1 Petrus 2,1-5 – Groeien in toewijding en inzet

Hans Burger
Hans Burger
6 september 2009

1 Petrus 2,1-5 – Groeien in toewijding en inzet

image_pdfimage_print

Startzondag

‘Levende stenen’ (1)

Liturgie

Voorzang: Gez 170,2.3
Stil gebed
Votum
Groet
Zingen: Ps 34,1.3
Tien geboden via avondmaalsformulier I
Zingen: Gez 125,1.2.3
Gebed
Lezen: 1 Petrus 1,22-2,10
Zingen: Ps 118,8.9
Tekst 1 Petrus 2,1-5
Introductie nieuwe jaarthema: ‘Levende stenen’
Preek over 1 Petrus 2,1-5
Zingen: LB 473,1.2.3.4.10
Kinderen: een huis bouwen met duplostenen
Zingen
- EL 455 (Kijk daar, een metselaar)
- EL 430 (Een wijs man)
Gebed
Collecte
Zingen: Gez 165
Zegen

Opmerkingen:

- Bij deze preek is een samenvatting met verwerkingsvragen beschikbaar, kijk hier. En hier is een werkblad voor de kinderen.

- Ik hoor het graag van de voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over 1 Petrus 2,1-5 – Groeien in toewijding en inzet

Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus,

Het is vandaag startzondag. Samen starten we met een nieuw seizoen. Hebben jullie een goede zomer gehad? Zin om weer bezig te gaan?

Er is al een heleboel gebeurd om het nieuwe seizoen op de rails te krijgen. Gister zijn we heerlijk wezen zwemmen met de jongeren van het Visnet en de clubs. Alles gaat weer beginnen de komende week: catechisatie, club, noem maar op. We gaan er weer tegen aan! We beginnen op deze startzondag ook met een nieuw jaarthema – ‘levende stenen’. In de postvakken ligt een speciale jaarthema-bijlage bij de Voorbode. In deze preek gaan we voor het eerst met dat nieuwe jaarthema aan de slag.

Tegelijk: volgende week vieren we samen avondmaal. Daar bereiden we ons vanmorgen op voor. We hebben al een stuk uit een avondmaalsformulier gelezen.

Twee verschillende dingen.

Petrus gebruikt in 1 Petrus 2 ook twee heel verschillende beelden. Kijk maar: in vers 1-3 heeft hij het over een pasgeboren baby, over melk. Baby’s verlangen naar melk. Ik herinner me van Christi en Boaz dat als ze de smaak eenmaal te pakken hadden, ook wilden drinken.

In vers 4 komen we opeens in een heel ander beeld terecht. Daar gaat het over een steen. Eén levende steen en een heleboel levende stenen. Samen vormen die stenen een gebouw: een geestelijke tempel. In die tempel werken heilige priesters en worden geestelijke offers gebracht.

Die twee beelden wil ik verbinden met die twee dingen die we hier vanmorgen doen. Het beeld van de baby die melk drinkt werk ik vooral uit richting de voorbereiding op het avondmaal. Het tweede beeld hoort direct bij het jaarthema, dus het jaarthema krijgt in deel 2 van de preek vooral de aandacht.

2. Wat geef je een baby? Nieuw leven moet je goed verzorgen, met melk.

Stel je voor. Er is een baby geboren. En die baby krijgt vergif binnen. Dat is niet te hopen, want dan is er weinig kans op groeien. Baby’s kunnen sterven. Zo is het bij baby’s, zo is het ook bij nieuw leven dat God geeft, bij mensen die opnieuw geboren zijn. Als je opnieuw geboren bent door het woord van God, levend en altijd blijvend. Ook dat leven is nieuw en kwetsbaar. Het kan beschadigd worden. Daarom moet je het goed verzorgen. Je moet geen gif binnen krijgen, anders gaat dat nieuwe kapot.

Kan je nieuwe leven sterven? Jezus waarschuwt dat je door zonde schade kunt lijden aan je ziel.

En dus zegt Petrus: Je krijgt nieuw leven – ontdoe je dus van alles wat slecht is. Dat is vergif voor het nieuwe leven dat God geeft.

Alles wat slecht is, het is als vergif.

