1 Petrus 1,17-19

Mark Veurink
Mark Veurink
28 oktober 2012

1 Petrus 1,17-19

image_pdfimage_print

Liturgie

Zingen: Opw 496
Votum en vredegroet
Zingen: LvK 328 : 1, 2 en 3
Gebed
Lezen: 1 Petrus 1
Zingen: Psalm 66 : 1 en 3
Preek over 1 Petrus 1 : 17 – 19
Zingen: LvK 177 : 1, 6 en 7
Lezen wet
Zingen: Psalm 147 : 7
Gebed
Collecte
Zingen: Opw 407
Zegen

Preek

Inleiding: echtheid
dia 1: zwart
Vorige week heb ik het al aangekondigd:
ik ga een serie preken houden over de eerste brief van Petrus.
Ik ben toen begonnen met een preek over het vijfde hoofdstuk,
over geloven als gevecht met de tegenstander.
Vandaag gaan we verder, nu wel met het begin van de brief.

Het leuke van preken over een heel bijbelboek,
is dat ik ook ga preken over teksten die ik zelf niet direct gekozen zou hebben.
Zoals dat van vanochtend.
Het is een vervelende tekst.
Het gaat over het oordeel van God,
over dat je wordt afgerekend op je daden.
Op het eerste gezicht is het een tekst die ik in ieder geval het liefst negeer.

dia 2: westerse bijbel
Een paar jaar geleden verscheen ‘de westerse bijbel’.
Ik heb het bij me.
Ideaal voor mensen als wij.
Het idee van deze bijbel:
alle teksten die voor ons, westerse mensen, moeilijk verteerbaar zijn,
die knippen we er gewoon uit.
Dan krijg je dus zo’n resultaat.
Natuurlijk, dit was bedoeld als een grap, om je aan het nadenken te brengen.
Ik denk dat het gedeelte waar het vandaag over gaat,
ook zo’n gedeelte is dat we liever uit de bijbel knippen.

dia 3: zwart
Toch past gedeelte juist ergens ook weer goed bij ons.
Wat ik bedoel: we hebben een behoefte aan echtheid.

Een heel simpel voorbeeld.
Vorige week hadden we onze familie op bezoek.
Mijn neefje van drie was er ook.
Hij had een plekje gevonden in de vensterbank,
en zat daar lekker zijn bolletje te eten.
Maar ja, al die ooms en tantes zijn zo gezellig,
daar moet je wel tegen praten.
Dus de helft van wat hij in zijn mond stopte,
kwam er al pratend weer uit.
Eén van mijn zwagers zei er wat van:
‘niet met volle mond praten hè.’
En waar hij vandaan haalde, weet ik niet, maar mijn neefje reageert:
‘dat mag u dan ook niet.’
Ja hoor, met zijn mond vol,
had mijn zwager gezegd dat je niet met volle mond mag praten.
Zelfs mijn neefje van drie had door dat dat niet klopt.

Nu is dit natuurlijk iets heel kleins.
Het is vooral grappig.
Maar laten we het eens wat groter maken en het op christenen toepassen.
Christenen die een grote mond vol hebben over Gods liefde,
maar zelf alleen maar ruzie zoeken, daar klopt iets niet.
Of nog spannender: christenen die Gods heiligheid bezingen,
maar zelf niet heilig leven, dat kan niet.
Zulke onechtheid wordt in onze omgeving genadeloos ontmaskerd.

1. Oordeel over echtheid
dia 4: punt 1
Nu komen we bij Petrus.
Hij heeft het over deze echtheid.
Je kunt wel zeggen dat je christen bent,
maar past je leven daar ook bij?

Wat Petrus zegt, is heel wonderlijk:
iedereen wordt door God beoordeeld naar zijn daden.
Het is dat het in de bijbel staat,
maar anders zou ik denken: dit klopt niet.
Het moet toch juist zijn dat je wordt beoordeeld op je geloof?
Wat je allemaal wel niet hebt uitgespookt,
je wordt er niet op beoordeeld.
Wie gelooft in Jezus, wordt vrijgesproken.
Hoe kan Petrus dan zeggen dat het gaat om je daden?
Waar is de genade gebleven?

Nou ja, die genade komt dus ook naar voren in het hoofdstuk.
Laten we het eens bij langs gaan:
vers 2: genade zij u en vrede in overvloed.
vers 13: vestig uw hoop op de genade
vers 18: u bent vrijgekocht.
Het zijn maar een paar voorbeelden van wat Petrus over genade zegt.

Hoe dat hier precies leeft, weet ik niet,
maar vaak wordt er een tegenstelling gemaakt:
óf God is liefde en genade,
óf God beoordeelt je naar je daden.

