1 Koningen 9,3-7 – Salomo valt voor afgoden, Jezus brengt oprechtheid

Hans Burger
Hans Burger
8 december 2013

1 Koningen 9,3-7 – Salomo valt voor afgoden, Jezus brengt oprechtheid

image_pdfimage_print

<Liturgie

(Tweede adventszondag en voorbereiding voor het avondmaal)

Voorzang: LB 125,1.2.4 (O kom o kom Immanuël)

Aansteken 2e adventskaars

Stil gebed

Votum

Zegengroet

Zingen: Ps 32,1.2

Gebed

Kinderen naar de kinderclub

Lezen uit de Bijbel:

- 1 Koningen 9,1-9

- Zacharia 6,9-15

- Zacharia 9,9-10

Zingen: LB 121,1.2

Preek over 1 Kon 9,3-7

Zingen: LB 118

Kinderen

Kinderlied: Projectlied vers 1,2,6

Als wetslezing – zaligsprekingen

Zingen: Ps 101,1.2.3.5

Gebed

Collecte – tijdens collecte: ND Adventlied 2

Zingen: Ps 89,1.2.6

Zegen

Opmerkingen:

- Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

- Bij deze preek is een pp-presentatie beschikbaar

 

<

1. [dia 2 – zwart ] Salomo moest oprecht zijn. Wat is dat, oprechtheid?

Het lijkt op wat wij tegenwoordig noemen ‘integriteit’.

Een voorbeeld van wat het niet is?

Ik herinner me van vroeger – ik zat denk ik ergens in klas 2 of 3 van de lagere school – dat we samen met een stel jongens op het schoolplein om iemands fiets heen stonden, in een baldadige stemming. Ik schopte tegen zijn achterlicht aan. Kapot. Ik vertelde het niet thuis. Maar ik kreeg een paar dagen later wel een rekening die ik moest betalen. Ik heb het mijn ouders weer niet verteld. Ik heb iets bedacht over een verjaardagskado voor een juf. Daarvoor kreeg ik geld mee. Genoeg om die rekening voor een nieuw achterlichtje te kunnen betalen.

Wat oprechtheid wel is: [dia 3] president de Klerk van Zuid-Afrika die zich laat overtuigen: apartheid is niet wat God wil. En apartheid daarom afschaft. Niet het eigen belang, maar gerechtigheid voorop. Of Nelson Mandela, die geen wraak neemt als hij uit de gevangenis komt, maar verzoening zoekt. Niet het eigen belang, maar vrede. [dia 4 – zwart]

In de Bijbel is David het voorbeeld van iemand die oprecht is – kijk maar in vers 4. Oprechtheid heeft te maken met openheid en eerlijkheid. Niet de schone schijn ophouden. Niet a zeggen en b doen. Integer zijn. Het gaat richting volmaaktheid, maar het belangrijkste is: dat je tegenover God eerlijk bent. David was niet volmaakt, maar hij was wel eerlijk over zijn fouten. Een open en eerlijke relatie met God – dat is het belangrijkste.

Die twee hebben met elkaar te maken: God – en oprechtheid. Niet voor niets gaat het in 1 Koningen 9 over iets positiefs – oprechte toewijding aan God – tegenover iets negatiefs –afgoden dienen.

Bij God word je oprecht.

Bij afgoden juist niet.

God doet wat Hij zegt. Bij God ben je veilig en hoef je je niet groter voor te doen dan je bent. Daardoor leer je eerlijk te zijn. Word je een goed en integer mens.

Afgoden beloven je van alles. Maar ze zijn als een verslaving: je hebt ze nodig, maar ze stellen teleur. En dan moet je je groot houden. De schone schijn gaat regeren. Van binnen maken ze je leeg. Ze maken je juist gespleten. Onoprecht.

Zoals ik niet wilde dat mijn ouders zouden weten dat ik dat lampje kapot geschopt had.

En maar ging liegen om aan het geld te komen.

Hoe oprecht ben jij?

 

2. Ik noemde David al – maar het gaat hier over zijn zoon Salomo. God vraagt van Salomo, vers 4 in de HSV: [dia 5]

… wanneer u voor Mijn aangezicht wandelt, zoals uw vader David met een volkomen hart en in oprechtheid gewandeld heeft, door te handelen overeenkomstig alles wat Ik u geboden heb, en u Mijn verordeningen en bepalingen in acht neemt …

Zo ziet een goede koning er uit!

Als hij zo koning is, dan komt het goed. [dia 6] Dan blijft iemand uit zijn familie koning (vers 5). Dan blijft het volk in het land wonen. Dan blijft God in de tempel wonen (vers 7).

