1 Koningen 17,7-24 – Avondmaal: zorgt God voor je?

Hans Burger
Hans Burger
12 december 2010

1 Koningen 17,7-24 – Avondmaal: zorgt God voor je?

image_pdfimage_print

Viering Heilig Avondmaal
Derde adventszondag

Liturgie

  • Voorzang LB 120,1.4
  • Aansteken derde adventskaars
  • Stil gebed
  • Votum en zegengroet
  • Zingen: Ps 40,1.2.7
  • Gebed
  • Lezen: 1 Koningen 17,7-24
  • Preek
  • Zingen: Gezang 80
  • Kinderen
  • Projectlied vers 3 en refrein
  • Gebed
  • Wetslezing
  • Zingen Gez 125,1.2.4.6
  • Collecte
  • Lezing formulier V
  • Gebed
  • Geloofsbelijdenis
  • Zingen: Gez 108
  • Viering
  • Zingen Ps 89,1.7
  • Zingen Gez 79,5.6
  • Zegen

Opmerking:

- Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

1 Koningen 17,7-24 – Avondmaal: zorgt God voor je?

1. Zorgt God voor je? Die vraag kan je zomaar overvallen. Dan vieren we hier avondmaal. We eten, we drinken, er klinken mooie woorden. Maar wat betekent dat morgen?

 

Stel, je krijgt opeens een bericht dat er iemand verongelukt is. Of dat je in een slepend conflict belandt. Of je zit werkeloos thuis en maar kunt niks vinden. Je gezondheid wil maar niet. Je bent eenzaam.

 

Hoe moet je dat dan zien, dat God voor je zorgt?

Wat betekent dan dit mooie avondmaal?

 

Het kerstproject gaat vanmorgen over 1 Koningen 17. Ik vond dat eigenlijk heel mooi passen bij het avondmaal, bij advent, en ook bij die vragen over Gods zorg: wat betekenen al die mooie woorden nu concreet?

 

Daarom leggen we op deze derde adventszondag deze geschiedenis over Elia naast het avondmaal.

 

Probeer dan even dit verhaal met frisse ogen te lezen. Want als wij zeggen: God zorgt voor ons, dan denken wij aan Nederland. Volle winkels, volle koelkasten, mooie keukens, brood met boter en beleg, allerlei soorten drinken, warm eten, ziekenhuizen, ambulances. Welvarend, rijk, zijn we hier – de meesten.

 

Kijk dan eens naar Elia. God zorgt voor hem, dat betekent: raven brengen hem droog brood, en rauw ongekruid vlees, en hij heeft water. Leven in een hutje of een grot in een beekdal, geen huis, geen magnetron, een vluchteling. God zorgt voor Elia. Hij heeft geen honger, maar verder is het bittere armoe – of niet?

 

De Bijbel zegt: Wij hebben voedsel en kleren, laten we daar tevreden mee zijn. 1 Tim 6,8. Eten, een huis, kleren – als je dat hebt, dan zorgt God voor je.

Heb je dat door? Wij zijn zo verwend! Gewend aan luxe.

 

Hoe anders is het bij Elia…
2. Dan is het water op. Je hoort de beek niet meer kabbelen. Elia krijgt dorst.

 

En de HEER zegt: Ga naar een weduwe. Nou, dan weet Elia het wel. Een weduwe, dat wordt geen vetpot. Als wij haar zouden zien, zouden we schrikken. Versleten kleren. Mager.  Een hopeloze blik in haar ogen. Hout sprokkelen bij de poort. Zometeen gaat ze haar laatste meel opmaken, haar laatste olie. En dan: de hongerdood.

 

Is dat de zorg van God?  Moet die vrouw voor Elia gaan zorgen?

God zegt het – juist die vrouw zal Elia eten en drinken geven.

Zou jij het geloven?

 

Let op: zo is God. Hij gaat ervoor zorgen dat Elia kan blijven leven. Via deze straatarme hongerige weduwe. God zorgt op een manier dat je het niet verwacht. Heel anders dan wij in ons hoofd hebben.

Geloof jij dat God zo voor je zorgt?

 

Elia gelooft.

Moet je eens kijken hoe ver hij gaat.

Eerst vraagt hij om water.

Dan om een stuk brood.

En als ze nauwelijks meer meel en olie heeft, zegt hij: bak eerst maar wat voor mij. Daarna zal God ervoor zorgen dat je nog over hebt voor jezelf en je zoon.

 

Zou jij Elia geloven?

Het is goed met je!

 

Gek genoeg: de vrouw gelooft ook! Ze gehoorzaamt Elia.

Ze gaat bakken, meel en olie.

De voorraad maakt ze op voor Elia.

 

Voorraad op?
Het is goed met je!

Het meel is niet op. En de olie ook niet!

Er blijft meel. Er blijft olie.

Elke dag vers brood.

 

Geen magnetron. Geen mooie keuken. Geen keus uit vier soorten frisdrank. Geen broodbeleg.

Alleen water en brood.

Maar wel blijven leven – elke dag weer vers water en vers brood.

 

Als die vrouw niet geloofd had en daarnaar gehandeld had, gehoorzaam geweest was, had ze dit nooit meegemaakt. Dan was ze gestorven van honger.

 

Nu ze eerst Elia brood geeft en dan pas aan zichzelf denkt, merkt ze: God zorgt voor mij.

Zie je dat? Eerst geloven. Eerst gehoorzaam zijn in geloof. En dan pas ervaren: God zorgt voor mij.

 

Zo werkt God. Je zult pas merken dat God voor je zorgt als je met Hem mee gaat. Geloof. Doe wat Hij zegt. Zet gehoorzaam stappen in geloof.

Ga je je eigen gang? Hou je geen rekening met God?

Dan kan zo maar dat je niks van God merkt.