Van zo’n tegenstelling wil Petrus niets weten.
In hetzelfde hoofdstuk, waar zulke mooie dingen over genade staan,
heeft hij het zonder problemen over een heilig leven, gehoorzaam zijn en daden.
Geloven doe je namelijk niet alleen met je gedachten of je gevoel,
geloven doe je ook met je gedrag en je leven.
En om het maar even hard te zeggen:
daar wordt je dus op afgerekend.

Er staat nog iets bij.
God oordeelt zonder aanzien des persoons.
Hij maakt geen verschil tussen mensen.
Of je elke zondag in de kerk zit,
of dat je hier juist nauwelijks bent,
voor Gods oordeel maakt het niet uit.
Hij kijkt naar je daden.
Het is niet zo dat als je maar gelooft, je lichter beoordeeld wordt.
God behandelt iedereen gelijk.

Trek nu niet de conclusie:
als je toch naar je daden wordt beoordeeld, waarom zou ik dan nog geloven?
Dan is het toch ook prima als ik gewoon goed leef?
Dat bedoelt Petrus hier niet.
Als je niet gelooft in God, gaat het niet lukken om goed te leven.
Je mist dan de goede motivatie daarvoor.
Over die motivatie gaan we het zo nog wat uitgebreider hebben.

Toch blijf ik het moeilijk vinden:
beoordeeld worden naar mijn daden.
Moet ik dan maar een goed oordeel bij God gaan verdienen?
Nee, dan zou Petrus het niet meer over genade hebben.

Maar misschien wel de diepste reden
dat ik dit een moeilijk bijbelgedeelte vind:
het komt mij niet zo goed uit.
Petrus laat zien dat geloven niet vrijblijvend is.
Dat als je gelooft in Jezus Christus,
je ook echt keuzes moet maken met je leven.
Keuzes die je anders niet zou maken.
Je moet dus een stukje van jezelf opofferen.
Het is veel gemakkelijk om voor God te kiezen
als dat verder toch geen consequenties voor je leven heeft.
Hier wordt het dus spannend.
God oordeelt over je echtheid als christen.

2. Twee levens
dia 5: punt 2
Als christen moet je dus keuzes maken met je leven.
Maar dat is natuurlijk nog wel vaag.
Aan wat voor keuzes moet je dan denken?

Petrus heeft het over twee soorten levens.
Het eerste is ontzag hebben voor God,
het tweede het zinloze leven van de voorouders.
Laten we eens naar die twee kijken,
en proberen daarmee die levenskeuzes wat concreter te maken.

2.1. Zinloze leven voorouders
Ik begin bij het zinloze leven van de voorouders.
In onze cultuur is niet veel belangstelling voor de voorouders,
maar om het leven van je ouders, grootouders en verder terug, zinloos te noemen,
nee, dat gaat toch wel erg ver.

Bedenk wel dat de situatie van de christenen aan wie Petrus schrijft
anders is dan die van ons.
Het gaat om eerste-generatie christenen.
Ze waren opgegroeid in een wereld, maar ook in een gezin,
waarin goden als Zeus, Hermes en Afrodite centraal stonden.
Het leven dat zij van hun voorouders hadden geërfd,
was een leven in ontzag voor die Griekse goden.

Veel mensen die hier zitten
hebben juist het geloof in God van thuis geërfd.
Anderen hebben pas later God leren kennen.
Maar wat je situatie ook is,
verkijk je niet op de invloed die de wereld op je heeft,
ook al is het dan misschien niet letterlijk via je voorouders.
Trouwens, ook die hebben daar wel een rol in.
Ik heb niet de illusie dat als ik straks vader wordt,
ik niets van de wereld aan ons kind mee zou geven.

Het zinloze bestaan van je voorouders
mag je rustig wat breder trekken.
Het gaat om de invloed die de wereld op je leeft.

Maar wat is er dan zo zinloos aan dat leven?
Het lijkt me in ieder geval duidelijk dat leven voor de Griekse goden vrij zinloos is.
Het waren behoorlijk menselijke goden.
De verhalen over deze goden gaan over bedrog, intrige, overspel, haat, egoïsme,
en ga zo maar door.
Al deze dingen hoorden bij het gewone leven.
Daarom heeft Petrus het over een zinloos leven.

Onze wereld is dan toch wel anders.
Wat wel een overeenkomst is,
is dat ook onze wereld niet christelijk is.
Petrus zou zonder veel moeite
ook het leven dat wij van onze wereld erven, zinloos noemen.

De Griekse goden mogen dan wel geen rol meer spelen,
daar zijn in onze wereld wel andere goden voor in de plaats gekomen,
al noemen we ze vaak niet zo.
Om eens wat goden te noemen:
prestatie, vrije markt, hebzucht, zelfgerichtheid.
Dat is het zinloos bestaan dat wij geërfd hebben.

