal is anders.
Maar: net als in Babel draait alles om onze prestaties.
Niet voor niets wordt in Daniël 1 ook de oude naam van Babel genoemd, Sinear.
Een paar weken geleden kwamen we die naam ook al tegen,
toen het ging over de torenbouw van Babel.
Mensen proberen zonder God te leven en maken zichzelf groot:
dat gaat toch gewoon over Nederland?

Voor christenen is dat een vreemde wereld.
Ja, de meesten van ons zijn Nederlanders,
die zich prima thuis voelen en weten hoe het hier gaat.
Maar die vluchtelingen in het nieuws herinneren ons eraan:
wij zijn vreemdelingen.

2. Overal en nergens thuis
dia 8 – overal en nergens thuis
Sommige vreemdelingen zullen altijd vreemdeling blijven,
ze integreren niet maar leven in een eigen wereldje.
Andere vreemdelingen doen alles om in te burgeren,
en zijn al snel nauwelijks meer als vreemdeling te herkennen.
Daniël doet geen van beide
omdat hij weet dat hij met God overal en nergens thuis is.

dia 9 – thuis: als God er maar is
Waar ben je thuis?
Volgens mij is dat niet zo’n moeilijke vraag.
Dat is waar je spullen zijn, waar je vrienden zijn,
waar je de mensen verstaat en waar je je op je gemak voelt.
En als je er zo naar kijkt, dan is Daniël in Babylon ver van huis.
Maar Daniël kijkt anders.
Spullen, vrienden, taal, het is allemaal belangrijk om je thuis te voelen,
maar het belangrijkste is God.
Want alleen bij God ben je echt veilig.
Als God er maar is, dan kan iets je thuis worden.

Dat geldt ook voor Babylon.
Natuurlijk heeft Daniël heimwee naar Jeruzalem.
Natuurlijk moet hij wennen aan die vreemde wereld.
Maar hij weet: God is hier net zo goed als in Jeruzalem
dus ik mag hier mijn nieuwe thuis gaan maken.
Daniël heeft altijd geleerd dat God de God van hemel en aarde is.
En hij gelooft het echt!
Veel Israëlieten denken dat nu de tempel is gevallen,
het ook met God afgelopen is.
Daniël weet wel beter: God is overal, waar je ook bent.

dia 10 – meedoen in de wereld
Daniël voelt zich vrij om van Babylonië zijn nieuwe thuis te maken.
Hij leert de taal en gewoonten, en maakt het zich eigen.
Hij accepteert zijn nieuwe naam, al blijft hij voor zijn volksgenoten gewoon Daniël.
Daniël doet volop mee, hij doorloopt glansrijk het programma van de koning.
Hij en zijn drie vrienden krijgen hoge plekken, in het centrum van de wereldmacht.
Daniël integreert met succes.
Zo kunnen christenen ook Nederlanders zijn,
meedoen in de samenleving en zich hier thuis voelen.
Want met God ben je overal thuis.

dia 11 – nergens echt thuis
Dat is de ene kant.
De andere kant: met God ben je nergens echt thuis.
Babel blijft een vreemde wereld.
Met eigen goden, normen en waarden,
die soms rechtstreeks tegen God ingaan.
Daniël wordt er helemaal in ondergedompeld,
maar weet ook: dit ben ik niet.
Ik ben niet van hier, maar van God.

Daniël en zijn vrienden zullen altijd vreemdelingen blijven.
Bij het eten bijvoorbeeld.
Ze willen het Babylonische eten niet.
Nee, niet omdat ze het niet lekker vinden,
maar omdat het hun geloof in God in de weg zou staan.
Ze vragen Aspenaz om ander eten, en met een omweg lukt het ze.
En elke keer als ze aan tafel gaan, is het een belijdenis:
ik hoor niet hier, maar bij God.
Precies wat wij straks ook belijden als we aan tafel gaan.

Christenen zullen altijd een beetje vreemd blijven.
Ingeburgerd in het koninkrijk der Nederlanden,
maar allereerst burgers van Gods koninkrijk.
Nederland is niet alles voor hen.
Nederland heeft zijn eigen goden, normen en waarden,
waar soms als christen mee te leven valt, maar soms ook niet.
Want hun thuis is ergens anders: bij Jezus Christus.
En daar horen soms heel andere keuzes bij.

