2 Timoteüs 1,6-7 – Wakker het vuur van de Geest aan! – ds. Hans Burger

Hans Burger
Hans Burger
24 oktober 2010

2 Timoteüs 1,6-7 – Wakker het vuur van de Geest aan! – ds. Hans Burger

image_pdfimage_print

Bevestiging Dingeman van Wijnen als ouderling

Liturgie

  • Voorzang Ps 139,1.3
  • Stil gebed
  • Votum
  • Groet
  • Zingen: Ps 139,8.11
  • Gebed
  • Schriftlezing: 2 Timoteüs 1
  • Zingen Ps 115,1.6
  • Preek over 2 Timoteüs 1,6-7
  • Zingen LB 90,6.7.8.11
  • Bevestiging
  • - lezen formulier
  • - vragen en ja-woord
  • - handoplegging
  • - zingen Ps 134
  • - opdracht
  • - Geloofsbelijdenis Gezang 161
  • - Gebed
  • Collecte
  • Zingen Gez 107,1.2.4
  • Zegen

Opmerking: Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

2 Timoteüs 1,6-7: Wakker het vuur van de Geest aan!

Broers en zussen, gasten, gemeente van Jezus Christus onze Heer, en natuurlijk ook in het bijzonder jij, Dingeman, 1. Zo meteen ben jij bevestigd als ouderling, en is na anderhalf jaar de kerkenraad weer compleet. Je mag je na een periode van rust weer samen met de anderen in de kerkenraad gaan inzetten. Daar zijn we de HEER dankbaar voor. Werken voor de HEER, op wat voor manier ook, is mooi – en het vraagt om volhouden. Het vuur kan verdwijnen. Er kan lafheid komen. Schaamte. Dat zijn de dingen die Paulus noemt – en ze zijn vandaag nog zo herkenbaar. Je begint vol vuur, je bent enthousiast. Maar dan? Het kan tegen zitten. Persoonlijke tegenslag. Paulus schrijft over de tranen van Timoteüs. Misschien huilde Timoteüs wel toen hij afscheid moest nemen van Paulus en zag hoe Paulus als gevangene door soldaten werd meegenomen. Mensen hebben allerlei ideeën, en zitten niet op de boodschap van de Bijbel te wachten. Je kunt kritiek krijgen die je diep raakt. Er kan ruzie zijn. Timoteüs maakte het mee, wij kunnen het net zo mee maken. En Timoteüs werd erdoor geremd. Hij durfde niet meer zo goed. Hij trok zich terug. Wat herken jij daar van? Dat je geremd raakt – dat je maar over koetjes en kalfjes blijft praten, en niet dieper durft te gaan? Of alleen nog praat met wie het toch met je eens is? Dat je schaamte voelt –vroeger als ik naar de kerk ging zorgde ik dat niemand mijn kerkboek en bijbel zag. Niemand hoefde te weten dat ik naar de kerk ging. Je schaamt je een beetje voor je boodschap en voor je Heer. Of dat je je vuur kwijtraakt? Ach, het hoeft voor mij niet meer zo. Je kunt ook niet altijd druk zijn voor de kerk. Zomaar slaat dan ook de lauwheid toe. Wat is de Bijbel toch een mooi boek! God weet wie we zijn. God is ook eerlijk: bij het evangelie hoort een stuk tegenslag, hoort lijden. Maar God heeft ons ook iets te bieden. Daaraan herinnert Paulus Timoteüs. Timoteüs, weet je wat je van God gekregen hebt? Een geweldige gave: een geest van kracht, liefde en bezonnenheid. Kom op, raak je enthousiasme niet kwijt! Daarom vind ik deze brief zo mooi. Onthoud het als je van God een taak krijgt: Pak deze brief er bij als je het even helemaal gehad hebt. Hij is prachtig en bemoedigend. Hier krijg je nieuwe kracht. Laten we daarom eens wat beter kijken wat Paulus tegen Timoteüs zegt. 2. Wat doet Paulus in dit hoofdstuk? Op allerlei manieren wijst hij naar God. Steeds laat Paulus zien: ik houd me vast aan God. God heeft Paulus gezonden om een prachtige belofte uit te dragen: leven in eenheid met Christus Jezus – vers 1. Hij wenst Timoteüs Gods genade, barmhartigheid en vrede toe. Hij vertelt hoe hij denkt aan Timoteüs’ geloof en aan het geloof van zijn moeder en