Het zou veel te veel zijn om al deze goden nu uit te werken.
Daarom beperk ik mij tot één.
Petrus zegt in vers 22: heb elkaar onvoorwaardelijk lief.
Wat hebben we hierin geërfd van onze wereld?

Dat ‘elkaar liefhebben’ past nog wel bij onze wereld.
Oorlog is iets verschrikkelijks, je kunt beter in vrede met elkaar leven.
Liefde is iets moois.
De liefde wordt bezongen, zoveel dat het gaat vervelen.
Nee, liefde is het probleem niet.

Maar dat onvoorwaardelijke…
In onze wereld zoek je zelf uit wie je liefhebt.
De voorwaarde is dus dat iemand bij je moet passen.
Na verloop van tijd kan het ook weer veranderen.
Zo onvoorwaardelijk is die liefde dus niet.
Behalve de liefde voor jezelf…
Daar zijn we heel gevoelig voor.
Denk aan kreten als:
‘doe het voor jezelf’,
‘omdat ik het waard ben’,
maar ook ‘het voelt niet meer goed’.

Het is maar één voorbeeld,
maar zo kan dat zinloze leven er dus uitzien.

2.2. Leven in ontzag voor God
Petrus zet er een ander soort leven tegenover:
het leven in ontzag voor God.
Dit is het leven waar Petrus toe oproept.

Zijn argument hiervoor?
Als je God Vader noemt,
heb dan ook ontzag voor hem.
En met dat ‘ontzag hebben’ bedoelt Petrus dat je God gehoorzaamt.

Als je denkt aan God als je Vader,
dan denk ik dat je al snel denkt aan Gods liefde voor ons.
Dat God voor je zorgt, zoals een vader voor zijn kind.
Dat is helemaal waar.
Maar als je alleen dit zegt, wordt het eenzijdig.
Als kind heb je, als het goed is, ook respect en ontzag voor je ouders.
Voor Petrus is dat in ieder geval vanzelfsprekend:
kinderen moeten hun ouders gehoorzamen.

Dus gehoorzaam zijn aan God.
In het hele hoofdstuk komt dat terug.
Heel opvallend begint het daar al mee in vers 2:
we zijn voorbestemd om gehoorzaam te zijn.
Nee, niet voorbestemd voor het eeuwige leven,
maar om gehoorzaam te zijn.

Laten we het maar weer eens toepassen op elkaar liefhebben.
Wat voor verschil maakt het dan om ontzag voor God te hebben?
God zegt: heb je naaste lief als jezelf.
Dus jezelf liefhebben, dat mag, dat is zelfs een opdracht van God,
maar dat mag niet ten koste gaan van liefde voor anderen.

Heb elkaar onvoorwaardelijk lief, schrijft Petrus.
Dan heeft hij het over de verhoudingen binnen de kerk.
Zoals we hier zitten, moeten we elkaar liefhebben.
Niet alleen de mensen die ons goed liggen,
niet alleen de mensen van onze eigen leeftijd,
ook niet alleen als het je goed uitkomt.

En dan maakt geloven in God echt verschil.
In onze wereld is het:
als er niemand onvoorwaardelijk van je houdt, moet je het zelf maar doen.
God houdt onvoorwaardelijk van je.
Aan liefde zal je met hem geen tekort hebben.
Daarom kun je anderen onvoorwaardelijk gaan liefhebben.
Dat is een zinvol leven.

3. Vrijgekocht uit zinloze bestaan
dia 6: punt 3
Petrus zegt dus: leef dat leven in ontzag voor God.
Mooi gezegd.
Maar is de praktijk niet weerbarstiger?
Hoe kun je ooit zo’n heilig leven hebben?
Is deze opdracht niet te groot?

Petrus gaat op deze vraag in.
Zijn antwoord: je bent vrijgekocht uit dat zinloze leven.
Je zat gevangen in dat oude leven, je kon niet anders.
Maar nu ben je vrijgekocht met Jezus bloed,
zodat je niet meer vast zit in dat zinloze leven.

Dat betekent niet alleen dat je zonden vergeven zijn,
maar ook dat je niet meer in de macht van die zonde staat.
God geeft je niet alleen vergeving,
maar ook een nieuw leven.
God haalt je uit dat zinloze leven,
en geeft je een leven met ontzag voor hem.

Toen ik Kampen studeerde,
was dit mijn grootste ontdekking.
Gods genade is niet alleen dat mijn zonden vergeven zijn,
Gods genade is ook dat ik een ander leven krijg.
Het goede leven, een gehoorzaam leven,
is ook een geschenk van God!
Geweldig is dat!
Want dat betekent dat ik niet wanhopig zelf hoef te proberen
om zo goed mogelijk te leven,
maar dat God mij dat cadeau geeft.
Wil je meer voor God leven,
dan bereik je dat niet door streng te zijn voor jezelf,
dat is alleen maar frustrerend.
Je bereikt het door te groeien in ontzag en liefde voor God.