3. Hoe houd je het vol?
dia 12 – hoe houd je het vol?
Christenen leven in twee werelden.
Dat is niet makkelijk.
Hoe houd je dat vol?
Thuis zijn in Nederland, maar toch ook niet?
Hoe blijf je christen midden in de wereld?

dia 13 – met regels lukt het niet
Waar haalt Daniël het lef vandaan om Aspenaz om ander eten te vragen?
Er zaten behalve Daniël en zijn vrienden meer jongeren uit Israël in de eetzaal,
en waarschijnlijk hebben die wel de koninklijke maaltijden gegeten.
Terwijl ze dat thuis toch echt anders geleerd hadden…
Het verschil is dat het voor hen een regeltje was:
als goede Israëliet eet je alleen voedsel dat koosjer is.
Maar in Babylon blijken zulke regels weinig waard.
Er is meer nodig om dappere keuzes te maken: liefde voor God.
Alleen dan houd je het vol.
We kunnen heel godsdienstig zijn,
alles keurig volgens onze christelijke regels doen,
maar, zoals Paulus in 1 Korintiërs 13 zegt,
als het niet uit liefde is, is het niets waard.

dia 14 – liefde voor God als basis
Wil je het als christen volhouden in een vreemde wereld,
dan moet liefde voor God wel je basis zijn.
Het is een verwarrende wereld,
en geloven wordt daarin zomaar een zondagsdingetje.
Dat houd je niet vol met regels.
Dat lukt alleen als je geraakt wordt door de liefde van Jezus,
als je niets mooiers weet te bedenken dan die liefde.

Misschien is dat wel hoog gegrepen, zo’n grote liefde voor Jezus.
Dat voel ik ook niet altijd zo.
Maak het gerust wat kleiner:
dat je nieuwsgierig bent naar Jezus,
dat je merkt dat Jezus anders is, misschien dat christenen anders zijn,
en dat je je er toe aangetrokken voelt.

Volhouden is ook kwestie van doen.
Daniël doet dingen anders om zijn liefde voor God.
Dat brengt hem ook dichter bij God,
want elke maaltijd is nu een herinnering aan God geworden.
Dat helpt hem om niet helemaal op te gaan
in die geweldige Babylonische wereld.
Laat het avondmaal ook maar zo’n herinnering voor je zijn.
Dat er een God is bij wie je echt thuis bent.

4. Wees een ingeburgerde vreemdeling
dia 15 – wees een ingeburgerde vreemdeling
Met God ben je overal en nergens thuis.
Wees daarom, net als Daniël, een ingeburgerde vreemdeling.

dia 16 – trek je niet terug uit de wereld
Ingeburgerd: Daniël deed volop mee in de Babylonische wereld.
Dat is niet de makkelijkste weg.
De makkelijkste manier om te blijven geloven,
is om je terug te trekken op een christelijk eilandje
en alleen met christenen om te gaan.
Maar dat is best gevaarlijk!
Voor je het weet is die mooie christelijke wereld je thuis,
in plaats van God.
Zo ging het met Israël ook: de mooie wereld van de tempel,
daar voelden ze zich thuis,
en langzamerhand werd de tempel hun afgod.
Trek je dus niet terug in een veilig christelijk wereldje!

dia 17 – sta midden in de samenleving
Wees juist een goede burger.
Zet je maar, net als Daniël, in voor de samenleving.
In je werk, in vrijwilligerswerk, door vriendschappen te sluiten.
Of iets anders: door mee te doen met de Agrarische Dagen.
God is overal, het is zijn wereld,
en daarom mag je in Franeker thuis zijn.

dia 18 – blijf een vreemdeling, met hart voor vreemdelingen
En tegelijk: blijf een vreemdeling.
Dat belijden we zo aan tafel: wij zijn vreemdelingen die thuis zijn bij God.
Ik ben niet van hier.
Laat dat ook blijken.

Dan kom ik weer terug bij die vluchtelingen.
Juist christenen, die zelf altijd vreemdeling zijn,
moeten een ruim hart voor vreemdelingen hebben.
Zij zijn niet anders dan wij.
Onze burgemeester, Fred Veenstra, schreef deze week een weblog met de titel:
‘hoe gastvrij zou Franeker zijn?’
Hij schrijft dat de vraag of ook hier een AZC moet komen
misschien binnenkort wel aan de orde komt.
Als dat gebeurt, is Franeker daar dan klaar voor?

dia 19 – gastgezin
Wat zou het mooi zijn om als christenen, als kerken in Franeker,
daarbij voorop te lopen.
Door vreemdelingen met open armen welkom te heten.
Zo is het project ‘gastgezin voor een vluchteling’ ontstaan.
Het idee is om vluchtelingen met gewone Nederlanders in contact te laten komen.
Sommigen willen zelfs vluchtelingen in huis nemen,
maar je kunt ook bijvoorbeeld eens in de week met hen eten.
Op de website hebben zich al meer dan 16.000 mensen aangemeld!
Het was deze week op televisie in de talkshow ‘Pauw’,
waar de initiatiefnemers vertelden dat ze Gods liefde aan vreemdelingen wilden uitdelen.
Prachtig toch?!

Als christen mag je best een beetje vreemd zijn.
Want je leeft ergens anders voor.
Niet voor Babel, maar voor Jeruzalem.
Daarover schrijft Johannes, in Openbaring 21:
‘Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem,
uit de hemel neerdalen, bij God vandaan.
Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep:
“Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen.
Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn.”’
Amen.