1 Korintiërs 12:12-13 – Iedereen is nodig bij Jezus’ leerlingen

Mark Veurink
Mark Veurink
9 februari 2014

1 Korintiërs 12:12-13 – Iedereen is nodig bij Jezus’ leerlingen

image_pdfimage_print

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie

  • Zingen: Opwekking 733
  • Stil gebed
  • Votum en groet
  • Zingen: Psalm 115 : 1, 6, 7 en 8
  • Gebed
  • Kinderen naar club
  • Lezen: 1 Korintiërs 12
  • Zingen: GKB Gezang 119 : 2 en 5
  • Preek over 1 Korintiërs 12 : 12 – 13
  • Zingen: Psalm 133 : 1, 2 en 3
  • Kinderen terug
  • Lezen wet
  • Zingen: E&R 260 (Hand en voet)
  • Doop Anna-Loïs Stelma
  • Lezen doopformulier 1
  • Doopsbediening
  • Zingen: Psalm 103 : 1, 2 en 5
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: LvK Lied 320 : 1, 2 en 4
  • Zegen

Preek: Iedereen is nodig bij Jezus’ leerlingen

Samen sterk
dia 1 – keuken

Ik wil jullie vanochtend meenemen naar de keuken.
Ik houd er wel van om een lekkere maaltijd klaar te maken.
En of je zelf nu vaak in de keuken staat
en de heerlijkste maaltijden weet te bereiden,
of dat je er helemaal niets van bakt,
iedereen weet dat je voor een lekkere maaltijd
verschillende ingrediënten nodig hebt.

dia 2 – ingrediënten

Veel ingrediënten zijn los helemaal niet lekker.
Probeer maar eens een hap zelfrijzend bakmeel te eten,
dan weet je waar ik het over heb…
Zelfrijzend bakmeel moet je gebruiken,
bijvoorbeeld om pannenkoeken te maken.
En dan heb je
ook andere ingrediënten nodig,
zoals melk, boter, zout en eieren.
Ik heb het eens gepresteerd de eieren te vergeten…
Nou, daar worden die pannenkoeken dus ook niet beter van.
Een leerzame ervaring: ik vergeet de eieren nooit weer!
Samen maken de ingrediënten de maaltijd
en je kunt niet zomaar iets eruit weglaten.

Met mensen kan dat ook zo zijn.
Mensen zijn verschillend.
Verschillende mensen hebben verschillende dingen die ze goed kunnen.
Als je de goede mensen bij elkaar zet,
kunnen ze dingen die ze alleen nooit zouden kunnen.

dia 3 – aftiteling

Kijk maar eens in de aftiteling van een film.
Dat is natuurlijk niet het interessantste stuk van een film,
de meeste mensen zetten het dan ook snel uit,
maar je krijgt er wel een mooi kijkje achter de schermen.
De lijst van mensen die hebben meegewerkt, houdt maar niet op!

Uiteraard heb je acteurs nodig,
mensen die de hoofdrollen en bijrollen spelen.
En een cameraploeg, om alles op te nemen.
Maar daarmee
ben je er nog lang niet!
Je hebt een scriptschrijver nodig en een regisseur.
Muziek is in veel films ook belangrijk,
dus je hebt muzikanten nodig en iemand die de muziek selecteert.
Achter de schermen heb je mensen die zorgen voor het decor,
mensen die zorgen voor de goede kleding,
mensen die de acteurs opmaken,
mensen die zorgen dat iedereen op het goede moment op de goede plek is,
en ga zo maar door.
En al die mensen krijgen soms ook honger,
dus er zijn ook nog mensen voor de catering nodig.

Al die mensen kunnen in hun eentje geen film maken.
Een acteur zonder cameraman kan niets beginnen.
Allemaal hebben ze iets waar ze goed in zijn.
En allemaal zijn ze onmisbaar voor het maken van een film.
Samen staan ze sterk.

dia 4 – iedereen is nodig bij Jezus’ leerlingen

Is dat in de kerk ook zo, dat je samen sterk staat?
Daarover schrijft Paulus
in zijn brief aan de christenen in Korinte.
Wat hij zegt, kun je in 1 zin samenvatten:
iedereen is nodig bij Jezus’ leerlingen.
Samen sta je sterk.Ieder voor zich
dia 5 – ieder voor zich

Dat is tenminste de theorie.
In de kerk kun je niet zonder elkaar.
Maar is dat ook de praktijk?
Heb je anderen echt nodig?
Of redt je het zelf wel?