Ja, want wanneer zegt God dit tegen Salomo? [dia 7 – zwart]

Salomo, de zoon van David, is koning geworden. Hij is de wijze koning. De vredekoning. De koning die de tempel gebouwd heeft. En dan – lees maar in 1 Koningen 8 – wordt de tempel ingewijd. Salomo bidt een indrukwekkend gebed. Hij vraagt God om in deze tempel te komen wonen. Om hier bij zijn volk te zijn en naar hen te luisteren.

Een tijdje later verschijnt God aan Salomo. God zal doen wat Salomo gevraagd heeft.

God zegt – vers 3 (HSV): [dia 8]

Ik heb uw gebed en uw smeekbede gehoord, die u voor Mijn aangezicht gesmeekt hebt. Ik heb dit huis dat u gebouwd hebt, geheiligd om Mijn Naam daar tot in eeuwigheid te vestigen. Alle dagen zullen Mijn ogen en Mijn hart daar zijn.

God heiligt de tempel – dit is zijn tempel, hem toegewijd.

Hij wil er voor eeuwig wonen.

Maar God zegt iets heel bijzonders: Hij zal niet alleen zien wat er allemaal gebeurt. Hij zal niet alleen luisteren.

God belooft: [dia 9] Alle dagen zullen mijn ogen en mijn hart daar zijn.

Zijn hart zal in de tempel zijn – zijn aandacht. Hijzelf. Intiem en liefdevol dichtbij.

Alleen, direct na die mooie belofte volgen de voorwaarden. [dia 10 – zwart]

Salomo, jouw familie blijft het koninklijk huis als jullie mij met heel je hart oprecht toegewijd zijn.

Maar als jullie bij mij weggaan, afgoden gaan dienen, dan houdt het op. Dan ga je in ballingschap. Dan wil ik niks meer weten van deze tempel.

Die woorden zijn het keerpunt in de geschiedenis van Salomo. Hij is rijk, machtig, en trouwt vele vrouwen. Geld, macht en seks – het zijn ook vandaag drie afgoden. Macht corrumpeert. Salomo gaat andere goden dienen, kijk maar in hoofdstuk 11 van 1 Koningen. Hij redt het niet – de voorwaarden zijn te zwaar.

 

3. Wat heb je nu aan zo’n God? Het ene moment zegt hij mooie dingen, het andere moment pakt hij het je allemaal weer af.

Wil God nu bij mensen zijn, of niet?

Als hij zulke torenhoge voorwaarden stelt – dan weet je toch dat het nooit wat kan worden?

Hoewel: is het zo gek: [dia 11]

Gods hart komt bij mensen wonen (vers 3). God wil dat ons hart hem oprecht toegewijd is (vers 4).

Dat klinkt niet onredelijk.

Zou het jou lukken – Gods hart bij jou, jouw hart bij God?

Een jaar of drie geleden viel het me op dat Jezus en de apostelen ons oproepen om volmaakt te zijn – altijd, in alle opzichten. [dia 12 – zwart] Maar sinds ik dat bewust probeer, valt me op hoe moeilijk dat is. Ik ben soms zo gehecht aan zondige patronen en gewoontes.

Soms gaat het goed – maar soms bid ik: Heer help me op uw nieuwe manier te leven – terwijl ik weet dat ik het diep in mijn hart niet wil. Als ik dat zo laat, ben ik niet oprecht.

Oprecht zou het zijn om te zeggen: Heer, ik vraag u dit, maar diep in mijn hart wil ik het niet. Vergeef me dat, en maak me oprecht.

Zomaar hou je jezelf voor de gek. Pas had ik ’t met Janneke over Salomo. Macht corrumpeert. Toen vroeg Janneke: zou het bij ons ook zo zijn? Mijn reactie was: ‘Welnee, wij hebben te weinig macht’. Het valt nog wel mee. Maar later herinnerde ik me momenten dat het niet meeviel. De corruptie is er zo maar.

Wie oprecht is, is iemand uit een stuk.

Niet liegen om de schone schijn op te houden.

Niet stelen om dingen recht te trekken.

Niet over anderen heen walsen.

Helemaal open voor God – eerlijk, kwetsbaar – wat lukt èn wat niet lukt open leggen voor God. Dat kan bij geen enkele afgod. Alleen bij God kan dat.

Hoe oprecht ben jij?

Verlang je ernaar ‘met heel je hart God oprecht toegewijd te zijn’?