Maar goed, nu weer even met beide benen op aarde:
gebeurt dat dan ook?
En laten we het maar weer concreet maken naar de liefde voor elkaar.
Helaas komen in elke kerk ruzies voor.
Onvoorwaardelijke liefde voor elkaar,
ook in de kerk is dat nog niet zo gemakkelijk.
Toch gebeuren in de kerk ook heel mooie dingen.
Mensen die elkaar nooit zouden hebben uitgezocht,
gaan opeens veel voor elkaar betekenen.
Zo is God in de kerk bezig.

Laten we niet te pessimistisch zijn,
en doen alsof dit een te hoog ideaal is.
Ik geloof dat God mensen echt verandert.
Ik geloof dat God ook mij verandert.
En nee, dat is nog niet perfect.
Maar er zit wel vooruitgang in:
dat je steeds meer op Jezus gaat lijken.

4. Kostbare genade
dia 7: punt 4
Als laatste: wat is een goede motivatie om ontzag voor God te hebben?
Is dat angst omdat God je anders straft?
Of is dat omdat je daar het eeuwig leven mee verdient?

In het hoofdstuk dat we gelezen hebben,
noemt Petrus heel wat redenen om ontzag voor God te hebben,
maar die twee zitten daar niet tussen.
Laten we ons concentreren op vers 18 en 19.
De reden om ontzag voor God te hebben,
is dat we niet met iets vergankelijks als zilver of goud zijn betaald,
maar met het bloed van Jezus.

Gods genade is zo groot,
dat hij niet betaalt met zilver of goud,
dingen die hij zelf gemaakt heeft,
maar met het bloed van zijn eigen Zoon.
Gods genade heeft hem dus ook alles gekost!
Als je dat op waarde leert te schatten,
kan het niet anders dan dat er iets in je leven verandert.

dia 8: Bonhoeffer
Iemand die dat heel mooi verwoord heeft,
is Diettrich Bonhoeffer.
Hij was een Duits theoloog in de tijd van nazi-Duitsland.
Uiteindelijk is hij door het nazi-regime geëxecuteerd.
In zijn boek ‘Navolging’ heeft hij het over goedkope en kostbare genade.
Hij zegt het daar zo treffend
dat ik niet zal proberen dat in eigen woorden samen te vatten,
maar laat hem zelf aan het woord.

Bonhoeffer schrijft:
“Goedkope genade betekent genade als te grabbel gegooide waar, genade als onuitputtelijke voorraadkamer van de kerk waaruit met lichtvaardige hand gedachteloos wordt uitgestort, genade zonder prijs, genade die niets kost. Oneindig groot zijn de gemaakte kosten, oneindig groot daarom ook de mogelijkheden van het gebruik en de verkwisting.”
“Goedkope genade betekent rechtvaardiging van de zonde en niet van de zondaar. Omdat de genade toch alles alleen doet, kan alles bij het oude blijven. Laat een christen dus maar net zo leven als de wereld.”
“Kostbare genade is genade terwille waarvan de mens zich het oog dat hem verleidt, uitrukt; de roepstem van Jezus Christus, waarop de discipel zijn netten verlaat en navolgt. Kostbaar is zij, omdat zij oproept tot de navolging, genade omdat zij oproept tot de navolging van Christus. Kostbaar is de genade bovenal omdat ze God veel gekost heeft, omdat ze God het leven van zijn Zoon gekost heeft en omdat voor ons niet goedkoop kan zijn wat voor God duur is. Genade is zij omdat God zijn Zoon niet te kostbaar achtte voor ons leven, maar Hem overgaf voor ons.”

dia 9: punt 4
Ik heb hier heel weinig aan toe te voegen.
Kostbare genade is zo machtig dat het mensen verandert.
Dat wil niet zeggen je leven perfect zal zijn.
Geloven blijft een gevecht.
Als Petrus zegt dat je wordt beoordeeld op grond van je daden,
bedoelt hij ook niet dat God een lijstje bijhoudt van alles wat je doet.
God kijkt wel beter, hij peilt je hart.

Ja, ook christenen die een groot ontzag voor God hebben,
vliegen regelmatig uit de bocht.
Daar hoef je ook niet krampachtig mee om te gaan.
Maar laat genade geen goedkoop wegwerpmiddel worden.
Vertrouw op de genade, die zo kostbaar is
dat God zijn Zoon ervoor gegeven heeft.
Dan mag je groeien, in het steeds meer op Jezus lijken.
Dan kun je iets uitstralen naar de mensen om je heen,
maar dat is voor volgende week.
God wil je een echt geloof geven.
Door zijn genade.

Amen.