We gaan naar Korinte, een Griekse stad, in de eerste eeuw.
Korinte is een havenstad, een wereldstad.
Allerlei soorten mensen wonen er door elkaar heen.
Het is een hele diverse stad.
Toch hadden al die verschillende mensen maar weinig met elkaar te maken.
Als Jood ging je
niet met Grieken om,
en als rijke ging je niet met slaven om.
O ja, misschien wel voor wat zakelijke contacten,
maar verder hield je afstand.
Het is ieder voor zich.

dia 6 – wel of geen klanktaal spreken

In het kerkje van Korinte gebeurt hetzelfde.
Het is niet een geheel,
van mensen die samen Jezus volgen,
en waar iedereen gelijkwaardig is.
Nee, sommigen waren onmisbaar voor het kerkje,
of vonden zichzelf in ieder geval onmisbaar,
terwijl anderen het gevoel kregen dat ze nergens nuttig voor waren,
een blok aan het been.

Er is een scherpe tegenstelling binnen het kerkje:
sommige leden kunnen in klanktaal spreken,
anderen kunnen dat niet.
Wat die klanktaal nu precies was, ik weet het niet…
De meningen verschillen er behoorlijk over.
De vraag is dan vooral of die mensen een bestaande vreemde taal spraken,
of dat ze in een niet-bestaande taal spreken.

Voor vandaag is het niet zo belangrijk.
Waar het om gaat, is dat mensen die in klanktaal konden spreken,
de belangrijkste gemeenteleden waren.
Mensen die het
niet konden, telden eigenlijk niet mee.
In Korinte is het dus niet ‘samen sta je sterk’,
maar ‘als je klanktaal spreekt, sta je sterk.’
Dan heb je helemaal geen anderen meer nodig.
Dan kun je
op eigen benen staan.
En dus is het ieder voor zich.

dia 7 – ik los het zelf wel op

Bij zo’n indeling van wel en geen klanktaal spreken,
denk ik: het zal wel, waar gaat dit over…?
Maar wat daarachter zit, op eigen benen willen staan,
dat is al een stuk herkenbaarder.
Op school had ik altijd een enorme hekel aan samenwerken.
Samen een werkstuk schrijven… verschrikkelijk!
Laat mij dat maar alleen doen.

Willen we elkaar wel nodig hebben?
Volgens mij liever niet.
Als je een probleem hebt, los je het zelf wel op.
En met geloof gaat het vaak ook zo:
het is mijn geloof,
daar heb ik echt geen anderen bij nodig.
Ze moeten zich niet met mij bemoeien.In Christus aan elkaar gegeven
dia 8 – geloof is geen prestatie maar geschenk

En juist dat punt, ‘het is mijn geloof’,
daar begint Paulus mee.
Want is het wel jouw geloof?
De Korintiërs zien geloof als een mooie prestatie,
zoals veel in Korinte om prestaties ging.
Je kon jezelf opwerken, daarmee aanzien verdienen,
of diep zinken en geen blik waardig gekeurd worden.

Bij geloven gaat het juist niet om presteren.
Paulus zegt: ‘niemand kan ooit zeggen “Jezus is Heer”,
behalve door toedoen van de heilige Geest.’
Je geloof is dus niet een prestatie, iets om trots op te zijn,
maar iets dat je van God krijgt!
De heilige Geest zorgt dat je kunt zeggen ‘Jezus is Heer’.
En als je dat zegt, dan zeg je
dat Jezus de belangrijkste is in je leven,
dat je niet trots bent op jouw prestaties of op jouw geloof,
maar op Jezus!