Gods hart bij jou, jouw hart bij God?

Wil jij dat God jouw God is – en niet een afgod?

Vraag het je af – op weg naar het avondmaal van volgende week.

Maar ja, terug naar Salomo en God.

Wat heeft het voor zin om te zeggen: ik beloof je dat mijn oog en mijn hart hier in deze tempel zullen zijn – en er onhaalbare voorwaarden aan te verbinden?

Is het bij de avondmaalsviering trouwens niet net zo: God is alleen bij mij als ik oprecht met mijn hart bij God ben?

Kunnen we niet beter stoppen met deze veeleisende God?

 

4. Voor Salomo en zijn zonen waren de voorwaarden te groot. De afgoden kwamen. De koningen moesten hun volk bij God bewaren. Davids zonen konden het niet. De tempel werd verwoest. De Israëlieten werden gedeporteerd, weg uit hun land.

Maar we hebben ook gelezen uit Zacharia – profeet na de ballingschap. Hij profeteert over een telg. Een koning. Er komt weer een koning. Een koning die de tempel herbouwt. Uit de hele wereld komen mensen naar hem toe – helpen om de tempel te herbouwen. Deze koning is nederig en rijdt op een ezeltje. Een koning die het land in goede vrede regeert. Hij brengt zelfs vrede tussen de volken. Wereldwijd zal hij regeren.

Zie je dat?

Dit is een nieuwe Salomo.

Kijk maar wat er in 1 Kronieken 22,9-10 over Salomo staat: [dia 13]

Maar je zult een zoon krijgen. Hij zal een man van vrede zijn, want ik zal hem rust geven door hem van al zijn vijanden te verlossen. Salomo zal hij daarom heten; tijdens zijn bewind zal ik Israël rust en vrede schenken. 10 Hij zal een huis bouwen voor mijn naam. Hij zal voor mij een zoon zijn en ik voor hem een vader, en ik zal ervoor zorgen dat zijn troon in Israël niet zal wankelen.

Kronieken is geschreven in de tijd van Zacharia, na de ballingschap. De positieve kant van Salomo staat voorop. Eigenlijk is de beschrijving van Salomo in Kronieken tegelijk een profetie. Ook Zacharia profeteert immers over een koning die komt. Een nieuwe Salomo:

Zoon van David.

Zoon van God

Hij geeft vrede.

Sterker nog: hijzelf verlost Israel van vijanden –dood, duivel, zonde.

Hij maakt maar niet een nieuw gebouw, Hij is zelf de nieuwe tempel. Hij is er de hoeksteen van; mensen van over de hele wereld komen om in deze tempel bouwsteen te zijn – jullie zijn tempel van de Heilige Geest, gebouwd op Christus als hoeksteen.

Deze koning zal voor altijd regeren.

Jezus is de grote zoon van David, de grote vredekoning, de tempel in eigen persoon. Gods ogen en Gods hart bij mensen. Immanuël – God met ons. [dia 14 - zwart]

En denk dan weer aan Zacharia: hij is nederig.

Hij rijdt op een ezeltje.

Macht corrumpeert – maar niet bij Jezus.

Hij is meer dan Salomo, meer dan David: hij is met heel zijn hart God oprecht toegewijd.

 

5. In Jezus Christus weet je ook precies wat je aan God hebt – en Gods voorwaarden zijn niet meer te hoog. De koning – Jezus – vervult de voorwaarden. Lees vers 4 en denk aan Jezus: [dia 15] Hij is God, Gods Zoon, natuurlijk dient Hij geen afgoden. Hij is oprecht God toegewijd. Hij is gehoorzaam, zelfs tot aan de dood van het kruis. Hij houdt zich altijd aan Gods bepalingen en rechtsregels. En dus: nooit wankelt zijn troon. [dia 16]

En dus: geen ballingschap, maar wij samen tempel van de Heilige Geest. Nooit meer hoeven mensen zonder God te zijn : in Jezus zijn Gods oren en Gods hart bij ons – de Heilige Geest wordt zelfs in onze harten uitgestort. Gods liefde wordt in onze harten uitgegoten. In ons!

Salomo – koning van Shalom, vredekoning. Dat is koning Jezus echt!

Maarre… 1 Koningen 9 gaat ook over het volk, kijk in vers 6 en 7: [dia 17]

Maar mochten jullie of je nakomelingen je van mij afwenden en je niet houden aan de geboden en bepalingen die ik jullie heb opgelegd, en in plaats daarvan andere goden gaan vereren, 7 dan zal ik de Israëlieten verdrijven van het grondgebied dat ik hun gegeven heb en wil ik niets meer weten van deze tempel, die ik voor mijn naam heb geheiligd.