 

 

Wat merk Elia en die weduwe dan?

Ze merken: we worden in leven gehouden. Elia is veilig ondergedoken in het buitenland, ondanks politieberichten en zoekacties.

 

Zo zorgt God voor ons ook.

Misschien niet rijk en welvarend.

Mensen die bij de gekruisigde Jezus horen.

Mensen met soms een moeilijk leven.
Je ziet er niks bijzonders aan.

 

Maar je wordt in leven gehouden. Voor altijd.

Wonderlijk – met brood en wijn.

Door de dood van Jezus, Gods eigen Zoon. Jezus, die niet eerst aan zichzelf dacht. Maar zichzelf in de dood gaf voor ons.

Van binnen in je innerlijke mens word je vol van God. Van Gods liefde en genade.

 

 

3. Maar dan…

Stel je voor. Je viert hier aan tafel avondmaal. Je gaat naar buiten. Je valt in de gladheid. Je hoofd klapt ongelukkig op de stoep. Je bent niet op tijd weg, en daar lig je onder een auto.

God zorgt voor je?

Waar heb je het over?

 

Zo gaat het ook bij Elia en die weduwe. Elke dag vers brood.
Maar haar zoon wordt ziek. Zo ziek dat hij sterft.

Daar zit je dan mooi!

 

De vrouw snapt er niks van. Wat heb ik gedaan? Waarom moet dit mij gebeuren?

Waarom is God naar mij toe gekomen? Om mijn zonden te straffen?

 

Zo kan het gaan. Dat je dichtbij God leeft. Je merkt dat God voor je zorgt. Je bent Hem dankbaar. En dan opeens zo’n klap.

 

Ineens kan er een grote beproeving komen.

En de twijfel slaat toe.

God, wat wilt u? Wilt u me slaan? Wat is er?

 

Elia heeft geen antwoord. Het enige wat hij doet is de jongen meenemen. Hij legt de dode op zijn eigen bed. En hij bidt.

Heer, waarom?

Waarom nu juist de jongen van deze vrouw?

Waarom doodt u haar zoon?

 

Er zijn geen antwoorden.

Ze hebben gegeten. Gedronken.

God heeft het zelf op tafel klaargezet.

En dan dit – waarom Heer?

Er is alleen een gebed – Heer, mijn God, waarom?

 

Herken je dat?

Als jij getroffen wordt, bidt dan. En leg je waaroms bij God neer. Heer, mijn God, waarom?

 

En dan gebeurt het wonder. De dode staat op. De jongen leeft weer.

God zorgt voor haar – veel bijzonderder dan ze dacht.

Wat een God!

 

 

4. Maar wij: God zorgt voor ons, we eten, we drinken, als wij dan getroffen worden? Gebeurt er dan ook een wonder? Nee toch?

 

Heb je dan dus eigenlijk niks aan dit avondmaal?

Zijn het mooie woorden, God zorgt voor ons, tot Hij je in de steek laat?

 

Nee!

Zo is het niet!

 

Om twee redenen niet:

1: Hier wordt een dode weer levend gemaakt als Elia bidt. Waar doet je dat aan denken?

Het doet mij denken aan Pasen. En aan de belofte dat wij net als Jezus uit de dood op zullen staan. De graven zullen open gaan en de doden zullen weer leven. Hier op de begraafplaats in Franeker net zo goed als bij die weduwe in Sarefat.

 

Is dat een doekje voor het bloeden? Het duurt immers zo lang voor Jezus komt.

Zo kan het voelen – als een betekenisloze belofte.

Maar God komt maar één keer om in één klap alle doden levend te maken. Stel je eens voor hoe het dan is: niet maar één jongen weer levend. Maar duizenden, miljoenen graven die open gaan.

 

Die weduwe verlangde naar haar dode zoon. En die stond op.

Maria verlangde op goede vrijdag naar haar dode zoon. En die stond op.

Wij leven in de tijd van Advent. Verlangen wij naar Gods Zoon, die leeft?

Advent is: uitkijken naar Jezus die komt.

Hij komt om de doden weer levend te maken.

Er gaan dan geweldig veel grote wonderen gebeuren.

Hij laat ons niet vallen!

 

Bid – vraag dat Hij komt. Verlang daarnaar. Verlang naar Jezus, die voor ons zorgt!

 

En 2: Dat is niet alleen toekomstmuziek. Dan zou het inderdaad toch wel een beetje een doekje voor het bloeden zijn.

Maar we vieren steeds weer avondmaal. We eten brood en we drinken wijn.

En dat betekent wat! Op weg naar Jezus’ komst krijgen we meer dan genoeg om te leven.

De Heilige Geest is er al. In onze inwendige mens krijgen we al zoveel: genezing, vergeving, rust, vrede, blijdschap, nieuwe energie, onbezorgdheid, de vrucht van de Geest.

Er gebeuren wonderen. Ook vandaag.

Klein en onopvallend, zoals bij Elia. Kinderen in China. Hun ouders zitten in de gevangenis, omdat ze Jezus volgen. Ze zijn alleen thuis. Achter het huis is een beekje. Er zat nooit vis in die beek. Maar zolang hun ouders gevangen zitten, is er altijd vis. Elke dag weer. Zolang hun ouders gevangen zitten.

Dat is maar één voorbeeld. Er gebeuren ook vandaag wonderen, ook hier. Dat wij hier zijn als gemeente, dat is een wonder. En alleen hier in de gemeente al is zoveel te vertellen over hoe Gods kracht hier werkt.

 

Wie trots is, die ziet het niet. Die kijkt er overheen.

Wie nederig is en klein, die ziet het.

 

God is groot.

Hij doet wonderen.

En Jezus, Hij komt. De doden zullen opstaan, ook onze doden!