En wat is dat heerlijk bevrijdend!
Je hoeft jezelf niet steeds te bewijzen,
je hoeft niet te presteren om indruk op anderen te maken,
je hoeft je eigen problemen niet op te lossen,
zodat anderen bewondering voor je hebben.
Het is niet jij tegenover de rest van de wereld.
Bij Jezus hoef je niet te presteren,
hoef je je niet tegen anderen af te zetten,
maar hoor je juist bij elkaar.

dia 9 – delen van een lichaam

Paulus vergelijkt dat met een lichaam.
Een lichaam heeft veel verschillende lichaamsdelen.
En in een lichaam is het natuurlijk niet zo
dat de lichaamsdelen indruk proberen te maken op elkaar.
Alsof je met je handen iets heel moois kunt maken,
en je ogen dan jaloers worden…
Dat slaat natuurlijk nergens op:
zonder je ogen hadden je handen dat niet eens gekund.
Christenen, mensen die zeggen dat Jezus Heer is,
horen ook zo bij elkaar, als leden van een lichaam.

Daar gaat het ook om bij de doop.
De doop maakt christenen leden van 1 lichaam.
Straks wordt Anna-Loïs gedoopt.
Krijgt ze het teken dat zij ook bij het lichaam hoort.
Dat zij en wij elkaar nodig hebben.

In een lichaam heeft elk lichaamsdeel een eigen plek.
Voeten zijn om mee te lopen
en met je handen kun je iets oppakken.
Doordat elk deel anders is, wordt het samen een lichaam.
Ze vullen elkaar aan.

dia 10 – verschillende gaven

In de kerk is dat ook zo:
daar hebben we allemaal een eigen plek,
zodat we elkaar aanvullen.
Paulus heeft het dan over gaven van de Geest.
Elke christen heeft zulke gaven gekregen.

Maar wat zijn die gaven dan?
Paulus noemt er heel wat,
en op andere plaatsen in de bijbel noemt hij nog weer anderen.
Er zijn dus meer gaven dan Paulus hier noemt.
Ze hebben wel allemaal met elkaar te maken:
het zijn gaven om elkaar te helpen met geloven.

Gaven zijn dus iets anders als talenten.
Je kunt het talent hebben om muziek te maken of om lekker te koken.
Mooie dingen, waarmee je elkaar ook kunt aanvullen,
maar je helpt er nog geen anderen mee om te geloven.
Talenten kunnen wel gaven worden.
Als je met de muziek die je maakt, mensen helpt te geloven.
Of als je een maaltijd voor een ander maakt,
en de ander daarin iets van Gods liefde ziet.
Dan is het een gave geworden, die Paulus zelf ook noemt:
de gave van bijstand verlenen.Hebben we elkaar echt nodig?
dia 11 – hebben we elkaar echt nodig?

Maar hebben we elkaar wel echt nodig?
Het is mooi dat Paulus dat zegt, maar werkt het echt zo?
Je kunt denken dat niemand jou nodig heeft.
En je kunt ook denken dat jij niemand nodig hebt.
Is het inderdaad zo dat sommige mensen veel voor anderen betekenen,
en dat anderen vooral veel hulp nodig
hebben?

dia 12 – niemand heeft mij nodig?

Eerst maar over dat jij niet nodig bent,
dat niemand op jou zit te wachten,
dat je niets voor het geloof van anderen betekent,
en de kerk net zo goed zonder jou zou kunnen.
Je voelt je minderwaardig.

Paulus lijkt ook te zeggen dat dat klopt:
dat er belangrijke en minder belangrijke leden zijn.
Hij heeft het over zwakke delen van het lichaam.
Blijkbaar heeft de een meer te bieden dan de ander.
Maar schijn bedriegt!
Want, zegt Paulus, juist die delen die het zwakst lijken,
zijn het meest noodzakelijk!

dia 13 – herinneren aan genade

Ik denk dan maar aan Anna-Loïs.
Zij is vast niet de eerste van wie
je zou zeggen:
daar hebben we nou wat aan!
Maar zij is niet alleen een geschenk aan haar ouders,
ze is ook een geschenk aan de hele gemeente.
Ze is een voorbeeld van iemand die nog niets gepresteerd heeft,
in alles van anderen afhankelijk is.
Om je eraan te herinneren:
voor God hoef ik niet te presteren, het gaat om zijn genade.
Juist mensen die weinig te bieden hebben,
kunnen op die manier een geweldig getuigenis geven.

dia 14 – groot geloof

Wat ik opvallend vind, is dat Paulus de gave van een groot geloof noemt.
Dat zou je misschien niet direct als een gave zien
waardoor anderen wat aan je hebben.
Maar wat is het bijzonder als iemand een zwaar leven heeft,
en ondanks alle tegenslag een rotsvast vertrouwen op God heeft!
Dan kom ik daar om die
persoon te bemoedigen,
maar ben ik degene die bemoedigd naar huis gaat!