oma, vers 5. Vanwege dat oprechte geloof komt er dan een aansporing, die heel centraal is in dit hoofdstuk. Timoteüs, je hebt van God iets moois gekregen – een cadeau. Vergeet die gave niet, maar houd die gave levend! Houd het vuur brandend! Bij die oproep staan we speciaal stil. Daarna gaat het verder: God geeft kracht – zet je dus in. Het evangelie betekent lijden, maar onthoud wat dat evangelie inhoudt. Wat is dat evangelie –algemeen en toegespitst, voor iedereen die een speciale taak krijgt? Kijk in vers 9: God heeft ons geroepen tot een heilige taak. Daarbij geldt dan steeds: God roept ons niet omdat wij zo goed zijn, op grond van onze daden. Nee, het is Gods eigen beslissing op grond van zijn genade die Hij geeft in Jezus Christus. We leven allemaal van dezelfde belofte van God: leven in eenheid met Jezus Christus, vers 1. De vernietiging van de dood en onvergankelijk leven, vers 10. De dood heeft verloren. Er is leven dat niet meer stuk kan. Die God houdt ons vast, bewaart ons, zoals Paulus het zegt – vers 12 en 14. Is God zo belangrijk? Zijn we niet gewoon mensen met elkaar? Kijk dan eens in vers 6: Paulus zegt dat hij zelf Timoteüs de handen heeft opgelegd. Maar door die handoplegging heeft God wel aan Timoteüs zijn gave gegeven. Dat kan dus heel goed: dat mensen iets doen, en dat daardoorheen God iets doet. Hoe ga jij daar mee om – kom jij ook steeds weer uit bij God? Ik merk wel eens dat ik wat terughoudend ben om grote woorden te gebruiken. Om God te noemen. Schaamte, lafheid, gebrek aan enthousiasme. En God. Welke kant ga jij op? Het staat haaks op elkaar. Uit schaamte en lafheid vergeet je God. Alleen door steeds weer bij God te beginnen word je weer vurig en enthousiast. Begin daar altijd weer: bij God en bij wat God gegeven heeft! Trek je op aan God – en zet je in voor Hem! 3. Leuk dat je het over God hebt, maar wat heb ik daaraan, als ik iets voor God doe? Da’s een goede vraag. Van de week spraken wij elkaar even, Dingeman. En toen vertelde je, hoe belangrijk voor jou het gebed om de Heilige Geest is. Ik ging daarna thuis op zoek naar waar het in de Bijbel gaat over het gebed om de Heilige Geest. Je komt dit tegen in Lukas 11. Daar zegt Jezus, in vers 13: Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal de Vader in de hemel dan niet de heilige Geest geven aan wie hem erom vragen. Verder staat er eigenlijk niet zoveel over het gebed om de Heilige Geest. Dat had ik eigenlijk anders verwacht. Wat je wel ziet is dat Jezus de Geest belooft aan wie in Hem gelooft. Hij geeft de Geest. Apostelen geven de Geest door handoplegging. In de brieven van Paulus is het meestal een uitgangspunt: jullie hebben de Geest gekregen. De Geest is er. Zo is het hier ook. Wat heeft Timoteüs gekregen als gave? Een geest, een geest van kracht, liefde en bezonnenheid. Leg dat naast vers 14: daar gaat het over de Heilige Geest die in ons woont. Dan zie je: die gave, dat is de Heilige Geest. En dan kom ik weer terug op die vraag van net. Leuk dat je het over God hebt, maar wat heb ik daaraan, als ik iets voor God doe? Als ik merk dat ik wat uitgeblust raak? Mijn enthousiasme kwijt ben? Geremd geraakt ben? Dan zegt Paulus maar niet: bid om de Geest, dat je die krijgt! Paulus doet iets anders: Hij herinnert aan wat God al gegeven heeft. Timoteüs jongen, God heeft je zijn Geest gegeven! God geeft ons maar niet wilskracht. Of energie. Of karakter. Of de wil om lief te hebben. Een eigenschap, zoals zelfbeheersing, wijsheid, terughoudendheid – bezonnenheid. God geeft zijn eigen Geest. Met zijn eigen kracht, zijn eigen liefde, zijn eigen bezonnenheid. Dat is toch geweldig? Je kunt moe zijn, de energie is op. Je kunt balen van mensen, je liefde is op. Geraakt door kritiek zou je terug willen slaan. Je kunt een stuk frustratie op voelen komen. Zomaar sleept het je mee. Geloof dan dat God zijn eigen Geest gegeven heeft. Dat die Geest in je woont: de Geest van zijn kracht, zijn liefde, zijn zelfbeheersing, zijn wijsheid. Wat een wonder: Gods eigen Geest in ons! 4. Daar moet je dan meteen iets bij zeggen. De Geest is ons gegeven. Maar wat doe je met dat cadeau? Wij kregen voor de geboorte van Boaz heel leuke laarzen. Te groot om ze meteen aan te kunnen. Maar wel zo grappig dat we ze boven in de vensterbank neerzetten. Laarzen in de warme zon. Toen hij ze aan kon, waren ze door de zon gebarsten en verkleurd. Als laarzen niet meer echt bruikbaar… Wij hebben de Geest gekregen, zegt de Bijbel tegen de gelovigen. En die  Geest is een vuur dat in ons brandt. Mannen zijn vaak een beetje pyromaan, ik in elk geval wel. Ik weet niet hoe dat bij jou is, Dingeman. In elk geval, je hebt een haard in de keuken dus je weet hoe het werkt met vuur. Vuur blijft niet vanzelf branden. Soms moet je het hout even anders neerleggen. Het vuur oppoken. Nieuw hout erop. Even blazen. Zo is het met de Heilige Geest ook. Paulus wijst er op in 1 Tessalonicenzen 5: je kunt de Geest uitdoven. En, hier zegt hij, je kunt het vuur van de Geest brandend houden, ‘reakelje it fjoer fan Gods genede-jefte op’, in het fries. In iedereen die gelooft woont de Heilige Geest. Maar het kan twee kanten op: het vuur kan lekker blijven branden, en het vuur kan gaan smeulen. Anders gezegd: dat de Heilige Geest in je woont, wil niet zeggen dat je vol bent van de Heilige Geest. Dat elke gelovige de Geest heeft gekregen, wil niet zeggen dat de Geest ook alle ruimte krijgt. Hoe behandel jij de Heilige Geest? Het is belangrijk dat we onszelf die vraag stellen. Dat ik mijzelf die vraag stel. Hoe gaan wij om met de Heilige Geest? Als een gast die welkom is en die eervol ontvangen wordt? Of als iemand die je negeert en verwaarloost? Brand er in jou een vuur van de Geest en ben jij vol van de Geest? Of is er leegte in je leven omdat je dat vuur uit laat gaan? En dan is dat gebed om de Heilige Geest wel belangrijk. Laat het ons dagelijks gebed zijn: Here Jezus, geef mij uw Heilige Geest. Vul mij met uw Heilige Geest. Heilige Geest van God, vul opnieuw mijn hart. Vul mij opnieuw! 5. Maar als het gaat over het brandend houden van het vuur, dan proef ik hier bij Paulus iets anders. Bij het dienen van Jezus hoort lijden en tegenstand. Dan kun je afhaken. Moedeloos, uitgeblust, geremd. Je schamen of laf worden. Het kan ook anders: die gave niet ongebruikt wegleggen zoals wij deden met die laarzen na de geboorte van Boaz. Maar die gave gebruiken. Zodat die eigenschappen van de Heilige Geest ook steeds meer de eigenschappen van Timoteüs worden. Het karakter van God wordt zichtbaar en blijft zichtbaar in Timoteüs karakter. Let daarop: het vuur van de Geest heeft met karakter te maken. Karakter heb je nodig, maar je hebt het niet vanzelf. Daarom heeft Timoteüs de gave van de Geest nodig. Misschien schaamt hij zich voor die gekruisigde Jezus met zijn gevangen apostel. Misschien had hij geen zin om steeds weer de confrontatie aan te gaan met die kritische gemeenteleden. Om mensen te wijzen op wat Jezus zegt, waar zij gewoon hun eigen ding deden. Misschien