Bedrog – niet eerlijk zijn. Het vertrouwen van mensen beschamen. Liegen om er zelf beter van te worden.

Huichelarij – de ene keer doe je je heel goed voor. Kijk mij eens, ik ben integer, ik ben een goed mens. Ik zorg goed voor mijn omgeving. Maar ondertussen. Als het nodig is, als het niet opvalt, dan ben je opeens iemand anders. Van je mooie woorden komt opeens weinig terecht.

Afgunst – jaloezie. Op die ander die populair is, aandacht krijgt, invloed heeft – meer dan jij. Op die ander die het beter voor elkaar heeft, het beter doet, dan jij.

Kwaadsprekerij – achter iemands rug om bevorder je niet zijn goede naam. Je spreekt bewust kwaad over haar.

Het is vergif. Het is slecht voor het nieuwe leven. Maakt dat leven kapot.

En denk nu niet te snel: zo ben ik niet.

Petrus zegt dit tegen christenen. Het is dus nodig om dit tegen hen te zeggen.

Wij lezen dit als Gods woord ook tegen ons.

God vindt het nodig dat het ook tegen ons wordt gezegd.

Hoe eerlijk ben jij?

Hoe vaak huichel jij en doe je je mooier voor dan je bent?

Ben jij wel eens jaloers?

Spreek je kwaad over iemand, achter iemands rug om?

Het is vergif. Je maakt er het nieuwe leven dat God je geeft mee kapot.

Stop er mee.

Wat voor zin heeft het om avondmaal te vieren als je tegelijk jezelf vergiftigt?

Doe dus alles wat slecht is weg!

3. Een baby wil geen vergif, maar melk. Baby’s hebben een enorme zuigbehoefte. Krijgen ze geen melk, dan gaan ze huilen. Je kunt ze foppen met een speen, maar als ze honger krijgen? Dan lukt dat niet meer. Baby’s willen melk, tot ze hun buikje rond is en ze tevreden in slaap vallen.

Die zuigbehoefte van baby’s stelt Petrus ons ten voorbeeld. Naar welke melk moeten we dan verlangen?

De zuivere melk van het woord. Eerder had Petrus al gezegd, 1,23: jullie zijn geboren uit onvergankelijk zaad, door Gods levende en blijvende woord. En in 1,25: dit woord is het evangelie dat u is verkondigd. Door het goede nieuws over Jezus Christus, ontstaat en groeit er nieuw leven.

Jullie moeten geen baby’s blijven, maar groeien en je redding bereiken. Of ben jij uitgegroeid?

Denk je dat? Dan vergis je je, als het om nieuw leven gaat. Geen enkele christen hier op aarde kan zeggen: ik ben uitgegroeid. Nee, blijf doorgroeien tot je definitief je redding bereikt.

Melk drinken dus.

Je drinkt meer, en het smaakt lekkerder, als je er zin in hebt. Hoe meer zin je hebt, hoe beter het is.

Zo is het dus ook met de zuivere melk van het woord van God. En net zo is het met het avondmaal. Daar word je gevoed met brood en wijn. Het gaat erom dat het nieuwe leven van Jezus Christus in jou blijft en verder groeit.

Natuurlijk gaat het hier om iets geestelijks. Om geestelijk gevoed worden. Juist daarom is het belangrijk dat je er zelf actief geestelijk bij betrokken bent. Hoe meer honger en dorst je hebt naar brood en wijn, naar het lichaam en bloed van Jezus Christus, hoe meer je gevoed wordt.

Daarom zegt Petrus: verlang!

Verlang naar het woord van God.

Maar net zo goed kun je zeggen: Verlang naar het lichaam en bloed van Jezus Christus. Verlang er naar dat Jezus Christus in jou komt wonen en daar blijft. Verlang er naar dat je door zijn dood vergeving krijgt. Verlang ernaar dat zijn bloed als het ware door jouw aders gaat stromen. Verlang ernaar dat Hij in jou zichtbaar wordt, vorm krijgt. Hoe groter je verlangen, hoe meer het ook gebeurt.

Bereid je voor op het avondmaal door je te oefenen in dat verlangen. Kom hier niet volgende week tot de ontdekking: O, het is ook avondmaal. Neem deze week bijvoorbeeld elke dag een kwartier om je op Jezus te richten, op zijn lichaam en bloed. Bid om geloof en verlangen.