Zo geeft God iedereen zijn eigen, onmisbare plek, in het lichaam.
Misschien door je kwetsbaarheid, misschien door je groot geloof,
misschien door je gave om te bidden,
en ga zo maar door.

dia 15 – ik heb niemand nodig?

Anderen denken: ik heb niemand nodig,
alleen is wel net zo makkelijk.
Juist dan kun je veel leren van die mensen
die zichzelf als zwakke delen zien.
Jezus wil je bevrijden van dat je altijd alles zelf moet doen.
Hij wil je leren te ontvangen.
Je doet jezelf alleen maar tekort als je zonder anderen denkt te kunnen.
We zijn niet gemaakt om zelfstandig te zijn.

En de een heeft meer zorg nodig dan de ander.
Paulus
zegt dat ook.
Zo zit een lichaam ook in elkaar.
Maar juist door voor de andere delen te zorgen,
door jouw gave voor een ander
in te zetten,
kun je zelf ook weer groeien.
Wat heeft God het toch prachtig bedacht!Dien elkaar met je gaven
dia 16 – dien elkaar met je gaven

In de kerk hebben we elkaar nodig.
Jij hebt anderen nodig en anderen hebben jou nodig.
Dan zijn we zo’n lichaam waar Paulus het over heeft.
Dien elkaar dus met je gaven.

dia 17 – ontdek je gave

Heb je geen idee wat je gave is?
Dan begint het met het ontdekken daarvan.
In 1 Korintiërs 12 noemt Paulus er heel wat op,
misschien herken je er wel een van.
Ik denk dat je er niet al te diep voor in jezelf moet graven.
Als je anderen echt met je gaven wilt dienen,
wordt ook vanzelf wel duidelijk wat je gaven zijn.
Doe maar gewoon wat je tegenkomt,
bijvoorbeeld op een kringbijeenkomst.
En luister ook naar wat anderen zeggen:
vaak heb je zelf niet zo goed door wat je gave is,
maar kunnen anderen je er op wijzen.
Laten we dat vooral ook doen!

dia 18 – zet je gaven voor elkaar in

De gaven die je hebt, brengen ook een verantwoordelijkheid met zich mee.
De Geest geeft je die gaven niet om zelf van te genieten.
Het zijn gaven om het hele lichaam mee te dienen.
Gaven waarmee je anderen helpt om te geloven.
Je bent elkaar tot hand en voet
om Jezus te volgen en te belijden dat hij Heer is.

Je kunt je gaven ook links laten liggen.
Je hebt ze wel, maar je doet er niets mee.
Dat is jammer voor de gemeente,
want die had veel aan je gave kunnen hebben.
Maar het is ook jammer voor jezelf.
Want als je jezelf geeft in de gemeente,
als je gericht bent op hoe je anderen met je gaven kunt helpen,
voel je meestal jezelf ook veel meer deel van die gemeente.

dia 19 – aan elkaar verbonden

Als je elkaar met je gaven dient,
dan ga je ook echt merken dat je aan elkaar verbonden bent,
dat je bij elkaar hoort en samen sterk staat.
Dan geldt ook wat Paulus in vers 26 schrijft:
‘wanneer één lichaamsdeel pijn lijdt, lijden alle andere mee.’
Want dan is het niet langer zo dat ieder voor zijn eigen leventje gaat,
maar dat je jezelf ziet als een lichaamsdeel:
je bent uniek in wat God aan jou gegeven heeft,
je bent niet te missen in het lichaam van Christus,
en je komt echt tot je recht in verbinding met het hele lichaam.

Amen.