was hij soms laf – en wie is dat soms niet? Liever niet te duidelijk zijn om de lieve vrede? Maar karakter moet ook gevormd worden. Getraind. Bij trainen hoort afzien, volhouden, inspanning en daardoor groeien. Hebben wij daarom soms ook de tegenslag nodig? Als oefening en training? Om ons karakter te vormen? Het vuur blijft branden wanneer wij tegen de stroom in volhouden in kracht, liefde en bezonnenheid. Als wij tegen de lafheid en de geremdheid in handelen vanuit de Geest van God. Dan is de gave van Gods Geest enorm nuttig voor ons. En het karakter van Gods Geest wordt ons ook steeds meer eigen. Dus kan het vuur alleen maar blijven branden als je traint, vurig bent in je doen en laten. Het vuur van de liefde brandt als je zelf liefdevol bent. Het vuur van bezonnenheid brandt als je zelf bezonnen bent. Gods kracht werkt alleen als je zelf sterk bent in Hem. Dat herken ik: ik ervaar de kracht van de Geest als ik preek, als ik mensen uit mag leggen wat het evangelie hun persoonlijk te zeggen heeft, als ik door kan geven wat God ons geeft. Zo werkt het toch – als ik geraakt door het evangelie merk hoe iemand anders geraakt is, dan brandt toch het vuur? Herken jij dat niet? Doof het vuur niet uit, geremd, laf, bang voor mensen. Maar oefen jezelf, breng het in praktijk: kracht, liefde en bezonnenheid. Pook het vuur weer op! Het vuur van Gods Geest. 6. Is het trouwens geen prachtige drieslag: kracht, liefde, bezonnenheid? O zo nuttig voor iedereen die iets voor God wil doen. Kracht. Onze kracht is niet zo groot. Wij zijn kleine zwakke mensjes. Je kunt uitgeput raken. Moe en leeg. Een tijd houd je het vol, ga je er voor, maar dan haak je af. Gaat het niet vaak zo? Jong en enthousiast beginnen mensen ergens aan. Soms ontevreden over die anderen die zo weinig doen. Wij gaan er wat van maken! Maar na verloop van tijd, na tegenslag, na hard werken, na gebrek aan medewerking, dan komt de teleurstelling en de frustratie. En opgebrand haak je af. Als God er niet is! Als Gods kracht er niet is. En die is er wel. Kracht van God die elke dag nieuw is. Kracht van God die ons sterk maakt voor de taak die God ons geeft. Bid elke dag om Gods Geest. Bid elke dag om Gods kracht. En wees sterk in God! Liefde. Wat hebben we dat ook nodig. Van iemand houden, hoe lang houden we het vol? Een tijd, maar als het lastig wordt… Als de slijtage toeslaat… En als we sterk zijn en vol energie, vol idealen, wat hebben we dan ook liefde nodig. Sterk en krachtig, je kunt dan ook iemand worden die met al zijn power over anderen heen walst. Kracht zonder liefde, daarmee kom je er niet. Geweldig dat God er is! Een God van kracht en liefde. Gods Geest maakt dat je ziet met wie je omgaat en met wie je praat. Je ziet wat die ander nodig heeft. Je kunt je kracht met liefde inzetten. En je blijft oog voor hem houden. Want Gods liefde is elke dag weer nieuw. Bid elke dag om Gods Geest. Heb lief omdat je blijft in Gods liefde! En dan die bezonnenheid. Een combi van zelfbeheersing en wijsheid. Je hebt niet alleen je eigen idealen, je eigen kracht, je eigen emoties, je eigen gevoelens van liefde. Je kunt ze ook op een goede manier inzetten. Een wijze, tactvolle, beheerste manier. Een grootmeester die zijn kracht onder controle heeft en op de goede manier inzet. Ik vind het een prachtige combi: kracht, liefde en bezonnenheid. Ze vullen elkaar aan, houden elkaar in evenwicht. Die Geest, het is precies wat wij nodig hebben! Houd het vuur van Gods gave brandend, het vuur van die Geest!