4. Waarom zou je?

Petrus geeft een duidelijk antwoord op die vraag, een antwoord voor christenen. Vers 3: U hebt toch geproefd – staat er letterlijk – hoe goed de Heer is? Je hebt toch melk gedronken? Je weet toch hoe lekker het is?

Heb jij de smaak te pakken? Van het woord, van onze Heer, Jezus Christus?

Als je te lang niet drinkt van die melk, vergeet je makkelijk hoe lekker het was. Zo ook hierbij. Je vergeet hoe goed Jezus Christus is. Of misschien heb je het nog nooit goed geproefd. Hoe is dat bij jou?

Maar hoe het ook zit, of je de smaak te pakken hebt, of het vergeten bent, of misschien wel nooit geproefd hebt hoe goed Jezus is; Petrus zegt: de Heer is goed – dat heb je toch geproefd? En hij gaat het laten zien, vanaf vers 4. Daarbij stapt hij over op een ander beeld: van stenen en een gebouw.

Als we het over levende stenen hebben, denk je misschien direct aan jezelf. Aan christenen. Maar Jezus heeft hier duidelijk de hoofdrol en hij is goed.

Kijk wat Petrus allemaal zegt over Jezus: vers 4: Jezus is de levende steen. Door mensen wel afgekeurd, maar God heeft hem uitgekozen om zijn kostbaarheid.

Wanneer word jij een levende steen? Alleen als je je bij Jezus voegt (vers 4), dan wordt ook jij een levende steen (vers 5).

En verder in vers 5. Is God blij met wat wij doen, met christenen die priesters zijn en offers brengen? Ja, maar die offers zijn God welgevallig dankzij Jezus Christus.

Proef je in die woorden Jezus’ goedheid? Hij is zo kostbaar!

Jezus is de levende steen. Op Hem kun je bouwen. Hij is en blijft betrouwbaar. Hij is de bron van jouw leven. Hij maakt dat jij een levende steen kunt worden. Als je je voegt bij Hem, gaat jouw leven veranderen. Door Jezus heeft God plezier in jouw leven. Wat wij doen is eigenlijk nooit goed genoeg voor God. Door Jezus Christus is God blij met wat jij doet.

Vergeet dat nooit bij dit jaarthema. We praten over de organisatie van de gemeente. Over levende stenen. We roepen elkaar op om mee te doen.

Maar ook hierbij heeft Jezus de hoofdrol. Kom daarom volgende week aan het avondmaal, en proef hoe goed Jezus is. Proef daar zijn lichaam en zijn bloed.

Jij en ik, we worden alleen levende stenen als we bouwen op Jezus, de levende steen.

5. Als je dat ziet, kunnen we verder gaan. Laat je gebruiken als levende steen.

Veel mensen zeggen: Ik ben afgeknapt op de kerk. Maar op TV krijg ik genoeg geestelijk voedsel. Ik heb de kerk niet nodig.

In de kerk kunnen mensen beschadigd worden, helaas. Maar ga niet je uit van wat jij zelf denkt dat je nodig hebt. Luister naar wat Petrus hier zegt.

Als je christen wordt, je voegt bij Jezus Christus, wat gebeurt er dan? Dan word jij een levende steen die God wil gebruiken. God geeft jouw een plek in een groter geheel.

Jezus is niet gekomen om losse stenen te verzamelen. Hij is gekomen om voor God een tempel te bouwen. Weet je waarom?

De tempel is de plaats waar God dichtbij mensen is. Daar ontmoeten ze elkaar. Daar wordt God toegankelijk voor iedereen. Daar wil God mensen zegenen. En daar kunnen wij God onze liefde laten zien. Hem laten zien: ons leven is helemaal voor u.

Dus: wij vormen geen gemeente met elkaar om het samen goed te hebben. Dat is zeker ook Gods bedoeling. God wil niet dat jij en ik alleen blijven. Hij wil graag dat wij bij Hem zijn. Daarom zoekt Hij een plek om te wonen – een geestelijk huis van levende stenen.