Hoe zit het dan als wij ons niet houden aan Gods geboden? Als wij niet oprecht zijn? Als wij afgoden dienen… Je zei eerder in de preek: de apostelen leren ons: wees met heel je hart God oprecht toegewijd! Wat schiet je op met Jezus? [dia 18 – zwart]

Hoe was het bij Salomo?

God zei: ik wil bij jullie zijn in de tempel. Daar kom ik heel dichtbij, daar zijn mijn oren en mijn hart.

Maar er zijn twee voorwaarden.

De eerste is de koning – de koning moet God toegewijd zijn. Dan zorgt de koning – de leider – dat het volk bij God blijft.

En de tweede voorwaarde is het leven van het volk zelf: geen afgoden dienen, maar God gehoorzamen.

Aan beide voorwaarden is niet voldaan.

Maar Jezus zorgt ervoor dat aan beide voorwaarden wel voldaan wordt.

Hij is zelf de koning die helemaal God toegewijd is. Hij is zelf God. De eerste voorwaarde.

En de tweede: hij maakt zijn volk nieuw. Zodat heel het volk gaat leven als nieuwe mens.

Jezus – de nederige koning op een ezeltje uit Zacharia 9. [dia 19]

Oprecht, integer, toegankelijk.

De nederige baby in een voerbak in Bethlehem.

Hij nodigt jullie volgende week uit aan tafel: kom, wees welkom! Laat mij je helemaal nieuw maken – met heel je hart God oprecht toegewijd!

 

6. Kom naar Jezus en geloof in Hem!

Hij is de tempelbouwer – Hij is de hoeksteen van de tempel van de Heilige Geest. Jullie mogen die mensen zijn uit Zacharia 6,15: [dia 20]

Uit verre landen zullen mensen hierheen komen om te helpen bij de bouw van de tempel van de HEER.

Jij – steen in de tempel van de Heilige Geest – helemaal Hem toegewijd.

Jullie mogen de volken zijn die in vrede leven, zoals in Zacharia 9,10 staat: [dia 21]

Hij zal vrede stichten tussen de volken.

Zijn heerschappij strekt zich uit van zee tot zee,

van de Rivier tot de einden der aarde.

In vrede leven, dichtbij God, dichtbij het hart van God. [dia 22 – zwart]

Dat wil je toch?

Daar verlang je toch naar?

Jouw hart dichtbij Gods hart?

Laat Jezus je helemaal nieuw maken!

Dat is nodig. Jezus zegt in Matteüs 5, de zaligsprekingen aan het begin van de bergrede, vers 3: [dia 23]

Gelukkig wie nederig van hart zijn,

want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

En vers 8:

Gelukkig wie zuiver van hart zijn,

want zij zullen God zien.

Wees niet bang voor Jezus – macht corrumpeert hem niet.

Bij Hem is het veilig. Hij heeft alles voor je over gehad – zelfs zijn leven.

Hij kan je hart oprecht maken – nederig, zuiver.

Ga naar hem toe.

Ga zo volgende week avondmaal vieren.

Ook als je weet dat je niet oprecht bent – juist dan.

Met het gebed van Psalm 86,11 – in de HSV:[dia 24]

Leer mij, HEER, Uw weg,

ik zal in Uw waarheid wandelen,

maak mijn hart één om Uw Naam te vrezen

Heer, U weet wie ik ben, hoe oprecht ik ben – of hoe onoprecht.

Ik ben soms zo dubbel, zo gespleten.

Laat het me zien, als zonde en afgoden mij kapot maken.

Vergeef me en maak me vrij!

Ik verlang ernaar: altijd met heel mijn hart u oprecht toegewijd te zijn!

Maak mijn hart één!

Laten we nu ook samen bidden voor en met elkaar – ik nodig je uit om van harte mee te bidden.

Heer, u doorgrond en kent ons.

U weet of wij oprecht zijn of niet.

Doorgrond ons, God, en ken ons hart.

Vergeef ons onze dubbelheid – wil ik wel of wil ik niet?

Vergeef ons als we de zonde soms zo lekker vinden.

Bevrijd ons als we verslaafd zijn.

Bevrijd ons van onze afgoden.

Koning Jezus, vredekoning, laat ons met u sterven en opstaan!

Maak onze harten één om Uw Naam te vrezen.

Mensen uit één stuk. Oprecht. Toegewijd aan u.

Amen