Daarom nodigt hij ons uit aan de avondmaalstafel. Hij wil je laten merken: ik hou van jou! En hij brengt graag mensen bij elkaar. Geen eenzaamheid, maar liefde!

Voeg je dus bij het grote geheel van een gemeente. Geef jezelf.

Petrus zegt niet: ga aan de kant staan wachten tot je erbij getrokken wordt. Hij spreekt jou persoonlijk aan: Voeg je bij Jezus de levende steen en laat je gebruiken als levende steen zodat er een geestelijke tempel gebouwd wordt. Petrus benadrukt onze persoonlijke verantwoordelijkheid. Onderdeel van de gemeente word je, ben je, als je zelf komt en meedoet.

Dat wil niet zeggen: Maak jezelf eerst maar eens waar. Het betekent wel: een plek in het gebouw krijg je alleen op de bouwplaats. Stenen verloren in het veld blijven losse stenen. Wil je in het gebouw terecht komen? Ga dan naar het fundament, naar de hoeksteen, naar de plek waar God aan het bouwen is – zijn kerk.

Bezoek kerkdiensten.

Wees onderdeel van een gemeenschap met ouderen en jongeren. God kiest niet op leeftijd. Hij wil juist generaties bij elkaar brengen.

Doe mee.

Het is belangrijk dat je er bent.

Zo laat je je gebruiken als levende steen.

6. Dan verschuift het beeld weer een beetje, in de tweede helft van vers 5.

Denk je even in wat een tempel is: een gebouw van stenen. Daar kun je God ontmoeten. Iedereen kan er komen. In die tempel werken priesters. Zij staan tussen God en de bezoekers in. Priesters staan in direct contact met God, en brengen offers aan God.

Wat heeft God aan een leeg gebouw? Niks! Daar gebeurt helemaal niets!

Dus gaat Petrus verder: Wees heilige priesters die offers brengen aan God. Jullie zijn enorm bevoorrecht. Jullie mogen in direct contact met God staan! Jullie mogen offers brengen!

Waar moet jij aan denken bij die offers? Enig idee?

Denk aan gebeden en liederen. Een kerkdienst heet niet voor niets een eredienst. Een offer aan God. Heb je dat door? Elkaar ontmoeten, een preek horen, het is belangrijk. Maar het wezen van een kerkdienst is: het is een offer aan God. Als je bij kerkdiensten wegblijft terwijl je prima kunt gaan: besef dat je dan niet meedoet als er een offer aan God gebracht wordt! Zingen, begeleiden. Besef je dat ons zingen hier een offer is aan God? Zing vrolijk en uit volle borst.

Denk aan het geven van geld. Aan de kerk; aan organisaties die zich inzetten voor het evangelie, zoals de MAF – vliegtuigen voor zendelingen, Open Doors, het Nederlands Bijbelgenootschap; aan organisaties die christelijke hulp verlenen, zoals de ZOA, de Verre Naasten – het is een offer aan God. Wij hebben als gemeente een financieel tekort. Wat zegt dat over jou? Als het om geld gaat: weet jij wat een geestelijk offer is?

Denk aan daden van liefde – elkaar dienen en voor elkaar zorgen. Omzien naar elkaar. In wijken, in groeigroepen, in de gang van de kerk. Het is niet alleen iets tussen jou en die ander. Het is een offer aan God! Als je alleen kerkdiensten bezoekt en verder niets doet in de gemeente, dan breng je maar een beperkt offer. Bedenk eens: voor wie kun jij iets betekenen?

Welke offers breng jij God? God is onze offers waard! Onze toewijding, onze inzet. Hij is groot en machtig!

Daar gaat het Petrus ten diepste om: dat we dichtbij God leven. Ons leven helemaal aan God gewijd. Met overgave en inzet.

Kijk maar hoe hij het opbouwt.

Eerst in vers 1: doe alles wat slecht is weg.

Dan: Drink melk, zodat je groeit.

Voeg je bij Jezus

Word zelf een levende steen.

En het loopt uit op priesters die offers brengen.

Toewijding en inzet voor God. Natuurlijk is onze inzet altijd gebrekkig. Maar God is er blij mee, zagen we. Maak God door Jezus Christus blij met jouw leven! Als levende steen. Als priester die God offers brengt!